liglog 2006

27 december 2006

Het winterfietsen is begonnen. De schijnbaar eindeloos gerekte herfst is dan toch voorbij, de winter is gearriveerd. De kerstdagen ben ik thuisgebleven, was een beetje aan het kwakkelen. Wel de Jester gepoetst, waarbij ik een oepsje tegenkwam. Het kleine stukje geleidebuis van de trekkende ketting was doorgesleten bij het zitje, waarna de ketting een sleuf in de aluminium verstijvingsrib had gesleten. Op zich geen ramp, het voorste stuk wordt toch niet belast bij mijn manier van fietsen. Maar het was een mooie verklaring voor het rare geluid en de iets grotere weerstand van de afgelopen tijd.

Gleufje, door ketting in zitje gezaagd.

Vanmiddag was ik het zat en waagde een poging om mijn hoofdpijn weg te jesteren. Het leek me verstandig om niet meteen halve lichtjaren af te gaan leggen, dus ik koos voor een rondje Hoek van Holland. Nog voor ik de Tanthof verlaten had voelde ik de winter. In mijn bovenbeen liet opeens het kleine pijntje dat ik dit voorjaar in Denemarken heb opgelopen, weer van zich horen. Ik moet er een beetje mee uitkijken, kennelijk. Pas bij Maasdijk waren mijn spieren zo warm dat ik nergens meer last van had.

De mensen leken wel aardig trouwens, vandaag. Tweemaal stopte een automobilist zijn voertuig om mij even voor te laten gaan, en ik werd zelfs door meerdere bukfietsers gegroet.

De lucht was geheel bewolkt, lichtgrijs. Nadat ik Maasdijk voorbij was en HvH naderde, zakte de bewolking lager en lager, maar werd gelukkig geen mist. Het zag er ook niet naar uit dat het zou gaan regenen. Dat bleek ook te kloppen, maar langs de Nieuwe Waterweg sneeuwde het wel heel lichtjes. Mijn voeten werden ondertussen vrij koud, veel kouder dan ik me herinnerde van de vorige winter. Zal wel gewenning zijn.

Ze hebben overigens nieuw asfalt gelegd op het fietspad naast de Nieuwe Waterweg. Echt een verbetering! Vroeger was het nogal ruw en af en toe rammelde het flink. Nu hoor ik het achterwiel tevreden in mijn oor zoemen. Ik kon fietsen zoals dat hoort op een lage racer: weggedoken in het zitje, mijn gezicht verscholen achter het hoefijzerstuurtje en met de blik op de horizon de tegenwind te lijf.

Onderweg heb ik naar de afstanden op de fietsbordjes gekeken, en ben tot de conclusie gekomen dat ik me twee weken terug wel heel erg heb vergist bij mijn tocht naar Schouwen. Ik ben minstens 25 kilometer omgereden. Het rondje wat ik vandaag gereden heb, is een kilometer of vijftig, niet de 30-35 die ik in mijn hoofd had. Ik heb er dan ook ruim vijf kwartier over gedaan.

In Maassluis waren mijn voeten echt waanzinnig koud geworden. Gelukkig had ik het laatste stukje wind mee, dat scheelde. Bij Schipluiden bedacht ik opeens dat ik vorige winter met isolerende inlegzooltjes heb gereden. Thuis heb ik deze meteen tevoorschijn gehaald, die komen mijn schoenen de eerste maanden niet meer uit. Een paar euro bij de buitensportwinkel, maar onbetaalbaar in termen van comfort.

20 december 2006

Afgelopen weekend weer naar Schouwen geweest, ditmaal voor een echt lang weekend. Aalke Lida had woensdagmiddag een afspraak in Goes. Het idee was dat zij vanuit Goes op de Dolphin naar Burgh-Haamstede zou fietsen. Ik zou een paar uur vrij nemen, en dan 'smiddags vertrekken vanuit Den Haag met de Jester plus aanhanger. De afspraak in Goes ging niet door, maar ik wilde graag zo lang mogelijk er tussen uit zijn, dus we besloten toch woensdag te gaan. Aalke Lida nam aan het eind van de middag de trein naar Middelburg, ik zou toch het hele stuk fietsen.

