Lang leve de vooruitgang

Aan fietsen kleeft nostalgie. Heroiek van oude touretappes, herinneringen aan het fietsen naar de middelbare school, de boer die koppig zijn decennia oude fiets blijft gebruiken om naar het land te rijden. Bij vakantiefietsen komt daar nog het primitieve kampeerleven bij en een snuifje spruitjesgeur. Fietsvakantie is iets van vroeger, het is retro, ouderwets met stijl.

Het is niet zo gek dat de fietsvakantie een low-tech imago heeft. Maar betekent dit dat een fiets ook een low-tech voertuig is? Wel, op z’n zachtst gezegd: volstrekt niet. De fiets is een high-tech machine. Fietsontwerpers zoeken naar de uiterste grenzen van de efficiëntie. Fietsen zitten vol extreem sterke materialen en vernuftige constructies. Zelfs een goedkope prutsfiets van de bouwmarkt heeft nog spaakwielen, wat betekent dat elk wiel 65 lastig te monteren onderdelen méér heeft dan een brommerwiel. Omdat het lichter is.

En de ontwikkelingen staan bepaald niet stil. De materialen worden sterker en dus lichter. In de aandrijving zoeken de ingenieurs naar hogere rendementen en soepeler schakelen. Bandenfabrikanten verbeteren zowel de rolweerstand als de lekbestendigheid.

Een veelvoorkomend misverstand is dat deze innovaties alleen interessant zouden zijn voor wedstrijdfietsers. Alleen voor de profs maakt het uit of een fiets een onsje lichter is of niet. Op vakantie daarentegen gaat het niet om de snelheid, dus dan heb je al die high-end onderdelen niet nodig.

Een vreemde redenatie. Voor een fiets geldt namelijk dat snelheid en efficiëntie identiek zijn. Een fiets is snel als hij zuinig omgaat met de trapenergie, een efficiënte fiets gaat sneller dan een minder efficiënte. Ik kan niet bedenken waarom dit alleen van belang zou zijn voor mensen die veel energie kunnen leveren. Ik zou eerder verwachten dat juist de mindere goden zuinig moeten zijn op hun energie.

Natuurlijk, wedstrijden worden soms gewonnen op tienden van secondes en zo krap komt het niet op vakantie, hoewel ik anekdotes heb over het halen van veerboten die anders doen vermoeden. Maar vakanties zijn wel lang. En dan gaan kleine dingen flink aantikken. Eén procent energieverlies in de aandrijving scheelt op een maand fietsen bijna een halve dag. In de banden gaat het al gauw om meerdere procenten, dus nog een of twee dagen. Voeg daarbij een paar kilogram overtollige bagage en een jas die teveel wappert en je verliest zomaar een halve week op je vakantie.

Natuurlijk hoeft niet iedereen net zo tot het uiterste te gaan als ik dat doe. Iedereen heeft een eigen manier van vakantie vieren. Maar bedenk wel dat het met energie net zo is als met geld: elke joule kun je maar één keer gebruiken. Elke joule die je uitspaart kun je gebruiken om verder te fietsen, zoals ik. Je kan hem ook gebruiken om minder uren per dag te fietsen en toch je bestemming te bereiken. Of je zet hem in bij het sight-seeën, fotograferen of voor mijn part in de disco. Allemaal best. Maar die joule gebruiken om wat meer wind tegen te houden of om de band iets verder op te warmen slaat nergens op.

En hoe je er ook tegenaan kijkt terwijl je dit stuk leest, niemand die met tegenwind een berg beklimt denkt: Wat fijn dat mijn fiets zo lekker zwaar is.

De efficiëntiemachine

Erg vreemd is dat niet. Efficiëntie is namelijk het basisprincipe van de fiets. Voertuigen als auto’s, treinen en vliegtuigen werken volgens het principe van de externe energiebron: het voertuig gaat sneller dan een voetganger omdat er olie, steenkool of uranium gebruikt wordt. Om verder of sneller te rijden met zo’n voertuig, hoef je alleen maar meer brandstof te verstoken.

Maar het idee van een fiets is niet om extra energie te gebruiken, maar om de energie van de mens slimmer aan te wenden. Efficiëntie is de hele reden dat fietsen sneller gaat dan lopen. Een fiets zonder efficiëntie is als een auto zonder motor, een zeilboot zonder zeilen, een koets zonder paarden.

Mijn filosofie is daarom: Lang leve de vooruitgang. Benut die innovaties, maak je fiets en je uitrusting zo efficiënt mogelijk, haal zoveel mogelijk vakantie uit je beperkte energie.

