31 januari 2007: de discussie bereikt de polder
Wow, de discussie heeft ook Nederland bereikt. Nu er een zwaar christelijk kabinet dreigt aan te treden, is er opeens een discussietje rond Ronald Plasterk, de polderdawkins. Zijn naam doet de rondte als nieuwe minister van OCW. Sommigen beschouwen het als pikant wanneer zo'n doorgewinterde atheïst in een kabinet met een zwaar gereformeerd stempel zou komen. De brief van de dag van de Volkskrant gaat hier over. Ik heb gereageerd:
Er is een fundamenteel onderscheid tussen religieuze opvattingen enerzijds, en atheïsme, politieke of wetenschappelijke opvattingen en andere 'normale' meningen anderzijds. De laatste groep is namelijk
onderwerp van discussie, staat bloot aan kritische analyse en wordt uiteindelijk altijd aan de werkelijkheid getoetst. Religieuze opvattingen zijn gebaseerd op dogma en staan dus niet ter discussie en
worden al helemaal niet aan kritische analyse blootgesteld.
Bij het besturen van het land hebben we niets aan dogma. Dan tellen alleen meningen waar wel over gediscussieerd kan worden, en uiteindelijk dienen alle opvattingen hun waarde in de praktijk te
bewijzen.
Het is dus terecht dat Plasterk geloofsovertuigingen buiten de politiek wil houden. Dit zou pas veranderen als geloofsovertuigingen op dezelfde manier bediscussieerd, geanalyseerd en getoetst konden
worden als andere meningen. Maar er zullen niet veel gelovigen zijn die dat aandurven.
Op het forum zijn reacties van anderen te lezen. Daar zitten weer de nodige pareltjes tussen, zoals: "De niet-gelovigen dénken dat het leven eindig is, [...] De gelovige weet dat het leven eindeloos is..." en de interessante veronderstelling dat de Volkskrant wel blij zal zijn als ze van die partijdige columnist af zijn. Nee maar, een columnist die partijdig is. Huiver en bid!
En verder is er de toespraak van Atzo Nicolaï, waarin hij voorzichtig stelt dat de vrijheid van meningsuiting misschien toch wel belangrijker is dan godsdienstvrijheid. Dat ook over religieuze meningen gewoon gediscussieerd moet kunnen worden. Normaal gesproken raak ik nogal geërgerd als VVD'ers dat soort taal uitslaan, meestal zijn ze dan antimarokkanenpraat aan het uitkramen om theoïsten te paaien, maar ik moet zeggen dat ik hem in dit geval eerder te beleefd en te voorzichtig vond. Bijna d'66. Natuurlijk moest de Trouw daar weer een hoofdcommentaar over schrijven met de briljante titel: "De liberale kijk op de grondrechten is bevoogdend"
Het staat er echt.
Nog afgezien van het feit dat het juist ontvoogdend is om religieuze meningen niet af te schermen van andere meningen, kan iemand mij één ding noemen dat nóg bevoogdender is dan religie?
Een paar jaar terug las ik (als ik het me goed herinner in de Groene Amsterdammer) een betoog van iemand die stelde dat godsdienstvrijheid redundant was en dus geschrapt diende te worden. De andere grondrechten, met name vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging, garanderen al vrijheid van godsdienst. Door die godsdienstvrijheid dan nog eens apart te bevestigen, krijg je verwarring en de rare situatie dat een religieuze mening een andere behandeling kan eisen dan een seculiere mening. Ben benieuwd wat de Trouw geschreven had als de minister dát had gezegd.
Ik ben benieuwd of dit nu twee stormpjes in een glas water zijn, of de opmaat naar grote discussies over religie versus atheïsme in Nederland.
31 januari 007
JeroenE stuurde mij een leuk stukje dat hij ergens had opgeduikeld:
Het klagen van een gelovige:
the problem I have with the atheist movement is its insistence on remaining smug through the entire affair. I've followed it for a long time, at a distance, and there is a common thread running throughout whereby they believe they are fundamentally better than everyone else, as if nobody else's life could ever, in a sane universe, lead to faith.
