Noodweer en een eindsprint

Opnieuw was een goede nachtrust me niet gegund. De lantarenpalen op de camping vielen in de categorie stadionverlichting, en ze brandden de hele nacht. Mijn tent stond er vlak onder. Ik heb midden juni op 71 graden Noorderbreedte gekampeerd en toen was een slaapmasker minder nodig.

En toen kwam het onweer. Traag, met miezer die aanvankelijk nog gezellig op het tentdoek trippelde. Toen donder in de verte. Heel langzaam kwam het naderbij. De flitsen werden sterk genoeg om het kunstlicht te overstemmen. De miezer werd regen, de regen een stortbui. Donderslagen kwamen sneller na elkaar en kozen uiteindelijk positie recht boven mijn tent. Een crescendo dat uren in beslag leek te nemen. Het water sloeg zo hard op het doek dat de 5000 mm waterkolom een paar keer overschreden werd. Oorverdovend.

Lees verder

Het goede tempo

Alle andere fietsers waren al weg toen ik mijn tent uit kroop. Nou ben ik sowieso niet de vroegste en ik had mijn avond in Tournai besteed aan tripeltjes in een dubieus rockcafé waar BH’s achter de bar hingen. Maar dit was wel heel extreem. Rustig aan doen was het doel van deze reis, en het wilde niet wennen.

Pas tegen tienen was ik op pad, en dat voelde helemaal niet als ‘rustig aan doen’. Het was gehannes, gedoe, gekluns en twintig keer heen-en-weer lopen naar het toiletgebouw. Maargoed, eenmaal onderweg werd het beter. Tournai verliet ik via het zoveelste jaagpad van deze reis, ditmaal langs de Schelde. Opnieuw zie ik meer van de industriële geschiedenis dan van het pelgrimsverleden, maar dat maakt de tocht niet minder interessant. Lang geleden fietste ik hier met mijn vriend James, op weg naar de Dordogne. Zulke herinneringen geven een route voor mij atijd extra betekenis.

Lees verder

En route

Met horten en stoten. Anders is deze start niet te omschrijven. Blessure op blessure, een nieuwe velg op het laatste moment, vermoeidheid die maar terug bleef keren. Maar nu ben ik onderweg, op de Jakobsroute.

Een pelgrimsroute dus. In de middeleeuwen door honderdduizenden gelovigen bewandeld, en nu fiets ik hem. Als atheïst. Voor mij is er niets spiritueels aan. Ik fiets hier om van het landschap te genieten, omdat het rust geeft en goed is voor mijn lichaam en mijn hersenen. Meer niet.

Lees verder

Alweer een tegenvaller…

Zoals ik in een vorige post al meldde, het fietsen gaat niet lekker dit jaar. De blessure en de burnout die ik overwonnen dacht te hebben, staken toch de kop weer op. Het plan voor deze zomer werd daarom een bescheiden rondje Frankrijk in een rustig tempo. De vertrekdatum had ik op 9 of 10 augustus gezet.

Zaterdag voer ik mee op de boot van RozeLinks bij de Gay Pride, en toen sloeg het noodlot toe. Tijdens het zwaaien met de regenboogvlag schoot het in m’n been. Het voelde als een kleine zweepslag of een heel zware kramp, of iets anders ongelukkigs. Ineens leek zelfs een rustige fietsvakantie buiten bereik te komen.

Ik heb een paar dagen rust gehouden, en vandaag een klein rondje gefietst op de Chamsin. Het voelde prima, maar ook alsof ik geen gekke dingen moet uithalen. Ik denk dat ik met één of twee dagen vertraging op pad kan. Wellicht de eerste dagen heel rustig, 100 à 120 km per dag in een niet te hoog tempo.

Morgenochtend weet ik meer. Kijk op Twitter voor het laatste nieuws.

In de krant…

artikelnrc…en niet zomaar een krant, maar de NRC! Het eerste deel van de zomerserie ‘Mijl op zeven’. Getipt door Bas de Meijer kwam ik in contact met journaliste Brigit Kooijman die op zoek was naar mensen die een bijzondere roadtrip hadden gemaakt. Nou, die heb ik wel op mijn naam staan inmiddels.

Het interview focusseert op het Rondje Scandinavië dat ik in 2010 fietste. Je kunt het artikel hier online nalezen.

 

Rustig aan

DSC05376_v1

2016 wordt geen groots en meeslepend jaar. De blessure die in december verdwenen leek te zijn, steekt af en toe toch de kop weer op. Dit voorjaar ben ik twee lange weekenden met de fiets op pad geweest, en ik merk dat ik mijn gebruikelijke tempo maximaal drie dagen achter elkaar kan vasthouden. Het is geen leuke conclusie, maar een brute reis zit er dit jaar niet in. Ik kan het gewoon niet.

Lees verder

Ja, ook ik.

Eigenlijk is het de meest neutrale manier van iemand afwijzen. De één is homo, de ander hetero, je bent seksueel niet compatibel, het gaat gewoon nooit werken. Niemand kan er iets aan doen; niemand heeft gefaald, niemand is te mooi, te lelijk, te dik of te dun, niemand heeft iets verkeerds gezegd. In de genetische loterij zijn de dubbeltjes verschillende kanten op gevallen. Meer niet.

In de twintig jaar dat ik regelmatig met vrienden in de homoscene terecht was gekomen, had mijn geaardheid dan ook vrijwel nooit problemen opgeleverd. Als een man mij probeerde te versieren, zei ik gewoon dat ik op vrouwen val en meteen veranderde het gesprek in neutrale kroegpraat. Ik kan me niet herinneren dat ik me ooit ongemakkelijk heb gevoeld.

Lees verder

Waarom ik feminist ben

Het is niet heel gebruikelijk dat een man zichzelf feminist noemt. De meeste mensen vinden dat maar vreemd. Vrouwelijke feministes worden vaak al met een scheef oog aangekeken, maar een man die zich druk maakt om vrouwenrechten is helemaal een tegennatuurlijk verschijnsel. Mannelijke feministen zijn ‘politiek correct’ – daar schijnt iets mis mee te zijn – of het zijn watjes die zich door vrouwen laten intimideren. Of nog erger, zo’n man is wanhopig op zoek, hij staat al sinds het Precambrium droog en probeert ten einde raad op deze manier bij vrouwen in het gevlei te komen. Lees verder