29 december. Het is best wel ver...
Deze week was de woonkamer ontruimd wegens het kerstdiner van onze woongroep. Inmiddels had ik ook de ontbrekende kaart uit de Statens Kartverk 1:400.000-set gekocht, dus ik kon het allemaal achter elkaar leggen. Met moeite. Want het is toch wel echt ver weg, die Noordkaap.
Hiernaast zie je de hele bende achter elkaar liggen. Omdat ik voor Nederland t/m Denemarken Noordzeerouteboekjes heb in plaats van gewone kaarten, heb ik er even wat oude kaarten bijgepakt om het plaatje compleet te krijgen. De kaarten zijn niet allemaal op de juiste schaal: Nederland en Schleswig-Holstein zijn te groot, Oost-Friesland is te klein weergegeven in vergelijking met Noorwegen. Gebruik dit plaatje dus niet om op te navigeren!
Het is niet alleen ver weg en past het nauwelijks in een grote woonkamer, het is ook nog eens loodzwaar. Zoals alles wat ik misschien wel mee ga slepen op reis, leg ik het op mijn nieuwe digitale keukenweegschaal. 1177 gram. Ongeveer 5% van mijn streefgewicht voor bagage, eten en drinken inbegrepen.
Het plan is dan ook om de opgebruikte kaarten naar huis te sturen. Prettig daarbij is dat het grootste gewicht in de kaarten Nederland t/m Denemarken zit, en dat is het gedeelte waarin ik nauwelijks hoef te klimmen. Zo erg is het dus allemaal niet. In een volgend liglog zal ik meer schrijven over de grammenjagerij.
23 december. Wat ik wil horen van de high-racersekte
De afgelopen jaren is er in het ligfietswereldje een groepje mensen erg vocaal over hun favoriete ligfietsformat. Nou is dat natuurlijk niets bijzonders, en er is op zich ook helemaal niks mis mee. Iedereen praat graag over zijn favoriete fiets. Discussie hierover helpt om fietsen beter te maken.
Maar wat niet helpt, is het blijven herhalen van claims waarvoor geen fatsoenlijke argumenten, laat staan ondersteunende cijfers beschikbaar zijn. En dat is wat er nu gebeurt in ligfietsland. De aanhangers van highracers blijven maar roepen dat hoge racers sneller zijn dan lage racers, en vooral dat ze beter zouden klimmen. Aanvankelijk kwam ik dit idee vooral tegen op Amerikaanse websites, maar inmiddels is het verschijnsel ook overgeslagen naar de Nederlands ligfietsmailinglijst.
Iets over de geschiedenis van hoge en lage racers: in Nederland waren in het begin de hoge racers vrij populair, bijvoorbeeld de klassieke M5 of de Challenge Cirrus. In wedstrijden werden echter al vrij snel de lagere modellen dominant, wie wilde winnen nam een lage racer. Lagere fietsen werden ook voor het dagelijkse leven populair, met name de Hurri werd veel verkocht.
Hoge ligfietsen bleven verkocht worden. Vaak aan mensen die grote afstanden willen rijden, op slecht wegdek of zelfs off-the-road. Anderen willen gewoon wat hoger in het verkeer zitten of vinden hoge fietsen comfortabel.
Allemaal uitstekende redenen om op hoge ligfietsen te rijden en om ze te produceren en verder te ontwikkelen. Maar snelheid zit er niet bij. En dat is wel wat er geclaimd wordt. Ondanks dat in wedstrijden lara's al vele jaren dominant zijn.
De reactie op dat laatste is steevast dat de wedstrijdrijders zichzelf voor de gek hebben lopen houden, dat ze aan het lara-dogma hebben vastgehouden en dat puur conservatisme ze weghoudt bij de hora.
Nou vind ik dat op zich al een rare claim voor het eigenwijze nerdvolk dat ligfietsers zijn, maar het is ook vreemd gezien het feit dat dit dogma dan ontstaan moet zijn in een tijd dat hoge ligfietsen veel verkocht werden. In die tijd was er nog weinig te krijgen op 20"-gebied: voorvorken kwamen van kinderfietsjes, en snelle banden waren er alleen in 28". En dan toch zouden de wedstrijdrijders zo collectief in het lage zijn gaan geloven dat er niet één of twee eigenwijzen met genoeg kracht in de benen waren, die de dogmatici zoek reden.
Goed, dan wil ik toch wel horen waarom hora's dan toch stiekem sneller zouden zijn. Rolweerstand zou de grote factor zijn, en het aerodynamische voordeel van lara's maar heel klein of zelfs geheel afwezig. Vreemd dat dit dan nu speelt, met een behoorlijke keus in snelle 20"-banden, in plaats van twintig jaar terug.
Niemand bestrijdt de claim dat grote wielen een lagere rolweerstand hebben dan kleinere wielen. Er is een reden dat het lara-format zich in de loop der jaren heeft gestabiliseerd op 20" voor en een groter wiel achter. Maar voor snelheid is vrijwel altijd luchtweerstand allesbepalend. Dus die claim over het beperkte voordeel van lara tegenover de hora moet wel beargumenteerd worden. Tot nog toe is dat alleen gedaan door te wijzen op het kleine verschil in frontaal oppervlak. Dit is echter alleen geldig als je met schijfwielen rijdt. Spaakwielen veroorzaken grote wervelingen waardoor ze veel meer weerstand geven dan je op grond van hun frontaal oppervlak zou verwachten. Als je wervelingen gaat veroorzaken, doe het dan dáár waar de lucht toch al volkomen turbulent is, namelijk achter de fietser.
Belangrijker nog is dat fietsen meestal buiten gedaan wordt. Wind is dan een zeer grote factor, en het waait vlak bij de grond nu eenmaal fors minder dan een meter hoger. En nee, mee- en tegenwind middelen niet uit. Check uw basisfysica.
Het uurrecord van Gert-Jan Wijers wordt wel als bewijs aangehaald. Edoch:
- n=1;
- Hij heeft het niet op een lara geprobeerd dus we kunnen niks vergelijken;
- Het was op een overdekte wielerbaan;
Hoe weinig 1 record zegt, wordt duidelijk als je bedenkt dat Chris Boardman nog steeds sneller was op zijn supermanbukfiets. Overigens vind ik records niet zo heel relevant. Een recordpoging is iets wat een enkeling een paar keer in z'n leven doet, onder zeer gecontroleerde omstandigheden met een speciaal getweakte fiets. Waar het mij om gaat zijn de omstandigheden waarin de gewone sportieve ligfietser hard wil rijden: doorsnee ligfietswedstrijden, trainingen, toertochten.
Nog vreemder wordt het als je kijkt naar het klimverhaal. Hoe snel een fiets klimt wordt bepaald door het gewicht en de efficientie van de aandrijving. Rol- en luchtweerstand zijn verwaarloosbaar bij de lage snelheden. Wat is dan het voordeel van een hora ten opzichte van een lara? Je kunt beide heel licht maken, ik zie geen reden waarom het gewichtsverschil tussen beide frames plus misschien een stukje ketting altijd groter zou moeten zijn dan het gewichtsverschil tussen een 20" wiel + vork en de grotere variant. Verschil in stabiliteit bij lage snelheden zie ik ook niet als doorslaggevende factor aangetoond, mijn ervaring met de Jester is dat je die ook bij wandelsnelheid nog als een streep omhoog krijgt. Ik geef toe dat nog toe niemand dit als argument heeft aangehaald, maargoed.
Het enige verschil dat ik zie bij klimmen, is dat je bij een lara een hand aan de grond kan zetten en dus met twee benen kan starten. Dat is geen voordeel voor de hora.
Wat ik wil horen vanuit de hora-fanaten is: hetzij cijfers die aantonen dat het verschil in luchtweerstand inderdaad beduidend kleiner is dan het verschil in rolweerstand, hetzij een geldige redenatie, bij voorkeur met cijfers, waarom andere verschillen tussen een lara en een hora de laatste sneller maken.
Enkele randvoorwaarden:
- De nadruk ligt op buiten fietsen;
- Het gaat om hora versus lara in het algemeen; dus niet de M5 CHR versus de Optima Baron ofzo;
- Het gaat om fietsen voor mensen van gemiddelde lengte (het is geen verrassing dat je voor een fietser van 2,10 m een grotere fiets bouwt);
- Technische details die op beide formats kunnen worden toegepast, tellen niet;
- Technische details die op een lara eenvoudig verbeterd zouden kunnen worden, tellen ook niet (voorbeeld: betere kettingrol).
- Het gaat echt om snelheid, dus 'het rijdt lekkerder' of 'er passen ortliebs op' tellen niet.
Zolang de horasekte deze argumenten niet kan leveren, geldt de conclusie dat de reden dat lara's de wedstrijden domineren, is dat lara's sneller zijn dan hora's.
Voor de duidelijkheid: ik heb niets tegen hora's. Het zijn vaak fraaie fietsen die allerlei praktische voordelen hebben. Belangrijker nog, hun eigenaren zijn er erg blij mee. Maar als je hard wil gaan op een open ligfiets in de polder, een beetje vooraan wilt rijden met wedstrijden en sportieve tourtochten, kies dan laag.
Voor mijn grote tocht kijk ik daarom wel naar de Fujin en niet naar de Furai. Ik wil veel kilometers op een dag maken. In de SL-variant van de Fujin zie je trouwens heel mooi dat daar een stukje laagte is opgeofferd voor gewichtswinst. De Jester heeft een diepere bocht onder de stoel en kan daardoor lager zijn, de Fujin SL is iets hoger en kan daardoor een stukje buis thuislaten. Horses for courses.
14 december. Knieblessure, klussen en reisvoorbereidingen.
Eerder al schreef ik over de knieklachten die ik bij een ongeval twaalf jaar geleden opliep. Door genoeg te trainen en in de winter een warme broek te dragen, kan ik de spieren rond mijn knie sterk genoeg houden om het beschadigde kapsel te ontlasten. Het is dus niet echt iets om mij zorgen om te maken. Ik kan er prima mee fietsen, zolang ik maar niet te weinig fiets.
Maar waar mijn knie niet tegen kan, is een klap direct op mijn knieschijf. Dan krijgt het kapsel zo genadeloos op z'n donder dat ik gelijk een paar dagen kreupel ben. En juist dat is me donderdag gebeurd. Met curling. Mijn directie vierde de kerstborrel in de Uithof, en voordat we aan de drank en het eten gingen, moest er wat op het ijs gespeeld worden. Ging allemaal goed, totdat de instructeur voordeed hoe je met een elegante instapbeweging de steen over het ijs kon schuiven. Ik meteen nadoen, en klapte met mijn slechte knie op het ijs.
Zou ik de eerste fietser zijn die geblesseerd raakte met strijkijzerlaagwerpen?
In ieder geval zat fietsen er niet in dit weekend. Uitgerekend met dit prachtige winterweer. Aan de andere kant zaten mijn fietsen ook in de lappenmand; de Hurri stond al een tijdje stil met een defect stuur; het boutje waarmee de stuurbeugel vast wordt geklemd was afgebroken. Gelukkig stak het afgebroken uiteinde nog net een klein stukje uit; met een combinatietang kon ik het er uitdraaien. Dat scheelde weer een hoop geklooi met de boormachine. Na het schoonmaken van de kettingbuizen, het opnieuw vastzetten van valbeugel, remhandel spiegel en shifter, was de fiets weer in orde.
