De route

De noodzaak van een goede route

In de inleiding van dit hoofdstuk schreef ik dat ik wel eens op de bonnefooi ben gaan fietsen. Dat deed ik tijdens een lang weekend dat als training moest dienen voor mijn tweede reis in Scandinavië. De eerste dag reed ik naar vrienden in het oosten van het land. Die route stond van te voren vast en ging heel goed. Ik heb echt genoten van die rit, en hard getraind. Ik kon mijn tempo goed vasthouden.

Het plan voor de tweede dag was om Duitsland in te rijden, en de derde en vierde dag te gebruiken om via een noordelijker route terug naar huis te rijden. Die routes had ik niet gepland. Ik zou wel zien.

Toen ik op de tweede dag vertrok, vond ik wel de weg naar Duitsland, maar had eigenlijk geen idee waar ik daarna heen moest. Om de haverklap stond ik stil om op de kaart te kijken. Ik kwam telkens weer terecht op veel te grote wegen. Het bleek heel moeilijk om industrieterreinen te ontwijken. Oog voor mijn omgeving had ik nauwelijks, ik had het veel te druk met het onthouden van plaatsnamen en het zoeken naar de minst vervelende weg om in het volgende dorp te komen.

Die avond zette ik een plan op papier voor de derde en vierde dag, en het fietsen ging meteen een stuk beter. Ik kon weer tempo maken én aanhouden. Ik kon weer om mij heen kijken en van het landschap genieten.

Voor mij was dit een wijze les. Als ik zonder goede route van huis ga, ben ik onderweg meer aan het puzzelen dan aan het genieten. En eigenlijk kom ik nergens, want dat gedoe kost een hoop tijd. En net als met energie, kun je je tijd maar één keer uitgeven. Je vakantiedagen zijn veel te kostbaar om ze te besteden aan zaken die je ook ’s winters op doordeweekse avonden kunt doen. En die je thuis ook beter en efficiënter kunt doen.

Sowieso is het nodig om de routes van mijn grote reizen nauwkeurig te plannen. Omdat ik naar een flinke prestatie streef, zit er weinig speling in mijn tijdsplanning. Bovendien kun je in Noorwegen nogal de mist in gaan zonder goede route. Als je niet oplet sla je een weg in die 30 kilometer verderop doodloopt in een dal, of kom je een tunnel tegen waar je met de fiets niet doorheen kan. Zo’n vergissing kan je een halve dag kosten.

Hoe te plannen

Tot voor kort deed ik alles met papieren kaarten. Tegenwoordig rijd ik met GPS en gebruik voornamelijk electronische kaarten in de voorbereiding. In werkwijze ontloopt dat elkaar niet eens zoveel.

Als eerste stap is het nodig om te weten hoeveel kilometer per dag je ongeveer kunt en wilt fietsen. Dit is sterk afhankelijk van je aanleg, leeftijd, geslacht, training, je materiaal, de route en de omstandigheden. En niet te vergeten, je persoonlijke voorkeur. Er zijn wat vuistregels voor, maar mijn advies is om het gewoon uit te proberen. Ga lange tochten trainen, trek er een lang weekend op uit met je kampeeruitrusting.

Voor mijzelf hou ik 200 kilometer per dag aan op het vlakke, en 170 in de bergen. Dat doe ik zes à zeven dagen achtereen en neem dan een rustdag. Dat is een vrij strak tempo dat niet voor iedereen is weggelegd, maar er zijn ook mensen die meer doen.

Om de mooiste wegen en plaatsen te vinden, maak ik gebruik van dezelfde hulpmiddelen die ik in de inleiding noemde: Panoramio en de reisverslagen van anderen. Ook Google Streetview helpt geweldig om een indruk te krijgen van een weg of een stad.

Ik zorg dat ik altijd wat alternatieven heb om de route wat in te korten of uit te breiden langs bijzondere plekken. Dat laatste heb ik in de praktijk gelukkig vaker nodig.