...en de reactie van een atheist:
I see this attitude a lot, and it strikes me as particularly disingenuous. If you found yourself born into a world where most people inexplicably believed in invisible fairies, for which there was no supporting evidence whatsoever and many more obvious and reasonable explanations, it seems to me that you would eventually HAVE to feel "superior" in some way over those who chose to be blind to reality. If you had a friend who believed that his car was powered by a squirrel cage run by a squirrel named Nancy, no matter how many times you lifted the hood, showed him the engine, and explained the principles of internal combustion, I defy you not to think his reasoning skills and grasp on reality inferior. It would be relativist extremism madness not to.
Ook leverde hij mij nog weer een boekbespreking, dit keer van Alister McGrath, een andere professor uit Oxford. Het is weer een mooie. De theoloog grijpt meteen naar een van de ergste, gruwelijkst jeukende, venijnigste, meest ergerniswekkende, christelijke trucs: het veroordelende medelijden. Want de agressieve retoriek (aka humor) van Dawkins verbergt een diepe onzekerheid over de publieke acceptatie van atheïsme. Oftewel, hij is eigenlijk een beetje zielig.
En de homo's neuken zoveel omdat ze eigenlijk ongelukkig zijn want ze missen Jezus.
Ik had toch wel de indruk dat Dawkins niet echt tracht te verbergen dat hij zo activistisch is omdat hij vindt dat het atheïsme niet voldoende geaccepteerd wordt.
Maar, waar het natuurlijk om gaat, is dat ook deze meneer weer het Hitler-en-Stalinargument van stal haalt, kennelijk niet op de hoogte van de grondigheid waarmee dat in The God Delusion onderuit wordt gehaald. Ook komt hij met het, knap vermomde, argument dat wetenschap ook maar een geloof is. "Everone knows that." Goh. Laat ik nou gelezen hebben in datzelfde boek dat Dawkins een fundamenteel onderscheidend kenmerk van wetenschap noemt, namelijk emperisch bewijsmateriaal. Ik verwacht van McGrath dan toch op z'n minst dat hij hard maakt waarom bijbelteksten dezelfde geldigheid hebben. Maar of hij durft het niet, of hij heeft het boek niet gelezen.
20 januari 2007
Er valt weer veel te schrijven. Ten eerste ben ik begonnen aan een pagina met links voor athlog. Jeroen E stuurt mij in groot tempo linkjes naar allerlei lezenswaardigs, zoals een interview met Richard D. en al dan niet hilarische besprekingen van zijn boek. Verder is de blasphemy challenge leuk om eens te bekijken. Het lijkt er trouwens op dat het boek van Dawkins effect heeft voor de emancipatie in de VS: CNN zoekt atheïstische familie.
Maargoed, waar ik het al een tijdje eens over wil hebben, is 'zingeving'. Zingeving is namelijk één van de zaken waarmee de tegenstanders van Dawkins en consorten altijd schermen om aan te tonen dat religie wel degelijk een plaats heeft naast de wetenschap. Ook in het gewraakte artikel van Michael Zeeman speelt dit een grote rol. Wetenschap zou geen antwoord kunnen geven op de grote vragen van het leven, en dan met name wat de zin van het leven is.
Natuurlijk is de eerste vraag die gesteld dient te worden: Kan religie dat dan wel, en waarom? Die vraag wordt nooit gesteld. Er wordt altijd maar vanuit gegaan dat religie dat wel kan, met als enige reden dat wetenschap het niet kan. Vaak wordt dan een beroep gedaan op de traditie of 'oude wijsheden' of iets dergelijks, maar veel meer heeft het niet om het lijf.
Maargoed, laten we eens aardig zijn, en onderzoeken of de wetenschap echt niet kan helpen bij de vraag naar de zin van het leven. De wetenschap is namelijk wel in staat gebleken een verklaring te geven van de ontwikkeling van het leven en een aantal onderbouwde theorieën over het ontstaan ervan. Alleen de wetenschap is daar in geslaagd. Daarnaast is de wetenschap heel wat te weten gekomen over het menselijk gedrag en de menselijke geest. Ik vind het daarom nogal voorbarig om de wetenschap af te schrijven zodra het over de zin van het leven gaat.