De Jester stond stil met versleten remblokken. Op zich natuurlijk niks bijzonders, alleen kwam het wat onverwacht. Ik had er kort geleden nieuwe blokken ingezet, dure Koolstop blokken gekocht bij de Mammoet (Kemper was dicht). Ze kostten wel €25, maar zouden lang mee gaan, zo werd mij beloofd. Mooi niet dus, nog nooit heb ik zo snel een set blokken door mijn XTR's heengejast. Dat doen we dus niet meer. Volgende keer gewoon weer de vertrouwde BBB's halen bij John.
Gelukkig had ik nog een setje liggen. Eerst mijn fiets schoongemaakt, vervolgens beide plunjers in beweging gebracht. Als je bij een XTR de blokken te ver op rijdt, kan het gebeuren dat de plunjers een beetje vast komen te zitten. Die moet je dan weer gangbaar krijgen door om de beurt een plunjer tegen te houden met een schroevedraaier, en de ander te bewegen door de handle zachtjes in te knijpen. Vervolgens de BBB-blokjes er in en de rem werkte weer als vanouds.
Wat ook gerepareerd moest worden, waren mijn schoenen. Bij de val van een paar weken terug waren die beschadigd geraakt. Erg jammer, het zijn heel fijne schoenen. Ik heb echt SIDI-voeten. Gelukkig blijkt dat je de sluitingen gewoon kunt vervangen, en de rest van de schoen is onverwacht sterk, hoe fragiel het er allemaal ook uitziet.
Nou is dat vervangen van de sluitingen bepaald niet gemakkelijk. Je moet een asje van 1,5 mm dik uit het knopje zien te tikken. Dit lukte alleen met een hamer en een betonspijker. Vervolgens moet je het oude mechaniekje uit de behuizing wippen, en het nieuwe terugplaatsen. Daar is veel kracht voor nodig, terwijl je zo'n klein stukje plastic dat vast zit aan een schoen, nauwelijks vast kunt houden.
Maar het is wel gelukt. Dat betekent dat deze schoenen, die nu bijna vier jaar oud zijn, opeens weer jaren mee kunnen. Dan zijn die dure SIDI's opeens helemaal niet zo duur meer. Vooral niet als de pasvorm heel erg goed is. Ik heb dan ook besloten om voor mijn Noordkaaptocht een paar mountainbike-SIDI's te kopen. Dat extra comfort gun ik mezelf wel. En het scheelt ook weer 300 gram ten opzichte van mijn huis-tuin-en-keuken Lake's.
En daarmee ben ik weer aangeland bij de voorbereidingen van mijn tocht. Ik schreef al dat ik een nieuwe slaapzak nodig zou hebben. Wel, die is er nu. Het is een Mountain Equipment helium 400. Een lichte, waterafstotende donsslaapzak die mij precies past. Op de foto zie je hoeveel ruimte ik hiermee win, maar minstens zo spectaculair is het verschil in gewicht: van 1600 gram naar 780 gram. En hij is minstens zo warm; een beetje nachtvorst is geen probleem.
Met de nieuwe schoenen zou ik dan de eerste dikke kilo gewonnen hebben. Mijn kleding zorgvuldig uitzoeken scheelt ook zeker een halve kilo, en dan kan het grammenjagen beginnen. Ik ga komend weekend een weegschaal kopen, en dan ga ik eens beginnen aan een paklijst. Ik ben benieuwd hoe laag ik het gewicht kan krijgen.
29 november. Fietsen met Gijs.
Vorige week kreeg ik een meeltje van Gijs: zijn fiets was geleverd. Ik had beloofd om hem van Maia naar Delft te escorteren. En met het weer dat Gijs had uitgekozen voor zijn eerste ligfietstocht, was dat bepaald geen straf.
Negen uur vertrok ik, de zon stond op het punt van doorbreken. Om de hoeveelheid Rotterdam op mijn tocht te beperken en een lekker stuk langs de Oude Maas te fietsen, reed ik naar Vlaardingen, koos daar de LF 11, stapte over op de LF 12 en liet me aldus door het Rotterdamse havengebied loodsen. Er scheen een bleek zonnetje dat langzaam krachtiger werd.
Bij Hoogvliet pakte ik de rivier op. Ik was inmiddels al best een tijdje onderweg en zag dat ik de reistijd toch wat had onderschat. Aangezien ik om elf uur had afgesproken zette ik wat extra gas op de zuigers. Vlakbij Dordrecht merkte ik dat ik de dagen ervoor ziek was geweest en nog met een energietekort zat. Hoewel ik nog geen twee uur aan het fietsen was, had ik gierende honger. Drie boterhammen verder kon ik weer, maar op tijd bij Maia zijn zou krap worden.
Om elf uur was ik in Dordrecht. Nu nog de oude watertoren vinden. Ik had een idee waar ik ongeveer heen moest fietsen, maar dat bleek niet zo'n heel goed idee. Twintig minuten te laat stond ik uiteindelijk in de fietswinkel. Gelukkig waren Gijs en Hilde ook niet echt vroeg geweest, dus dat kwam mooi uit.
Gijs was al bezig zijn Pioneer te passen, die op zijn nogal forse benen moest worden afgesteld. Hij kwam wat nerveus over, opgewonden over zijn nieuwe aanwinst en de mooie fietstocht die ons te wachten stond. Klikpedalen werden direct gemonteerd, een brilspiegeltje was ook beschikbaar. Alles was klaar voor de tocht, behalve dat ik intussen koud was geworden en erg naar koffie begon te verlangen.
Nou zit er een erg gezellig koffietentje in diezelfde watertoren, dus dat kwam goed uit. Hilde, die met de auto terug zou gaan, nam net als ik een stuk appeltaart. Gijs vond dat niet nodig, want hij had nog vier boterhammen bij zich. Ik legde hem uit dat vier boterhammen niet veel is, met een lage temperatuur en 70 kilometer voor de boeg. Helaas, hij was niet te overtuigen. Gelukkig had ik nog wat reservevoer bij me, dus ik maakte me geen zorgen maar gniffelde wat bij de gedachte dat hij hiermee op de eerste rit zijn lesje wel zou leren.
En toen was het tijd om te gaan. Bij het eerste paaltje ging het al mis: Gijs onderschatte de breedte van zijn fiets en lag op de grond. Mooizo, zei ik, dan heb je dat gehad. In het begin val je toch een keer om, zeker met een nieuwe fiets. Dan kan het maar beter direct gebeuren met een slakkegangetje. De schade viel mee, even de imbus erbij om de neuspijp weer recht te zetten en de pedalen iets strakker af te stellen. Ondanks dit incidentje waren we vrij vlot Dordrecht uit.
Nu ik wat minder haast had, kon ik wat meer van de tocht over de oever genieten. Als je goed zoekt, zijn er toch ook in de Randstad fietspaden te vinden die door een fraai landschap voeren, en waarbij je ook nog eens lekker door kunt fietsen. Gijs begon zijn fiets aardig onder controle te krijgen. Er zat een lekker tempo in.
We pauzeerden bij een bocht in de rivier, gezeten op betonnen bankjes aten we onze boterhammen terwijl we de grote schepen boven het riet uit zagen steken. Gijs' boterhammen waren snel verdwenen.
Om vier uur waren we thuis. We dronken koffie, maakten van een petflesdop een steun voor de eveneens nagelnieuwe koplamp, en ondertussen ontstond een plan om die avond met een groep vrienden te gaan eten. Nasi. Gijs at drie borden en toen viel het kwartje. Ook een fiets heeft brandstof nodig, gelukkig is het tanken een heel aangename bezigheid.
28 november 2008. Testing, testing, 1, 2, 3...
De afgelopen dagen begon ik steeds meer te piekeren over het meenemen van bagage naar Het Noorden. De meeste noordkaapfietsers kamperen niet of zijn met z'n tweeën. Dat scheelt best een hoop spullen. Ik ga vooralsnog alleen maar wil wel kamperen, ten eerste omdat het leuk is, en ten tweede om minder afhankelijk te zijn van wat ik onderweg tegenkom. Zeker in Noorwegen, waar de luxe van het allemansrecht geldt, geeft een tentje en een slaapzak een hoop vrijheid.
Ik heb twee sets banaantassen tot mijn beschikking; een toptas wil ik nieuw kopen. De ene set is een Radical Medium, de andere is een iets kleinere van Singing Rock. Die tweede is in ieder geval op mijn Hurri beduidend aerodynamischer; de tassen zijn iets kleiner, iets mooier van vorm en beter tegen het lichaam aan te sjorren met een paar touwtjes naar de top van het zitje.
Maarja, ook iets kleiner dus.
Tijd om eens te kijken hoeveel ik er nu werkelijk in kwijt kan. De eerste keer dat ik naar het herfsttreffen ging, had ik genoeg aan de kleine set, en toen had ik een onhandig grote jas en dito schoenen bij me. Aan de andere kant, het was maar voor een weekend en ik had nog geen fototroep, telefoon, mp3-speler en andere meuk die ik toch echt niet thuis ga laten op mijn droomtocht. Bovendien moet ik meer eten mee kunnen nemen, en ook op slechter weer zijn voorbereid.
Tijd om eens te testen dus. Vanavond heb ik de Singing Rock-set eens volgepropt met vakantiespullen. Meteen een goede gelegenheid om een eerste kritische blik op mijn uitrusting te werpen.
Het koste niet veel moeite om in één banaantas de tent, matje, pannenset, EHBO en een regenbroek kwijt te raken. In de andere tas kon naast de slaapzak alle overige kleding gepropt worden. Hierbij heb ik het aantal kledingstukken nogal beperkt, aan de andere kant heb ik thermoshirts en dergelijke gesimuleerd met oude T-shirts. Als ik diezelfde ruimte opvul met fatsoenlijk goed, zal ik het niet koud krijgen. En tussendoor wassen gaat sowieso nodig zijn. Dit zou dus een goede benadering moeten zijn.
Naast de tassen zie je wat ik in ieder geval kwijt moet kunnen in een toptas. Het lijkt me bovendien een goed idee om een grote Tupperware-achtige bak bovenin te zetten, om gesmeerde boterhammen in te stoppen die dan handig voor het graaien liggen. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het wel moeite doen om te kunnen eten onderweg.
Goed, een grote toptas gaat dus geen luxe zijn. Zolang deze niet teveel buiten mijn schouders uitsteekt, is dat ook prima. De grote Radical is 30 liter, daar zou het toch gemakkelijk mee moeten kunnen lukken.
Toch voel ik me er nog niet helemaal bij op mijn gemak. Gezien wat ik gelezen heb over de tocht, moet ik op veel slecht weer en serieuze kou zijn voorbereid. Ik moet voor twee dagen eten mee kunnen nemen. Als ik een definitieve paklijst ga opstellen, komen er ongetwijfeld nog een heleboel zaken boven water waar ik nu niet aan gedacht heb. En ik heb er nog geen kaarten en "luxe" artikelen bij zitten, zoals een notitieblok en een boek.
Vandaar dat ik ook met een kritische blik naar mijn uitrusting wou kijken. Want daar is veel winst te boeken. Nummer 1 zou de tent zijn. Als ik die vervang door een Harry Lieben-achtig éénpersoonsbivakje, heb ik zo vijf liter en een kilo gewonnen. Dit ga ik echter vooralsnog niet doen. Met het slechte weer dat mij ongetwijfeld soms zal plagen, is het wel erg fijn om een beetje ruimte in de tent te hebben. Zeker bij wildkamperen. Je natte kleren kun je dan wat beter kwijt, je kunt nog wat lezen en schrijven en het inpakken gaat de volgende dag een stuk gemakkelijker. Het scheelt echt als je op een regendag alleen de tent en het grondzeil buiten hoeft in te pakken.
