5 december 2009. Fietsen in Noorwegen
Alweer iets over fietsen in Noorwegen? Wordt het niet eens tijd om verder te gaan met je leven en nieuwe fietsavonturen te beleven? Op zich natuurlijk wel, maar ik heb een paar heel goede redenen om toch even over Noorwegen te schrijven.
Ten eerste is, met dank aan Bastiaan mijn reisverlag online. Het was al in verkorte vorm verschenen in de Ligfiets&, maar nu compleet en tweetalig te downloaden.
Maar er is nog een ander reisverslag waar ik graag op wil wijzen. Tijdens de voorbereidingen van de tocht heb ik vele reisverslagen van anderen gelezen. Daar heb ik veel van geleerd, en ze hebben mij nog meer geïnspireerd. Er was er één die voor mij langzaam maar zeker de norm werd voor hoe ik wilde fietsen in Noorwegen. Twee mensen op hybrides die lange dagen maken, een zware col eerder opzoeken dan ontwijken en niet bang zijn van een beetje regen. Een prachtig verhaal met mooie foto's.
Hun reisverslag heb ik meerdere keren gelezen en heb het als richtsnoer gebruikt voor een groot deel van mijn routeplanning. Inmiddels heb ik ze gemaild om ze te bedanken, en heb een leuke reactie ontvangen. Lees dat reisverslag!
3 november 2009. Noordkaaproute en foto's
De vraag die mij het meest gesteld is over mijn Noordkaaptocht, is hoeveel kilometer ik nu in totaal gefietst heb. Nou wil het geval dat mijn fietscomputer in Den Helder een totaalafstand van 15 km aangaf. In de dagen daarna heb ik geprobeerd om op z'n minst dagafstanden af te lezen, maar dat was kansloos. En langs het Porsangerfjorden hield het ding er helemaal mee op, toen kon ik hem zelfs niet meer als snelheidsmeter gebruiken.
Nu heb ik in Noorwegen elke dag de route uit de kaart ingetekend en de afstanden afgelezen. Dit gaf een aardige indicatie, maar echt nauwkeurig is het natuurlijk niet. Dus ik nam me voor om na thuiskomst alles in Googlemaps te zetten. Dan zou ik eindelijk weten hoeveel kilometer ik nu gedaan had.
Dat was uiteraard gemakkelijker gezegd dan gedaan, bij tijd en wijle echt monnikenwerk. Net als fietscomputers heeft ook Googlemaps zo z'n nukken, is duidelijk niet geoptimaliseerd voor fietsers. Veerponten of bruggen vormen soms onoverkomelijke hindernissen, en sommige veerponten worden doodleuk als fietskilometers gerekend. Gevolg is dat het onmogelijk bleek om de route in één keer in de kaart te zetten. Ik heb het daarom per dag gedaan, en soms moest die dag zelfs uit meerdere delen bestaan. Het is dus een enorme rij links geworden, die je onderaan deze post vindt.
Maargoed, dan komen we dus bij het antwoord op de vraag: hoeveel kilometer was het? Wel, zonder de stukjes fietsen die in de terugreis zaten, zonder de ritjes tussen camping en supermarkt, wellicht zonder een ommetje dat ik vergeten ben en na aftrek van de 28 veerboten, kom ik op 4625 km. In 33 dagen, waarvan ik er een kleine 29 echt gefietst heb. 160 per dag dus. De eerste paar weken heb ik wat harder gefietst, vanaf de Lofoten ben ik het rustiger aan gaan doen. Daar had ik tijd zat voor. Ik ben blij dat ik nu een aardig zich heb op wat ik bij zo'n tocht van mezelf kan eisen zonder uitgeput te raken, en zonder op te houden met genieten.
Aangezien het reisverhaal vorige week in de Ligfiets& is verschenen, wordt het ook wel eens tijd om de foto's breder te verspreiden. Ze staan op de server van Bastiaan. De albums hebben mogelijkheden tot commentaar en rating van de foto's, voel je vrij daar gebruik van te maken!
Goed, tenslotte dan de links naar de route:
- Dag 1
- Dag 2
- Dag 3
- Dag 4
- Dag 5, deel 1
- Dag 5, deel 2
- Dag 6
- Dag 7
- Dag 8
- Dag 10
- Dag 11
- Dag 12, deel 1
- Dag 12, deel 2
- Dag 12, deel 3
- Dag 13
- Dag 14
- Dag 15
- Dag 17
- Dag 18
- Dag 20, deel 1
- Dag 20, deel 2
- Dag 21
- Dag 22
- Dag 23
- Dag 24
- Dag 25
- Dag 26
- Dag 27, deel 1
- Dag 27, deel 2
- Dag 28
- Dag 29
- Dag 30
- Dag 31
- Dag 32
- Dag 33
1 november 2009. Niet geplaatste brief aan Vrij Nederland
Een paar weken geleden schreef Auke Kok een column in Vrij Nederland waar ik mij nogal aan geërgerd heb. Ik schreef een reactie, die helaas niet geplaatst is. Dus dan maar op liglog.
'Moderne technologie verziekt de sport', is de teneur in de column van Auke Kok over het oortjesverbod bij wielrennen. Niet voor de eerste keer. Geklaag over innovatie is een vast onderdeel van elke sportuitgave, elk sportprogramma en elk borreltafelgesprek. Dit moet maar eens afgelopen zijn. Geklaag over innovatie in de sport is namelijk dom, naief en asociaal.
Dom is het omdat ál het materiaal dat in de sport gebruikt wordt, het resultaat is van vele decennia, en soms zelfs eeuwen van innovatie. Denken de klagers nu echt dat de schaatsen die er vóór de klapschaats waren, uit de lucht zijn komen vallen? Dat de fiets waar Eddy Merckx ooit zijn wedstrijden op won, toendertijd niet het nieuwste van het nieuwste was? Schaatsen zijn begonnen als geslepen botten, niet als stalen noren. De fietsen in de Tour hadden echt niet altijd al derailleurs en klikpedalen.
Naief is het om te denken dat het verbieden van nieuwe technologieën voorkomt dat het materiaal een grote rol speelt. De ingenieurs verzinnen altijd wel iets dat netjes door de mazen van het reglement glipt. Fietsen mogen niet aerodynamischer gemaakt worden, dus stoppen ze loeidure keramische kogeltjes in de lagers voor een beetje winst. Als fietsen een minimumgewicht hebben, maken ze de frames zwaarder zodat de wielen lichter kunnen worden. Als aerostrips op schaatspakken niet meer mogen, gaan ze wel de stof anders weven voor een vergelijkbaar effect. Het materiaal zal altijd beter worden. Je kunt dat niet tegenhouden, hoogop een beetje sturen. Het enige dat je met regels kunt voorkomen, is dat iemand met weinig budget maar een geniaal idee een spectaculair resultaat boekt.
Maar het ergste van alles is dat de klagers voorbij gaan aan de grote zegeningen die voortkomen uit de innovatie. Topsport is een laboratorium waarin continu nieuw en beter materiaal ontwikkeld wordt. En van die innovatie profiteren de vele miljoenen amateursporters. Dankzij de grote innovatiedruk in de topsport kan nu iedereen op prachtige schaatsen rijden in plaats van geslepen botten. Dankzij de innovatie heeft elke hardloper nu goede schoenen, rijdt elke wielrenner op een fantastisch efficiënte, betrouwbare en lichte fiets rond. Ikzelf heb dit voorjaar in mijn eentje naar de Noordkaap kunnen fietsen, een droomtocht die onmogelijk zou zijn geweest zonder die prachtige moderne technologie. Op een ligfiets trouwens, ooit door de UCI verboden omdat hij zo goed werkte.
Ook anderen profiteren ervan. We hebben niet voor niets tegenwoordig van die fijne ademende regenjassen, en een stadsfiets zou echt geen 21 versnellingen hebben gehad als de wielerbonzen ooit de derailleur verboden hadden omdat "echte klimmers die niet nodig hebben". En ja, ook de oortjes zijn nuttig voor de gewone sporter. Denk maar eens hoe nuttig die dingen kunnen zijn voor een sportinstructeur als hij een groep mensen begeleidt bij mountainbiken, kanoën of klimmen.
Echt kwaad hierover werd ik bij de discussie rond de zwempakken. Beseffen die lui bij hun geneuzel over de zuiverheid van de sport wel wat zo'n pak kan betekenen voor een amateur? Dat een zwemmer op leeftijd met zo'n pak misschien nog een paar jaar langer zijn sport kan beoefenen? Voor mij is die zwemmer die pas met 72 jaar hoeft op te houden in plaats van op z'n 68ste, heel wat belangrijker dan de vergelijkbaarheid van een paar records.
En daarom vind ik het zo asociaal. Het geklaag gaat altijd over wat er op TV te zien is, en niet over de sportbeleving van de mensen die daadwerkelijk sporten. Altijd over een romantische herinnering aan prestaties van anderen in een grijs verleden. Nooit over hoe sporters nu genieten van hun sport, zowel de prof die midden in het innovatieproces zit als de amateur die de vruchten ervan plukt. Nooit over hoe opwindend die nieuwe technologie an sich is. Wat de commentator graag op TV ziet, is blijkbaar het belangrijkste. De oude man die dankzij z'n nieuwe koolstof fiets tóch nog een keer Luik-Bastenaken-Luik kan rijden, de klimster die via het oortje de cruciale tip doorkrijgt waarmee ze die moeilijke rots eindelijk weet te beklimmen, die tellen kennelijk niet mee.
