Ik ging slapen met het geluid van de wind, en werd wakker met dat van regen. Het weer was omgeslagen, de voorspellingen zagen er ongunstig uit. Ik pak een natte tent in en ga naar de overdekte plek om te ontbijten.

Zoals zo vaak, is de werkelijkheid droger dan de voorspelling. Tijdens het eten wordt het droog, en neigt het zelfs naar halfbewolkt. Eenmaal op weg, lijkt het zelfs een mooie dag te worden. Ik steek het dorp door om even naar de zee te kijken, en ga dan noordwaarts.

Al snel zit ik langs de oostkust van het eiland Falster, wat betekent dan ik Lolland vaak kan zien liggen. De zeestraat tussen deze eilanden is smal. Het is niet altijd een makkelijke route, maar dit uitzicht is het waard.

In het noorden, bij Guldborg, komen de eilanden zo dicht bij elkaar dat een eenvoudige brug voldoende is om aan de overkant te komen. Hier is ook een cafetaria waar ik koffiepauze neem. Het is er typisch Scandinavisch, met koffie die je kunt bijvullen uit een thermoskan en een grote ruimte met tafels en stoelen waar nauwelijks iemand zit. En kleine pannekoeken met ijs en slagroom.

Terwijl ik pauzeer betrekt de lucht weer. Er lijkt een bui aan te komen. Vermoedelijk geen langdurige, maar het lukt me toch niet om het even af te wachten. Ik ben te onrustig en ga verder, tegen beter weten in. Binnen een paar minuten moet ik snel mijn camera in veiligheid brengen en de regenjas aantrekken.

Het duurt inderdaad niet lang. Sowieso lijkt de regen vooral in het zuiden te zitten, waar ik niet heen wil. Ruim voordat ik Maribo, de hoofdstad van Lolland bereik, is het alweer helemaal droog.

Van hieruit wil ik verder naar de veerhaven aan de westkant van het eiland, om dan over te steken naar Langeland. Zowel qua tijd als locatie lijkt me dat een ideale overnachtingsplaats. Ik weet nog uit mijn pechreis van lang geleden dat de camping daar een mooie en zeer comfortabele keuken heeft. Dat kon ik toen goed gebruiken, en wellicht vandaag ook weer.

In Maribo neem ik even de tijd om het centrum en de kerk te bekijken. Daarna volg ik bordjes naar de veerhaven, die slechts 19 km verder blijkt te zijn.

Het is een mooie route, maar het weer wordt al snel weer vervelend. Ik fiets rechtstreeks de regen in. Blijkbaar trekt het nu toch naar de noordelijke helft van het eiland.

Het begint op te vallen dat ik wel erg veel naar het zuiden fiets, in plaats van westelijk. Ik kijk nog eens goed op mijn GPS en dan zie ik dat ik naar de verkeerde haven aan het fietsen ben. Als ik doorga kom ik alsnog uit op Fehmarn.

Ik corrigeer mijn route, maar merk nu dat het me opbreekt dat ik geen tracks kan laden. Ik moet navigeren op een heel klein kaartje zonder dat ik een route heb.

Het goede nieuws is dat ik de regen uit fiets. De noordelijke helft van Lolland is nog steeds droog. Maar een handige route vinden valt niet mee. En ik hoop toch wel uiterlijk de boot van 18:15 te halen, om nog op een redelijke tijd Langeland te halen.

Uiteindelijk probeer ik dan maar de autoroutering. Die is bij Garmin notoir slecht, ik gebruik hem normaal gesproken alleen voor de laatste paar kilometer naar een bestemming. Maar dit keer gaat het goed. Hij vindt een korte en prettige route.

Ik zie dat als ik goed doortrap, de boot van 17:15 ook haalbaar is. Dan heb ik een lange, ontspannen avond voor de boeg. Het idee geeft me vleugels. Mijn inspanning wordt hoog en constant. Meestal zit ik boven de dertig wat betekent dat ik veel tijd over ga hebben straks. Maar iets rustiger aan doen is geen optie. De tijdrijder in mij is wakker geworden.