Een ander puntje is mijn slaapzak. Mijn drieseizoenen-Ajungilak is gewoon op, die moet sowieso vervangen worden. Voor deze test gebruikte ik de The North Face van Aalke Lida, een vrij kleine slaapzak met kunststof vulling. Maar eigenlijk vind ik die ook nog steeds groter dan mij lief is. Ik moet me daar echt goed in verdiepen, en niet op een paar tientjes kijken. Een andere ruimtevreter zijn schoenen. Heb ik echt een paar gewone schoenen nodig naast mijn fietsschoenen? Ik ga niet met Speedplay X rijden, dus in principe zou het zonder kunnen. Aan de andere kant is het wel fijn om een beetje normaal rond te kunnen lopen, zeker op een rustdag. En als je fietsschoenen een keer doorweekt raken, ben je wel mooi gezogen als je niks anders hebt. Tot nog toe heb ik altijd schoenen meegenomen op fietsvakantie en ben er altijd blij mee geweest.
Kleding misschien. Een geschiktere regenbroek wil ik sowieso aanschaffen, degene die ik nu heb is erg fijn voor wandelen maar niet voor fietsen, en is vrij groot in opgerolde toestand. Een nieuwe dunne buitensportbroek moet er ook komen, en nee, ik ga niet de hele tijd in fietskleding rondlopen als ik niet fiets. Een kleinere brandstoffles scheelt ook weer een halve liter pakruimte.
Het grappige is dat ik me nog niet zo goed realiseer dat ik dit geen langetermijnzaken zijn. Ik moet het de komende maanden allemaal uitzoeken en kopen wat ik nodig heb. Ik kan niet wachten op de volgende uitverkoopcyclus. De start is dichterbij dan ik denk. De komende maand moet ik echt mijn best gaan doen om te voorkomen dat ik straks de grote banaantassen tegen de noordenwind in zeul en nog steeds elke ochtend sta te proppen.
16 november 2008. Knieproblemen, een boek en wat tochtjes.
Vorig weekend had ik twee wat kortere tochten gefietst, en nam me voor dit weekend twee langere tochten te maken. Helaas slaagde ik er in om maandag op kantoor dusdanig veel trappen te lopen, dat mij knie begon te protesteren. Ik kon niet verzitten op mijn bureaustoel zonder een pijnlijk gezicht te trekken. Gelukkig is één van mijn kamergenotes een bedrijfs-EHBO'er, zij knoopte al spoedig een cold-pack om mijn knie. Je kunt trouwens bommen maken van die dingen, maar dat terzijde.
Dagje met de trein naar het werk, volgende dag heel rustig fietsen, vrijdag en zaterdag gerust. Dat gaf mij mooi de gelegenheid om flink te lezen in dit boek. Het is een reisverslag van een oud-docent van mij. Die kerel is nogal een fietsbikkel. Doet alles op de fiets. Iemand die andere vervoermiddelen alleen gebruikt als zijn heup weer eens verbouwd wordt. Die rustig tweehonderd kilometer fietst voor een bezoek aan een afstudeerder. Dat hij steevast de verkeerde lichaamshouding aanneemt op de fiets, is dan snel vergeven.
Het is erg leuk om zo'n uitgebreid verslag te lezen terwijl ik zelf ook bezig ben aan de voorbereidingen van een lange fietstocht naar het Noorden. Niet alleen is het inspirerend, het helpt me ook beter na te denken over allerlei praktische zaken, zoals eten onderweg, routeplanning en kleding.
Wouter beschrijft hoe zwaar het mentaal soms is, als hij honderden kilometers door de Zweedse bossen fietst terwijl het einddoel niet dichterbij lijkt te komen. Hoe hij bewust moet zorgen interesse in het landschap te houden en na verloop van tijd de variaties in de bossen leert zien. Daar moet ik toch ook eens over nadenken. Ik zal dan weliswaar langs de fjorden gaan, die heel wat spectaculairder en afwisselender zijn dan de Zweedse bossen. Maar hoe voorkom ik dat ik bij Trondheim al denk: "oké, en daar is dan wéér een fjord".
In ieder geval moet ik zorgen dat mijn lijf het goed aan kan. Dus vandaag het er toch maar op gewaagd. Naar Burgh-Haamstede gefietst in de hoop een zakje bolussen buit te maken, maar de bakker had alleen koffie en appeltaart voor mij. Op de terugweg kwam ik nog een man op een lara tegen die verdacht veel leek op Bram Moens. Helaas bij Brielle in de buurt ben ik onderuit gegaan op een losse tegel in het fietspad. Spiegel stuk, broek stuk, schoen zo zwaar beschadigd dat hij nauwelijks nog bruikbaar is. En dat net nadat de grote aanbiedingen bij Van Herwerden voorbij zijn. Nouja, het ging allemaal al vier jaar mee en had reeds flinke gebruikssporen.
Ondanks de pech was het een heerlijk herfsterige tocht. Bomen in herfstkleuren, het zachte licht van de schemering en indrukwekkende wolken. Ik kom er wel, daar in het Noorden.
26 oktober 2008. Een weekend afzien.
Vorige week zondag heb ik nog een ritje heen en weer naar Zierikzee gemaakt. De dijk langs de Oosterschelde is helaas nog steeds gedeeltelijk ontoegankelijk, dus om langs de Oosterschelde te fietsen moet je eigenlijk meteen via Beveland, en daar had ik tijd nog puf voor. In plaats daarvan reed ik direct via de Schouwsedijk. Concordia was dicht, maar een ander eetcafé had ook appeltaart op de kaart staan. Jammer alleen van de piratenkitsch waarvan het café vergeven was. Sinds enkele niet nader te noemen hollywoodgedrochten gaat elke havenstad met piratenromantiek aan de haal. Hebben mensen dan zo weinig historisch besef? Weten mensen niet hoe die weerzinwekkend die geschiedenis in werkelijkheid was? Om moedeloos van te worden.
Deze week voelde het fietsforenzen niet zo heel goed. Alsof ik eigenlijk te moe was om te fietsen. Ik besloot dan ook om een rustweekend in te lassen. Drie hele dagen slapen, eten, lezen, internetten, schrijven en vooral niet fietsen. Rust is de helft van je training.
Vreselijk. Ik voel dat het goed is voor mijn lijf, maar ik word er gewoon chagerijnig van. Ik verveel me, ik kan me nauwelijks concentreren. Afkickverschijnselen. Ik zal blij zijn als ik morgen weer op de fiets lig. Dit doe ik de eerste weken niet meer.
20 oktober 2008. Een fiets voor Gijs.
Gijs is een goede vriend en oud-huisgenoot van mij. We hebben samen gewoond op de Poptahof in het roemruchte "Studentenhuis Levensvreugd". Een naam die wij niet zelf hadden kunnen bedenken, maar wij kregen van een directmailingbedrijf zoveel reclame geadresseerd aan Studentenhuis Levensvreugd, dat we op een gegeven moment gecapituleerd hebben.
Inmiddels is Gijs afgestudeerd en werkt hij in Den Haag. OV die kant op is vervelend en autorijden door de spits die kant op is ronduit kut, dus hij bedacht al snel dat de fiets het juiste vervoermiddel was. Probleem was alleen dat hij nog op zijn studentenfiets reed, elke dag genietend van zadelpijn en een slag in het wiel. Gelukkig is hij een IT'er die Monsterboard kan DOS'en door er z'n CV op te zetten, dus er was wel budget regelbaar voor een nieuwe fiets. Een ligfiets, wel te verstaan.
Vrijdag gingen we daarom naar Maia om wat fietsen uit te proberen. Eerst maar eens op een Mistral, de fiets waar elke aap binnen vijf minuten op wegrijdt. Gijs was geen uitzondering, maar aangezien hij nogal fors is, keken we verder naar een fiets die wat meer bij zijn fysiek paste. Bovendien had hij een lichte voorkeur voor een onderstuur. Een Sinner Spirit werd op maat gezet voor een rondje door de polder. Ikzelf kreeg een Furai mee, de nieuwe forensenfiets van Challenge. Leuk om ook eens op een hoge fiets te rijden.
Het was erg lekker polderfietsweer, en de polder bij Dordrecht is een erg leuke fietspolder. Gijs had het duidelijk naar z'n zin. Zijn lichte voorkeur voor onderstuur veranderde in een sterke voorkeur. Het stoeltje was alleen niet geschikt voor zijn rug.
Terug bij Maia probeerde hij daarom ook nog wat stoeltjes van Nazca, en die pasten beter. Hij ging even zitten op een Nazca Pioneer. Meteen zag ik dat dit zijn fiets was. Het klopte gewoon. Gijs was die mening ook toegedaan: een kort proefritje en het pleit was beslecht. De fiets is nu in bestelling. Nog een maand, en dan zijn er drie Levensvreugders met een ligfiets. Tijd voor een huisuitje.
17 oktober 2008. De eerste vuurproef.
De eerste maand van de training voor mijn grote tocht is voorbij. Tijd om een tussenbalans op te maken. Aan de ene kant heb ik ietsjes gas terug moeten nemen. Mijn grote zwakte bij trainen is altijd dat ik geneigd ben veel te weinig rust te nemen. Na een week indolentie verbaas ik mezelf altijd weer met de snelheden die ik haal; dit is dan zuiver het resultaat van de rust die ik blijkbaar nodig had. Ook nu merkte ik dat ik meer werk moet maken van rustdagen, van uitslapen en wellicht middagdutjes na een training. Zeker na mijn griepje anderhalve week terug was het nodig om er niet al te hard tegenaan te gaan.
Edoch, vorig weekend zou ik gaan zeilen met de Condor. Vanuit Harlingen. En dat tochtje kan ik toch echt niet laten zitten. Zeker met de weersvoorspelling die uit stond.
Vrijdag zou ik gaan fietsen, woensdag was ik opeens toch nog niet zo lekker en hing ik 'snachts met mijn hoofd boven de WC. Ik zag mezelf al met een treurig gezicht naar buiten kijken door het raam van de trein naar Leeuwarden.
Maar donderdag knapte ik zowaar helemaal op, kreeg veel honger en vooral veel zin om te fietsen. 'sAvonds heb ik daarom snel de laatste spullen in mijn aanhanger gegooid en ben vroeg gaan slapen. De wekker stond om vijf uur. Ik ging er van uit dat ik er twee uur langer over zou doen dan anderhalf jaar terug. Het weer zou weliswaar prettiger zijn, maar ook met minder wind mee. Bovendien had ik een aanhanger achter mijn fiets, en dat remt behoorlijk. Dit zou de eerste vuurproef van mijn Noordkaaptraining worden.
Echt snel was ik niet die ochtend, pas om kwart over zes was ik op weg. Nog hartstikke donker, ik verwachte niet voor Bodegraven zonder licht te kunnen rijden. Maar ach, aan het stuk tot voorbij Zoetermeer mis je toch niks.
Als ik op een werkdag zo vroeg door de polder rijd, doet het me altijd weer goed als ik zie dat ik niet de enige ben. Tientallen mensen kom ik tegen, fietsend naar hun werk. Dapper zwoegend tegen de wind op degelijke Batavussen en Gazelles. Eén van de weinige Nederlandse tradities waar ik echt trots op ben. Vooral als je bedenkt dat het overgrote deel van hen prima een gemotoriseerd vervoermiddel zou kunnen betalen, maar uit sportiviteit of eenvoudig nuchterheid toch de fiets pakt.
