
Ver voor de wekker word ik wakker van regen op mijn tent. Het is dag vier en ik ben in Noord-Duitsland. Ik moet denken aan vorige zomer. Het lijkt wel hetzelfde scenario. Drie dagen fietsen en dan eigenlijk wel een rustdag nodig hebben, met de regen in de ochtend die de doorslag geeft. Zelfs het eten bij een pizzeria met beperkte keus kon ik afvinken. Het voelde als een herhaling van zetten.
Helemaal hetzelfde werd het niet. Sowieso was ik minder ver gekomen in die drie dagen, ik was pas in Zeven. En ook hield de regen op tegen de tijd dat ik op moest staan. Maar dat die rustdag moest komen, was al wel duidelijk.

Zeven is geen plek die ik zou uitkiezen voor iets anders dan een overnachting op de terugweg. Het is geen mooi plaatsje en er is weinig te doen. Het enige voordeel van Zeven is de camping, een goede pleisterplaats, ver van lawaaiïge wegen. En er is een fijn stukje bos, maar vorig jaar was ik aan de oever van de Elbe en dat is wel van een ander kaliber.
Maar klagen doe ik niet. Dat ik na drie dagen hier was, is een wonder op zich. Mijn gezondheid kreeg eind vorig jaar weer een forse terugval. Een grote tocht door Scandinavië is dit jaar ver achter de horizon. Ik tel mijn zegeningen. Ik ben op pad, sinds ik weg ben van de rook van Rotterdam en de ammoniak uit de stallen van de Bible Belt, genieten mijn longen van de schone lucht.

En dus werd het Zeven. Op zondag. Er was een bakkerij open waar ik koffie kon drinken. Ik wandel.wat door de parkjes en langs de paar historische gebouwen die er zijn. Halverwege de.middag strijk ik neer bij het sportcafé, dat open is. Ik eet bij een hotel omdat ik niet weer pizza wil en ga dan terug naar het sportcafé om mijn eerste reisverhaal af te maken. Het valt niet mee om een plek te vinden waar mijn blik niet telkens wordt afgeleid door de TV-schermen die elke muur hier bedekken. Er is binnen eigenlijk maar één stoel waar dat lukt.
Het wordt uiteindelijk nog behoorlijk druk die avond. Er is voetbal op TV. Ik zet m’n verhaal online en loop in het donker door het bos terug. Ik kan net genoeg zien om geen zaklamp te gebruiken.

Ook al zijn de afstanden kleiner, wat ik dit jaar echt beter doe zijn de routes. De lange trajecten op smalle fietspaden langs drukke autowegen zijn er nu niet. Af en toe een stukje, maar dan zit ik alweer op kleinere wegen en slingerpaadjes door bossen. De Elbe passeer ik bij laagwater met de veerpont vanuit Wischhafen. Ik volg een stukje de Kremper Au, een lieflijke zijrivier van een zijrivier van de Elbe.

Dan ga ik via een paar dorpen tot Weddelbrook. Halverwege Zeven en de Oostzee. Hier is een eenvoudige camping met veel ruimte voor fietsers. Het is een stil dorp met een kleine zwemplas, een vijver bijna. Aan deze vijver is een Italiaans restaurant, een stuk beter dan wat ik in Zeven ben tegengekomen.

Een stil dorp is precies wat ik nodig heb. De vermoeidheid die weer helemaal terug is en mij al een halfjaar in een ijzeren greep heeft, is niet weg met een rustdag. Ik maak een avondwandelingetje door het dorp met het zachte licht van vlak voor de schemering. Loop een rondje om de plas en neem dan tijd om muziek te luisteren aan de picknicktafel naast mijn tent.
In dagen gerekend is het patroon van vorig jaar er nog steeds. Op de tweede dag na de rust bereik ik de locatie voor de volgende rustdag. Dit keer helaas niet een mooi Deens eiland in de Oostzee, maar een suffig Duits badplaatsje, net onder Fehmarn. Hier bracht ik vorig jaar één nacht door, dus ik wist dat de voorzieningen goed genoeg waren.

Het Oostzeeweer dient zich al vroeg aan wanneer ik verder fiets vanaf Weddelbrook. Blauwe lucht, zon maar niet te fel, warm maar niet heet. En een stevige bries. Aanvankelijk is er nog bos en groene tunnels van bomen en struikgewas die beschutting bieden, maar die maken geleidelijk plaats voor golvende graanvelden. Ik zie de eerste kerk uit de baksteengotiek, helaas compleet ingepakt in steigers.

Het fietspad gaat dwars op een roodgeverfde vangrail af. Daarachter de zee. De Oostzee. De zee van deze reis. Daarboven een strak blauwe hemel. Vijf dagen heb ik hier naar toe gefietst. Maanden heb ik er naar verlangd. Dat dit het moment is, dringt nog maar half door.

De camping in Großenbrode is vol maar heeft ruimte zat voor fietsers. Alles is nog net als vorig jaar. Het geeft dat beetje houvast dat ik nodig heb om met mijn krakkemikkige gezondheid te kunnen ontspannen ver van huis.
In de avond loop ik naar de strandboulevard, de houten pier op. Ik ruik de zeelucht. Het waait stevig ook al nadert zonsondergang. Vanaf een klein podium klinkt een soort tenenkrommende electronische schlager. Tegen de tijd dat ik weer van de pier af ben, is de DJ overgeschakeld op discoklassiekers, zowaar zonder electronische beat er onder gemixt.
Maar de drukte is nog steeds te veel voor mijn vermoeide hoofd. Ik laat het terras links liggen en loop naar mijn tent.

Laat de wind maar lekker dit je haren waaien, en geniet maar van de golven. Vakantie kan op veel manieren, allemaal goed.
En toch man, en toch. In vijf dagen heb je de Oostzee bereikt. Laat de lat dan een klein beetje zakken, niet eens veel eigenlijk. Geniet ervan!