Het wordt hoog tijd dat we erkennen dat het bij elke sport gaat om de beste combinatie van mens, training en materiaal. En dat beter materiaal leidt tot een betere sportbeleving voor iedere sporter. Leve de sport, leve het materiaal!
26 oktober 2009. Nog geen goed nieuws.
Vandaag voor het eerst weer op de fiets naar mijn werk geweest. Gisteren had ik vrijwel geen last meer van mijn rug, dus ik was optimistisch en had erg veel zin om weer te fietsforenzen. Ik was benieuwd hoe het hurricaneren mij zou vergaan, sinds het begin van mijn Noordkaapproject had ik alleen nog maar op de Jester en later de FujinSL getraind.
Helaas heb ik vannacht verkeerd in mijn bed gelegen, en vanochtend was het daarom weer helemaal mis. Met pijn en moeite, letterlijk, kreeg ik mijn fietskleren aan. De eerste paar honderd meter had ik moeite om rechtop te blijven, ik was de Hurri toch wat ontwend en mijn linkerarm werkte bepaald niet mee. Bij elk stoplicht waar ik wat langer moest wachten, klikte ik uit en deed wat korte oefeningen. Maar ik kwam in Den Haag. Douchen en omkleden was een drama, mijn collega moest me uiteindelijk in m'n jasje helpen :-S
Ik heb nog wel enigszins kunnen werken en ben ook weer op de fiets thuisgekomen. Woensdagochtend zit ik bij de fysio. Hopen dat het niet te ernstig is en hij er wat aan kan doen. Het is wel heel jammer, is het eindelijk lekker herfst, kan ik nauwelijks fietsen.
23 oktober 2009. Een niet zo geslaagde fietstocht.
Vorige week vrijdag promoveerde Gert, en vierde meteen maar z'n verjaardag en housewarming. Een mooi excuus om een fietstochtje naar Enschede te maken. Het beloofde lekker herfsterig weer te worden, ik verheugde me echt op de eerste lange fietstocht sinds de zomer. Via het ligfietskletskanaal sprak ik Arvid die wel zin had in een fietstochtje. Plan werd dat we elkaar in Deventer zouden ontmoeten zodat hij me door het Twentse land naar de universiteit kon gidsen.
Half negen ging ik de deur uit. Het weer was heftiger dan verwacht. Ik moest mijn regenjas aantrekken, de wind stond met noord meestal tussen dwars en schuin tegen. En de wind was hard.
Ideaal fietsweer dus, maar mijn lijf dacht daar anders over. Ik deed er bijna 2,5 uur over om Utrecht te bereiken. Daarna leek het aanvankelijk beter te gaan, maar ergens in de buurt van Amersfoort kreeg ik last van mijn rug. Dit werd al snel zo erg dat ik niet meer mijn hoofd rechtop kon houden. Ik moest me iets omlaag laten glijden, zodat ik mijn helm tegen de toptas aan kon zetten. Zo had ik een beetje neksteun.
Wel een neksteun met bandjes die in mijn vlees sneden. Mijn hoofd kon ik niet meer goed draaien, ik kon alleen nog mijn ogen bewegen. Nu weet ik hoe Sam Whittingham zich voelt in z'n Varna. Gelukkig hoeft hij niet om zich heen te kijken of er geen auwto's aankomen.
Hiermee begon ik aardig krap in de tijd te zitten. Arvid en ik hadden om 14:00 afgesproken op de brug bij Deventer, maar dat ging ik alvast niet meer halen. We hadden contact via telefoon en SMS. Om 14:15 kwamen wel elkaar tegen bij een bushokje. Ik klim uit mijn fiets en probeer mijn rug wat te strekken. Arvid merkt op dat ik aan de telefoon had geklonken alsof ik op het punt stond de trein te nemen. "Oh, ja, dat had ik natuurlijk kunnen doen... als iemand me op dat idee had gebracht".
Vrij snel gingen we op weg voor het laatste stuk. Ik was erg blij dat Arvid er was. Niet alleen wist hij een snelle route die voor mij onmogelijk te vinden zou zijn geweest. Maar vooral ook had ik, gezien mijn fysieke toestand, echt iemand nodig om mij er doorheen te slepen. Tot overmaat van ramp begon de pees die mij op CycleVision dwars had gezeten, weer pijn te doen. Gelukkig was ik nog wel in staat om te zien dat het Twentse land een mooie omgeving is om te fietsen. Daar ga ik nog wel eens heen.
Gert was twee minuten met zijn lekenpraatje bezig toen we binnenkwamen. We hadden allebei heel hard moeten fietsen om dit voor elkaar te krijgen. Rij je probleemloos naar de Noordkaap, ga je stuk op een tochtje naar Enschede.
De dag na het feest was het nog steeds niet best met mijn rug. Ingrid heeft gelukkig verstand van ruggen. Ze nam de mijne flink onder handen, wat wel hielp maar terug naar huis fietsen zat er niet in. Met veel hulp van Ingrid en Gert kon ik de trein naar huis nemen.
Deze week naar mijn werk fietsen was ook nog teveel gevraagd. Met de trein forenzen vind ik niet zo leuk. De drukte van de spits, schapen die al telefonerend vijf minuten bezig zijn om een kaartje uit de automaat te halen, het gestress om de trein niet te missen. Vreselijk. Niet fietsen vind ik al helemaal niet leuk. Ik heb daarom mijn Hurricane in de hoogste stand gezet en vanmiddag even een kort proefritje gemaakt. Dankzij het onderstuur en de rechtoppe zit kan ik er redelijk mee rijden. Volgende week weer met de fiets naar het werk gaat denk ik wel lukken. De LEL kan ik echter wel op mijn buik schrijven. Helaas. Dit was de eerste keer in jaren dat ik het LEL-weekend vrij had...
23 september 2009. Onderdelen: hoe het niet moet.
In mijn vorige post schreef ik dat ik tegenwoordig erg in onderdelen geïnteresseerd ben, en graag een flink bedrag neertel voor iets van hoge kwaliteit. Bij veel onderdelenfabrikanten is het zonder meer zo dat kwaliteit en prijs gekoppeld zijn. Zo heeft de behoorlijk prijzige PG990-cassette van SRAM tijdens mijn Noordkaaptocht flink wat voor z'n kiezen gekregen. Na thuiskomst maakte ik hem goed schoon, en toen kon je werkelijk niet zien dat hij gebruikt was. Dat is wat we willen. Het kost wat, maar het loopt lekker, is licht en je hebt er geen omkijken naar.
Helaas is er een grote markt voor mensen die wel graag met een dure fiets afshowen, maar minder geïnteresseerd zijn in de technische merites van dat glimmende spul. Of het gewoon niet snappen. En daar wordt natuurlijk dankbaar misbruik van gemaakt. Vandaag kwam ik een paar voorbeelden tegen die ik toch wel als afknappers beschouw.
Kijk bijvoorbeeld maar eens naar dit kettingblad. Oke, het is een licht ding, en het zal minder snel slijten dan een aluminium kettingblad. Maar kijk eens naar dat koolstof: het is gewoon uit een plaat gesneden alsof het metaal is. Het idee van vezelversterkte kunststof is toch juist dat je dat níet doet? Wil je echt licht en stijf construeren, dan leg je de vezels in de richting van de krachten, hetgeen bij zo'n kettingblad niet echt ingewikkeld is. Goed, je moet dan per stuk gaan lamineren, maar dat mag je toch wel verwachten voor 200 euro.
Het bleek nog erger te kunnen: dit kettingblad. Niet alleen wordt hier ook weer koolstof behandeld alsof het metaal is, maar er wordt vervolgens een flinke gewichtsbesparing opgeofferd voor een fancy logootje. Aangezien dit blad met een waterlaser gesneden wordt, vertegenwoordigt dit logo ook nog eens een fors deel van de bewerkingskosten. Maar het staat vast heel gaaf op de wielerclub.
Derde voorbeeld, uit de ligfietswereld ditmaal. Deze kettingrollen zijn voorzien van keramische lagers. Er is op dit moment flinke discussie over de vraag hoeveel winst keramische lagers nu precies opleveren ten opzichte van stalen lagers. Maar ik denk dat voor- en tegenstanders het er toch wel over eens zullen zijn dat de winst in ieder geval minder zal zijn dan het verlies van een ketting die over een rol loopt in plaats van over een tandwiel. Een fietsketting die over een rol loopt, stuitert de hele tijd een klein beetje op en neer. Dat geeft herrie en dat wordt meestal opgelost door een rubberen ring om de rol te spannen. Daar wordt het uiteraard niet beter van, rubber dissipeert flink energie bij het in- en uitveren.
Een ketting die over een tandwiel loopt, volgt netjes de bocht en stuitert dus niet. Voordat je dure lagers in die rollen stopt, maak dan alsjeblieft eerst eens een tandwiel van die rol.
Het is toch wel erg handig om een werktuigbouwkundige achtergrond te hebben als je van fietsen houdt. Het maakt het een stuk eenvoudiger om goede keuzes te maken. Maar dat is eigenlijk een heel treurige constatering. Fietsen is immers voor iedereen. Wie niet zoveel van techniek snapt, kan maar beter zorgen dat hij technische vrienden heeft, anders is hij overgeleverd aan fietsenboeren die vooral goedkope en snelslijtende onderdelen op voorraad willen houden, danwel graag dure onzin verkopen.
8 september 2009. De ideale ligfietsgroep.