Om de een of andere reden had ik bedacht dat het ongeveer even ver fietsen was via Scheveningen en Hoek van Holland, als via Delft en Schipluiden. Ik had een beetje zitten goochelen met de getallen die ik mijn hoofd had voor de afstanden van een rondje Delft - Den Haag - Scheveningen - Hoek van Holland - Maassluis. Meer dan vijf kilometer kon het niet schelen, dacht ik. Helaas. Ondanks mijn technische opleiding ga ik juist met dat soort sommetjes heel gemakkelijk de mist in. Tijdens mijn studie kon ik altijd rekenen als een dolle, maar had wel heel harde tekenafspraken nodig om niet in de war te raken. Dat heeft me nu ook weer genept; ongetwijfeld heb ik ergens een afstand dubbel gerekend.

Gevolg was dat ik vol goede moed vanaf mijn werk richting Scheveningen fietste. Langs het strand werd de goede moed al weer een beetje getemperd, er stond een nogal brute wind uit de verkeerde richting. Het voelde alsof ik maar de helft van mijn normale snelheid haalde. Controleren kon ik dat niet, ik rijd al anderhalf jaar zonder tellertje. Eenmaal in de duinen probeerde ik mijn snelheid een beetje af te lezen aan de tijd en de afstandbordjes langs het fietspad. Ik wilde toch wel een inschatting maken van mijn aankomsttijd. Ergens bij Monster werd ik ingehaald door een fanatieke mountainbiker. Toen hij me voorbij was daalde zijn tempo tot het mijne, hij had duidelijk last van LIS. Ik ging daarom even naast hem rijden om te vragen hoe hard we nu eigenlijk reden. Te hard om terug te praten, dat was duidelijk. Bij de volgende kruising sloeg hij af.

Het ging al flink richting vijf uur, en ik was nog niet eens bij de Nieuwe Waterweg. Ik schatte dat ik niet voor half zes op de pont zou zijn, hetgeen betekende dat ik meer dan twee uur zou hebben gedaan over zo'n dertig kilometer. De wind en de aanhanger konden dat niet verklaren; ik moest wel in heel slechte conditie zijn. Maarja, ik moest toch naar Schouwen, ik had het grootste deel van Aalke Lida's kleren in mijn aanhanger, plus het beddegoed, ik kon haar niet laten zitten. Bovendien, als ik terug zou gaan naar Delft, stond dat gelijk aan het opgeven van de poging, iets waar ik niet zo goed in ben op het moment dat ik op de fiets lig. Naar Rotterdam fietsen en de trein nemen zag ik ook niet zitten, ik had geen kaart bij, wat garant staat voor verdwalen en dus een heel late trein. Doorfietsen dus. Op de eilanden zou de wind vast wat minder zijn, langs de Nieuwe Waterweg zou ik hem ruim hebben. Ik had genoeg eten bij me om tot middernacht door te kunnen fietsen.

Bij Hoek van Holland wachtte mij twee minder prettige verrassingen. Ten eerste was het geen vijf maar tien kilometer naar de pont (had ik er echt nog maar twintig op zitten?). Ten tweede draaide de wind door de invloed van de rivier zodanig dat ik hem hoger dan dwars had. Weer kon ik geen tempo maken. Het werd donker. Gelukkig was het niet koud, en regende het ook niet. Ik rekende uit dat ik pas tegen middernacht zou arriveren. Om moedeloos van te worden. Maarja, niet opgeven voordat je in de haven bent, heb ik van oude en wijze schippers geleerd.