Wetenschap gaat niet alleen over antwoorden. Zij gaat vooral ook om het stellen van de juiste vraag. Zoals Dawkins in zijn boek schrijft, is niet elke zin die grammaticaal gezien een correcte vraag vormt, ook een zinvolle vraag. Dit wordt heel mooi verwoord in de Hitchhikers Guide, waar humanoide wezens aan een supercomputer vragen naar het antwoord op 'the life, the universe and everything' en na 7 miljoen jaar rekenen 42 als antwoord krijgen, tezamen met de opmerking dat ze de vraag misschien beter iets nauwkeuriger hadden kunnen formuleren. (Het boek is geschreven in de tijd dat niemand nog wist dat 42 gelijk was aan 13,37 * pi.)
Dus, laten we eens kijken of de vraag wel zinvol is, en zo nee, of we er een zinvolle vraag van kunnen maken. Dus: wat bedoelen mensen nu eigenlijk met 'de zin van het leven'? Is dat het 'doel' van het leven? Is dat de 'richting' die het leven geneigd is op te gaan? Of is het een meer persoonlijk doel voor het eigen leven zoals mensen dat ervaren?
Het lijkt me dat deze vragen uitstekend wetenschappelijk benaderd kunnen worden. De eerste variant: het 'doel' van het leven. Ik heb het sterke vermoeden dat daar één helder wetenschappelijk antwoord op is: Geen enkel ander doel dan zichzelf. Genen, of replicatoren in het algemeen, vermenigvuldigen zichzelf exponentioneel. Omdat de ruimte, energie- en grondstoffenvooraad beperkt is, doen ze dat ten koste van elkaar. Daar zit niets anders achter dan heel basale wiskunde. Een doel, als in 'dit ding dient om dat andere mogelijk te maken', is niet aanwijsbaar en ook niet waarschijnlijk. Het is niet zo dat insecten ertoe 'dienen' om vogels te voeren, of dat vogels er toe 'dienen' om de insectenpopulatie binnen de perken te houden. Althans, daar is geen enkele aanwijzing voor. Zowel de vogels als de insecten lijden er bepaald niet onder als de vogels er niet in slagen de populatie onder controle te houden. De insecten zullen uitbreiden voor zover de voedselvoorraad dat toestaat, en de vogels zullen zich ook vermenigvuldigen tot er een nieuw evenwicht ontstaat. Dat evenwicht wordt puur bepaald door de eenvoudige wiskunde van exponentioneel uitbreidende populaties. Als er echt een doel was, zou je toch verwachten dat het evenwicht hier duidelijk van zou afwijken.
Wij mensen zijn geneigd dingen een doel te geven. Wij maken werktuigen met een bepaald doel. Wij begrijpen de werking van een vreemd werktuig of een vreemde machine het gemakkelijkst en snelst door het doel te achterhalen. Volgens wetenschappers is dit een denkpatroon dat heel gunstig is bij de overleving; als je weet welk doel een beest met jou heeft, kun je snel doorzien wat er gaat gebeuren en je leven redden. Als je weet met welk doel een prooidier rondscharrelt of -zwemt; kun je hem 't gemakkelijkst vangen. Maar dat wil niet zeggen dat alles ook een doel heeft.
Het is wel heel interessant om een werktuig te vergelijken met een levend wezen. Wij mensen maken werktuigen met een bepaald doel. Dat doel is iets anders dan het werktuig zelf, zonder het doel zouden we het nooit maken. Vervolgens is er actie nodig van de mens om te zorgen dat het werktuig in beweging komt; het moet op z'n minst aangezet en met instructies geladen worden. Eenvoudige werktuigen moeten continu actief gestuurd en in beweging gebracht worden. Als het doel bereikt is, ruimen we het werktuig op of gooien het zelfs weg. In de tussentijd moeten we de nodige aandacht schenken aan het onderhoud. Een levend wezen onderhoudt zichzelf. Een levend wezen eet en plant zich voort, ongeacht of andere levende wezens daar een plan mee hebben: als het de kans krijgt, eet het en plant het zich voort. Het zal zeker niet wachten op actie of instructies van een ander wezen; het is in meer of mindere mate zelfstandig.