Papieren kaart

Voor een papieren route zet ik de plaatsnamen in een kolom van een spreadsheet. In de tweede kolom komen wegnummers als die er zijn. Met kleuren markeer ik zaken als veerboten en alternatieve routes. De afstanden tussen de plaatsen lees ik af uit de kaart en zet ik in een derde kolom. Ook andere nuttige informatie plaats ik in de spreadsheet, zoals een lijstje van woorden die je onderweg nodig kunt hebben. Zoek maar eens het Finse woord voor ‘centrum’ op, dan weet je waarom zoiets handig is.

De spreadsheet print ik uit en schuif ik tezamen met de kaart in een waterdichte kaarthoes van, jawel, Ortlieb. Dat zijn handige kaarthoezen die in elke buitensportwinkel te krijgen zijn. Wel even de harde kant van het klittenband vastnaaien want de lijm laat geheid los. De kaartenhoes hangt gedurende de rit om mijn nek.

Route op GPS

Voor de GPS maak ik routes meestal met Google Maps. Het grote voordeel daarvan is dat je Streetview kunt gebruiken. Je kan daarmee goed inschatten hoe mooi of prettig een weg is. Ook kun je hiermee stukken weg van zeer slechte kwaliteit uit je route verwijderen. Als je een programma gebruikt dat alleen met kaarten werkt, moet je maar hopen dat wat op de kaart als verharde weg staat, niet in werkelijkheid een aan gort gereden zandpad of een veel te drukke autoweg is.

Afhankelijk van hoe dicht het wegennet is in een bepaald gebied, maak ik routedelen van minder dan 300 tot meer dan 1000 kilometer. Het opdelen in brokken is niet alleen handig voor jezelf, ook de beperkingen van Google Maps spelen een rol. Vervolgens gebruik ik dit handige tooltje om de route om te zetten in een GPS-track.

Een andere handige online routeplanner is Naviki. Deze is speciaal ontworpen voor fietsers. De routes die hier uitkomen zijn vaak heel mooi en prettig. Maar hij heeft ook wel eens kuren: soms besluit hij dat je ergens niet mag fietsen waar dat wel kan, zoals de E6 in de noordelijke helft van Noorwegen. Of hij stuurt je over onbegaanbare paden, zoals bijvoorbeeld een route voor sneeuwscooters in Lapland. Controleer de route dus voordat je gaat fietsen!

De kaarten die ik gebruik zijn tot nu toe OpenStreetmap, of de fietsvariant OpenFietsmap. Daar heb ik eigenlijk altijd genoeg aan gehad, maar wellicht is dat anders buiten West-Europa.

Overigens ben ik zeker geen GPS-expert. Wil je er meer van weten, kun je beter wat gaan googlen of iemand zoeken die er echt verstand van heeft. Ik beschrijf hier hoe ik het doe, en daar ben ik vooralsnog tevreden mee.

Waarom GPS

Voor mijn vertrek richting Grense Jakobselv legde ik alle kaarten op de weegschaal. De Duitse kaarten had ik al in tweeën geknipt, van de Zweedse had ik het karton verwijderd. Met een paar enveloppen om opgefietste kaarten naar huis te sturen, kwam het totaal boven de 1,7 kg uit. Een Garmin Dakota met batterijen en lader zit rond de halve kilogram.

Dit is voor mij niet de belangrijkste reden om voor GPS te kiezen.

Met een GPS kun je veel gemakkelijker de weg vinden. Je hoeft niet op zoek naar wegwijzers of stadsplattegronden. Je hoeft niet te stoppen om de kaart anders te vouwen, wat vooral prettig is in de regen. Met een GPS sta je veel minder stil, je kan je tempo beter aanhouden en zit niet te hannessen met die kaart die aan een touwtje om je nek hangt te flapperen. Je kan gewoon beter en veiliger doorfietsen.

Ook dit is voor mij niet de belangrijkste reden om voor GPS te kiezen.