Rond kwart voor zes zat ik op de pont. Ik had er tweeëneenhalf uur over gedaan. Misschien was het toch iets meer dan dertig kilometer, maar meer dan vijftien gemiddeld had ik niet gereden. En dat met nog zeventig voor de boeg. Toch kreeg ik bij het oversteken van de rivier weer wat moed. Altijd als ik naar Zeeland fiets, tel ik de zeearmen af die ik oversteek: eerst de Nieuwe Waterweg, dan de Brielse Maas, vervolgens het Haringvliet en tenslotte de Grevelingen. Het zijn in de lage landen belangrijke psychologische stappen voor mij. De eerste was nu gezet, ik was nu echt weg uit de Randstad. Op naar de volgende.

In Rozenburg ging het meteen een stuk beter. Het waaide minder, of in ieder geval voelde ik dat zo. Ik realiseerde me dat ik nog voor zessen de tweede zeearm ging nemen. Het ging opeens beduidend harder dan in die vermaledijde duinen. Aan een bordje las ik dat Brielle ook een stuk minder ver was dan ik me had voorgesteld (hoewel ik dat stuk al honderd keer gefietst heb, maargoed). Bij Tinte ten zuiden van Brielle merkte ik dat het toch nog wel heel hard waaide; op de Natersedijk kwam ik niet heel snel vooruit en in het donker was het lastig om op de weg te blijven. Vooral omdat er natuurlijk regelmatig auto's met groot licht voorbij kwamen zetten. Wanneer leren die lui nou eens af om buiten de snelweg groot licht te gebruiken? Als je het bij dimlicht niet goed kunt zien, dan rij je te hard!

Hierna kwam ik gelukkig bijna geen auto's meer tegen op de polderweggetjes. Op de Haringvlietdam had ik ook weinig last van ze, omdat hun koplampen voor mij precies achter de vangrail zaten. En de wind stond dwars op de dam, dus ik had ook weer wat luwte. Ik was zeearm drie gepasseerd. Er zat serieus tempo in. Middernacht zou het niet worden. Tien uur was mijn nieuwe streeftijd. In de verte zag ik de vuurtoren van Ouddorp flitsen.

Ik ben trouwens wel heel blij dat ik deze route zo vaak rijd. Ook als ik op een vrije dag appeltaart ga eten in Zierikzee, neem ik deze route. Ik moet er niet aan denken dat ik de weg had moeten zoeken die avond. Even stilstaan om te plassen of om wat te eten was al niet leuk met deze temperatuur en wind. Laat staan als je om de tien minuten met een zaklampje op de kaart moet kijken. Gelukkig hoefde ik alleen bij Ouddorp heel even na te denken op het punt waar ik altijd even na moet denken, verder kon ik op instinct doorrijden. Op heel donkere weggetjes wist ik zelfs ongeveer wat voor bochtjes er aan zaten te komen.

Ik verliet Ouddorp, het laatste Zuid-Hollandse dorp. Nog even en ik zou de provincie verlaten. Waar ik de vuurtoren dwars had, reed ik opnieuw de duinen in, op weg naar de laatste beproeving: de Brouwersdam. Die lag natuurlijk schuin op de wind, en het is ook de langste van de tocht. Het grote voordeel van de Brouwersdam is dat het fietspad uitstekend belijnd is. In het donker vind je moeiteloos je weg; je moet alleen uitkijken voor kleine stuifduintjes die zich her en der op het pad vormen.

Zoals verwacht, was de wind niet voor de poes. Ik had mijn laagste verzet nodig. Ik vermoedde dat de zee ook wel flink tekeer aan het gaan was, maar ik kon het horen noch zien. Port Zélande kwam voorbij, ik was in de andere provincie. Even verder merkte ik dat ik vergeten was mijn bril op te zetten. Bovenwinds waren nu ook duinen, en ik werd behoorlijk gezandstraald. Ik kneep mijn ogen vrijwel dicht in de hoop dat er niks in zou komen, een lens uitdoen is geen optie onder die condities. Stoppen had geen zin, het eind van de dam was in zicht.