Geen reden dus om aan te nemen dat het leven een ander doel heeft dan het leven zelf. Het leven ís er gewoon. Welke richting is het leven geneigd op te gaan? Een sterk verwante vraag, omdat het ook weer neer komt op de wiskunde van zich exponentioneel voortplantende replicatoren. Het simpelste antwoord is 'die richting die de sterkste replicatoren het meest in aantal doet toenemen, gegeven de geologische randvoorwaarden'. Daar heb je niet veel aan, maar ik denk dat de praktijk wel zo'n beetje neerkomt op:
- Steeds efficiënter benutten van de primaire energiebronnen (zon, aardwarmte);
- Snel vermenigvuldigende microörganismen blijven domineren in volume;
- Groeiende complexiteit van zowel hoger ontwikkelde soorten als ecosystemen;
- Steeds meer verschillende overlevingsstrategiën;
- Af en toe een harde reset waarbij een groot deel van de soorten uitsterft, waarna nieuwe een kans krijgen.
Aangezien ik geen evolutiebioloog ben, moet je dit niet voor wetenschappelijk feit aannemen, als je het naadje van de kous wilt, moet je een deskundige bellen. Maar dit is wel de indruk die ik heb gekregen na een aantal jaren lezen.
Goed, de wetenschap heeft dus wel degelijk heldere antwoorden op de vraag naar de zin van het leven, in ieder geval in deze twee varianten van de vraag. Maar de meeste mensen zullen niet bijzonder blij zijn met deze antwoorden, want het gaat natuurlijk om de derde variant: het persoonlijke doel voor het eigen leven, zoals je dat ervaart. Dawkins zal natuurlijk zeggen dat de wetenschap er op wijst dat het werkelijke doel van jouw leven is het verder brengen van je genen. Maar er is iets nog veel interessanters, dat ook wetenschappelijk te benaderen is, namelijk het doel zoals je dat ervaart.
Mensen die over zingeving praten zijn slim genoeg om het over zingeving te hebben, het is kennelijk inmiddels duidelijk dat we zelf die zin aan het leven moeten geven. Het leven heeft geen zin, tenzij we er actief zin aan geven. En dan trek ik nu mijn joker tevoorschijn: het is een interessante vraag welke middelen ons ten dienste staan om het leven zin te geven. En die vraag is zeer wetenschappelijk te benaderen. Jawel. Het is wel degelijk een wetenschappelijke vraag. Je kunt namelijk waarnemen of een middel werkt of niet. Nog interessanter is de vervolgvraag: hoe zitten die middelen die werken bij het zin geven in elkaar? Welk mechanismen zitten er achter? Hoe goed presteren de verschillende middelen in vergelijking tot elkaar, onder bepaalde condities bij zeker persoonstypes?
Samenvattend: de wetenschap gaat wel degelijk over het wat, het hoe, en het hoeveel van zingeving.
Laat ik het illustreren met een eenvoudig voorbeeld van hoe zo'n wetenschappelijke benadering er uit zou kunnen zien. Je kunt aan duizend mensen vragen welke dingen hun leven zin geven, en daar statistiek mee bedrijven. Vervolgens kun je, om sociaal wenselijke antwoorden te vermijden, mensen dagboekjes laten bijhouden over de momenten waarop ze het gevoel hadden dat hun leven zin heeft. Je kunt ze daarbij bepaalde standaardvragen laten beantwoorden. Psychologen en sociologen hebben allerlei truken om daar zo zuiver mogelijke informatie uit te halen. Ongetwijfeld is er al heel wat van dit soort onderzoek gedaan.