Hoog tijd om Liglog weer tot leven te wekken. Enkele weken na CV heb ik het fietsen weer wat serieuzer opgepakt en een paar wat langere tochten gemaakt. Ik zal daar geen uitgebreid verslag van doen, ik zal nog genoeg van die tochten rijden en de ligloglezer zit vast niet te wachten op een beschrijving van elke keer dat ik appeltaart eet in Zierikzee.
In plaats daarvan wil ik een meer algemeen ligfietsonderwerp aansnijden. Sinds ik begon met het uitzoeken van mijn Noordkaapfujin ben ik wat meer geïnteresseerd geraakt in onderdelen. Of eigenlijk vorig jaar al, toen ik me door een "fietsenspecialist" liet wijsmaken dat er geen wezenlijk verschil was tussen een 105 en een Ultegra-derailleur. Om na drie maanden te concluderen dat ik het verschil tussen primitieve glijlagers en kogellagers toch wel significant vind. De 105 is inmiddels aan vervanging toe trouwens.
SRAM heeft onlangs een nieuwe MTB-groep op de markt gebracht, die volgens mij wel potentie heeft voor ligfietsen met een groot achterwiel. Maar niet alles van de groep, op een ligfiets heb je bijvoorbeeld grotere kettingbladen nodig. Een verende voorvork kun je op de meeste ligfietsen missen als kiespijn, en veel ligfietsers hebben voorkeur voor gripshifts boven triggershifters.
Een racegroep biedt ook niet alles wat je wilt als ligfietser. Vaak wil je bijvoorbeeld toch een schijfrem op het voorwiel. De shifter-remgreepcombinatie van een racefietsstuur werkt niet op een ligfietsstuur, maar bar-endshifters lossen dit niet altijd op. En dan zit je nog met het punt dat veel ligfietsers een groter bereik in verzet willen dan hetgeen racefietsers nodig hebben. Of denken te hebben.
Gevolg is dat ligfietsen meestal met een mengelmoesje van MTB- en racefietsonderdelen rondrijden. Dit betekent een hoop uitzoekwerk voor de fabrikant of de klant, en onderdelen die niet altijd lekker op elkaar afgestemd zijn. Bovendien zijn de mogelijkheden beperkt: een ligfiets uitrusten met een 10-versnellingssysteem is niet triviaal.
Waar ik het daarom in dit liglog over wil hebben, is hoe een groep er uit zou zien als de ligfietsers het voor het zeggen zouden hebben. Als de ligfietsmarkt honderd keer zo groot zou zijn, en SRAM/Shimano/Campagnolo er brood in zouden zien een aparte ligfietsgroep op de markt te brengen, wat zouden ze dan moeten doen?
Inmiddels heb ik voor mijzelf daar wel een aardig beeld van. Laat ik vooropstellen dat ik een groep van hoge kwaliteit wil, die licht is en duur. Denk SRAM Force of Red, Shimano Ultegra of Dura/Ace, Campa Record. Voor wie veel fietst geldt 'Goedkoop is duurkoop', en ik vind het onzin om op een mooie ligfiets onderdelen te schroeven die bedoeld zijn voor fietsen die vooral in de garage staan. De ligfietsgroep moet topkwaliteit zijn, en dat mag wat kosten. Verder ga ik uit van een snelle ligfiets; voor een tourligfiets die zelden boven de 35 km/h komt voldoet een MTB-groep uitstekend.
Goed, wat moet er in de groep zitten? Ik stel voor om vooraan te beginnen. De pedalen. Die zitten niet in de groep. Er is zo'n grote spreiding in voorkeur voor pedaalsystemen, dat ik het onzin vind om ze in een groep op te nemen. Bovendien maakt het toch niet uit, behalve de gestandaardiseerde schroefdraad is er geen interactie tussen de pedalen en de rest van de onderdelen.
Het crankstel dan. Dat moet er wel in, vooral omdat ik denk dat het zin heeft om voor ligfietsen een speciaal crankstel te ontwerpen. Ten eerste vermoed ik namelijk dat de cranks bij een ligfiets minder sterk hoeven te zijn. Een ligfietser staat immers niet op de pedalen. Je kunt je weliswaar afzetten tegen het zitje en zo meer kracht leveren dan je eigen gewicht, maar dit zijn geen stootbelastingen. Ik heb er nooit aan gerekend maar ik denk dat de klappen die op de cranks en trapas komen wanneer je staand op de pedalen over een verkeersdrempel stuitert, veruit de zwaarste belasting vormen. Ten tweede hoeven de cranks de achtervork niet te ontwijken, en dus kan het crankstel smaller zijn dan op een racefiets. Dat is beter voor je knieën, het is aerodynamischer en de belasting van je frame wordt iets lager. Kortom, het crankstel van de ligfietsgroep is lichter en smaller dan bij de racefietsgroep.
Bij een crankstel hoort een voorderailleur, en die mag ook wel aangepast worden aan de ligfiets: kettingbladen van 60 of 65 tanden moet hij netjes doen. En aangezien ik vind dat ligfietsen niet alleen in de polder moeten rijden, dient hij een flinke tripel aan te kunnen. 30-42-60 zou heel mooi zijn voor een moderne, lichte lara. Dan kun je echt alles met zo'n ding: snoeihard door de polder én op vakantie in ruige berggebieden.
Ik twijfel over naven. Moeten die in de groep of mik je liever op complete wielen? Het is in ieder geval zo dat ik op het gebied van naven geen verschillen zie met bukfietsen. Tot nader order houden we ze er buiten.
Remmen staan daar recht tegenover. Schijfremmen zijn niet voor niets populair onder ligfietsen: dankzij het lage zwaartepunt kun je ongenadig hard remmen en met ligfietssnelheden wil je dat ook. Bovendien raakt een 20" voorwiel bij een afdaling wel erg snel overhit als je een velgrem toepast. Wel vraag ik me af of een schijfrem altijd 160 mm doorsnee moet hebben. Puur gekeken naar het remkoppel, zou bij een 20" een schijf van 140 mm ook wel genoeg zijn. Onderzocht zou moeten worden of dit thermisch ook verantwoord is: hoeveel heter wordt die schijf bij een afdaling?
Ik twijfel steeds meer aan het nut van een schijfrem op het achterwiel. Goed, er zijn praktische voordelen, maar voor de remkracht is het niet noodzakelijk. En een velgremmetje is wel lekker licht en simpel. Ik kies daarom voor de combinatie van een 140 mm schijfrem voor het voorwiel en een lichte velgrem voor het achterwiel; voor hora's wordt de schijfrem gewoon 160 mm. Sinds ik de Avid BB7 uitgebreid getest heb in Noorwegen, ben ik afgevallen van het hydrauliekgeloof. In mijn groep zitten dus kabelremmen. De fabrikant van de ligfietsgroep zorgt uiteraard voor een set remgrepen die netjes op een smal bovenstuurtje passen.
Nu we toch bij het stuur zijn, ik ben groot voorstander van gripshifts. Niet alleen zijn ze licht, betrouwbaar en handig, ze zijn bij uitstek geschikt om van die fijne smalle stuurtjes te maken. Nu weet ik dat er ook ligfietsers zijn die toch liever met trigger shifters werken. Het is gelukkig niet vreemd om in een groep verschillende shiftersystemen aan te bieden, misschien blijkt dat hier ook gewenst.
En daarmee zijn we aangeland bij de achterderailleur. Wie een beetje opgelet heeft de afgelopen jaren, weet dat 10 speed de toekomst heeft. Ondanks allerlei geruchten zie ik Shimano en SRAM nog niet achter Campagnolo aanhollen richting 11-speed. In plaats daarvan is SRAM begonnen om de racefiets- en MTB-groep te standaardiseren op ëën 10-speed systeem, en dat zal Shimano ook wel gaan doen. Wel zo handig. Laten we voor de ligfietsgroep daar dan maar bij aansluiten.
Wat wil ik verder van de achterderailleur? Een paar dingen. Ten eerste vind ik het belangrijk dat je flinke keuze hebt in de capaciteit. Ligfietsers willen hun fiets vaak voor meerdere doeleinden gebruiken, en dus moet er flinke keuze zijn in verzet. Als je dit niet doet, is de groep tot mislukking gedoemd. Ligfietsers zijn eigenwijs genoeg om totaal andere spullen op hun fiets te schroeven als iets ze niet bevalt. Een derailleur als de SRAM X.0 doet dit heel goed, die kun je in drie kooilengtes krijgen. Een ander ding dat deze derailleur erg goed maakt, is de ongewoon sterke veer. Met zo'n lange ligfietsketting is dat heel fijn.
Bij een mooie derailleur hoort een mooie cassette, en in dit geval een ruime keus in cassettes. Mooie vlakke voor racen in de polder, grote jetsers voor je bergvakantie en middenmaatjes voor alledag. Die nieuwe SRAM vind ik een heel fraai ding, maar ook Shimano en Campagnolo hebben bewezen mooie, lichte en slijtvaste cassettes te kunnen maken.
En daarmee is mijn ideale ligfietsgroep compleet. Het lijstje ziet er dus als volgt uit:
- Ligfietsspecifiek crankstel, smal en licht;
- Voorderailleur in staat tot 30-42-60;
- Mechanische schijfrem voor voorwiel, 140 mm of 160 mm;
- Velgrem voor achterwiel;
- Remgrepen voor smal stuur;
- Gripshifts, evt trigger shifters;
- Achterderailleur, 10 speed, met verschillende kooilengtes en een krachtige veer;
- Riante keuze in cassettes.