Doodmoe liet ik mij van het hellinkje afrollen. Ik was in Zeeland. Nog even door Renesse heen, door Haamstede en Burgh en dan zou daar een warm vakantiehuisje zijn. Tussen Renesse en Haamstede liep vroeger een weg dwars door een natuurgebied. Deze trok nogal wat sluipverkeer maar was verder volstrekt overbodig, dus een paar jaar geleden is hij weggehaald. Dat zouden ze vaker moeten doen! Door het gebied kronkelt wel een half verhard fietspad. Het leek me in het donker geen goed plan om dit pad te nemen, dan liever een suf recht pad langs de weg. Ik volgde in Renesse daarom de officiële fietsbordjes Burgh-Haamstede (nog maar vijf kilometer! en het was pas half negen). Het bleek dat het kronkelpad inmiddels de officiële route was, dus toen stond ik alsnog voor het wildrooster. Ach, een beetje rustig aan, dan zou het moeten lukken.

Het viel heel erg mee. In het donker stak het pad scherp af tegen de omgeving, en de bochtjes bleken al aardig in mijn geheugen te zitten, ookal heb ik het pad pas een keer of zes gefietst. Wat ik in die keren echter nog niet had gezien, waren reeën. Een paar keer zag ik ze op of vlak bij het pad, ze schrokken niet eens heel erg. Een paar sprongen opzij en dan vonden ze het wel weer best. Kennelijk weten ze dat fietsers het pad niet verlaten.

Om negen uur was ik er. Inmiddels hongerig en toch wel koud. Aalke Lida was er nog niet zo lang, de treinreis naar Middelburg is natuurlijk ook niet heel kort. Het was gelukkig wel warm en er was een douche en pasta. Ze wees me direct op de rekenfout die ik had gemaakt, ik was zeker twintig kilometer omgereden. Vandaar dat het niet op leek te schieten, en vandaar dat het na Rozenburg opeens zo snel ging. Nouja, weten we weer voor de volgende keer. En toen, na het eten, was er een bed.

Uitzicht vanuit het vakantiehuisje bij regen. Uitzicht vanuit het vakantiehuisje, eind van de middag. Uitzicht vanuit het vakantiehuisje, 'savonds. Uitzicht vanuit het vakantiehuisje, zon.

In de dagen op Schouwen hebben we niet veel gefietst, Aalke Lida had een beetje griep en ik was de eerste dag behoorlijk gaar van de tocht. Wel hebben we genoten van een wandeling door de prachtige duinen, van de Oosterschelde, van boeken, lekker eten en 'savonds een biertje. En van elkaar, natuurlijk. In het huisje is geen internet, geen televisie, een nauwelijks werkende radio. Een krant kopen we niet. De stilte is weldadig.


10 december 2006

Twintig minuten. Langer was het niet. Twintig minuten op mijn Hurricane trainen op het basketbalpleintje achter mijn huis en een paar fietspaden in het park vlakbij, en ik stond te trillen op mijn benen. Ik, degene die altijd roept dat fietsen pas leuk wordt als het meer dan 150 km is, degene die 'swinters voor z'n lol naar Harlingen fietst op één dag, die niet snapt dat mensen onder de zeventig de auto pakken voor een lullige veertig kilometer, die staalhard tegen fileklagers zegt dat ze maar een fiets moeten kopen als ze haast hebben, gooide na twintig minuten de handdoek in de ring. Ik had namelijk geoefend voor de indoor kartbaanraces deze winter. En daar word je moe van.

Kartbaanracen is mijn favoriete onderdeel van het wedstrijdligfietsen. Het is het spectaculairste en meest zenuwslopende onderdeel. Een typische race bestaat uit drie heats van 10 tot 15 minuten. Dat klinkt niet heel lang, maar geloof me, na vijf minuten begint het al flink afzien te worden en wou je dat het afgelopen was. Maar juist dan beginnen de eikels die willen winnen (zoals ik dus) druk uit te oefenen in de hoop dat je een fout maakt. Ze beginnen achterblijvers te lappen en rijden de bochten potdicht.