Uiteraard zul je regelmatig als uitkomst krijgen dat religie mensen het gevoel geeft dat hun leven zin heeft. Maar ook andere zaken; prestaties op het werk, hobbies, zorg voor kinderen, gesprekken met vrienden. Maar zelfs zonder de uitkomsten van het ongetwijfeld bestaande onderzoek te kennen, zie je eigenlijk al dat religie gewoon een middel is om het leven zin te geven. Elke atheïst kan je vertellen dat religie niet het enige middel is. Als ligfietser voel ik bijvoorbeeld heel duidelijk dat mijn leven zin heeft als ik op de Jester over de Schouwse Dijk richting Zierikzee sjees. Dan ben ik gelukkig, is er voldoening. Toen ik twee weken terug over het Wad bij Terschelling uitkeek, aan het eind van de middag, vlak voor het uitbreken van een stormbui, met licht dat reflecteerde op asgrauwe platen, had ik een sterke emotionele ervaring, een gevoel van verbintenis met de natuur van het Wad. Ook dat geeft zin aan mijn leven.
Ik heb het sterke vermoeden dat een grondige analyse van de middelen tot zingeving aan zal tonen dat religie een veel minder grote rol speelt dan altijd geclaimd. Ik verwacht dat ook religieuze mensen in hun dagboekje over zingevende momenten het grotendeels zullen hebben over gezelligheid met vrienden, intimiteit met hun partner, en passies zoals sport, interessant werk, hobbies, natuur of andere interesses. En nadere analyse van het kerkbezoek zou best wel eens aan kunnen tonen dat ook hier het sociale netwerk van die kerk een zeer grote, zo niet dominante rol speelt in de zingeving.
De voorstanders van religieuze zingeving zullen niet tevreden zijn met zo'n rationele benadering van zingeving. Dikke kans dat ze het 'simplistisch' of zelfs 'banaal' vinden. En arrogant natuurlijk. (Simplistisch? Ga d'r maar aan staan, zo'n onderzoek!) Het geeft geen antwoord op 'de' zin van het leven. Maarja, welk antwoord geeft religie dan? En vooral, waar denkt de religie die autoriteit vandaan te halen om dat antwoord te geven? Tweeduizend jaar oude teksten zeggen niet veel over hoe een specifiek persoon zich nu voelt. De wetenschappelijke benadering van zingeving is: vraag het de mensen zelf! En help ze hierbij om zo eerlijk mogelijk te zijn door te analyseren en sociaal wenselijke antwoorden te omzeilen.
Ik zie niet in welke bijzondere rol religie kan spelen op het gebied van zingeving. Natuurlijk, een pastoor kan als amateurpsycholoog fungeren. Maar dat kunnen allerlei mensen met een sociaal beroep. Natuurlijk, het kan voor sommige mensen een middel zijn om het leven zin te geven, maar dat kan voetballen of postzegels verzamelen ook. Natuurlijk, religieuze boeken kunnen gebruikt worden om te reflecteren op het eigen leven of de huidige wereld. Maar dat kan ook met de Hitchhikers' Guide, of elk ander boek uit de wereldliteratuur. Het kan met vrijwel alle kunst. Natuurlijk, de extase of het gevoel van verbondenheid dat zwaar gelovigen ervaren bij een kerkdienst, kan het leven van deze mensen zin geven. Maar voetbalsupporters of bezoekers van een popconcert kennen die ervaring ook.
En zie hier de reden waarom er altijd zo op gehamerd wordt dat wetenschap zich niet met zingeving mag bemoeien. Een eerlijke, wetenschappelijke benadering van zingeving laat zien dat religie niet veel vóór heeft op voetbal. Het ontmaskert religie als een persoonlijke hobby. De wetenschap van de zingeving zal mensen die zin in hun leven zoeken in veel gevallen aanraden om te gaan sporten of meer tijd voor gezelligheid in te ruimen, in plaats van over bidden of meditatie te beginnen. De wetenschap van de zingeving zal mensen die ongelukkig zijn met hun kerk maar toch niet zonder kunnen, adviseren een ander sociaal netwerk te zoeken.