Ik weet dat de ligfietsmarkt veel te klein en versnipperd is om een onderdelenfabrikant te kunnen verleiden tot het ontwikkelen van een ligfietsgroep. En ik zie in tijden van letselschadeadvocaten al helemaal geen fabrikant een crankstel op de markt brengen met de waarschuwing "recumbents only!". Dit liglog is dan ook hoofdzakelijk een gedachtenexperiment.
Maar wat wellicht wél haalbaar is, is betere informatievoorziening door de fabrikanten, om het ligfietsers gemakkelijker te maken onderdelen uit verschillende groepen en series te combineren. En een fabrikant zou in samenwerking met een paar ligfietsfabrikanten eens goed naar het bestaande assortiment kunnen kijken, en daaruit een mooie set samenstellen. Dat kost weinig extra inspanning en het voorkomt dat het wiel telkens opnieuw moet worden uitgevonden.
Of het ooit gaat gebeuren? Geen idee. Eerst maar eens uitzoeken of SRAM de wereld gaat verblijden met een 10-speed gripshift.
25 april 2009. Een punt achter de training.
Met minder dan drie weken te gaan heb ik besloten dat de training voor de Noordkaaptocht klaar is. Bijna negen maanden lang heb ik lange afstanden gefietst, af en toe snelle intervallen gedaan of juist heel trage herstelrondjes. Ik heb mijzelf aangeleerd met brood te ontbijten in plaats van pasta, zonder sportdrank te fietsen en het geduld om te stoppen voor een boterham. Ik heb mijn benen dunner en peziger zien worden en gemerkt hoe alle explosieve snelheid uit mijn lijf verdween en plaatsmaakte voor snelheid op lange duur.
De afgelopen week merkte ik dat het genoeg was. Mijn lichaam heeft nu grote behoefte aan rust en voeding. Bijna ging het mis: ik begon overal kleine pijntjes te voelen, begon 'sochtends op te zien tegen het naar mijn werk fietsen. Wil ik wel naar Noorwegen, dacht ik een moment.
Daar schrok ik van. Overtrainen is niet goed, en drie weken voor vertrek is het rampzalig. Dat gaat mij niet gebeuren, besloot ik. Ik wil niets liever dan naar Noorwegen. Maar dan moet ik de voorbereiding op de juiste manier afmaken: tassen inpakken, fiets klaarmaken en mijn lichaam laten herstellen van vele duizenden kilometers door de polder. Reserves opbouwen.
En daar ben ik nu mee begonnen. Veel slapen, rustig ontbijten. Gezonde dingen eten, zoveel als ik maar kan. Goed ontspannen.
Het is wel even wennen, na al die maanden waarin vrijwel al mijn vrije tijd op ging aan lange trainingen, puzzelen op de route, reisverhalen lezen en tientallen uren surfen naar de beste fietsonderdelen en buitensportgadgets. Maar het voelt ook heel mooi. Gisteren de hele dag besteed aan het schoonmaken van mijn fiets, het monteren van een fietscomputertje en mijn ketting voorzien van andere olie. Heel kalm, heel rustig.
Het voelt alsof ik al een enorme reis achter de rug heb. Alsof ik nu van welverdiende rust aan het genieten ben, langzaam mijn tassen uitpak en het wassen van de vuile kleren nog een dagje uitstel. Ik ben al bijna aan het terugkijken op mijn Noorkaapproject. Nog drie weken, dan is het klaar. Dan hoef ik alleen nog maar viereneenhalfduizend kilometer te fietsen.
13 april 2009. Paastreffen.
Zoals bekend, dit weekend vond het Paastreffen plaats. Grote vraag voor mij als blogger is of ik over het treffen zelf zal spreken, of over hoe het met de fiets ging. Het antwoord is dat er veel mensen zijn die over het Paastreffen zullen berichten en dat een aanzienlijk deel van de ligloglezers er zelf aanwezig was, maar dat ik de enige ben die kan berichten over de Noordkaapfujin. Wel heb ik foto's.
Over de fiets is er een beetje slecht nieuws en heel veel goed nieuws. Eerst maar het slechte nieuws: er is weer een lager gesneuveld. Op dezelfde plek, achter bij het freewheel. Blijkbaar is er meer aan de hand dan pech met een lager. Challenge gaat deze week eens goed naar de naaf kijken, dus dat komt verder wel goed.
Begin van het goede nieuws is trouwens dat een nieuw lager inzetten echt extreem simpel is: in principe zijn een stok en een steen genoeg gereedschap. Ik werd geholpen door een racefietser die behoorlijk verbaasd was toen ik met blote handen de achternaaf uit elkaar haalde en het oude lager er uit trok. Het stalen reservelagertje was toen snel geplaatst en ik kon weer verder. Best fijne eigenschap voor een reisfiets, als het repareren van een naaf nauwelijks meer werk is dan het plakken van een band.
Maar het echte goede nieuws is hoe de Fujin zich gedraagt als trekkingfiets. Ook met volle bepakking is de fiets stabiel en erg wendbaar. Binnenbochtvoet uitklikken en je kunt straatje keren op heel smalle weggetjes. Grind, zanderige bosweggetjes en glibberige paadjes gingen prima, zowel met als zonder bepakking. En dat op Durano's, de bredere Kojaks komen nog.
Waarin de fiets echt uitblinkt, is klimmen en afdalen. Tussen Amerongen en Wageningen deed ik de eerste serieuze klim met de Fujin. Ik had niet verwacht dat het zo gemakkelijk zou gaan. Tuurlijk, de fiets is licht, mijn bagage is licht en ik ben zelf ook niet al te zwaar. Dat klimt snel. Maar lekker klimmen is meer dan dat. Dan moet de fiets ook nog prettig blijven sturen zonder dat het moeite kost, het schakelen moet goed blijven gaan. Eigenlijk moet het enige verschil met het vlakke zijn dat je op je middenblad rijdt in plaats van op de grote cirkelzaag.
En dat is precies wat de Fujin doet. Erg prettig als je tegen 3000 km fjorden aan zit te kijken.
Maar je moet ook weer naar beneden, en dat is wat ik altijd het minder leuke deel vind. Ik ben echt een angsthaas als het om afdalen gaat. Ik maakte me er nu toch wel een beetje zorgen om, aangezien bij lage snelheden de Fujin merkbaar nerveuzer is dan de Jester. En dan met die bagage en slechts één schijfrem...
Er was niets aan het handje. De fiets reed strak als een snaar naar beneden. Heel hard, dat wel. Maar geen bibbers, geen zwabbers, geen spoor van nerveus stuurkarakter. Gek genoeg bleef de fiets wel heel licht sturen. De Jester is helling-af ook zo stabiel als een huis, maar dan moet je er wel echt aan hangen om hem nog een bocht door te krijgen. De volgepakte Fujin bleef te sturen met een pink. Ik voelde me een stuk meer op mijn gemak dan ik me ooit op de Jester heb gevoeld bij een afdaling.
Dat eigenlijk wel een pak van mijn hart. Ik zag echt een beetje op tegen de lange steile afdalingen in Noorwegen. Ik heb er nu alle vertrouwen in dat deze fiets dat uitstekend aankan en dat ik het misschien niet eens heel eng ga vinden.
Op de terugweg ben ik nog aangenaam verdwaald in de bossen, waarbij ik heel wat heuveltjes en matige bospaadjes tegenkwam. Telkens weer genoot ik van hoe soepeltjes de fiets omhoog ging en hoe gecontroleerd naar beneden. Het gaat goed komen met deze sjeez.
9 april 2009. Op naar het Paastreffen.
Dit weekend is het Paastreffen van de ligfietsvereniging. Een mooie gelegenheid om de hele boel te testen: de kampeeruitrusting, de fiets en het bagagesysteem.
Gisteravond heb ik een verbeterde versie van het ophangsysteem voor de banaantassen gemaakt. Nu nog gebruiksvriendelijker, betrouwbaarder en beter voor de belasting van de tassen. Het werkt vrij goed, binnenkort zal ik het stukje op ligfietsplaza updaten.
Op de foto zit bijna alles er in dat ik ook mee zal nemen naar Noorwegen: alleen de kaarten, leesvoer & schrijfgerei en mijn winterhandschoenen ontbreken. Ik moet morgenochtend nog wel even uitvogelen hoe ik mijn Camelbak er nog bij kan hangen, maar dat lukt ongetwijfeld. Er is nog ruimte over, en dat is maar goed ook, er zal altijd flink wat eten bij moeten.
Overigens ben ik begonnen met dubbelposten: hier op liglog, en op mijn reisdagboek. Zodra ik onderweg ben, zal ik alleen nog posten op reisdagboek, en gezien de enorme aantallen internetcafé's waarmee de fjorden bezaaid zijn, zal ik wel hoofdzakelijk via SMS berichtjes naar het thuisfront sturen.
8 april 2009. Meer over de Noordkaapfujin.
Ik neem aan dat ligloglezers zich inmiddels redelijk vergaapt hebben aan de foto's, en nu zitten te wachten op enige technische toelichting op de fiets. Het is namelijk niet helemaal een standaard Fujin SL 1.
Aanvankelijk zocht ik naar een fiets die een compromis zou zijn tussen een fijne vakantiefiets en een snelle fiets. Maar naarmate ik meer nadacht, en meer zag wat voor mooi spul er allemaal te krijgen is, neigde ik steeds meer naar een fiets die méér zou zijn dan een compromis. Een fiets die het beste van twee werelden zou zijn. Eigenlijk wilde ik gewoon een Jester waar banaantassen aan konden. Maar dan heel licht.