Er hangt een grote donkere regenbui boven Langeland als ik op de veerboot wacht. Hij begint aan de oversteek van de Langelandbelt wanneer ik aan boord ben. Daar ontsnap ik mooi aan. Het is droog als ik van boord ga.

Het uitzicht is zoals ik het me herinnerde. De keuken staat op een lage heuvel, beneden staan de caravans en een enkele tent. Er zijn veel bomen en struiken. Vrijwel niemand gebruikt de keuken voor veel meer dan de afwas, het zitgedeelte heb ik bijna de hele avond voor mezelf. Ik schrijf en drink ijsthee. Het wordt donker en opnieuw valt er regen.

De herinneringen aan de pechreis worden levendig en ergens vrees ik dat het opnieuw een zware week gaat worden hier. De weersvoorspellingen zijn gunstig voor morgen overdag, maar ’s avonds zal het weer flink gaan regenen en de dagen daarna gaan zwaar worden.

Wat ik dan nog niet weet, is dat het slechte weer een naam heeft. Of eigenlijk twee: Kirsten in Duitsland en Francis in de rest van Europa. Er komt een storm aan, en geen kleintje.

De route vanaf Langeland fietste ik grosso modo ook tijdens die pechreis. Het was die dag grafweer en er gebeurden nare dingen. Toch viel het landschap me toen op, en vandaag is de kans om het eens wat beter te zien en ervaren. Ondanks de luxe die ik hier in de keuken geniet, ben ik redelijk op tijd onderweg. Via bruggen en twee kleine eilanden kom ik op het grote eiland Fyn, bij de havenstad Svendborg. Hier neem ik een vroege koffiepauze om even van de sfeer te genieten. Naar later blijkt een verstandige keuze, want heel veel andere gelegenheden zal ik niet tegenkomen deze dag. Denemarken is dun bevolkt.

Wat erg prettig is, is dat ik een officiële fietsroute volg, die zowel bewegwijzerd is, als ‘voorgedrukt’ op de digitale kaart op m’n GPS. Verdwalen is er vandaag niet bij.

Het landschap is een soort kleinschalig coulissenlandschap op kleine heuvels. Dat betekent veel klimmen en afdalen, maar steil is het niet. Alles gaat op het grote blad. Het betekent ook veel schaduw, en dat is best prettig want de zon is aanvankelijk fel.

Halverwege de middag kom ik langs een imponerende klifkust. Die had ik de vorige keer compleet gemist. Het is echt een goede keuze geweest om dit traject over te doen met goed weer.

Vanaf hier buigt de route langzaam maar zeker in noordelijke richting, naar Middelfart waar de brug is naar het vasteland. Daar is ook de camping waar ik vandaag op mik.

Het begint nu wel te betrekken. Dat waarvan ik nu nog denk dat het een gewone depressie is, komt er aan. Gelukkig zit er zuidenwind bij, dat maakt de voortgang een stuk beter. Wie weet haal ik Middelfart droog.

De weg gaat niet netjes langs de kust, maar volgt de landbouw- en bospercelen. Een weg west, een weg noord, dan weer west.

De lucht is inmiddels helemaal grauw, maar ik zie nog nergens regen. Ik probeer me te herinneren hoe de camping in Middelfart was. Van Spodsbjerg op Langeland wist ik dat hij comfortabel was, maar Middelfart kan ik me niet voor de geest halen. Ik heb geen zin om straks onder een afdakje te koken en de hele avond in mijn tent te liggen, mezelf in regenkleding wurmen als ik even naar de WC moet.

West, noord, west, noord… de westelijke stukken worden korter, die in noordelijke richting langer. Ik krijg de wind steeds meer in de rug. Langs de weg komen bermen die werkelijk volgezaaid zijn met bloemen in allerlei kleuren. Het voelt nog steeds niet naar regen, het is gewoon grauw en eigenlijk voelt dat heel prettig.

Het lukt. Middelfart haal ik droog. Als ik snel even boodschappen doe bij de Føtex, lijkt het te gaan spetteren, maar dat is vals alarm.