Ik heb soms het idee dat ik een beetje alleen sta met dit uitgangspunt. Ligfietsers begrijpen het. Die omarmen nieuwe technologie en zoeken graag naar methoden om efficiënter te fietsen. Het wereldje van de reguliere vakantiefietsers wordt echter geplaagd door conservatisme, technofobie en bedrijven die graag dure onzin verkopen aan naïeve klanten. Carbon wordt verketterd omdat extreem lichte koersfietsen spectaculair stuk gaan bij een ernstig ongeluk. Schijfremmen mogen niet omdat twintig jaar geleden iemand in China er eens problemen mee had. Maar al te vaak hoor ik opmerkingen als “dan trap je toch gewoon wat harder” of “wat maakt het allemaal uit, je bent toch op vakantie”.

Vreselijk. Alsof je tegen een zeiler zegt dat hij niet op de wind hoeft te letten.

Horses for courses

Maar het ergste is wel dat uit allerlei mythes, technisch onbegrip en verkooppraat een soort norm is ontstaan voor hoe een vakantiefiets er uit moet zien. Die norm is voor sommige fietsreizen ongetwijfeld adequaat, maar voor heel veel reizen juist niet. Fietsen zijn nu eenmaal horses for courses. En dat is weer een logisch gevolg van het basisprincipe van de fiets. Stem de fiets af op het doel en je kunt een veel hogere efficiëntie bereiken.

Nu is dit bij een vakantiefiets vrij lastig. Je weet immers maar tot op zekere hoogte wat je op reis tegen gaat komen, en het idee van reizen is sowieso dat je veel verschillende dingen gaat meemaken. Afstemmen op het doel is een stuk lastiger dan bij een recordstroomlijn of een stationsfiets.

Maar er zijn wel degelijk grote verschillen, alleen al als je kijkt op het niveau van werelddelen. Fietsen in Europa is echt anders dan in Afrika. Beide zijn groot genoeg om een aantal fietsen te verslijten voordat je alles gezien hebt. En binnen Europa maakt het nogal wat uit of je de bergen opzoekt of juist vermijdt. Of je mountainbikepaden kiest of liever over normale wegen rijdt. In de praktijk zijn dat vrij persoonlijke voorkeuren waar mensen behoorlijk aan vasthouden.

De fiets voor de reis die je echt gaat maken

Ik pleit ervoor om met die verschillen rekening te houden bij het kopen van een fiets. Bedenk wat je er mee wilt gaan doen, en stem daar je keuze op af. Wat daarbij een valkuil kan zijn is de gedachte “Nu ga ik naar Frankrijk, maar over een paar jaar wil ik misschien wel naar Mongolië”. Hou daar geen rekening mee. De fiets die je koopt voor Frankrijk verslijt je echt wel met vakanties dichter bij huis, weekendjes weg en woon-werkverkeer. Tegen de tijd dat je daadwerkelijk naar Mongolië gaat is het vroeg genoeg om daar een speciale fiets voor te kopen. Dan profiteer je ook van de innovatie die in de tussentijd heeft plaatsgevonden en zelf heb je ook meer ervaring, je weet beter wat je wilt en je kan dan een betere keus maken.

Hoe erg kan het zijn, een fiets die niet is afgestemd op de omstandigheden? In Noorwegen reed ik op de Rv17, een prachtige kustweg. Het was een zonnige dag, maar de tegenwind was hard en snijdend. Op mijn specifiek op de Noorse omstandigheden afgestemde fiets haalde ik twee mannen in op traditionele vakantiefietsen. Ik hield even in om een praatje te maken. Ze vroegen wat ik van het weer vond. Ik antwoordde iets van “great” of “nice”. Dat viel niet in goede aarde. Er werd wat teruggegromd over klotewind en dat het allemaal kut was. Na een paar beleefde zinnen zette ik maar weer aan, het was echt te genant.

Een prachtige dag op een prachtige route, en deze mensen hadden het niet naar hun zin. Ze ploeterden, kwamen nauwelijks vooruit en zaten alleen maar te vloeken op de fiets. Ik genoot volop, reed meer dan 160 km die dag en stapte energiek van mijn fiets.

Koop geen fiets voor de reis waar je van droomt. Koop hem voor de reis die je echt gaat maken.

Waar ik ervaring mee heb

Omdat ik zoveel waarde hecht aan het Horses for courses-principe, lijkt het me goed om nu uit te leggen met welk soort reizen ik ervaring heb. Mijn reizen waren allemaal in Europa, voornamelijk Scandinavië, de Waddenkust, de Alpen en Frankrijk. Ik ken de statistieken niet, maar ik denk dat het overgrote deel van de fietsvakanties zich in vergelijkbare omstandigheden afspeelt: een redelijke mate van beschaving, hoofdzakelijk matige tot goede wegen met zowel wind als het nodige klimwerk.

Niet leuk fietsen
Hier fietsen is dus niet leuk – met de verkeerde fiets.