De heren van Challenge begrijpen dat. En die kunnen dat nog bouwen ook. Sinds de introductie van de Fujin SL II een paar jaar geleden is de Fujin SL I richting een tourfiets geëvolueerd. Het frame is iets aangepast, er kan zonder problemen een kleine bagagedrager op, er is ruimte voor spatborden en dikke banden.
De Fujin SL I was dus het uitgangspunt, en daarna was het aan mij om een wensenlijstje op te stellen. Ik heb me niet ingehouden. Ik wilde een zo licht mogelijke fiets, met betrouwbare en lichtlopende componenten, en slijtagebestendig. De fiets is voorzien van de volgende mooie extra's:
- Koolstofvezel neuspijp
- FSA koolstofvezel crankstel, tripel 30-42-53
- BB7 schijfrem voor, velgremmetje achter
- SRAM X.0 achterderailleur
- Ultegra SL voorderailleur
- SRAM X.9 shifters
- Keramische wiellagers
- Ketting met TiN-coating
- SRAM PG990 cassette, 11-32
- Spatborden
- Bagagedrager
- Bebop Ti pedalen
Geen Rohloff? Nee, geen Rohloff. Ik ben tot de conclusie gekomen dat een Rohloffnaaf zinloos is op een fiets als deze. Een derailleur als de X.0 gaat makkelijk 20.000 km mee. Je kunt zeven van die derailleurs kopen voor de prijs van een Rohloff. Als je de meeste kransjes van je cassette regelmatig gebruikt, gaat een cassette die twee maal zoveel kost als een Rohloff-achtertandwiel drie keer zolang mee. Qua ketting en voorbladen maakt het allemaal geen donder uit. Een voorderailleur hoef je eigenlijk nooit te vervangen. En je gooit op de levensduur van een Rohloff zo 100-150 euro aan olie in de naaf.
Ook als je veel fietst, lijkt het mij dus onwaarschijnlijk dat je de aanschaf van een Rohloff er ooit uit haalt. Ga een stapje omlaag in achterderailleur, en het lukt je zeker niet. Een gewone Ultegra kost misschien 70 euro en op mijn Jester hield-ie het ook vier jaar uit. Het verhaal van dat het rendement van een derailleurversnelling lager is zodra de boel vuil wordt, geloof ik ook niet. Op een fiets als de mijne en zeker op een geveerde fiets is een kettingspanner onvermijdelijk. En dan zitten er precies evenveel tandwieltjes zand te happen als bij een derailleursysteem. De verliezen ín de naaf komen dus echt bovenop de verliezen van ketting en tandwielen.
De enige uitzondering zie ik als je de hele aandrijving kunt inpakken, zoals bij een Greenmachine. Iets wat natuurlijk weer niet geldt bij een velomobiel en sommige fietsen met staartstroomlijn, waar een derailleursysteem ook afgeschermd kan worden.
Kortom, geen Rohloff wegens zwaar, inefficiënt en duur. Liever een derailleursysteem van topkwaliteit: de SRAM X.0. En daarmee denk ik dat dit zo ongeveer de best denkbare fiets is voor mijn tocht. Misschien dat je, als je heel goed zoekt, in de mountainbikewereld voor 1500 euro een achterwiel kunt vinden dat net zo betrouwbaar is maar 20 gram lichter. Misschien dat er nog wat boutjes in titaan uitgevoerd hadden kunnen worden. Je kunt discussiëren over X.0 versus Shimano XTR. En ja, er had ook een keramisch lager in de kettingrol gekund. Maar grosso modo denk ik dat het je op dit moment bepaald niet mee zal vallen om een fiets te vinden die een nog betere combinatie van snelheid, laag gewicht, comfort, bagagemogelijkheden en degelijkheid biedt.
Wat trouwens wel een schok voor mij was, is dat één van de achterwiellagers slecht bleek te zijn. Na 400 km hield-ie er mee op. Als iemand met een werktuigbouwkundige opleiding mag mij dat natuurlijk niet verbazen, 1 op de zoveel kogellagers is nou eenmaal niet goed. Aan de buitenkant van het lager kun je dat niet zien, je kan gewoon net die pech hebben. Zeker met 19 kogellagers in je fiets.
Alleen, ik had er niet bij stilgestaan dat míjn fiets een slecht lager zou kunnen bevatten. Ik dacht dat ik over alles had nagedacht: kleding voor slecht weer, optimale kampeeruitrusting, verkeersveiligheid, training, veerboten, mentale aspecten. Maar dat mijn fiets een onderdeel zou kunnen bevatten dat niet in orde was, nee, dat zat niet in mijn systeem. Ik ben zo gewend op m'n Jester te stappen zonder ergens over na te denken, dat ik bij mijn nieuwe fiets er vanuit ging dat-ie wel perfect zou zijn.
Gelukkig kreeg ik snel een paar nieuwe lagers opgestuurd van Challenge, plus nog een paar stalen lagers voor reserve. Vanavond heb ik de boel gemonteerd, de fiets is weer helemaal in orde.
Een wijze les, en meteen wist ik wat ook alweer de reden was dat ik de fiets anderhalve maand voor vertrek wilde hebben. Hoe goed een product ook is, je moet het altijd testen voordat je er mee op reis gaat. Zelfs een Noordkaapfujin.
Dit weekend is een mooie gelegenheid voor testen: het Paastreffen van de ligfietsvereniging. De eerste keer rijden met volle bepakking, en meteen een test van de kampeeruitrusting. Ik ben benieuwd.
27 maart 2009. De Noordkaapfujin.
21 maart 2009. Joop Zoetemelk Classic. Rissen tot je erbij neervalt.
Dit weekend heb ik als één van de zeer weinige ligfietsers meegedaan aan de "Joop Zoetemelk Classic", de tourversie van de Ronde van het Groene Hart. Gesponsord door mijn werkgever, waardoor ik nu de trotse bezitter ben van een "Mooi Nederland"-shirtje. En dat Nederland ondanks alle snelwegen, bedrijfsterreinen en vlees-noch-vis-wijken erg mooi kan zijn, bleek wel. Zelfs midden in de Randstad zijn prachtige landschappen te vinden, voor wie de moeite neemt om de fiets te pakken en er op uit te trekken. Vooral als het weer zo fotogeniek is als zaterdagochtend vroeg.
Vanaf de lara heb ik een flink aantal foto's gemaakt. Vandaar dat ik hier in liglog niet verder uitweid over de tocht, maar verwijs naar mijn fotoverslag.
Wel wil ik even opmerken dat als er zoveel racefietsers op de weg zijn, je maar beter geen zware RIS-patiënt kunt zijn. Helaas ben ik niet zo'n gelukkige. Menig groepje racefietsers was tevens van mening dat ik een prima haas of voorspoiler was, daar werd het ook niet beter van. Ik heb me helemaal suf gerist, en dat terwijl ik dusdanig getraind ben geraakt voor mijn fietsvakantie, dat echte snelheid niet meer in mijn lijf zit. Lang geleden dat ik zo diep ben gegaan.
17 maart 2009. Framestijfheid.
Vorig jaar schreef ik over de highracerhype en waarom ik niet geloof dat hoge racers sneller zijn dan lage. Ik heb naar aanleiding van dat stukje nog wat heen en weer gemeeld met Maarten Sneep en Gert-Jan Weijers. Nog bedankt voor het reageren, trouwens. Telkens weer kwam de discussie uit bij framestijfheid. Het frame van een hora is gemakkelijker stijf te maken dan het frame van een lara. En stijve fietsen zijn sneller dan slappe. Bij sterke rijders zou dit fors verschil maken; volgens Ymte wordt een alu lowracerframe tot centimeters korter als hij flink kracht zet.
Hierin zou ook het succes schuilen van de RazzFazzen; knetterstijve koolstof-epoxy frames met een gunstige lichaamshouding. Menig wedstrijdrijder heeft zijn Jester of Baron ingeruild voor een RF. Alu lara's zijn bijna niet meer te vinden in het wedstrijdveld.
Echter, hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik betwijfel of framestijfheid er wel toe doet bij een (lage) ligfiets. Ik kan namelijk geen energielek vinden.
Stel je voor wat er gebeurt als je kracht zet op het pedaal. De ketting komt onder spanning, je voet beweegt vooruit. Het grootste deel van deze arbeid wordt door de ketting naar het achterwiel getransporteerd. Een deel van die energie wordt besteed aan het vervormen van het frame. Dat lijkt een verlies. Echter, zolang je doortrapt, is er maar één manier waarop die energie weer uit het frame vrij kan komen. En dat is via de ketting. Wanneer het frame weer uitveert, trekt het aan de ketting. In de goede richting. De opgeslagen energie gaat alsnog naar je achterwiel.
Schematisch gezien ziet het er ongeveer als volgt uit:
In het bovenste plaatje is het frame onbelast. In het middelste plaatje zetten we een moment op het crankstel (rood): de ketting wikkelt een stukje op. Er is een groot moment op het achterwiel, we zijn aan het versnellen, heel steil aan het klimmen of iets anders waardoor het erg veel moeite kost het achterwiel rond te draaien. De cassette (blauw) wikkelt dus minder kettinglengte af dan het voorblad opwikkelt, en het frame wordt korter. Voor de duidelijkheid heb ik alleen het verschil getekend: de cassette heb ik stilstaand getekend, bij het voorblad staat de extra verdraaiing getekend als gevolg van het korter worden van het frame.