Wetenschap geeft wel degelijk antwoord op de 'grote vragen van het leven'. Het zijn alleen antwoorden waar niet iedereen op zit te wachten.
15 januari 2007: Atheïsten der Lage Landen, pas op Uw tellen
Afgelopen zaterdag stond er een huiveringwekkend artikel in de Volkskrant. De christelijke hogeschool in Ede heeft een programma gestart om 'talentvolle studenten' klaar te stomen voor sleutelposities in de samenleving. Deze lui moeten vervolgens via coaches in een old-christain-boys netwerk terechtkomen, een 'netwerk dat ze zal helpen met en steunen in het vasthouden aan hun christelijke principes'.
Jaja. Helpen vasthouden aan christelijke principes. "Overal is behoefte aan 'christian leaders of influence' " klinkt het. Ohja? Ik heb die behoefte bepaald niet. Als ik al behoefte heb aan leiders, dan zijn dat leiders die open, eerlijk en rationeel de problemen van onze samenleving benaderen, en daarbij vertrouwen op wetenschappelijke informatie. Niet op zalvende, achterbakse CDA'ers die stiekem met de dominee overleggen over hoe de waarheid er deze week uit moet zien. Ik heb sterk de indruk dat het vooral christian leaders zijn die behoefte hebben aan influence.
Al een tijdje ben ik bang dat de golf van herkerkelijking en christenfundamentalisme die vijftien, twintig jaar geleden in de VS begonnen is, er in slaagt om de Atlantische Oceaan over te steken. Er wordt steeds meer over geloof en de kerk geluld in de media, de zogenaamde christen-democraten zijn machtiger dan ik ooit heb meegemaakt. Trouwen is ook al weer in de mode, een minister van OCW reageert niet met furieuze afwijzing op het voorstel ID in het curriculum op te nemen, jongeren juichen de paus toe in hoogontwikkelde landen als Duitsland. En nu dit. Een openlijke poging om in het geniep meer macht naar de kerk toe te trekken.
Je kunt zeggen van Laat ze toch, of Wat doe je er tegen, of Dat recht hebben ze toch, of Dat wordt toch niks. Goed, ik verwacht niet dat het zo'n vaart zal lopen als aan de overkant van de sloot. Maar vergeet niet het daar ook begonnen is met heel bewuste lobby's en dit soort netwerken. Het bericht deed mij bijvoorbeeld meteen denken aan de wedge strategie. De heritage foundation, een monsterverbond tussen conservatieve christenen en het militair-industrieel complex, is ook zo'n fijne club. Die denken werkelijk dat Amerika ten onder gaat als er teveel homo's en te weinig kernwapens in dat land zijn. Maar ondertussen is het wel de machtigste lobbyclub in de VS.
Heel ergerniswekkend is trouwens het vergelijkingstabelletje dat bij het volkskrantartikel staat. Er wordt een valse tegenstelling neergezet tussen leiders volgens 'marktnormen' en volgens 'christelijke normen'. Je raadt het al, de marktnormen zijn "a-historisch, korte termijn en kwantiteit", de christennormen "inhoud, traditie, lange termijn en kwaliteit". Precies diezelfde truuk die ze uithalen met die zaken die de wetenschap (nog) niet kan verklaren; ze doen voorkomen alsof er nu eenmaal geen ander alternatief is dan het religieuze. Terwijl er toch heel veel niet-religieuzen zijn die op lange termijn denken of voor kwaliteit gaan. De wereld kent miljoenen atheïsten die echt hoofdzakelijk voor de inhoud gaan (zoals daar zijn: evolutiebiologen). Duurzame ontwikkeling is een volledig seculier begrip. Er zijn bedrijven die op de vrije markt opereren en streven naar kwaliteit en duurzaamheid zonder dat de bedrijfsleiders ooit een kerk van binnen zien.