Bij Boskoop begon het te schemeren. Om mij heen kijkend kreeg ik het vermoeden dat het een heel mooie fietsdag zou worden. De hemel kleurde rood, nevel lag op de weilanden. De tweede zonsopgang die ik zie deze maand, dacht ik en besloot dat ik dit maal alle tijd had om een foto te maken. Voorbij Zwammerdam zet ik mijn verlichting uit.
Langs de Meije krijg ik een hongerdip: veel te vroeg, normaal gesproken is het in orde wanneer ik binnen drie uur na mijn ontbijt weer met eten begonnen ben. Blijkbaar had ik de afgelopen dagen zoveel voedsel gemist dat het bord nasi binnen anderhalf uur opgestookt was. Gelukkig had ik zestien boterhammen en een doos Liga's mee. Langzaam ging het weer sneller. Ik keek op mijn horloge en probeerde te herinneren hoe laat ik hier reed bij mijn vorige tocht naar Harlingen. Tussen zeven en acht uur ben ik er, luidde mijn conservatieve conclusie.
Bij Muiden reed ik een Quest achterop; een man uit Monnickendam was op weg naar z'n broer in Hengelo. We reden samen een stukje op tot na de Hollandse Brug, alwaar hij oostwaarts ging, en ik het buitendijkse fietspad naar het noorden koos. Er stond een gunstige wind. Niet hard, maar wel uit de goede richting. En het was erg prettig weer. Ruim voor twaalven passeerde ik Lelystad, om één uur zat ik met een espresso en een stuk appeltaart op een terras in Emmeloord. Het ging goed, ik vermoedde dat ik wel eens binnen elf uur in Harlingen zou kunnen zijn.
Omdat ook pauzeren één van mijn zwakke punten is, besloot ik een tweede espresso te bestellen. Drie kwartier bleef ik zitten, voor mij een ongekende prestatie. Maar toen kon ik mijn benen echt niet meer stil houden en begon aan de laatste etappe.
In Friesland werd het uiteraard alsnog zwaar. De wind draaide ongunstig en trok aan. Opnieuw miste ik ergens een fietsbordje waardoor ik zeker twintig minuten kwijt raakte bij Koudum. Maar toen ik de weg naar Workum eenmaal gevonden had, wist ik dat het gelukt was. Binnen elf uur zou ik Harlingen bereiken. Net voorbij de haven van Workum kreeg ik een racefietser in mijn wiel, die het tot Makkum volhield. Ik moest er wel een beetje aan trekken om hem zoek te rijden, maar het gaf toch een triomfantelijk gevoel na ruim tien uur fietsen met een aanhanger.
Vijf voor vijf stond ik in de haven bij de Condor. Mooie tijd voor een ambtenaar.
5 oktober 2008. Weer geen herfsttreffen.
Ik had dit jaar echt zin om naar het herfsttreffen te gaan. Helaas werd ik een paar dagen van te voren ziek en ging het hele feest niet door. Vandaag was ik gelukkig wel weer zover dat ik een stukje kon fietsen. Omdat ik nog niet helemaal bijgegeten ben, heb ik me beperkt tot een rondje Hoek van Holland. Niet echt een uitdaging, maar gelukkig had ik een forse zuidwester om mee te knokken.
Inmiddels ben ik ook begonnen met informatie in te winnen bij de Noren zelf. De Noorse ligfietsmailinglist had dit jaar nog slechts twee meeltjes verstuurd, maar sinds ik er een paar vragen op heb gepost, is er weer leven. Wat erg grappig is, is dat meerdere Noorse ligfietsers mij adviseerden om vooral op een hoge ligfiets te gaan rijden, vanwege het drukke verkeer.
Dat noemen ze nu een cultuurverschil. Zoals Nederlanders niet kunnen bevatten hoe onwaarschijnlijk groot en leeg Noorwegen is, zo kunnen Noren zich blijkbaar niet voorstellen wat voor een stampvol gekkenhuis de Randstad is.
24 september 2008. Kort liglogje.
De werkweek begon voor mij met een cursus debattechniek. Erg nuttig voor mij. Lezers van Athlog zal het misschien verbazen, maar ik ben erg slecht in mondeling discussiëren en laat me gemakkelijk overbluffen door een drogreden. Ik heb dan ook veel kunnen leren. Nu de praktijk nog.
De cursus duurde twee dagen en werd gehouden in een hotel in Hilversum. Vorige week zat ik op mijn werk en bedacht dat ik goed moest opletten dat ik genoeg rust neem tussen de trainingen. Dat ik vooral niet door moet draaien, maar rustig op moet bouwen. Ik concludeerde dat het verstandiger was om met de trein naar de cursus te gaan.
Dat is best lastig als je mij bent en een trainingsmanie hebt. Dan moet je harde maatregelen nemen om de verleiding te weerstaan. "Mind over body, mind over body" dacht ik toen ik het intranetformulier opende om treinkaartjes te bestellen. Als ik die eenmaal heb, dan ga ik echt niet fietsen maar gewoon mijn lichaam twee dagen rust geven. Mind over body. Ik vulde begin- en eindstation in.
Lowracer over mind, dacht ik opeens en klikte het venster weg. Ik ga gewoon fietsen. Desnoods doe ik het weekend rustig aan.
Dus toch fietsen, maandagochtend vroeg. Een touristische route, ik had tijd genoeg. Genoten van een tocht door het Groene Hart. De zon zien opkomen boven benevelde weilanden. Langs de Meije en de Vecht gereden terwijl Nederland nog maar half wakker was. Om negen uur kwam ik opgefrist & omgekleed het cursuslokaal binnen, één van mijn medecursisten zag mijn helm en zei: "Je bent toch niet echt met de fiets gekomen, Walter." Nou,... "Maar dan niet vanuit Den Haag natuurlijk", zei een ander. Niet uit Den Haag nee,...
Dinsdag aan het eind van de middag stapte ik weer op de Jester. Het weer was inmiddels betrokken, het miezerde wat. Opnieuw een fijne tocht. Nadat ik me uit de spits rond Hilversum gewerkt had, vond ik snel een route waar ook op dit tijdstip vrijwel geen auto reed. Met een overwoestbare grijns op mijn gezicht reed ik door de grauwe polders. In de buurt van Zoetermeer had ik nog lang geen genoeg van het fietsen in de regen. Ik reed door richting Berkel en Rodenrijs om via het smalle paadje langs de Ackerdijkse Plassen en het Abtwoudse Bos naar huis te rijden. Een beetje prutsen op smalle paadjes in het halfduister trok me meer dan de drukke wegen langs de kassen tussen Zoetermeer en Pijnacker.
Langs de Ackerdijkse Plassen viel me op hoe goed mijn benen voelden na deze twee toch lange en vermoeiende dagen. En dat na slechts twee weken trainen. Natuurlijk, ik heb wel enige basisconditie, maar toch. Erg fijn om nu al resultaat van de trainingen te voelen. Komend weekend meer.
17 september 2008. Hoera, het is herfst!
Maandagochtend stapte ik met de Jester de deur uit, in mijn korte broek en Challengeshirtje met korte mouwen. Het voelde onverwacht fris, koud bijna. De zon was net een half uurtje op. Langs de stoep lagen de eerste bruine bladeren te ritselen in een zachte oostenwind. De herfst was begonnen.
Elk jaar wordt ik heel gelukkig van het moment waarop de zomer afscheid neemt en de herfst voorzichtig begint. De bomen zijn nog volop groen, maar toch liggen er al overal herfstbladeren. De avonden zijn al koud, maar bij een goed kampvuur kun je nog steeds met je vrienden bier drinken. De drukte en herrie van de zomer zijn voorbij, het terras wordt weer ingeruild voor de stamtafel. Er komt een nieuwe periode aan van rust. Een periode waarin de natuur vertraagt.
En een prachtige periode om te fietsen. Ik heb snel mijn ondershirt met lange mouwen opgezocht. Deze herfst zal ik meer dan ooit genieten van het fietsen in steeds kouder en regenachtiger weer. Gisteravond heb ik mij helemaal suf getrapt in een net-aan geslaagde poging om een donkerblauwe quest bij te rijden, waarvan ik dacht dat het misschien Bastiaan zou zijn. Lang geleden dat ik zo diep ben gegaan. Vandaag daarom rustig aan gedaan, ookal wilde ik perse via Hoek van Holland naar huis.
Het grappige is dat juist een duinlandschap relatief weinig verandert in de herfst. Helmgras blijft helmgras, en relatief veel duinbewonende struiken blijven groen in de winter. Ik fietste in een voor mijn doen ongehoord laag tempo van Scheveningen naar Hoek van Holland. Tot twee keer toe haalden racefietsers mij in en liet ik ze gaan.
De badplaatsen zijn stilgevallen. In de polder zijn de boeren nog één keer aan het hooien. Spreeuwen beginnen grote troepen te vormen. Voor mijn huis reed ik de stoep op, de wielen knisperden door de bladeren. Even bleef ik liggen en keek naar de lucht, alvorens m'n fiets het huis in te slepen. Het is herfst.
13 september 2008. Eerste lange training.
Het KNMI voorspelde voor vrijdag 30 mm regen. Dertig millimeter. Normaal gesproken laat ik me niet gemakkelijk afschrikken door een beetje regen, maar drie centimeter is geen 'beetje' meer. 'sOchtends keek ik naar de buienradar op mijn eeepc die ik speciaal voor deze gelegenheid naast mijn bed had gelegd. Het zag er niet jofel uit. Ik besloot mezelf tot mietje te verklaren en vrijdag niet te gaan fietsen.
Zaterdag dan. Bij het opstaan zag het weer er zonnig en rustig uit. Ik deed rustig aan, de eerste weken wil ik nog geen tochten van boven de 250 km maken, dus ik hoefde niet vroeg de deur uit. Ik had helaas forse koppijn, eigenlijk teveel om te fietsen. Mijn hoofd stond niet naar afhaken, aan het ontbijt zat ik daarom achter mijn bord pasta met een derde pil naast de gebruikelijke vitaminen- en hooikoortspil. Geen idee of het verstandig is om te trainen met paracetamol in je lijf, maar ik kan me niet herinneren ooit zoiets in de bijsluiter gelezen te hebben.
Rond half elf reed ik weg. Het weer was inmiddels wat betrokken, er stond een westenwind. In Maassluis zag ik de veerboot voor mijn neus wegvaren. Jammer, maar statistisch gezien onvermijdelijk dat dit af en toe gebeurt zolang ik niet de moeite neem om de vertrektijden uit mijn hoofd te leren.
Voorbij Brielle herinnerde ik me opeens dat dit weekend het EK roeifietsen plaatsvindt op Neeltje Jans. Omdat ik toch al niet het gevoel had dat ik zin zou krijgen in appeltaart eten in Zierikzee, vatte ik het plan op om even te gaan kijken.
Dit betekende dat ik over Renesse en Burgh-Haamstede moest fietsen, een mooie gelegenheid om te fietsen door het natuurgebied dat deze plaatsen scheidt. Met dit weer zou het daar toch niet al te druk zijn. Hopen dat het fietspad niet onbegaanbaar was geworden door de regen van gisteren.