Bij de camping zet ik mijn fiets nog voor de ingang even tegen een paal en ga op onderzoek uit. Als er geen keuken en verblijfsruimte zijn, fiets ik verder. In dit land doe ik het niet voor minder.

Alles is er. En beter dan gehoopt. Het is goed hier. Ik meld me aan en reken meteen af. Met lichte regen zet ik mijn tent op en ga dan douchen, koken en eten. Buiten begint het nu serieus te regenen en te waaien. Voor de zoveelste keer kijk ik op een weersite en dan lees ik over Francis. Hoewel ik te noordelijk zit voor de ergste wind, gaat het morgen een zware en drijfnatte dag worden.

Ik zie er niet naar uit om door de storm te fietsen, ookal is mijn doel voor die dag, Ribe aan de Waddenkust, niet ver. Maar dat komt morgen wel, nu zit ik in een warme keuken. Ik drink koffie en luister muziek.

Het wordt een onrustige nacht. Het tentenveld is zeer goed beschut tegen de wind, dat scheelt. Maar de bomen maken kabaal en het blijft maar regenen. En morgen wordt het nog erger.

Diep weggedoken in mijn slaapzak luister ik naar wind en regen. Het is maar 120 kilometer naar Ribe. En daar is opnieuw een camping waar ik warm en droog en comfortabel kan zitten. Maar dit is een storm met een naam. Waar ik nu ben, staat mijn tent veilig voor de wind. Hier heb ik alles om de dag prettig door te brengen. Ik gooi de handdoek in de ring en besluit de storm af te wachten.

Aan het begin van de middag trek ik mijn regenkleding aan en wandel naar het stadje. Al snel kom ik er achter dat de regenbroek nu echt versleten is. Mag ook wel eens, ik had hem gekocht voor de reis naar de Noordkaap, nu elf jaar geleden. Maar het is nog steeds beter dan niks.

Ik wijk van de asfaltweg af en kom terecht op allerlei bospaadjes. Het lijkt er op dat het een boswandeling wordt in plaats van een bezoek aan het stadje, en eigenlijk vind ik dat ook wel best. Maar dan komt toch het oude haventje in beeld. Hier liggen een paar klassieke houten Oostzeeschepen. Tweemasters. Ooit ben ik hier met de botter geweest. Het was een mooie zomeravond en toen we hadden afgemeerd, hoorden we op de kade een accordeonist ‘La vie en rose’ spelen.

Ik loop wat verder het dorp in en vind een café waar ik koffie met chocoladetaart neem. Terwijl mijn broek opdroogt, zie ik dat het buiten helder wordt. De regen wordt minder. Wanneer ik verder ga, is het voorbij. Ik ga naar de supermarkt om fruit te kopen en neem dan ook een grote fles luxe alcoholvrij bier mee.

De zon breekt zelfs door. Bij de waterkant is een rij stenen bankjes, waar ik ga zitten om in de zon te zitten kijken naar de Lille Belt, de zeestraat tussen Fyn en Jutland. Als ik even zit, komt een wat oudere vrouw op het andere uiteinde van mijn bankje zitten en werp een beetje quasi-nonchalante blikken. Ik negeer haar een paar minuten maar voel wel waar dit heen gaat, dus ik sta weer op ga verder.

Opnieuw ga ik door het bos, en kom nu langs het punt waar de Lille Belt het smalst is. Vanaf daar gaat er een asfaltweggetje omhoog de heuvel op, en dan ben ik weer terug bij m’n tent. Ik zet het bier in de koelkast en maak koffie. Ga zitten op het terras van de keuken, in de schaduw want de zon is inmiddels warm.

Het voelt altijd een beetje gek, zo’n overwachte, ongeplande rustdag. Maar ik merk ook dat mijn lijf dit heel hard nodig had. En dat ik niet nu meteen weer zes dagen op rij moet gaan fietsen, want die energie is er gewoon niet. Ergens ben ik Francis een beetje dankbaar.