En dan hebben we het nog niet eens over hoe onchristelijk die marktnormen wel niet zijn. Met name ons calvinistische handelslandje heeft een rijke geschiedenis van door de kerk gesanctioneerde onmenselijke marktnormen. De VOC (je weet wel, van die mentaliteit) is de moeder aller multinationals, en stamt uit een tijd waarin alle leiders gereformeerde christenen waren. De kerken begrepen dat kortetermijnwinst met slavenhandel een belangrijke norm was.
Als ik het mij goed herinner, had het eerste verzet tegen het roofkapitalisme het ook niet zo op met de kerk.
Op zich heeft iedereen het recht om zich te organiseren teneinde macht naar zich toe te trekken. Waar ik echter een hekel aan heb, is als het op een manier gedaan wordt waarbij heel bewust het openbare debat omzeild wordt. Als iemand zich kandidaat stelt voor een raad of parlement, is het duidelijk. Je voert campagne, wordt gekozen, en dan is het discussiëren en stemmen in openbare vergaderingen. Als iemand een boek schrijft of een kranteartikel, prima. Precies wat er moet gebeuren om tot een fatsoenlijke discussie te komen. Een activist die zich vastketent aan een boom: goed werk. De activist vestigt de aandacht van het publiek op zijn zaak en maakt discussie los. Langs juridische weg? Deskundigen buigen zich in het openbaar over de kwestie, en uiteindelijk gaat het om de argumenten die beide partijen naar voren brengen. Ook de wetenschap discussieert in het openbaar over rationele argumenten en harde cijfers. Het kan jaren van studie vergen om die discussies te kunnen begrijpen, maar de informatie daartoe is beschikbaar, in principe voor iedereen.
De ellende is dat het schemerige netwerkgekonkel zich daar bewust aan onttrekt. Ze organiseren zich niet om het publiek voor hun zaak te winnen. Integendeel, ze organiseren zich om een onwetend publiek mee te trekken in hun christelijke normen en waarden. Ze willen niet dat het publiek zelf die keuze maakt.
Het ergste is de andere kant van de zaak. Het perspectief van de christelijke leiders in spé. De 'talentvolle studenten' zien zichzelf waarschijnlijk als een kleine minderheid die zich moet wapenen om niet gemarginaliseerd te worden. Ze denken dat ze wel buiten de publiciteit moeten opereren om de gevaren van een zondige wereld het hoofd te bieden. Ze denken echt dat het publiek naar christelijke leiders hunkert maar daar niet voor uit durft te komen. Of nog niet beseft dat het christelijke leiderschap datgene is waar het publiek zo naar verlangt.
Mensen die van een rationeel debat houden, lijken machteloos te staan tegenover deze manoeuvres. Er gaat heus geen universiteit een netwerk opbouwen van humanistisch rationeel-atheïstische toptalenten, om de rationeel-atheïstische humane waarden terug te brengen in de samenleving. De talenten moeten zich maar bewijzen in rationele discussies en wetenschappelijke prestaties. Als je in een belangrijk netwerkje terecht wilt komen, moet je iets interessants te melden hebben, je komt er echt niet omdat je zo'n voorbeeldige atheïst bent. Dat zou het grootste verraad aan het atheïsme zijn dat ik me voor kan stellen.
De vijand met eigen wapens bestrijden gaat dus niet. Maar we kunnen deze manoeuvre wel keren door te zorgen dat het openbare debat niet omzeild wordt: mag een school wel belastinggeld gebruiken om de invloed van de kerk te vergroten? Wie zijn die toptalenten dan wel? Hoe worden ze geselecteerd? Wie zijn die coaches?
En mochten ze er alsnog in slagen hun christelijke leiders op sleutelposities neer te zetten, dan is er nog steeds geen reden om hun christelijke leiderschap ootmoedig te accepteren. Ohja? Hoezo? Welke argumenten heb je daarvoor? Waarom is dat zo? Hoe hard kun je dat maken? - het zijn vragen waar zelfs een goed christen niet eeuwig omheen kan draaien.