In het derde plaatje zijn we over de piek heen. Het frame ontspant zich. We gaan ervanuit dat de fietser doortrapt of op z'n minst de pedalen tegenhoudt. De enige manier waarop het frame zich nu kan strekken, is door de ketting een stukje af te rollen over de cassette. Door de fiets aan te drijven dus. Oftewel, alle energie die je kwijt lijkt te raken op het moment dat je frame inveert, krijg je vrijwel direct terug. Het is alleen tijdelijk opgeslagen in je frame.
Maar krijg je echt alle energie terug? Vrijwel. Ik kan eigenlijk maar drie manieren verzinnen waarop energie verloren zou kunnen gaan:
- Het materiaal vertoont elastische hysterese;
- Er verschuiven onderdelen ten opzichte van elkaar;
- Het achterwiel gaat een hoek maken ten opzichte van de rijrichting
De eerste optie, hysteresis, speelt mijns inziens geen rol. Staal en de hooggelegeerde aluminiumlegeringen waar frames van gebouwd worden vertonen geen meetbare hysterese, zeker niet bij de lage frequenties die inherent zijn aan human power. Kunststoffen vertonen wel hysterese, dus ik kan me voorstellen dat in een slap carbonframe wel enig verlies optreedt. Hoeveel dat is, is een tweede.
Het is waar dat aluminium een zekere mate van kruip en vermoeiing vertoont, en dat is theoretisch een vorm van hysterese en dus energieverlies. Ga je hier aan rekenen, dan blijft er echter weinig van over. De energie die nodig is om het materiaal te vervormen en uiteindelijk te scheuren, wordt verdeeld over tientallen miljoenen trapbewegingen. Niet meetbaar.
De tweede optie zie ik als realistischer, vooral wanneer de neuspijp in z'n voegen wringt. Maar hoeveel is dat? Als het veel is, zou je op z'n minst moeten zien dat er flinke slijtage optreedt. Ga maar eens met twee fietsframes over elkaar heen schuren, dan zul je zien hoe weinig inspanning je nodig hebt om flinke beschadigingen te maken. Of kijk eens wat een simpel remkabeltje in de loop der tijd kan aanrichten, wanneer het slechts in scherpe bochten tegen het frame aankomt. Maar wat ik nog niet heb zien gebeuren, is dat bij demontage van een neuspijp, de lak er af blijkt te liggen. Een paar krasjes, dat is het wel. Als dit een grote verliespost zou zijn, zou je verwachten dat de neuspijp een slijtageartikel was.
De derde mogelijkheid, het kwispelen van het achterwiel, zie ik als het meest realistisch. Waarbij trouwens opgemerkt dient te worden dat er in deze geen verschil is tussen een lara, een hora of wat voor ligfiets dan ook: het moment dat de achtervork naar rechts buigt, ontstaat door het stukje ketting vanaf de kettingrol tot aan de cassette, en gaat het er dus vooral om hoe dicht de kettingrol tegen de hartlijn van de fiets aan ligt. Maar ook hier vraag ik me hoeveel het nu helemaal is. De hele constructie is een driehoek die maar een klein beetje uit het midden belast wordt, zeker bij lage verzetten. Het wiel komt niet zo scheef te staan dat het slipt, en je fietst sowieso licht slingerend om rechtop te blijven. Als het al een meetbaar effect is, is het ver achter de komma. En daarbij durf ik nog wel een gokje te wagen dat de achtervorken van de meeste alu lara's in deze richting stijver zijn dan de achtervorken van racefietsen.
Al met al heb ik grote twijfels of framestijfheid nou wel zo belangrijk is als altijd wordt beweerd. Ik kan me goed voorstellen dat een stijvere fiets sneller voelt, omdat hij veel directer reageert op je trapkrachten. Maar zolang er niet meetbaar méér energie naar de cassette gaat, is de fiets niet sneller.
Dit verhaal geldt trouwens voor ligfietsen. Bij een racefiets is het een ander verhaal. Als je daar het frame vervormt, is dat hoofdzakelijk omdat je flink aan het stuur trekt en wrikt. Buigt het frame vervolgens weer terug, dan wordt dat niet tegengewerkt door de ketting zoals bij het ligfietsframe. Alleen jouw eigen lichaam zit ertussen. De energie ben je dus kwijt. Daarom moet een racefietsframe wél stijf zijn. En dien je op souplesse te rijden, maar dit terzijde. De ligfiets is dus een uitzondering.
Dacht ik. Vervolgens kwam ik dit tegen. Hoe slap kan een frame zijn! En toch werden er wedstrijden mee gereden. Weliswaar de begintijden van het mountainbiken, maartoch. En hier zitten er twee elementen in het systeem die energie dissiperen: de carbon bladveer en de behuizing van de stalen veer.
Al met al heb ik sterk de indruk dat het belang van framestijfheid op z'n minst sterk wordt overdreven. Geef me één biertje en ik noem het een mythe. Voorlopig geniet ik van mijn Jester, er op vertrouwend dat het beetje flexibiliteit in het frame geen energie kost, maar wel een beetje extra comfort oplevert. Voor een langeafstandrijder als ik, biedt dit een winst die zeker meer dan theoretisch is.
10 maart 2009. Paklijst.
Nog iets meer dan twee maanden te gaan. Het is inmiddels hoog tijd om mijn uitrusting op orde te krijgen. Op zich heb ik een redelijk complete kampeeruitrusting, maar sommige zaken zijn aan vervanging toe. Andere zaken heb ik nog nooit echt nodig gehad, maar wil ik voor deze tocht toch wel hebben. En verder vind ik het een mooie gelegenheid om bepaalde zaken een beetje op te waarderen.
Mijn matje bijvoorbeeld. Een jaar of acht, negen geleden kocht ik het toenmalig lichtste matje van Therm-A-Rest. Doet het nog steeds prima, die dingen zijn werkelijk onverwoestbaar. Maar het neemt wel flink ruimte in, en met ruim 920 gram (zonder hoes) toch een groot onderdeel van het totaalgewicht. In de tussentijd heeft Therm-A-Rest bepaald niet stil gestaan, hun nieuwe matjes zijn spectaculair lichter. Voor mij kan de winst extra groot zijn omdat mijn fietstocht aan het eind van de lente en begin van de zomer plaatsvindt. Een drieseizoenenmatje is dus genoeg. Ik heb me daarom laten verleiden tot de aanschaf van een nieuwe. 460 gram. Ik heb het nagewogen, het klopt exact. De helft van mijn oude matje. Met het hoesje erbij is dat 483 gram.
Mijn nieuwe slaapzak was ook al de helft lichter, in totaal ga ik nu met 1280 gram minder slaapspullen op stap. En eigenlijk is dat niet eens zo overdreven. Ik heb een redelijk complete paklijst, waarbij ik zoveel mogelijk de gewichten vermeld heb. Daaruit blijkt dat de totale massa nog steeds heel fors gaat zijn.
| categorie | wat | massa (g) |
|---|---|---|
| Wonen en slapen | ||
| Tent | 1654 | |
| Stokken | 316 | |
| Haringen | 278 | |
| Grondzeil | 121 | |
| Matje | 483 | |
| Slaapzak | 780 | |
| Binnenzak | 139 | |
| Zitflappen | 0 | |
| Oogmaskertje | ||
| Tassen | ||
| Bananen Radical | 950 | |
| Toptas | 550 | |
| Regenhoezen | 300 | |
| Stapeltje plastic tasjes | 160 | |
| Eten | ||
| Hardware | Brander | 425 |
| Brandstoffles | 500 | |
| Pannen | 550 | |
| Schuurspons | 5 | |
| Bord + lepel + mes | 65 | |
| Mok | 55 | |
| Waterzak | 342 | |
| Aansteker | 16 | |
| Broodbak voor in toptas | ||
| Software | Oploskoffie | |
| Thee | ||
| Olie | ||
| Zout + peper | ||
| Bouillon | ||
| Notenpasta | ||
| Zoet beleg | ||
| EHBO, nood | ||
| Verband smal | ||
| Verband breed | ||
| Snelverband | ||
| Pleisters | ||
| Leukoplast | ||
| Ontsmetting | ||
| Gaasjes | ||
| Noodlucifers | ||
| Nooddekens | 152 (totaal) | |
| Kleding | ||
| Jas | 409 | |
| Regenbroek | 250 | |
| Thermo-onderbroek | 174 | |
| Thermoshirt korte mouwen | 141 | |
| Thermoshirt lange mouwen | 334 | |
| Sokken | 289 | |
| Lange fietsbroek | 260 | |
| Korte fietsbroek | 121 | |
| Winterfietsbroek | 274 | |
| Buitensportbroek | 350 | |
| Icebreaker | 499 | |
| Icebreaker col | 247 | |
| Schoenen | 867 | |
| Muts | 47 | |
| Leuk shirt | 273 | |
| Gore-tex sokken | 57 | |
| Handschoenen | 133 | |
| Wielrenhandschoentjes | 45 | |
| Hemd | 73 | |
| Onderbroek | 139 | |
| Fietsshirt korte mouwen | 217 | |
| Fietsshirt lange mouwen | 261 | |
| Helm | 294 | |
| Onderhoud, reparatie | ||
| Naald & draad | ||
| Waspoeder | ||
| Seamgrip | ||
| Fietsplakkers | ||
| Plakkers matje | ||
| Touw | ||
| Fietstool | 210 | |
| Fietspomp | 185 | |
| Drukmeter | 8 | |
| Reservebinnenbanden | 145 | |
| Reservebuitenband 406 | 230 | |
| Flesje olie | ||
| Reserveplaatjes Bebop | 35 | |
| Reserveremblokjes | 60 | |
| Smal dukteep | 20 | |
| Reservebinnenkabels | ||
| Algemeen | ||
| Tool | 297 | |
| Telefoon | 143 | |
| Telefoonnummers | 0 | |
| Zonnebril | 66 | |
| Adressen | 0 | |
| Muziek | 86 | |
| Kaart | 1204 | |
| Kaarthoes | 35 | |
| Kompas | 7 | |
| Boek | 260 | |
| Schrijfspul | 80 | |
| Edding | 18 | |
| Treinkaartjes | 0 | |
| Paspoort | 43 | |
| Verzekeringspas | ||
| Slot | 686 | |
| Toilet | ||
| Tandpasta | 50 | |
| Tandenborstel | 12 | |
| Deo | 75 | |
| Lenzenvloeistof | 60 | |
| Lenzendoosjes | 24 | |
| Reservelenzen | 12 | |
| Nivea handcreme | 50 | |
| Zonnebrand | 100 | |
| Shampoo | 23 | |
| Paracetamol, ibuprofen etc | 20 | |
| Vitaminepillen | 20 | |
| WC-papier | 160 | |
| Handdoek | 46 | |
| Fotomeuk | ||
| Camera | 291 | |
| SD-kaartjes | 26 | |
| Statief | 44 | |
| Verrekijker | 301 | |
| Acculader | 110 | |
| Totaal | 18872 |
Cursieve getallen zijn schattingen of fabrieksopgave van iets dat ik nog niet gekocht heb.