Het viel alles mee. Af en toe een plasje ontwijken, dat was alles. Spoedig reed ik Haamstede binnen. Even twee zakjes bolussen gehaald om de gemiste appeltaart te compenseren, en dan op naar de wedstrijden.
Ik kwam op een mooi moment. Na een paar minuutjes gekletst te hebben met Dennis, ging de sprint van start. Leuk onderdeel voor als je niet veel tijd hebt om te kijken. Een groot deel van de deelnemers heb ik langs zien komen. Uiteraard ging vooral Ymte als een beest tekeer. Wat is die kerel toch sterk.
Ik begon het koud te krijgen en besloot verder te rijden. Boven Zierikzee leek het aardig te spoken. Donkere wolken waar forse regen uit kwam. De bewolking trok echter naar het westen, dus ik ging toch maar richting Zierikzee, misschien kon ik een beetje om de bui heenrijden. Mijn regenjas tevoorschijn halen zou moeite kosten, vreesde ik.
Helaas is een fors deel van het buitendijkse fietspad langs de Oosterschelde nog steeds afgesloten. Binnendijks rijden had echter ook een voordeel; de wind was in de oost komen zitten. Af en toe kwamen er kleine buitjes langs, niet genoeg om mijn regenjas aan te trekken.
De Schouwse Dijk was mooi als altijd. In sommige bochten kon ik de skyline van Zierikzee zien afsteken tegen de grauwe regenlucht. Ik vraag me af of ik in Noorwegen ook van dit soort smalle slingerweggetjes tegen ga komen.
Aangekomen bij de Brouwersdam betrapte ik mezelf op de gedachte "Hoera, tegenwind!". Dromend van regen en lofotenwind fietste ik tegen de noordooster in. Wat een verschil met afgelopen winter, ik vind afzien weer leuk.
Even voor half zeven was ik thuis. Geen slechte tijd, gezien de vrijwel continue tegenwind, twee maal op een haar na de veerboot missen, twee openstaande bruggen en de pauze op Neeltje Jans. Over een maand eens zien hoe het gaat als ik dit tweemaal per weekend doe.
9 september 2008. Rondje Hoek van Holland.
Vandaag vanuit mijn werk voor het eerst sinds lang een blokje om langs Hoek van Holland gereden. Lekker geRIS't in de duinen, tegen de wind in gebeukt langs de Nieuwe Waterweg.
September is een goede maand om te beginnen met trainen. Het is niet meer zo warm, niet meer zo druk op de fietspaden en het is nog vrij lang licht. Dat laatste is erg prettig, ik merkte in de duinen dat ik niet meer alle bochtjes kon dromen zoals twee jaar terug, toen ik hier bijna wekelijks reed. Als zometeen de dagen weer korter worden, hoop ik de route weer goed genoeg te kennen om niet bij elk slingertje in te moeten houden.
En wat was het mooi buiten! De polder was diepgroen, bijna Oost-Fries groen, vol vee en vogels. De lucht vol blauw- en grijstinten, gelaagde uitgeveegde wolken. In Midden-Delfland zag ik een gat in de bewolking, daarachter het warme lichtblauw van de avondhemel. Even dacht ik Skandinavisch licht te zien. Maar dat moet mijn fantasie geweest zijn die op hol sloeg. Alleen boven de poolcirkel is het licht zo mooi als boven de poolcirkel.
8 september 2008. Het is begonnen.
Vrijdagavond laat kwamen Aalke Lida en ik terug van een mooie zeilweek. Met zeven mensen, hoofdzakelijk ligfietsers, hadden we op het Nederlandse Wad gezeild, totdat het zulk zwaar weer werd dat we via Lauwersmeer Friesland invoeren om over de meren en kanalen terug te zeilen. De laatste dag was de enige rustige in een week waarin 6-8 Bft de norm was. We konden zowaar ons rondje afmaken en de Trui terugbrengen naar het Zuiderzeemuseum.
En daarmee was het zomerzeilseizoen afgerond. Wellicht dat ik in de herfst nog een weekend ga zeilen, en de Slag in de Rondte hoop ik ook dit jaar te varen. Maar verder staat het fietsen bovenaan.
Vanochtend op weg naar mijn werk voelde ik mijn knie weer. Even een klein beetje minder inspanning, en het verdween. Op de terugweg was er niets aan de hand. Trainen werkt nog steeds tegen de klachten. De knie gaat mijn plannetje niet dwarsbomen, daar heb ik vertrouwen in. Ook mijn conditie is niet dramatisch voor iemand die twee maanden nauwelijks gefietst heeft. Een brommerrijdende kennis heeft mij ingehaald en sprak later met Aalke Lida, die iets eerder uit Den Haag was vertrokken. Ik schijn vijftig te hebben gereden op het stuk langs de Vliet.
En daarmee zijn de voorbereidingen van mijn Noordkaaptocht begonnen. De komende maanden ga ik rustig opbouwen, steeds langere afstanden en af en toe heel hard om een beetje soepel te blijven. De eerste weken wil ik elk weekend een rondje Oosterschelde of iets dergelijks rijden. Daarna twee per weekend. Dan drie dagen achter elkaar 200 km. Rond oud&nieuw ga ik de knoop doorhakken; dan moet ik het gevoel hebben dat ik in mei sterk genoeg ga zijn om het stuk te rijden in het tempo dat mij voor ogen staat.
Enkele weken geleden heb ik bij de Bever een wegenkaart van Noorwegen gekocht, en ben af en toe de route alvast wat aan het bestuderen. Ik moet nog een echte fietskaart zien te vinden, aangezien niet alle tunnels voor fietsers toegankelijk zijn. Ik wil een mooie route langs de fjorden volgen, zoveel mogelijk over rustige wegen, niet teveel veerboten.
Behalve de veerboot naar de Lofoten. Er zijn weinig stukjes van de route waar ik zo naar uitkijk als de weg over de Lofoten en de Vesterålen. Ik heb aan den lijve ondervonden wat voor kutweer het daar kan zijn, maar dat boeit me helemaal niks. Het landschap is ijzingwekkend mooi. Een mismaakt haaiengebit dat honderden meters uit de zee omhoog steekt. Vanaf het water gezien, kun je je nauwelijks voorstellen dat er een stukje vlak land is waar een weg over loopt.
Er is nog veel dat ik uit moet zoeken. De terugweg bijvoorbeeld. Ik heb vernomen dat je in de Noorse lijnbussen meestal je fiets wel mee kunt nemen, maar hoe dat precies zit weet ik niet. Ook niet in alle treinen is ruimte voor fietsen, maar in sommige wel. Want ik heb geen tijd om terug te rijden en geen zin om het vliegtuig te nemen. Per OV door Skandinavië reizen is een ervaring op zich. Wat een uitzicht! Ik fiets niet duizenden kilometers om vervolgens dat genoegen links te laten liggen.
En verder ga ik alvast nadenken over mijn uitrusting. Wat moet er wel en niet mee? Welke spullen zijn geschikt, welke zijn aan vervanging toe? Wat zijn verstandige keuzes voor mijn fiets en fietskleding?
Gelukkig ben ik niet de eerste die gaat fietsen in Noorwegen. Binnenkort moet ik maar eens in contact zien te komen met wat mensen die mij voor zijn gegaan.
19 augustus 2008. Eindelijk weer fietsen
Door twee vlak op elkaar aansluitende vakanties heb ik erg lang niet gefietst. Tijdens de tweede, ter gelegenheid van een bruiloft in Polen, merkte ik dat mijn lijf dat niet leuk vindt: mijn knie begon pijn te doen bij het lopen. Niet heel erg, maar voor mij een duidelijk signaal.
Twaalf jaar geleden ben ik van mijn hybride gereden door een kasbezopen corpsbal in een auwto. Frontale aanrijding, ik herinner me nog dat ik ondersteboven in de lucht heb gehangen boven de auto. Uiteindelijk ben ik geland op mijn schouder en rug.
Geen aanrader. Mijn schouder is nooit meer helemaal recht geworden, en mijn knie was ook beschadigd. Met fietsen had ik er vaak last van, maar het was te doen. Toen ik door stage, afstuderen en dergelijke een jaar niet fietste, ging het de verkeerde kant op. Drie jaar lang lukte het niet om serieus te fietsen.
Ik kreeg er nu ook last van met lopen, en zelfs met zeilen als het een beetje koud was. Het werd zo erg dat ik terug moest naar de fysio, die met ingewikkelde apparaten en oefeningen de boel weer aan de praat kreeg. Ik bleek een beschadigd kapsel te hebben, dat ik echter kon ontlasten door de spieren rond mijn knieschijf te trainen.
Ik probeerde weer te fietsen. Op een geleende fiets reed ik een paar keer naar mijn werk in Den Haag. En het ging. Mijn knie was sterk genoeg geworden.
Het was een bijna euforische ervaring. Ik kon weer fietsen! Pas toen realiseerde ik me hoezeer ik eigenlijk altijd al een fietser was geweest, als klein jongetje op de crossfiets, op de middelbare school op de Gazelle en tijdens mijn studie in Den Haag op aftandse racefietsen en hybrides. Ik had er alleen nooit echt iets mee gedaan; het was altijd een ding geweest om mee van A naar B te komen.
Maar nu had ik geld om het eens grondig aan te pakken. Een vriend wees mij op de Hurricane, dagje getest, meteen besteld, en toen-ie geleverd was ben ik als een idioot gaan fietsen. Wat had ik het fietsen gemist in die drie jaar, en hoe mooi was het fietsen nu ik eindelijk een echt goede fiets had.
Sindsdien heb ik vrijwel nooit meer iets in mijn knie gevoeld. Behalve als ik bijvoorbeeld drie weken op de botter had gevaren. Dan merkte ik dat de spieren in mijn knie goed bijgehouden moeten worden om de boel te ontzien. Dus je kunt wel raden wat er na vijf weken gebeurt.
Vanochtend ben ik begonnen met het herstel. Ik doe wel wat rustig aan uiteraard, en mijn vorm is ook wel een beetje weg intussen. Maar het voelde als de eerste meters van mijn training voor de tocht naar de Noordkaap.
22 juni 2008. Cycle Vision.
Michiel en ik vonden het geen dag voor haast. Vrijdagmiddag om twee uur stond ik bij hem op de stoep in Zoetermeer. De Jester geprepareerd voor de wedstrijd. Op het laatste moment had ik er toch maar een nieuwe derailleur aan gehangen en de Speedplaykoppelingen aan m'n schoenen vervangen. 'sOchtends de staartpunt er nog even op, de nieuwe wielen op de aanhanger (oude waren gejat), en kampeerspullen er in.
We drinken een kopje koffie en gaan op weg. Michiel kent gelukkig de weg vrij goed in Zoetermeer, het doolhof dat ik altijd omzeil als een "here be lions". Via Woubrugge komen we bij de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Een vaart die ik heel goed ken, edoch alleen vanaf het water. Dit is de eerste keer dat ik er langs fiets.
Dit water brengt ons bij Amsterdam. Michiel kent de weg goed, we rijden moeiteloos naar het sportpark.
Het kampeerterrein is nog wat leeg, maar er wordt ons beloofd dat dit snel zal veranderen. We zoeken voor onszelf een plekje uit aan de rand van het grasveld met uitzicht op de buitenbaan. Tegen de tijd dat we ons avondeten op hebben, begint het kampeerterrein al aardig vol te lopen en wordt het tijd om met bekenden bij te praten.
