kwelders en krijtrotsen

Van het vasteland af

Haderslev heeft iets heel bijzonders. We ontdekten het bij toeval de volgende ochtend, toen we op zoek gingen naar een bakker. We reden de binnenstad rond, gingen enkele supermarkten binnen, maar nergens fatsoenlijk brood te krijgen. Best irritant, we hadden nauwelijks ontbeten. We besloten nog éénmaal het stadje in te rijden, en een brede straat te volgen die we tot dan toe rechts hadden laten liggen.

Drive-through bakkerij. Het is onvoorstelbaar, maar Haderslev heeft het. Waarom je brood nodig hebt als je te lui bent om uit je auto te stappen, is mij een raadsel. We roken brood. Onmiskenbaar. Het kwam niet van de honger, het was echt. Maar waar kwam het vandaan? We zagen alleen een groot glimmend-zwart glazen kantoorgebouw. We volgenden onze neus, en kwamen toch bij het gebouw terecht. Een schuifdeur ging open en het bleek een grote bakkerij. Een heel grote bakkerij. Achter de toonbanken stonden iets van vijftien dames klanten te helpen. Maar dat was nog niet het vreemdste. We zagen één van de dames af en toe brood naar achteren door een soort loket schuiven. Na enkele minuten zagen we pas wat er aan de hand was. Achter het loket reden auto's langs.

Haderslev heeft een drive-trough bakkerij.

Deense boerderij Met vers brood in de maag verlaten we Haderslev. We kiezen kleine asfaltweggetjes die in zuidelijke richting naar de kust voeren. Aalke Lida heeft de route goed in haar hoofd, dat fietst gemakkelijk. Tot we bij een meer komen. Het is vrij groot, maar staat helemaal niet op de kaart. We zijn er zeker van dat we de juiste wegen gevolgd hebben, maar waar komt dat water dan vandaan? Na een hoop vruchteloos gepuzzel, lopen we naar de natuurinfoborden aan de oever. Het blijkt dat het meer een mislukte droogmakerij is, die een paar jaar eerder weer blank is gezet omdat het toch niks werd. Onze kaart stamt van voor die tijd.

Ondertussen heb ik flink last van de brandnetelblaren op mijn arm. Ik slaap er slecht door, het is vervelend bij het fietsen. In Aabenraa zoeken we een apotheek, maar het is al te laat. We drinken een kopje koffie. Aabenraa voelt niet als de plek waar we de avond en nacht willen doorbrengen. Er is wel een goede suup, dus we doen inkopen en rijden verder. De suup heeft ook wat pilletjes die helpen tegen allergische reacties. Ik besluit het te proberen.

Ik begin steeds meer te genieten van de Oostzee. Geen modder, geen getijden en krijsende steltlopers, maar wel prachtig blauw water en rotsen. Regelmatig hebben we een weids uitzicht over de zee. Ik verheug me op de zeiltocht met Trui die er aan zit te komen in dit gebied. Jammer alleen van die harde zuidooster.

Mooie oude schepen in de haven van Sønderborg De zuidelijke havenmonding van Sønderborg. Het is inmiddels avond, de tijd waarin Aalke Lida altijd het lekkerst fietst. We slingeren over een schiereiland genaamd Sundeved richting het eerste Oostzeeëiland van deze tocht: Als. Dit eiland ligt heel dicht op het vasteland. Bij Sønderborg is een oude ophaalbrug die het eiland op leidt. Uiteraard gaat deze net open als wij er aan komen. Het geeft ons de gelegenheid om uit te kijken over het fjord en de stad.

We staan een beetje in dubio: hier blijven of de camping in Augustenborg opzoeken? Na veel getwijfel lijkt het rustige Augustenborgfjord toch aantrekkelijker dan een drukke stad. We rijden verder, het scheelt immers maar enkele kilometers.

Dat valt uiteraard weer tegen, de kaart is niet helemaal duidelijk, waardoor we moeilijk de weg kunnen vinden. Als we de weg naar het dorp gevonden denken te hebben, rijden we pardoes een boerenerf op. De boerin kijkt nogal verbaasd, maar kan ons wel de weg wijzen naar Augustenborg.

Tegen zonsondergang staat onze tent op de kleine camping met uitzicht over het fjord. De camping is onderdeel van een grote jachthaven, waardoor er riante doucheruimte is. Minder voor de hand liggend zijn de zeven lama's die er rondlopen.