Met de laatste dingetjes ingevuld, zit ik dus boven de 19 kg zonder water of eten. Met een volle drinkzak en eten voor twee dagen, wordt het dus al snel 23 kg. Eén derde van mijn lichaamsgewicht. Eigenlijk vind ik het teveel. Maar ik zie weinig mogelijkheden om het gewicht verder terug te brengen. Gezien het zware weer dat ik ongetwijfeld af en toe tegen zal komen, wil ik niet verder beknibbelen op kleding, of de tent inruilen voor een bivakzak. Wat ik wel ga doen, is opgefietste kaarten naar huis sturen. Dat scheelt ruim 600 gram voordat ik de eerste bergen tegenkom en nog eens 300 bij het laatste stuk.
Er staan drie echte luxeartikelen op de lijst. Eén is een boek. Zou ik misschien zonder kunnen. Maar ik reis wel alleen, er is 'savonds zelden iemand om tegen te praten. Het tweede is de mp3-speler. Hiervoor geldt dit nog sterker. Ik zal menigmaal muziek nodig hebben om op eenzame momenten toch te blijven genieten van de reis en de omgeving. Aangezien mijn reis net zo goed een mentale als een fysieke krachttoer zal zijn, is het eigenlijk maar de vraag of muziek wel een luxe is.
De derde dan. De verrekijker. Die heb ik echt niet nodig. Met bergwandelen kan hij nog wel eens echt nuttig zijn, als de route ergens niet duidelijk is. Maar op de weg dient hij alleen maar om leuk te kijken. 300 gram. En toch neem ik hem mee. Eén keer eerder was ik namelijk op de Lofoten, elke dag zagen we wel een zeearend. Ik had toen geen verrekijker bij me. Het gaat me niet gebeuren dat ik weer die majestueuze bijtkippen zo dichtbij over het water zie zweven zonder dat ik ze in detail kan bewonderen. Ik maak deze reis om te genieten van onze planeet.
1 maart 2009. Pedalen en schoenen.
Door een trouwerij en klussen aan de gezamelijke woonkamer in mijn woongroep, was er dit weekend helaas geen dag beschikbaar om een rondje Zeeland of iets dergelijks te rijden. Voor mijn gemoedsrust is het goed om elke dag 'iets' te doen aan de voorbereiding van mijn tocht. Vanmiddag heb ik me dan maar eens gebogen over de pedalen voor mijn Noordkaapfiets, en de bijbehorende schoenen. Het combineren van pedalen en schoenen is nooit helemaal triviaal; testen en goed afstellen is noodzakelijk om niet voor verrassingen te komen staan.
De titanium Bebops zijn ontworpen op een minimale crankstelbreedte. Dat is ergonomischer en reduceert ook de luchtweerstand. Marketingmensen noemen het vaak de "Q-factor", hetgeen alle vooroordelen over hen bevestigt. Voor niet-technici: dit is de crankstelbreedte niet, dit is het wel en hier heeft het geen donder mee te maken.
Crankstelbreedte dus. Als je die minimaliseert door de pedaalassen korter te maken, loop je het risico met je schoen tegen de crank te komen. Ik was daar een beetje nerveus over, ondanks mijn smalle voeten. Vandaag heb ik dat maar eens getest: het gaat goed. Veel ruimte is er niet, met dikke neopreen overschoenen zal het mis gaan. Nu was ik toch al van plan om zo dun mogelijke waterdicht overschoenen te kopen, dus dat komt mooi uit.
Goed, een stukje fietsen dan maar. Dat was genieten! De pedalen voelen zo strak, en geven tegelijkertijd ruim genoeg speelruimte. Minstens zo goed als een nieuwe Speedplay X, alleen dan met de voordelen die ik al eerder beschreef. Ook denk ik dat dit systeem minder snel speling door slijtage krijgt, dus ik kan nog meer genieten van dit superstrakke pedaleren.
Niet dat het in één keer goed was. De boutjes waren te lang en prikten in mijn voet. Bovendien voelde het alsof de schoenen te haaks op de traprichting stonden; aangezien je benen op de fiets altijd een klein beetje gespreid staan, kan het geen kwaad als je schoen ietsjes scheef naar binnen op het pedaal staat. Ik voelde aan mijn knieën dat nodig hebben. Piekerend over een oplossing reed ik weer terug naar huis.
Aanvankelijk probeerde ik de boutjes korter te slijpen. In de gebruiksaanwijzing van de schoenen staat dat je pèrsé de bijgeleverde boutjes moet gebruiken, in plaats van die welke bij de plaatjes horen. Ik heb dat braaf gedaan, getest, bijgeslepen, weer getest, nog een keer geslepen. Nog steeds voelde ik het boutje in de bal van mijn voet prikken. Ze moesten blijkbaar nog korter. Meten met de schuifmaat bracht mij tot de conclusie dat de boutjes van Bebop precies de juiste lengte hadden. Die lui zijn toch ook niet gek, dacht ik en stopte met slijpen.
Om de plaatjes beter op de zolen te krijgen, moesten de plaatjes zelf ook wat aangepast worden. Aan de onderzijde zijn deze voorzien van karteltjes die zich in het kunststof moeten werken om te zorgen dat de boel niet gaat verschuiven. Nu hebben mijn schoenen een zool van koolstoflaminaat, daar willen die karteltjes niet zo heel graag in. Aan de binnenzijde van de voet zaten deze karteltjes ook wat in de weg bij het profiel. Nu zitten die karteltjes er natuurlijk niet helemaal voor niets, aan de andere kant is op een ligfiets de belasting van je pedaalsysteem toch een stuk minder. Het enige dat je er mee doet is je fiets aandrijven. Ze hoeven niet bestand te zijn tegen dit soort fratsen.
Ik sleep daarom aan de binnenzijde van de voet de karteltjes weg, zodat het plaatje een klein tikje schuin op de zool kwam te zitten. Inmiddels was ik vijf testritjes verder en dacht wel klaar te zijn. Ik schroefde de boel nu goed stevig vast. Voor de zekerheid nog één keer testen.
Tot mijn stomme verbazing wilde de pedalen niet meer inklikken. Met geen mogelijkheid. Wat nu weer. Er was niets te zien waardoor het niet zou passen. Het leek me tevens wat onwaarschijnlijk dat het kwam door de andere boutjes, het waren immers juist de boutjes die bij de plaatjes horen.
Te hard aangedraaid misschien? Dat bleek te kloppen. Een tikje losser en het klikte weer soepeltjes in en uit. Dit betekent wel dat ik me lichte zorgen maak of de boel wel vast blijft zitten. Ik kan me voorstellen dat de karteltjes in de loop der tijd toch ietsjes verder wegzinken en dan is een boutje toch snel losgetrild. Wellicht dat ik er uiteindelijk toch voor kies om de karteltjes helemaal weg te slijpen, een heel dun ringetje aan één kant onder het plaatje te leggen en voor de rest alles met loctite te zekeren. Bij een vakantiefiets gaat betrouwbaarheid voor (bijna) alles.
4 februari 2009. Tussen kunst en kitsch.
Toen ik aan het piekeren was over welke onderdelen er op mijn Noordkaapfiets zou moeten komen, zei een collega tegen mij: "Joh, je moet niet te calvinistisch doen. Iemand die zoveel fietst als jij, verdient gewoon het beste materiaal. Een ander koopt een auto van weet-ik-hoeveel-duizend euro, dan ga jij toch niet op een paar tientjes kijken?". Wat doe ik ook moeilijk, dacht ik, ze heeft gewoon gelijk. Het ging toen opeens eens stuk sneller met het samenstellen van het lijstje.
Een paar maanden geleden schreef ik al dat ik van plan was mezelf te verwennen met een paar MTB-Sidi's voor mijn nieuwe fiets. Toen was dat ingegeven door het idee dat het toch wel erg fijne schoenen zijn, en per kilometer helemaal niet duur. Maar met de wijze woorden van mijn collega in gedachten, kwam ik in de verleiding om verder te kijken dan de aanbiedingen bij de wielrenwinkel waar ik nog cadeaubonnen voor heb.