Het is erger dan een sprint die eigenlijk te lang duurt voor een sprint. Bij een gewone sprint mag je na afloop gerust een beetje sterven, de race is immers over. Bij hardlopen zie je dat heel mooi; zodra de atleten over de finish zijn lijken ze alle controle over hun lichaam te verliezen, ze vallen niet omver maar daar is ook alles mee gezegd. Maar de kartbaanrace is een lange serie van heel korte sprintjes die worden afgesloten met een kritische manouvre: het remmen voor en insturen van de bocht. Direct daarna begint het volgende sprintje. Dus eerst gooi je alle energie in dat sprintje, vervolgens mag je even geen enkel foutje maken, en dan begint het feestje opnieuw.

Gemiddeld zit er drie seconden tussen twee bochten.

Dit soort wedstrijden stellen hoge eisen aan je materiaal en aan jezelf. Vooral op het gebied van valbestendigheid. De kans dat je onderuit gaat is heel groot, zeker als je wilt winnen. Zelfs kartbaangod Jimmy Byloos ligt nog wel eens op het asfalt. Ikzelf neem vrij grote risico's en ga graag bochtengevechten aan, dus ik bereid me goed voor op schuivers. Op mijn (onder)stuur zitten korte bar-ends die mijn remhandles en enigszins mijn handen beschermen bij een schuiver. Het blijkt een goed systeem; als ik onderuit ga, raken alleen het bar-end en de achterste snelspanner de grond. Dat scheelt veel schade en vooral ook pech tijdens de wedstrijd.

Mijn lichaam bescherm ik met elleboogbeschermers, door over mijn lange koersbroek een korte hardloopbroek te trekken, en door in mijn sokken een stukje schuim boven mijn enkel te schuiven. En verder natuurlijk een helm en handschoenen. Uiteraard zijn dit niet mijn beste broeken en sokken, hiervoor reserveer ik mijn oude troep. Mijn mooie kleding draag ik wel in gewone wedstrijden. Ook mijn strakke Sidi-wedstrijdschoenen blijven thuis; in plaats daarvan doe ik extra inlegzooltjes in mijn oude schoenen. Erg belangrijk bij het sprinten.

Maargoed. vandaag dus getraind en een beetje materiaal getest. Schakelen ging vrij goed, zowel van de kant van de techniek als van mijzelf. De boel een beetje schoonhouden en fijn afstellen zou genoeg moeten zijn voor de wedstrijden. Het remmen ging niet zo goed; deels kwam dat omdat het asfalt nat en vies was, maar deels ook door de remblokjes. Ik rijd met Magura Louise op m'n voorwiel, en heb daar blokjes van een nieuw merk in gezet die met koper gecoat zijn. Ze zouden daardoor beter in het huis glijden. Helaas remmen ze minder krachtig, en vooral, ze slijten als een dolle. Ik had ze scherp afgesteld vlak voor ik ging trainen, maar aan het eind moest ik al twee keer knijpen voor de bocht! Gauw weer terug naar de vertrouwde BBB-imitatieblokjes. Ik wil lomp hard kunnen remmen, en tijdens de wedstrijd heb ik wel wat anders aan mijn hoofd dan de vraag hoever de boel is afgesleten in het vorige rondje.

Toch wil ik nog wat beter oefenterrein. De grenzen werden vanmiddag teveel bepaald door het water en de rottende blaadjes in plaats van door de wrijvingscoëfficiënt tussen rubber en asfalt. Het pleintje ligt in deze tijd van het jaar teveel in de schaduw en blijft zelfs op een dag als deze nat. Bovendien is een publiek bestaande uit de lokale alcoholici suboptimaal :) Gelukkig verloren ze na de eerste paar schuivers hun interesse.