In mijn vorige liglog schreef ik al dat de zesuurs de wedstrijd was waar ik het voor deed dit jaar. Dit wilde natuurlijk niet zeggen dat ik de andere wedstrijden ging negeren. Het is immers altijd goed om een beetje in te rijden en het wedstrijdgevoel in de benen te krijgen. Op zaterdagochtend startte ik dus gewoon in de traditionele uurstijdrit. Met het idee niet tot het gaatje te gaan.
Het is me enigszins gelukt om niet te ver te gaan. In de eindsprint wenste ik een terugslagklep in mijn slokdarm te hebben, maar dat was het dan ook. De zesuurs stond zelfs in die laatste halve minuut bovenaan mijn prioriteitenlijstje.
Mijn benen waren los, het parcours was verkend, en ik merkte toch nog een defectje aan mijn fiets op: de kettingrol was gaar, en de stroomlijn zat niet helemaal goed gemonteerd zodat de rol er tegenaan liep. Dat is ongunstig voor de snelheid. Gelukkig was een nieuwe rol op de beurs snel geregeld, en toen liep m'n fiets weer als een zonnetje.
In mijn vorige liglog kondigde ik een bijzonder onderwerp aan. Een nieuwe obsessie. Een droom waarvan het hoog tijd wordt dat ik deze wereldkundig maak. Ik wil een lange fietstocht gaan maken. Ik wil op een goede ochtend in mei Aalke Lida een kus geven, de Fuutlaan en Vinkelaan uitrijden, het spoor volgen tot de Vliet, door Den Haag langs het Malieveld naar Scheveningen en vanaf daar de kust volgen tot ik niet meer noordelijker kan.
En ja, ik neem de veerboot bij Skagen of Frederikshavn naar de overkant. En dan blijf ik de kust volgen. Tot het niet meer noordelijker kan. Ik wil naar de Noordkaap. Op mijn manier: met tentje & benzinebrander in de tassen, D-Lux 2 in de aanslag en lekker doorpezen. Blik op de horizon. Genieten van al die verschillende landschappen en mezelf helemaal leip trappen.
Ik kan nauwelijks nog aan iets anders denken.
Het zal een tocht zijn die veel voorbereiding vergt. Goed trainen, goede gezondheid. Route grondig uitzoeken. Materiaal tip-top in orde. Grammenjagen met verstand. En een heel erg goede fiets.
Op de beurs ontmoette ik de man die mij met dat laatste kan helpen: Paul van de firma Challenge. Zoals bekend rijd ik al jaren fietsen van Challenge met veel genoegen. Vooral de Jester. Als het ver moet, en zeker als er geklommen moet worden, is het een droom van een fiets. Helaas is het echt een wedstrijdfiets: duidelijk niet bedoeld om veel bagage mee te nemen of om over slechte wegen te rijden.
Vanaf het eerste moment dat ik aan de Noordkaap begon te denken, keek ik daarom met een schuin oog naar de Fujin als een hoogwaardig compromis tussen een lage racer en een vakantiefiets. En wat stond er op de Challenge-stand. Een Fujin in vakantieuitvoering. Of liever gezegd, expeditieuitvoering. Dit is serieus spul.
Ik sprak Paul aan, vertelde over mijn grootse plan en vroeg hoe licht een Fujin zou kunnen worden zonder dat-ie vóór de Noordkaap uit elkaar pleurt. "Heel licht", was het antwoord.
Oei. Het is bekend wat dat tegenwoordig betekent bij Fujins. Paul vertelde over een nieuw FEM-pakket waarmee ze de laatste zwakke plekken uit de constructies konden vissen. Over de verbeterde buizen en onderdelen van niet-Shimano merken die betrouwbaarder, lichter en goedkoper zijn dan die van de bekende merken. En dat ik niet de enige ben met het plan om op een Challenge naar de Noordkaap te fietsen.
De grote vraag waarmee Paul mij naar huis stuurde, is of ik vering wil of niet. Ik heb er echt nog geen antwoord op. Als de voorbereidingen in een verder gevorderd stadium zijn, ga ik nog eens met hem praten over hoe mijn Noordkaap-fiets er uit moet gaan zien.
Een bekend gezegde is dat je het boek waar je over praat, nooit zult schrijven. Aanvankelijk was ik een beetje bang dat dit ook voor verre fietsreizen zou gelden. Maar die angst heb ik niet meer. Het lijkt er eerder op dat het juist goed is om er over te praten; ik krijg er alleen maar meer vertrouwen in dat het mij kan lukken. Het helpt me om over zaken na te denken waar ik zelf nooit aan gedacht zou hebben. En het maakt mijn verlangen naar de tocht alleen maar sterker.
Er was dus meer dan één reden waarom de zesuurs zo belangrijk voor mij was. Als ik mijn droomtocht wil kunnen rijden, dan moet ik toch zo'n zesuurs op een pittig tempo door kunnen blazen. Het was in zekere zin een test voor mijzelf.
Eerst moest er echter nog een kleine wedstrijd gereden worden, het 25k criterium. Veel te kort voor mij, maarja. Het is toch een beetje laf om alleen dat te doen waar je goed in bent, nietwaar. Even na zessen gingen we van start. Michiel met Jan op de tandem, helaas vloog bij hen al snel de ketting er af, hetgeen ze een ronde kostte. Bastiaan met een brak hoofd in z'n kano, Eelke en Marcel op de tandem van Allert & John. David op de RazzFazz met een wieldoekje te weinig.
Het viel voor mij uiteindelijk niet tegen. Ik kon met een redelijk snel groepje meekomen. In de eindsprint moest ik ze echter allemaal laten gaan. Wellicht had ik dieper kunnen gaan, maar mijn maag deed moeilijk en opnieuw dacht ik aan de zesuurs. Die was ook op dat moment belangrijker dan de zes mensen die ik van mij weg zag rijden richting de finish.
Bastiaan moet blijkbaar vaker een brak hoofd hebben. Hij werd derde achter Ymte en Hans in de velomobielklasse.
Om half zeven ging de wekker. Het kostte verdacht weinig moeite om op te staan. Pasta koken en koffie zetten. Sportdrank aanmaken, drinkzak in de stroomlijn prutsen. Nog een vertwijfelde poging mijn darmen wat lichter te maken. En dan naar de start.
Cycle Vision zou Cycle Vision niet zijn als de belangrijkste wedstrijd op tijd zou starten. Ook nu weer stonden we bijna een kwartier te wachten tot alles gefikst en geregistreerd was. Maar wat zou het. Om 8:12 ging het los. Al voor de start was er een groepje gevormd dat in een lekker tempo zou gaan rijden, en dat klopte ook. Na de eerste ronde pakte ik de kop en reed een klein gaatje dicht naar drie mensen voor ons. En dat hielden we ruim anderhalf uur vol.
Ik genoot. Eindelijk kon ik een wedstrijd rijden zoals mijn lijf graag rijdt. Er kwam een brede grijns op mijn gezicht, ik begon flauwe grappen te maken. Al snel kreeg ik de niet te onderdrukken neiging om te gaan zingen. En die stemming werd alleen maar sterker. Jammer dat de anderen niet mee wilden zingen.
We werden gelapt door de snelle kopgroep toen de eerste twee uur bijna voorbij waren. Mijn groepje haakte bij deze snelle jongens aan. Binnen enkele rondjes kreeg ik in de gaten dat we ons kapot aan het rijden waren op deze manier. Het ging de meesten net een tikje te hard, het duurde te lang voordat de gaatjes dichtgereden werden. Het pelotonnetje veranderde in los zand.
Goed, jezelf stuk rijden doen jullie maar zonder mij, was mijn gedachte. Over vier uur zie ik wel wat er van over is. Ik liet los en pakte mijn eigen tempo.
Ik denk dat dit een heel slimme zet is geweest. Het groepje is inderdaad volledig uit elkaar gepleurd, en ik heb sommigen aan de kant zien zitten of later meermaals gelapt. Het voordeel van een groepje is belangrijk, maar bij een zesuurs gaat het er uiteindelijk toch om dat je de wedstrijd uitrijdt.
Hierdoor heb ik zo'n vier uur in m'n eentje gereden. Het boeide mij totaal niet. Mijn lijf voelde goed, ik kon een lekker tempo aanhouden. En mijn humeur leed er niet onder. Ik raakte in een euforische stemming, begon meer en harder te zingen. Eerst Franse krakers, later botterliederen. Toen het wat betrok kwamen er wat melodramatischer liederen in mij op, die ik soms keihard, dan weer zachtjes voor mijzelf zong.
Naarmate de uren vorderden, raakte ik er steeds meer van overtuigd dat ik het aankan. Ik kan naar de Noordkaap fietsen. Ik heb het fysiek, ik heb het moreel. Dit is hoe ik naar de Noordkaap ga rijden: zingend, genietend, en doorbikkelend.
Het publiek merkte mijn stemming ook op. Als ik een keertje stil langs de start reed, kreeg ik het meteen te horen: "Zingen!!".
Nu moet ik heel eerlijk zeggen dat het niet allemaal rozegeur en maneschijn was. Ik was vergeten om mijn teennagels te knippen, en hierdoor kreeg ik aardig pijn in m'n tenen. Er kwam een moment dat het me teveel werd, en omdat ik toevallig ook net dorst had, stopte ik bij één van de waterpunten, stapte af, zette een vijflitervat bronwater aan mijn mond. Dit was genoeg om mijn tenen tot kalmte te manen.
Ander puntje was mijn matje: als ik mijn staartpunt op de Jester heb zitten, gebruik ik een matje van campingmatjesschuim zodat ik iets lager zit en beter in mijn stroomlijn pas. Na een aantal rondjes begin je dat te voelen. Naar de Noordkaap zal ik een ander matje op m'n fiets hebben.
Maar er was niets dat mijn euforie kon verstoren. Ik fietste, ik fietste lekker en hard, het park zag er elk rondje toch net weer anders uit, af en toe werd ik ingehaald door een bekende of haalde ik zelf een bekende in. En het publiek liet ons niet in de steek.
Toen het vijfde uur vol was, wist ik zeker dat ik het uit kon rijden. Zeker nadat Michiel mij van een flesje water had voorzien. "Strange Colour Blue" van Madrugada drong zich op in mijn hoofd, dus ik ging het maar luidkeels zingen. Als ik toch naar Noorwegen ga fietsen, hoort Madrugada erbij.
De bel voor de laatste ronde ging. Juist toen ik bij het viaduct voorbij gestoven werd door Hans Wessels. In een roes versnelde ik, alsmaar "Noordkaap!" roepend als er even niemand in de buurt was. In het voorbijrijden bedankte ik de baanwachten. De laatste bocht keek ik in mijn spiegel en zag de snelle jongens aankomen. Die gaan mij niet nog eens lappen, besloot ik en zette een heuse sprint in.
De geblokte vlag wapperde boven mijn hoofd, ik klikte uit en gooide mijn benen de lucht in, er was nog genoeg vaart om de top van het viaduct te halen. De zes uur waren vol.
Nog steeds euforisch viel ik na het uitrijrondje in het gras, met een grote waterfles als knuffelbeer. Ik had het gesjeft, en niet eens langzaam, bleek later. Ruim 220 kilometer. Boven mij zeven lowracers en vijftien stroomlijnen.
Noordkaap.
2 juni 2008. Tussen een trage winter en een naderend Cycle Vision.
Het is al weer juni geworden. De winter is voorbij gegleden vrijwel zonder lange fietstochten, en het voorjaar nadert ook al weer het einde. De zware tochten waar ik vorige winter zo van heb genoten, zijn dit jaar niet gelukt.