Overigens ben ik niet de enige die zich opwindt over dit bericht. Ook Wim de Bie en een weblogger genaamd Dwarslezer schrijven er over.
12 januari 2007: Flip mengt zich in de strijd!
Mijn huisgenoot Flip Krabbedam heeft ook maar eens zijn mening opgeschreven op zijn conditioneel blog. Zeer lezenswaardig.
Maar gelukkig ben ik het niet in alles met hem eens. Flip schrijft dat 'de ervaring' nooit wetenschappelijk kan worden verklaard. Het is mij helemaal niet duidelijk waarom dat niet zou kunnen. Tenzij Flip met 'de ervaring' iets anders bedoeld dan ik er onder versta, zie ik niet in waarom ervaringen niet verklaard zouden kunnen worden als een systeem waarmee de hersenen een inschatting van de situatie weergeven. Waarom zou het niet net zo'n soort etiket kunnen zijn als bijvoorbeeld een kleur of een klank, waarna er een soort bouquet van stofjes in je lijf een geschikte reactie opwekt? Waarom zou 'de ervaring' iets anders zijn dan een verfijnde vorm van signalen als honger, pijn of opwinding?
Overigens pleit ik er niet voor om alles maar wetenschappelijk te willen uitvogelen. Dat hoeft volgens mij ook niet. Wat wel nodig is, is dat de ratio altijd het laatste woord heeft. En ratio kan zo simpel en bevrijdend zijn. 'Ik vind dat gedicht zo mooi, het roept herinneringen en beelden op waar ik me prettig bij voel' is een heel rationele zin. Heel wat rationeler dan 'Dat gedicht is heel oud en geïnspireerd door [X] dus het moet wel heel waardevol zijn.'
11 januari 2007
Een reactie van Bram Vermeulen:
Goed stuk over Zeeman.
Je schrijft: Het lijkt er op dat hij slechts recensies heeft gelezen van andere mensen die het boek ook niet gelezen hebben.
Hier kan ik misschien van dienst zijn. Volgens mij heeft Zeeman de column van Nicholas D. Kristof in de New York Times geplagieerd.
Ik ben natuurlijk zo geniaal geweest om het artikel niet te bewaren. Ik kan niet met zekerheid zeggen dat Bram gelijk heeft, maar bepaalde zinnen komen me inderdaad wel erg bekend voor. In ieder geval heeft Brams meel mij op een idee voor een nieuw gezelschapsspel gebracht, namelijk:
Zoek de recensies van The God Delusion, geschreven door iemand die het boek overduidelijk niet gelezen heeft.
Er zijn er meer dan genoeg, ze zijn herkenbaar aan het volgende stramien. Dawkins schrijft in zijn boek: 'Argumenten [a], [b], [c] tegen het atheïsme zijn niet valide, want... [argumentatie]' De recensent schrijft vervolgens: 'Dawkins' pleidooi voor atheïsme slaat nergens op, want [a], [b], [c]'. Over [argumentatie] wordt vervolgens geen woord gerept.
Het komt een beetje op het volgende neer: Advocaat Dawkins verdedigt een verdachte van moord voor de rechtbank en betoogt: "Het is niet bewezen dat mijn client de dader is. Uit twee onafhankelijke laboratoriumonderzoeken blijkt dat het bloed op het mes van mijn client zeker niet van het slachtoffer afkomstig is. Sterker nog, beide onderzoeken tonen aan dat het om konijnebloed gaat, hetgeen niet verbazingwekkend is, want mijn client is een jager en er hingen vier gevilde konijnen in z'n keuken ten tijde van de arrestatie". Officier van Justitie Recensent reageert vervolgens met: "Het is duidelijk dat de advocaat geheel niet in staat is om de schuld van de verdachte te beoordelen. Verdachte was tijdens de arrestatie immers in het bezit van een bebloed mes!"
Dus, als je zo'n stuk vindt, meel het naar ligfiets op gmail, dan kunnen we hier een leuke verzameling aanleggen. Hier kun je er alvast eentje lezen.