In ieder geval moet ik nog wat meer kracht en conditie opbouwen, en wat aandacht besteden aan de instelling van mijn stuurbeugels. Die heb ik nu nog op de tourstand staan, en ik denk dat ze ietsjes voorover moeten zodat ik met wat meer gestrekte armen rijd, hetgeen de luchtweerstand iets vermindert. Het is de eerste keer dat ik specifiek train op de kartbaanwedstrijd. Ik hoop dat het resultaat oplevert, ik heb immers enig talent: vorig jaar in Breda haalde ik twee keer een tweede plek. Nog steeds scheepslengtes achter Jimmy uiteraard. Zolang hij meerijdt, is een tweede plek het hoogst haalbare.

3 december 2006

Het is zondagavond, net terug van de baantraining op de wielerbaan in Alkmaar. Ik heb een fijn fietsweekend achter de rug. Gisterochtend besloot ik na een paracetamol dat ik toch wel in staat moest zijn om naar Wageningen te fietsen voor de verjaardag van Marcel, één van mijn ligfietsmaatjes. Via de icq sprak ik Bastiaan, die er met z'n Quest vanuit Delfgauw heen zou rijden. Hij wist de weg, dus dat maakte het allemaal gemakkelijker. Bob uit Oostvoorne zou ook meerijden, eveneens met een Quest.

Dat heb ik dus geweten. In m'n eentje op een kale lage racer tegen twee banaanpiloten.

Aanvankelijk reden we voor mijn gevoel richting het zuiden en zuidoosten, de wind was meestal dwars of schuin tegen. Ik kon de heren redelijk bijhouden, als ze het niet te bont maakten en we een beetje beschut reden. Langs de Vlist onder Gouda ging het aardig, de Lek was dichtbij, en dan zouden we wind mee krijgen. Met wind mee gaan die sigaarfietsen natuurlijk ook harder, maar het verschil is in ieder geval kleiner.

In de buurt van Nieuwegein kwam eindelijk de grote rivierdijk in zicht, en de parabolen van de Lekbrug.

We passeerden een klein haventje waar ik in mijn jonge jaren nog eens met Trui gelegen had. We waren toen het schip terug aan het varen naar Rotterdam. Het was kouder en grauwer dan nu, en er stond een windkracht 10 uit het westen.

Ik ontdekte dat de wind nu weliswaar geen tien was, maar ook niet uit het westen stond. Meer uit het zuidoosten. Alweer schuin tegen dus, de beroerdste hoek voor een lage racer. Bastiaan en Bob in hun rijdende kano's daarentegen, hadden nergens last van.

Maargoed, het was dan wel doorpezen, het viel weer eens niet mee om genoeg te eten en te drinken, maar het uitzicht vanaf de dijk was prachtig: brede uiterwaarden met afwisselende begroeiing, de slingerende rivier. Een diepgrauwe lucht die al het blauwige van de schemering begon te krijgen. Binnenvaartschepen waarvan de romp nog maar weinig contrasteerde met het water, maar die door de heldere rode en groene punten van de boordlichten mijlenver te zien waren.

Tegen de tijd dat we met verlichting moesten gaan rijden, was aan de rechteroever van de rivier het silhouet zichtbaar van de Utrechtse Heuvelrug. De klimmetjes kwamen er aan, eindelijk zou ik met mijn lichte fiets in het voordeel zijn boven de zware plastieken kogelfietsen. We passeerden de historische gebouwen van Amerongen, volgden nog even de Lek, en toen kon het klimmen beginnen.

Helaas. De heren hadden mij al zo stuk gefietst, dat ik geen reserves meer had, in tegenstelling tot degenen die de hele rit gerelaxed hadden in hun luxe stroomlijnsjezen. Ik moest zelfs flink bijpoten op de hellingen. Uiteraard kozen de grondzeppelinchauffeurs structureel de rijbaan boven het fietspad, iets wat ik eigenlijk niet mag, maar het leek met toch verstandiger om bij ze in de buurt te blijven. Dat werd vrij eng bij een lange afdaling, het was inmiddels geheel donker, de afdaling was steil, er gold een maximumsnelheid van zestig, maar de auto achter mij bleef wel erg dicht in mijn wiel rijden, hoewel ik zeker harder reed dan toegestaan. Beneden ging het gelukkig weer over het fietspad en kon ik de anderen weer bijrijden.