Waar het echt om gaat zijn de mooie routes. Kleine weggetjes zijn moeilijk te vinden. Soms staan ze niet op de kaart, en wegwijzers sturen je vrijwel altijd naar de wat grotere wegen. Zelfs als de kleine wegen wel op de kaart staan, is het heel lastig om ze te vinden als je het gebied niet op je duimpje kent. Zijwegen tellen gaat vaak mis, door je eigen vergeetachtigheid of door het detailniveau van de kaart. De kans dat je verdwaalt is levensgroot als je niet de wegwijzers volgt.

Nu zijn er mensen die dit juist leuk vinden. De echte spoorzoekers. Ik gun hen deze sport en ben onder de indruk van hun prestaties. Maar het is niet mijn hobby. Zoals de lezer inmiddels wel begrepen heeft, wil ik gewoon fietsen en van de omgeving genieten. Als ik op een papieren kaart navigeer, kies ik daarom vrijwel altijd voor routes die gemakkelijk te vinden zijn. Gezien de populariteit van gemarkeerde fiets- en wandelroutes, ben ik niet de enige. Ik denk dat de overgrote meerderheid van de fietsers zo weinig mogelijk gedoe met de navigatie wil.

De GPS maakt dat je mooie, niet gemarkeerde routes over kleine wegen kunt volgen, zonder de weg kwijt te raken of veel tijd te verliezen aan turen op de kaart. Sinds ik met GPS fiets, rij ik veel mooiere en rustiger routes. De keerzijde daarvan is dat ik veel meer tijd achter mijn computer doorbreng, maar dat heb ik er graag voor over.

GPS is geen TomTom

Wie denkt dat fietsen op de GPS net zoiets is als autorijden op de TomTom komt bedrogen uit. De infrastructuur voor fietsers is geen schim van de hoog ontwikkelde autoinfrastructuur. De markt voor routeplanners voor de fiets is miniem in vergelijking met die voor auto’s. Bovendien, autorijden doe je niet voor je lol. Mensen vragen aan de TomTom een efficiënte route naar hun bestemming over perfect gedocumenteerde snelwegen. Niet een mooie, rustige route over kleine weggetjes.

Gevolg hiervan is dat een GPS voor op de fiets niet veel meer is dan een automatisch verschuivende kaart met een ingetekende route. Het automatisch plannen van een route staat nog in de kinderschoenen en doet lang niet altijd wat je wilt. De planner van de fietsersbond doet het erg goed in de Randstad, maar daarbuiten kunnen er gekke dingen gebeuren. Voor het buitenland is er eigenlijk niks. Sowieso wil je op een fietsreis graag zelf bepalen waar je wel en niet langs komt.

Vandaar dus het handmatig plannen in Google Maps, of eventueel een speciaal programma als Viking, QLandkarte of Basecamp. Het is iets waar je echt ervaring mee moet opdoen. Neem daar de tijd voor. Koop niet deze week een GPS als je volgende week op vakantie wilt.

Een ander punt dat oefening en ervaring vereist, is het onderweg aanpassen van je route. Ergens op je reis zul je dat moeten doen, omdat een weg opgebroken is, omdat je route toch niet goed blijkt te zijn, omdat je tijd te kort of juist over hebt. Het valt dan niet mee om op dat kleine schermpje een alternatieve route te vinden, en die route inprogrammeren zonder het gemak van een echte computer met muis, toetsenbord en Google is niet triviaal. Ik heb er een flink aantal tochten voor nodig gehad om het onder de knie te krijgen.

Bestaande routes

Natuurlijk kun je al dit werk uitbesteden. Veel mooie fietsroutes zijn al door anderen uitgezet. Je kan ze kopen in de vorm van boekjes of downloaden van internet. Vaak zit er veel ervaring en onderzoek achter zo’n route en je krijgt er touristische informatie bij.

Zeker als je routes plannen niet heel leuk vindt, is dit een goede optie. Maar denk niet dat je daarmee het hele navigatie- en planningsvraagstuk hebt opgelost. De kwaliteit van routes is namelijk nogal wisselend. Degene die de route heeft uitgezet, kan heel andere ideeën hebben over fietsvakanties dan jij. Routes die in tekst beschreven zijn, kunnen soms heel gemakkelijk te vinden zijn, maar soms ook meer op een puzzeltocht lijken.