Dit voorjaar zijn er gelukkig wel een aantal gezellige tochten geweest. Eind maart heb ik voor het eerst een tocht met Edward Severin gemaakt. Dat waren we al bijna een jaar van plan, afspraak na afspraak liep in het honderd door allerlei ongewenste toevalligheden. Maar uiteindelijk lukte het toch. Langs de Vliet fiets ik naar Leiden, en merk dat ik nog steeds drie kwartier moet rijden om lekker op gang te komen. Pas vlak bij Edwards huis gaat het lekker.
Ik ben lekker op stoom als ik arriveer. Edward legt me om te beginnen uit dat dit dus niet voor hem geldt, en dat er al helemaal niet op lowracertempo gereden gaat worden. Prima. We gaan fietsen voor de gezelligheid en om eens bij te kletsen.
We drinken koffie, prutsen wat aan de fietsen en gaan op weg. Na een te lange worsteling om vanuit Leiden het platteland te bereiken, kunnen we genieten van een zonnige tocht door de duinen. In ons enthousiasme om al rijdend foto's te maken, gaan we bijna onderuit met allebei een camera in de hand. Het gaat net goed.
Bij Leidschendam scheiden de wegen, Edward terug naar Leiden, ik naar Delft. Het voorjaar is begonnen.
In mei willen Jeroen en Boi eindelijk wel eens weten hoe het is om appeltaart te eten in Zierikzee. Dat belooft een mooi tochtje in Dalton-formatie te worden; Boi op de Seiran, daarvoor Jeroen op de Hurricane Tour, en ik op kop met de Jester.
Als we verzamelen bij de flat van Jeroen, is het nauwelijks nog voorjaar te noemen, eerder volzomer. Het gaat een heel warme dag worden. Hooikoorts en UV-straling liggen op de loer. Soepeltjes fietsen we naar de veerpont bij Rozenburg, aan boord beginnen Boi en Jeroen te smeren. Tot enkele jaren geleden verbrandde ik nooit. Tegenwoordig wel. Mijn leercurve in deze is echter niet zo steil, met als gevolg dat ik geduldig toekijk hoe de heren zich met de beschermende emulsie inwrijven, zonder te beseffen dat ik dat ook zou moeten doen.
Met het windje in de rug doorkruisen we de Zuid-Hollandse eilanden. Voorbij Goeree volgt er weer een smeersessie en opnieuw kijk ik toe.
Als we in Zierikzee aan de appeltaart zitten, heb ik een raar gevoel in mijn benen, maar het kwartje valt nog steeds niet. Pas als we de veerpont weer naderen, dringt het tot mij door dat ik verbrand ben. Zwaar verbrand.
We zitten die avond op het balkon van Boi's flat, één van de hoogstgelegen appartementen van Delft. Prachtig uitzicht. We eten een patatje en ander matig voer, echte plannen voor het avondeten zijn we vergeten te maken. Later nog een lekker biertje erbij. Mijn benen doen vreselijk pijn, ik wist niet dat zonnebrand zo erg kon zijn. Boi heeft gelukkig wat after-sun in huis, en een koele douche thuis verzacht ook. Wellicht heb ik nu eindelijk mijn lesje geleerd. We zullen zien.
Het weekend na pinksteren kwam er dan toch nog een wintertocht. Ik had twee dagen de tijd genomen om mee te helpen aan de hellingbeurt van de MK63, de botter waar ik deze zomer drie weken mee ga zeilen. Het schip lag in Edam op de helling, dat schatte ik op 3,5 uur fietsen.
Kwart over zes 'sochtends reed ik weg. In de zijtasjes van mijn Jester een zeer minimale hoeveelheid bagage: overall, sokken, thermoshirtje, korte fietsbroek en een paar aftandse sportschoenen. Het paste allemaal net, naast de flinke hoeveelheid brood die mee moest.
Het was een ouderwets zware tocht. Flinke NO-wind, en van Delft tot Amsterdam gestage regen. Ik deed er ruim vier uur over om Edam te bereiken. Na even zoeken vond ik de werf, een tikje beschaamd dat ik pas om half elf aan kwam zetten.
Gelukkig bleek het niet een heel verkeerd tijdstip. Toen ik aan boord klom, werd ik hartelijk welkom geheten door Peter en Robert, die net aan de koffie zaten. En ja, die kon ik ook wel gebruiken.
Na een gezellige dag aan het schip werken, besloot ik om niet heen-en-weer te gaan reizen. Ik kon aan boord overnachten, en ging die avond uit eten in de pizzeria. In m'n eentje, en in m'n overall. Behalve zeer vieze fietskleren had ik niets anders om aan te trekken. Het kon me niets schelen, en het personeel van de pizzeria gelukkig ook niet. Het was heerlijk om een avond niets anders te doen te hebben dan eten, door het dorp slenteren en van de rust te genieten. Hopelijk een voorproefje van de reis.
Helaas kon ik de volgende dag niet het hele stuk terugfietsen; mijn voorband bleek op klappen te staan. Ik was vergeten om hem tijdig om te draaien, met als gevolg dat de ketting de wang op meerdere plekken had doorgesleten. Amsterdam CS was gelukkig zonder problemen haalbaar. Het was erg moeilijk om, eenmaal op de veerpont over het IJ, de verleiding van doorfietsen te weerstaan. Verstandig zijn is soms heel vervelend.
En nu nadert Cycle Vision met rasse schreden. Er moet deze weken op snelheid getraind worden, niet meer voor de gezelligheid of de lange toertochten. Hoewel... dit jaar is er een zesuurscriterium. Zes uur! Voor mijn lijf is dat meestal een heel mooie tijd. Altijd al heb ik zes uur non-stop erg prettig gevonden voor mijn langere tochten. Wie weet, behoor ik tot het ongetwijfeld selecte gezelschap dat de zes uur vol maakt, en kracht over houdt voor een eindsprint.
Gisteren heb ik toch maar een korte, snelle training gedaan, een rondje Nieuwe Waterweg. Ik had de gebruikelijke drie kwartier nodig om mij lekker te gaan voelen op de fiets, maar daarna ging het dan ook niet verkeerd. Alles gerist wat er te rissen viel, zonder mijzelf stuk te rijden. Af en toe heerlijk in trance geraakt.
Deze week probeer ik met veel afwisseling in tempo te fietsforensen, en komend weekend een paar lange stukken rijden. Nu ik de kans heb om een lange wedstrijd te rijden, hoef ik mezelf niet in te houden voor wat betreft de lange tochten, nietwaar?
Overigens heb ik een geheim psychologisch wapen ontdekt, tijdens de tocht met Boi en Jeroen. Ik hoef mijn gedachten maar heel even af te laten dwalen naar een zeker onderwerp, en ik versnel flink zonder het zelf in de gaten te hebben. Dit onderwerp is inmiddels een aardige obsessie geworden. Ik ga er in een volgende posting meer over vertellen, maar vooralsnog hoop ik dat het onderwerp mij in de wedstrijden net zoveel flow geeft als bij het toeren.
19 februari 2008. De lange afstand, oftewel waarom ik niet naar de kartbaan ben geweest.
In mijn vorige liglog beschreef ik hoe mijn lijf nogal aan het tegensputteren was. Gelukkig begint er verandering te komen, zij het op een wat andere manier dan ik verwacht had.
De verandering begon vorig weekend, toen Trui op de helling lag. Omdat ik niet bijzonder dol ben op fietsen in Rotterdam, ga ik meestal met de trein. De werf is op vijf minuten lopen van station Blaak. Helaas reden op vrijdag vanaf een uur of tien geen treinen meer naar Rotterdam. Dat hoorde ik pas op het station, dus ik kon weer teruglopen, me omkleden, mijn werkkleding in mijn tas proppen en naar de werf hurricaneren.
Het viel niet tegen. Mijn benen protesteerden niet, het ging niet heel langzaam. In Rotterdam vond ik zelfs de bestemming zonder te verdwalen in wegopbrekingen. De terugweg ging ook soepel. Zondag was een herhaling van vrijdag, compleet met vergeefse wandeling naar station Delft Zuid. Opnieuw beviel het fietsen vrij goed.
Nu had ik het botterbestuur beloofd om maandagochtend te helpen met de tewaterlating. Puntje is alleen dat de tewaterlating rond hoogwater dient plaats te vinden. In dit geval was dat om half zeven 'sochtends. Gezien de ervaringen met de trein in de voorgaande dagen, leek het me verstandig om te gaan fietsen. Als het dan mis zou gaan, was tenminste de schipper aanwezig, en zou het gemakkelijker zijn om iets te improviseren.
Maandagochtend begon voor mij om kwart voor vijf. Ik nam voor het eerst sinds lang weer een echt ik-ga-fietsenontbijt, couscous met chilisaus. Even na half zes lag ik op de fiets met in mijn tas buitensportkleding waarmee ik ook nog wel op mijn werk kon verschijnen. Om kwart over zes was ik op de werf.
Het was goed gegaan met de trein, Jelle, Martijn en Stefan waren reeds aanwezig. Om half zeven deden we een snel bakkie met de mannen van de werf, en toen ging de Trui weer te water. Half acht lag ze afgemeerd, kwart voor acht was ik al weer onderweg. Om tien over negen zat ik achter mijn bureau met een kop koffie en een draaiende computer. Ik had een schip tewatergelaten en vijftig kilometer gefietst.
Maar waar het hier nu om gaat, is dat ik me onderweg van Rotterdam naar Den Haag steeds beter begon te voelen. Na drie kwartier fietsen begon mijn lijf echt op gang te komen. De lange afstand, daar lijkt mijn fietsconditie terug te keren.
Ik werd er heel optimistisch van. Zouden de lange wintertochten er toch nog in zitten dit jaar?
Afgelopen weekend was de ideale gelegenheid. Wiebe vierde zijn housewarming in Eindhoven, en het beloofde prachtig winterweer te worden. Naar Eindhoven is een mooi stuk om te fietsen, bovendien kon ik bij Wiebe overnachten zodat ik ook terug zou kunnen fietsen. Mocht het tegenvallen, dan kon ik in Dordrecht, Breda of desnoods Tilburg de trein nemen.
Het betekende alleen wel dat ik dit jaar niet naar de kartbaanrace kon. Vier jaar achtereen heb ik veel plezier gehad bij die race. Maar nu stond ik voor de keuze: of een leuke wedstrijd waarbij ik vermoedelijk zeer matig zou presteren en misschien geblesseerd zou raken, of het begin van herstel aangrijpen.
Het werd dus Eindhoven. Aalke Lida en ik hadden éénmaal eerder dit stuk gefietst, en op basis daarvan schatte ik dat het ongeveer zes uur fietsen zou zijn op een kale Jester. Enig zoeken meegerekend zou ik voor het donker binnen zijn bij vertrek om elf uur.
De grote uitdaging bij een toch naar het zuiden is altijd om langs Rotterdam te komen. De ervaring van de tocht met AL hielp me hierbij. Ik reed naar Vlaardingen en pikte daar de LF11 op. Na enkele kilometers loopt deze gelijk op met de LF12, die door de Beneluxtunnel naar Pernis leidt en vervolgens het havengebied doorkruist tot hij bij Hoogvliet bij de Oude Maas uitkomt. Dit stuk is vrij goed bewegwijzerd.
