Pedalen en schoenen.

Door een trouwerij en klussen aan de gezamelijke woonkamer in mijn woongroep, was er dit weekend helaas geen dag beschikbaar om een rondje Zeeland of iets dergelijks te rijden. Voor mijn gemoedsrust is het goed om elke dag ‘iets’ te doen aan de voorbereiding van mijn tocht. Vanmiddag heb ik me dan maar eens gebogen over de pedalen voor mijn Noordkaapfiets, en de bijbehorende schoenen. Het combineren van pedalen en schoenen is nooit helemaal triviaal; testen en goed afstellen is noodzakelijk om niet voor verrassingen te komen staan.

De titanium Bebops zijn ontworpen op een minimale crankstelbreedte. Dat is ergonomischer en reduceert ook de luchtweerstand. Marketingmensen noemen het vaak de “Q-factor”, hetgeen alle vooroordelen over hen bevestigt. Voor niet-technici: dit is de crankstelbreedte niet, dit is het wel en hier heeft het geen donder mee te maken.

Crankstelbreedte dus. Als je die minimaliseert door de pedaalassen korter te maken, loop je het risico met je schoen tegen de crank te komen. Ik was daar een beetje nerveus over, ondanks mijn smalle voeten. Vandaag heb ik dat maar eens getest: het gaat goed. Veel ruimte is er niet, met dikke neopreen overschoenen zal het mis gaan. Nu was ik toch al van plan om zo dun mogelijke waterdicht overschoenen te kopen, dus dat komt mooi uit.

Goed, een stukje fietsen dan maar. Dat was genieten! De pedalen voelen zo strak, en geven tegelijkertijd ruim genoeg speelruimte. Minstens zo goed als een nieuwe Speedplay X, alleen dan met de voordelen die ik al eerder beschreef. Ook denk ik dat dit systeem minder snel speling door slijtage krijgt, dus ik kan nog meer genieten van dit superstrakke pedaleren.

Niet dat het in één keer goed was. De boutjes waren te lang en prikten in mijn voet. Bovendien voelde het alsof de schoenen te haaks op de traprichting stonden; aangezien je benen op de fiets altijd een klein beetje gespreid staan, kan het geen kwaad als je schoen ietsjes scheef naar binnen op het pedaal staat. Ik voelde aan mijn knieën dat nodig hebben. Piekerend over een oplossing reed ik weer terug naar huis.

Aanvankelijk probeerde ik de boutjes korter te slijpen. In de gebruiksaanwijzing van de schoenen staat dat je pèrsé de bijgeleverde boutjes moet gebruiken, in plaats van die welke bij de plaatjes horen. Ik heb dat braaf gedaan, getest, bijgeslepen, weer getest, nog een keer geslepen. Nog steeds voelde ik het boutje in de bal van mijn voet prikken. Ze moesten blijkbaar nog korter. Meten met de schuifmaat bracht mij tot de conclusie dat de boutjes van Bebop precies de juiste lengte hadden. Die lui zijn toch ook niet gek, dacht ik en stopte met slijpen.

Plaatje voor Beboppedalen. De karteltjes moest ik deels wegslijpen Om de plaatjes beter op de zolen te krijgen, moesten de plaatjes zelf ook wat aangepast worden. Aan de onderzijde zijn deze voorzien van karteltjes die zich in het kunststof moeten werken om te zorgen dat de boel niet gaat verschuiven. Nu hebben mijn schoenen een zool van koolstoflaminaat, daar willen die karteltjes niet zo heel graag in. Aan de binnenzijde van de voet zaten deze karteltjes ook wat in de weg bij het profiel. Nu zitten die karteltjes er natuurlijk niet helemaal voor niets, aan de andere kant is op een ligfiets de belasting van je pedaalsysteem toch een stuk minder. Het enige dat je er mee doet is je fiets aandrijven. Ze hoeven niet bestand te zijn tegen dit soort fratsen.

Ik sleep daarom aan de binnenzijde van de voet de karteltjes weg, zodat het plaatje een klein tikje schuin op de zool kwam te zitten. Inmiddels was ik vijf testritjes verder en dacht wel klaar te zijn. Ik schroefde de boel nu goed stevig vast. Voor de zekerheid nog één keer testen.

Tot mijn stomme verbazing wilde de pedalen niet meer inklikken. Met geen mogelijkheid. Wat nu weer. Er was niets te zien waardoor het niet zou passen. Het leek me tevens wat onwaarschijnlijk dat het kwam door de andere boutjes, het waren immers juist de boutjes die bij de plaatjes horen.

Te hard aangedraaid misschien? Dat bleek te kloppen. Een tikje losser en het klikte weer soepeltjes in en uit. Dit betekent wel dat ik me lichte zorgen maak of de boel wel vast blijft zitten. Ik kan me voorstellen dat de karteltjes in de loop der tijd toch ietsjes verder wegzinken en dan is een boutje toch snel losgetrild. Wellicht dat ik er uiteindelijk toch voor kies om de karteltjes helemaal weg te slijpen, een heel dun ringetje aan één kant onder het plaatje te leggen en voor de rest alles met loctite te zekeren. Bij een vakantiefiets gaat betrouwbaarheid voor (bijna) alles.