Een paar kilometer later zaten we bij Marcel, die fijne linzensoep met tofu voor ons had. Ik ging eerst even douchen; dit bleek de eerste keer dat ik er in geslaagd was mijn fietsshirt naar ammoniak te laten stinken.


Zondagmiddag met de trein naar Alkmaar. Onderweg kwam ik Edgar tegen, die voor de verandering met zijn hoge M5 wilde rijden. Ik had een vriend uit Delft, Boi, overgehaald om het ook eens te proberen. Hij ligfietst pas deze zomer (Seiran), en had alleen als toeschouwer iets meegekregen van het wedstrijdligfietsen. Dit was een mooie gelegenheid om kennis te maken met de wielerbaan zonder meteen in een wedstrijd terecht te komen.

Op weg van het station naar de baan herinnerden mijn benen mij aan het tochtje naar Wageningen. Dat beloofde geen wereldprestaties. Maar ach, het was een training.

Uiteindelijk ging het beter dan verwacht. Na warmrijden en vooral veel eten (had nog wat in te halen) bond ik de strijd aan met mijn grootste vijand: de 22e minuut. Bij elke wedstrijd zit mijn dieptepunt in de 22e minuut, en het kost me al mijn doorzettingsvermogen om niet af te stappen. Na de 27e gaat het altijd weer goed, en na de 35e kan ik weer echt voluit. Daar moest dus op getraind worden. Mijn doel was om nu in die periode met heel hoge hartslag te rijden, en dat vol te houden tot die 'bevrijdende' 35e minuut.

Op de 18e voelde ik hem al aankomen, op de twintigste werd ik nerveus, en uitgerekend toen zaten twee mensen vrij ver naast elkaar op de baan die net iets te langzaam reden, en ik durfde niet bovenlangs en niet tussendoor. Gelukkig kwam Daniëlle toen achterop, die met beperkte subtiliteit duidelijk maakte dat men aan de kant diende te gaan, en dat schrok mij wakker uit mijn besluiteloosheid. Er werd ruimte gemaakt en ik kon er vol tegenaan. De teller op 181 slagen per minuut, en doortrappen. De 22e minuut brak aan. De teller bleef op 181. De 25e kwam eerder dan verwacht, net als de 27e. Door naar de 35e was lastiger, vooral omdat ik niet wilde zakken in hartslag. De laatste vijf minuten ging ik rondjes aftellen, ik wilde er nog 15 doen en dan afhaken. Tot mijn verbazing zakte de snelheid niet in; het leek zelfs sneller te gaan. Ook als ik mezelf door die moeilijke periode heenbeuk, blijft het patroon kennelijk bestaan. Interessant. Vaker oefenen.


Wat verder nog gebeurde: Edgar blies na de eerste paar rondjes zijn velg op met een enorme knal, hij was gelukkig net gestopt met allejezus hard rijden en kon dus rechtop blijven. Hans Wessels testte alle mogelijke configuraties van zijn fiets uit, om uiteindelijk verbijsterd uit te roepen dat de RazzFazz-stroomlijnpunt toch wel een enorm verschil maakte. Joh?

Boi reed zijn eerste rondjes héél voorzichtig, bij elke bocht ging hij van het hout af. Vervolgens rustig aan een aantal rondes onderin de baan. Langzaam harder en harder, tot hij aan het eind van de middag lekker strak en met behoorlijk tempo over de baan sjeesde. Zo'n baantraining is erg goed voor beginners, jammer dat er maar ééntje aanwezig was!

Begin volgend jaar zijn de wedstrijden. Ben benieuwd hoe het er aan toe gaat. Nu nog even mijn stroomlijnpunt repareren.