De Hanzeroute bijvoorbeeld, volgt in Duitsland grotendeels een bestaande Duitse fietsroute. Bij deze route lijkt het alsof de samenstellers er van uit zijn gegaan dat grind- of zandwegen altijd te prefereren zijn boven asfaltwegen. Voor mij een onaangename verrassing met mijn semi-lowracer op slicks. Echt geërgerd raakte ik toen ik ontdekte dat de kleine asfaltwegen in dat gebied veel mooier waren; op de grindwegen keek ik alleen maar tegen mais aan.

Denemarken is ook verradelijk. Er zijn talloze routes te downloaden, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen algemene fietsroutes en mountainbikepaden. Kijk bij die routes niet gek op als je na 60 kilometer over uitstekende asfaltweggetjes ineens op een zompig modderpad staat met hellingen van 20%. En dat is van te voren bijna niet in te schatten.

De Jakobsroute vond ik daarentegen heel aangenaam. Mooie rustige wegen van meestal goede kwaliteit. Echt een aanrader.

Zorg dus dat je weet waar je aan begint als je niet zelf je route plant. Google ervaringen van anderen, bekijk hun foto’s en gebruik indien mogelijk Streetview om de kwaliteit van de wegen in te schatten.

Veerboten

Op mijn reizen kom ik veel veerboten tegen. In meer afgelegen delen kunnen de vaartijden nogal anders zijn dan je gewend bent van die op de grote rivieren hier in Nederland. Zoek dit van te voren goed uit, je kan anders voor onaangename verrassingen komen te staan. Van alle veerboten die minder regelmatig dan eens per halfuur varen, zet ik de veertijden in een tabel op papier of in een tekstbestand op mijn telefoon.

Voor de grotere overtochten, zoals tussen Denemarken en Noorwegen of Duitsland en Zweden, check ik van te voren wanneer de afvaarten zijn, en hoe belangrijk het is om te reserveren. In het voor- en naseizoen is dat vrijwel nooit nodig, maar ik ken iemand die in het hoogseizoen twee dagen in Oslo heeft moeten doorbrengen voordat hij aan boord kon.

5 reacties op “De route

    • Hallo Tom,

      ik gebruik inderdaad de Dakota 20. Bevalt op zich goed, maar het is natuurlijk al wel een oud model. Ik weet niet zo goed hoe het er nu voor staat. Wellicht zijn er nieuwere modellen op de markt die ook Galileo kunnen ontvangen.

      Walter

      • Bedankt voor je reactie. Ik twijfel tussen een extra gps of mijn iPhone blijven gebruiken. Ik gebruik nu al jaren MotionX met veel plezier op de iPad in de auto (vakantiereizen) en af en toe op de iPhone als ik per fiets iets een nieuwe route rijd. Sinds kort rijd ik weer ligfiets en ik verwacht met mijn vergrote actieradius veel meer nieuw asfalt te verkennen. Ergens is het zonde om een extra gps te kopen (geld, gewicht) als de telefoon toch altijd wel mee gaat.

        • Een losse GPS is fijn als je langere tochten maakt. Ten eerste zijn ze waterdicht en kunnen ze tegen een stootje. Ten tweede gaat de accu veel langer mee en doen ze het prima zonder internetverbinding. En verder ben ik heel blij met het feit dat mijn model op penlites loopt. Als de accu’s leeg zijn, stop ik er gewoon nieuwe in. In geval van nood zijn wegwerpbatterijen overal te krijgen. Ik kan bijna twee dagen fietsen op één setje van twee 2450 mAh-Eneloops.

          • Een smartphone heeft geen internetverbinding nodig om te gebruiken als GPS. Het beste zet je ‘m zelfs op vliegtuigmodus, om de batterij te sparen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.