Hierna volgde ik het fietspad langs de Oude Maas tot Dordrecht. Er stond een oostenwind die af en toe vrij sterk was. Gelukkig was het "driekwartiereffect" weer opgetreden. Voordat ik bij de rivier was, was ik op gang gekomen, waren mijn benen warm gedraaid en genoot ik met volle teugen van het fietsen in de winterzon.
Bij Dordrecht nam ik de brug en koerste naar het zuiden tot ik de LF12 weer tegenkwam. Na een nutteloze maar prettige omweg door de weilanden kwamen de Moerdijkbruggen in zicht. Ik was tweeëneenhalf uur onderweg en ik had het Hollandsch Diep onder mijn wielen. Een week geleden had ik dat niet durven dromen.
Een tweede prettige gewaarwording was honger. Echte, gierende fietshonger. Mijn maag voelde weer als de vertrouwde loeiende verbrandingsoven die elk organisch molecuul verteert voordat het de bodem raakt. Het tweede mechaniek van de fietsmachine was weer op gang.
Na een beetje kaartlezen, boterhammen eten en een telefoontje met Aalke Lida, koos ik de vervolgroute langs Lage & Hoge Zwaluwe richting Oosterhout. Dit leek me de beste plek om het kanaal richting Eindhoven op te pikken. In Oosterhout dreigde ik te verdwalen, maar vond een bordje Dongen. Dongen is een kleiner dorp aan datzelfde kanaal, daar moest het zelfs gemakkelijker zijn het kanaal te vinden.
Het fietspad langs het kanaal is rustig, kent weinig onderbrekingen en is meestal van redelijke kwaliteit. Je moet af en toe naar de andere kant van het kanaal, maar verder is het een bijna ideale route voor een lage racer. Behalve in Tilburg zelf gaat het langs bossen, akkers en kleine dorpjes. Om de zoveel kilometer is er een sluis waarbij het kanaal twee meter omhoog getild wordt. Een prachtig uitzicht in de middagzon.
Even voorbij Tilburg begon ik honger te krijgen, en mijn brood was op. Ik zocht naar de repen die altijd wel ergens in mijn tasjes wonen, maar helaas. Geen repen. Het was lang geleden dat ik acht dik belegde boterhammen tijdens een fietstocht verslond. Maar nu greep ik toch mooi mis. Ik overwoog om naar het dichtstbijzijnde dorp te rijden om daar een winkel te zoeken. Veel grote plaatsjes zag ik echter niet op de kaart, en zover was Eindhoven nou ook weer niet. Ik had ook nog wat sportdrank, dus een echte hongerklop zou ik niet direct krijgen. Ik trok daarom mijn trui onder mijn fietsshirt aan om energieverlies te beperken, en ging verder. Ietsjes rustiger, dat wel.
Aanvankelijk was ik van plan om het kanaal te volgen tot ik midden in Eindhoven zou staan, maar op de kaart zag ik dat er vanaf Oirschot een lange rechte weg door bos en heide direct naar het centrum leidde. Gezien de beperkte energievoorraad leek het me bijzonder zinvol deze route te kiezen.
Het was niet alleen een efficiënte route, het was ook een mooie route. Kaarsrecht, maar groen, net als de weg langs het kanaal.
In een oranje avondzon arriveer ik in Eindhoven. In het centrum ben ik even aan het klungelen, maar zodra ik het station gevonden heb, kost het me weinig moeite de nieuwe woning van Wiebe te vinden. Ik heb er zes uur en een kwartier over gedaan.
Op Wiebes feestje zijn twee soorten mensen aanwezig. Zijn oude vrienden uit Delft, en zijn overwegend buitenlandse collega's van de TUE. De eerste groep is wel wat gewend, veel van hen zijn zelf ligfietsers. Maar de tweede groep was volledig geshockeerd. Dat iemand vanuit Delft naar Eindhoven zou fietsen terwijl er ook treinen rijden, ging er niet in. Hoe vaak ik ook uitlegde dat fietsen een fijne sport is, dat het erg lekker weer was en een mooie route, ze konden het niet begrijpen. Hun vraag wat ik dan al die tijd deed op de fiets tegen de verveling, sloeg mij daarentegen weer met stomheid.
Die nacht sliep ik als een blok. Het bier en de wijn zullen meegeholpen hebben, maar toch denk ik dat het vooral de tocht was die het derde onderdeel van de fietsmachine weer aan de praat had gebracht: het diepe slapen. Ik werd ontspannen en uitgerust wakker. Na een ontbijt van een compleet stokbrood werd ik door Wiebe goed voorzien van proviand. Ik nam afscheid, aanvaardde de terugreis. Mijn benen gaven te kennen dat ze wel iets gedaan hadden de dag ervoor, maar dramatisch was het niet. Opnieuw kom ik na een uur op gang, en gaat het vanaf dat moment steeds soepeler.
De laatste anderhalf uur begin ik wel echt moe te worden. Veel langer dan dit had de tocht niet moeten zijn. Maar elke dorpje dat ik passeer, elke rivier die ik kruis en elke racefietser die ik inhaal voelt als een overwinning op mijzelf, als een volgende trede vanuit het dal waar ik deze winter in zat.
2 februari 2008. het onwillige lijf.
Mijn enthousiasme voor de lage racer is onlangs opgepikt door Ligfietsplaza. Erg leuk natuurlijk. Aan mijn enthousiasme zit echter ook een keerzijde. Een lara is een prachtig vervoersmiddel, maar er wordt geen motor bijgeleverd. Zoals elke fiets moet je hem zelf aandrijven.
En daar schort het toch wat aan de laatste maanden. De motor wil niet zo. Het wil maar niet lukken om de machine van veel fietsen, veel eten en diep slapen op gang te brengen.
Zondag reed ik naar Zeeland voor een paar daagjes Schouwen. Goed, er stond een vijf-zes uit de verkeerde hoek, ik had een volgepakte aanhanger achter mijn fiets. Ik zou niet mogen verwachten dat het net zo snel zou gaan als die keer in oktober, met goed weer een een kale fiets. Maar het ging nu wel heel beroerd. De snelheid leek laag, en mijn lijf protesteerde. Het 'duursportgevoel' kwam maar niet, zelfs niet toen ik na een paar uur op de Brouwersdam reed. Het was gewoon afzien en verder niks dan dat.
Bij aankomst keek ik op mijn horloge. Ik had er drie uur en veertig minuten over gedaan. Eigenlijk helemaal geen slechte tijd. Mijn record uit oktober was 2,5 uur. Zonder aanhanger. Zonder windkracht vijf tegen. Mét warm weer en geluk bij de veerboot. Maar als het dan, achteraf gezien, best snel gaat allemaal, waarom voelt het dan toch zo beroerd?
Enkele dagen later maakte ik een klein rondje Oosterschelde: Stormvloedkering over, door Noord-Beveland naar de Zeelandbrug, en dan terug naar Burgh-Haamstede. Opnieuw had ik het gevoel dat het niet opschoot, voelden mijn benen slap, en lukte het niet om in de trance te komen die ik normaal moeiteloos opwek door met de Jester in een straf tempo over een lang fietspad te rijden. Eigenlijk was het geen leuke tocht.
Terug in het vakantiehuisje was ik moe en zat met het gevoel dat ik er niks van gebakken had. Maar opnieuw leerde ruwe vergelijkingen met eerdere tochten mij dat het helemaal niet langzaam was gegaan. Alleen de euforie ontbrak, het gevoel snel te gaan en misschien nog sneller te kunnen. Het leek wel of de 'happy drugs' het niet meer deden.
Ik kan er nog steeds niet mijn vinger op leggen waar het nou mis gaat. De spijsvertering werkt niet mee, dat is me in ieder geval wel duidelijk. Eten gaat niet gemakkelijk genoeg naar binnen, en slechts met de grootste moeite weer naar buiten. Na de tocht zondag zat ik dagenlang met een opgezwollen buik. Misschien iets aan mijn dieet doen, of mijn af en toe uit de hand lopende koffieconsumptie inperken.
Mijn nachtrust is ook niet zoals hij wezen moet. Het valt me vaak niet mee om in slaap te vallen, slaap vaak onrustig en wordt regelmatig om zes uur 'sochtends wakker, midden in de winter! De laatste weken probeer ik wat regelmatiger naar bed te gaan, en het laatste halfuurtje van de avond door te brengen op de bank, zonder boek of iets anders, alleen een mooie plaat op de platenspeler. Het lijkt iets te helpen.
Zoals ik al schreef, de fietsmotor is een machine die moet draaien in een cyclus van veel fietsen, veel eten en diep slapen. Hapert één van die drie, dan gaan de andere twee ook sputteren. Je moet ze dan alle drie zien te verzorgen tot het geheel weer goed gaat werken.
Ik ga maar eens een paar boterhammen eten. Lijkt me een goed begin.
23 januari 2008. klein liglogje.
De eerste weken van het jaar heb ik vooral gehurricaneerd. Naar mijn werk is dat erg prettig, omdat het in deze tijd van het jaar wel handig is om wat dikkere kleren mee te kunnen nemen. In de kleine lowracertasjes van de Jester schiet dat niet zo op. Enige ijdelheid is mij bovendien niet vreemd, ik vind het toch wel leuk om eens wat andere kleren te kunnen dragen dan een dunne broek, een dunne coltrui en altijd diezelfde schoenen uit mijn bureaula.
Maar vandaag had ik een reden om toch weer een keertje met de Jester naar Den Haag te rijden. Al een tijdje waren de remmen sponzig, en ze werkten steeds asymmetrischer: in feite deed bij elke rem slechts één cilinder het werk. Dat is slecht voor je remmen, je verslijt veelteveel blokjes, en de boel loopt bij een beetje regen flink aan.
Hydraulische remmen, daar durf ik zelf nog steeds niet zo aan te sleutelen. Dat laat ik lekker aan Sjon-van-Kemper-Fietsen over. Vanochtend bracht ik de fiets dus daarheen, kreeg een leenfietsje mee om naar kantoor te rijden en 'smiddags was het alweer gefikst.
Altijd als John naar mijn fiets gekeken heeft, rijdt het ding weer heel erg goed. Wat hij er nou precies mee doet is me nog steeds niet duidelijk, laten ik het maar 'vakmanschap' noemen.
Vandaag ook weer. Toen ik vanmiddag naar huis reed, bedacht ik voor de zoveelste keer hoe geweldig het toch is om op een lage racer te kunnen fietsen. Elke keer dat ik, na een tijdje op andere fietsen gereden te hebben, weer op de Jester stap, is het een aangename verrassing. Wat een fantastische fiets.
Aangenaam verrast was ik ook door het nieuws dat Hugo Schuitemaker ook een lage racer heeft. Via marktplaats heeft hij voor weinig geld een derdehands Zephyr gekocht. Enig kluswerk was noodzakelijk, maar hij had de fiets snel aan de praat. Hugo kennende, zal hij het wel redelijk profi aangepakt hebben. Binnenkort gaan we samen eens een rondje fietsen.
Het beste aan dit nieuws is natuurlijk dat ik niet meer de enige botterschipper op de ligfiets ben. Het lijkt me daarom tijd voor een nieuwe, hupseflupse, té hippe Hugemeister & V/ Hubba Hubba Hubba-remix van de botterklassieker Onze Motorkruiser:
Wij houden van onze lage racer
Wij vinden onze lage racer cool
Wij houden van onze lage racer
Wij vinden onze lage racer gaaf
Wij houden van onze lage racer
Wij vinden onze lage racer mooi
Wij houden van onze lage racer
Wij vinden onze lage racer geil