1 december 2006

Gisteren ziek geweest. Vandaag weer even naar mijn werk gefietst, ik heb normaal op vrijdag vrij, maar er moest even iets gefikst worden dat gisteren was blijven liggen. Echt optimistisch werd ik er niet van, het ging niet vooruit en voelde slecht in mijn maag en longen. Hopen dat het morgen beter wordt, dan kan ik naar Wageningen fietsen voor een verjaardag. Vooral hopen dat het zondag beter is, dan is er namelijk een wedstrijdtraining op de baan van Alkmaar. Voor een winterfietser als ik is het best een bijzondere ervaring om binnen te rijden, en niet vies te worden van het fietsen.

Vandaag ook nog even de voornaaf van Aalke Lida's Dolphin schoongemaakt en opnieuw gesmeerd en afgesteld. Loopt weer als een zonnetje. Nu m'n stroomlijnpunt nog. Die moet in januari weer helemaal online zijn. Ik ben een vreselijke deadliner, bovendien zit ik de laatste tijd 'savonds liever aan deze website te klussen of over de Waddenzee te lezen, dan dat ik met dat ding zit te prutsen. Maar toch neem ik me heilig voor om bij de eerste baanwedstrijd mét punt te rijden, zonder dat ik de nacht ervoor tot drie uur door heb gesleuteld.


27 november 2006

Mijn Hurri is weer online. Maandenlang was er telkens iets kleins stuk, en als ik dat dan repareerde ging er meteen weer iets anders kapot dat ik dan weer niet in huis had, enzovoorts. Alleen de demper moet nog vervangen worden, en dat gaat een heidense klus worden om die er uit te krijgen, maargoed.

Nog nooit zo veel op de Jester naar mijn werk geweest. Gevolg is dat mijn collega's mij echt alleen nog maar kennen gekleed in een dunne broek en dito coltrui, meer kan ik niet meenemen op die sjees.

Dus maandag meteen de gelegenheid aangegrepen om weer eens in pak te verschijnen, als je een beetje voorzichtig vouwt kun je dat gemakkelijk kwijt in een Backbone. En inderdaad, collega's vroegen zich af of ik bij de staatssecretaris langs moest...


26 november 2006

Dit weekend voor het eerst sinds lang weer naar Schouwen geweest. De oma van Aalke Lida heeft daar een vakantiehuisje, en in de herfst gaan we daar graag heen om een weekendje te wandelen, lezen en lekkere biertjes te drinken.

We fietsen van via de LF1 naar het zuiden: veerpont Rozenburg, Brielle, de Haringvlietdam, Havenhoofd naar Goedereede. Hier is een cafeetje waar we meestal een espresso met appeltaart consumeren. Prachtig dorpje, ooit een serieuze havenstad.

Daarna verlaten we de LF1 om een handiger route via Ouddorp te volgen naar de Brouwersdam. Met uitzicht over de Noordzee, en tussen de duintjes door, op de Grevelingenmeer, rijden we naar Renesse en dan uiteindelijk Burgh-Haamstede waar het huisje staat. Een fijne, afwisselende fietstocht.

We hadden geluk dit weekend. Op de heenweg draaide de wind halverwege tot we hem mee hadden. Vlak voor zonsondergang stonden we bij de AH, deden inkopen en nestelden ons in het huisje.

Zaterdag waaide de stront van de dijken. Lekker door het bos en de duinen gewandeld. Er waren nog best wat herfstkleuren te bekennen, maar de wind maakte daar op veel plekken korte metten mee.

Op zondag was de wind afgenomen, maar stond nog wel uit het zuiden. Vrijwel blauwe lucht toen we naar huis fietsten, het schoot lekker op. In Brielle koffie en heel goede appeltaart genomen. Helaas moesten we bij de brug over de Brielsche Maas op een test wachten, waardoor we uiteraard ook net de pont misten. Maar ach.