En ja, als je dan bij een webwinkel het topmodel ziet staan in een spectaculaire aanbieding en je eigen maat is één van de weinige op voorraad, dan is de knoop snel doorgehakt. Binnen twee dagen geleverd, een paar Dragon 2 Carbon SRS. Met alle mooie technische fratsen die bij zo'n schoen horen. De hiel kan tweezijdig ingesteld worden, de gespen zijn vervangbaar, een koolstof zool die geheel vervangen kan worden of alleen de rubber noppen.
Maar het uiterlijk is wel even schrikken. Glimmend rood. En niet zo'n beetje rood. Zo rood als alleen Italianen iets kunnen maken. Eigenlijk zijn ze behoorlijk kitscherig. Hoewel het natuurlijk een beetje eigenaardig is om iets dat het beste is in z'n soort, voor kitsch uit te maken. Misschien is het toch gewoon kunst. Ach, kijk en oordeel zelf. Over een paar maanden zijn ze vies en valt het niet meer op.
1 februari 2009. Winterfietsen en mijn Noordkaapfiets
De winter is dit jaar zowaar een winter. Geen laffe herfst die met laffe regenbuitjes overgaat in een laffe lente, maar een echte winter met kou, heldere vriesluchten, wegen die wit zien van het zout en schaatsgekte. Heerlijk.
Nou heeft de eerste golf van vrieskou mij aardig dwars gezeten op fietsgebied, nadat de ijzel alle leuke fietspaden onbegaanbaar had gemaakt was het trainen even afgelopen. Gelukkig had ik de eerste dagen gebruikt voor een lange training door de duinen, en een tocht over de LF1 naar mijn moeder, in de kop van Noord-Holland. Een prachtige tocht door bevroren duinen tegen een bescheiden noordooster. Daarna was het over met de pret en heb ik mij vooral over de kaarten gebogen. Uit pure ellende ben ik op een gegeven moment met geleende schaatsen het ijs op gegaan.
Nu is het voor de tweede maal ijskoud geworden, en is het niet glad. Daarom heb ik maar lekker gefietst dit weekend, vrijdag naar Zierikzee op en neer, en vandaag een kort rondje.
Het leuke aan de tocht naar Zierikzee was dat ik dit keer wind mee had op de heenweg, en op de terugweg met de oostenwind in gevecht mocht. Normaal is het andersom. Om het doorzettingsvermogen een beetje aan te scherpen, is het helemaal niet verkeerd als het venijn wat meer in de staart zit.
Maar vandaag heb ik dat maar niet gedaan. Op de website van het KNMI had ik al gezien dat het erg koud zou worden, dus ik koos voor het rondje Delft - Rottemeren - Boskoop - Zwammerdam - Leiden -Delft. Ik was Delft nog niet uit of ik voelde dat de meteorologen niet overdreven hadden: de oostenwind was snijdend koud, het winterzonnetje deed eigenlijk niks. Ondanks een extra thermoshirt en onderhandschoenen kreeg ik het niet echt warm. Gelukkig zweet je dan ook niet, zolang je niet stilstaat, is er niks aan de hand.
Plaspauzes waren dus een ramp, en de boterhammen gingen sneller naar binnen dan ze vrijdag hadden gedaan. Toen ik bij Zwammerdam het verste punt van mijn rondje bereikt had, voelde het als een grotere overwinning dan wanneer ik normaal gesproken terugkom van een rondje Zeeland.
Gelukkig kreeg ik vanaf dat moment wind mee, en uiteindelijk was ik na zo'n drieëneenhalf uur terug in Delft. Toen ik bij een stoplicht stond te wachten, draaide een automobilist z'n raampje open en riep: "koud zeker?". Ik knikte, "Nogal".
Thuis zette ik direct de verwarming aan en verwisselde mijn schoenen en sokken voor een paar heel dikke wandelsokken. Ik durfde niet meteen onder de douche te stappen, eerst die bloedvaten maar weer een beetje gangbaar laten worden. Op de bank, naast de radiator, zette ik mijn muts af. Heel even. Wie bij mij naar binnen zou hebben gegluurd, zou mij in fietskleren in elkaar gedoken hebben zien zitten, met een muts over mijn oren en vingers die de theemok eigenlijk niet vast konden houden.
Ik kan me niet herinneren dat ik het ooit zo koud heb gehad op de fiets.
En in het kader van geheel ander nieuws: ik heb mijn Noordkaapfiets besteld. Een tijdje terug al, maar ik heb er niet aan gedacht het hier te melden. Misschien ben ik tegenwoordig teveel op #ligfiets aan het kletsen, waardoor ik het gevoel heb dat iedereen alles al weet. In ieder geval, het wordt een Fujin SL1, met de nodige aanpassingen om hem extra geschikt te maken voor mijn tocht.
De eerste onderdelen zijn al binnen: De pedalen. Bebop van VP One, een systeem waar ik tot voor kort nog nooit van gehoord had, maar toen ik een foto ervan zag, wist ik meteen dat dit het systeem is waar ik al jaren naar op zoek was. Speedplay X vind ik het prettigst fietsen, door de bewegingsvrijheid en het gemakkelijke in- en uitklikken. Ze zijn alleen zo vuilgevoelig dat het op vakantie echt een ramp wordt. Vandaar dat ik voor mijn Hurri overgestapt ben op Speedplay Frogs. Die werken onder matige omstandigheden een stuk beter, maar inklikken is lastiger en het rijdt gewoon niet zo fijn als X.
De Bebops hebben het kliksysteem van X, alleen dan veel deugdelijker uitgevoerd en het is veel meer 'open': in plaats van een gesloten schijf een soort kooi, waardoor het vuil veel beter weg kan. Hetzelfde geldt voor de koppeling onder je schoen: een veel degelijker veer, die niet opgesloten zit en dus z'n vuil gemakkelijk kwijt kan.
Ik heb er nog niet mee gereden, maar ik vertrouw genoeg op mijn werktuigbouwkundige inzichten om ervan overtuigd te zijn dat deze pedalen echt hun belofte waar maken. Eén voordeel heb ik in ieder geval al ondubbelzinnig vast kunnen stellen: ze wegen een kwart minder dan Speedplay, bij een fors lagere kiloprijs.
15 januari 2009. Bananenmafia, stemmingmakerij tegen ligfietsers en cijfertjes
Ik had graag geschreven over de mooie tochten die ik de afgelopen weken ondanks de gladheid toch heb kunnen doen. Of willen berichten over de voortgang van mijn voorbereidingen van de tocht, of dieper willen ingaan op de lara/hora-discussie. Maar helaas, toen ik vanavond terugkwam van een bakje koffie in Burgh-Haamstede, zag ik op Ligfietsplaza iets waar ik nogal kwaad over ben geworden, en nog steeds ben.
Op de Groningse radio heeft een radioprogramma dat het beste omschreven kan worden als "Blik op de weg voor mensen met zeer beperkte geestelijke capaciteiten" een hetze gestart tegen de Groningse velomobilisten. Zie het bericht op Ligfietsplaza hier of de highlights hier. Op de ligfietsmailinglist ontspon zich meteen een flinke discussie.
Als je je niet bij het fietsen betrokken voelt, hoor je hier iets wat nog het meest lijkt op een sketch van Van Kooten en De Bie. Maar grappige sketches worden over het algemeen diep triest als blijkt dat ze niet grappig bedoeld zijn. Ondertussen wordt hier behoorlijk stemming gemaakt tegen een groep enthousiaste fietsers, in een programma dat zo te horen vooral beluisterd wordt door niet bijster snuggere maar wel hanerige mannetjes die een vergunning hebben om een levensgevaarlijke machine in de openbare ruimte te besturen. De luisteraars worden opgeroepen om alles wat ze weten van de identiteit van de fietsers in de uitzending te gooien, alsof het criminelen zijn wier privacy er niet toe doet. De presentatoren hebben het zelfs over de 'bananenmafia'.
Als klap op de vuurpijl herhaalt diezelfde dag een woordvoerster van de VVN het meest hardnekkige vooroordeel over ligfietsers. "Ze zijn zo laag, je ziet ze niet."
Vanavond fietste ik naar de supermarkt, mij al kwader makend over de domheid en het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel van mensen die dit een argument tegen ligfietsen vinden in plaats van een argument tegen auto's. Ineens herinnerde ik mij een foto die ik een paar jaar geleden maakte. Het is geen bijzonder goede foto, vandaar dat ik er nooit iets mee gedaan heb.
Ergens bij een wedstrijd op de wielerbaan in Alkmaar liep een jongetje wat verloren rond tussen de wedstrijdfietsen. Ik ben niet heel goed in het schatten van leeftijden bij kinderen, maar volgens mij was hij al zeker zou oud dat hij een paar jaar op school zat.
Als ik dit zie, vraag ik me toch echt af hoe iemand kinderen kan opmerken als velomobielen te slecht zichtbaar zijn. Nog wat cijfertjes om het compleet te maken. Op mijn Jester ben ik 95 cm hoog, ongeveer zo hoog als een kind van drie. Op mijn nieuwe fiets zal dat zo'n 10 cm meer zijn, een kind van vier. Bij een fiets als bijvoorbeeld de Nazca Fiero zit je al gauw boven de 1,30 m, een kind van 8. Een amsterdammertje is 75 cm hoog.
Om kort te zijn. Wie ligfietsen niet kan zien, hoort niet achter het stuur te mogen zitten.