Aandrijving

Wat heb je nodig?

De aandrijving van een vakantiefiets vraagt specifieke aandacht. Er zit meer aan vast dan het simpele idee dat je kleinste verzet licht genoeg moet zijn voor de steilste hellingen. Het gaat ook om de stapjes tussen de versnellingen, de versnellingen die je het meest gebruikt en je eindverzet.

Eindverzet

Om met dat laatste te beginnen: Ook al rijd je meestal snelheden tussen de 25 en 30 km/h, het is in veel gevallen toch nodig om ook verzetten te hebben waarmee je 50 of meer kunt rijden. Vooral in Scandinavië. In Noorwegen, maar ook in Zweden en Finland zijn er lange, relatief vlakke afdalingen. Als je je fiets laat rollen zonder te trappen, ga je bijvoorbeeld 40 km/h. Dat schiet op zich lekker op, maar flauwe afdalingen zijn door de bank genomen een stuk langer dan steile. Je zit dus best lang op zo’n stuk. Als je dan niet mee kan trappen, krijg je het stervenskoud. Eenmaal beneden mag je waarschijnlijk meteen weer omhoog en probeer dan je stijve spieren maar weer eens in beweging te krijgen.

Je hoeft maar een klein beetje mee te trappen om dit te voorkomen. Al trap je maar net genoeg bij om van die 40 km/h 43 te maken, aan het eind van de afdaling ben je een stuk gelukkiger. Maar je moet wel enige kracht kunnen zetten. In het luchtledige trappen is vervelend en helpt niet echt om je benen soepel te houden.

Natuurlijk zijn er zat hellingen die zo steil zijn dat bijtrappen geen optie is. Gelukkig duren die afdalingen meestal veel korter dan de flauwe. Wat niet wil zeggen dat je het niet koud gaat krijgen en dat je niet ligt te vloeken de eerste minuten dat je weer moet klimmen. Maar toch. Mijn ervaring is dat als je tot 55 à 60 km/h mee kan trappen, dit probleem voor het grootste deel verholpen is.

Klimversnellingen

Dan het vraagstuk van de meest gereden versnellingen. Bij een klimfiets moet je dan vooral naar de kleinere verzetten kijken, omdat bij het klimmen de krachten op de ketting het grootst worden. Grote krachten betekenen veel slijtage en wrijvingsverliezen. De kettingkrachten zijn omgekeerd evenredig met de grootte van het tandwiel. Het is dus zinvol om de versnellingen waar je het meest in klimt, met zo groot mogelijke tandwielen te realiseren.

Maar af en toe kom je een extreem steile helling tegen, en dan afstappen is natuurlijk niet de bedoeling. Je hebt dus ook versnellingen nodig die veel kleiner zijn dan je reguliere klimversnellingen. Achter kun je niet veel verder terugschakelen, aangezien je je grootste achterkransjes al in gebruik hebt bij de normale hellingen.

Zie hier de reden om een tripel crankstel te gebruiken. Je middenblad is het werkpaard waar je vrijwel alle hellingen mee doet. Je granny hou je achter de hand voor als het ineens 20% over gravel is. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een minder steile cassette te gebruiken. Hiermee komen de versnellingen dichter bij elkaar te zitten.

Soms heb je een granny nodig.

Ik heb aanvankelijk gekozen voor een 53-39-30 tripel met een 11-32-cassette. Op mijn tweede reis in Scandinavië had ik een 11-34 en daar was ik minder blij mee. Ook merkte ik dat de 53 eigenlijk te klein is: als ik zonder bagage rij heb ik net even te vaak alles naar rechts en bij de flauwe afdalingen kwam ik ook vaker iets te kort dan me lief was. Ik ben inmiddels uitgekomen op een systeem met 55-39-30 voor en 11-32 achter.

Deze combinatie is natuurlijk niet voor iedereen geschikt. Mijn treingewicht is laag en ik ben behoorlijk getraind op klimmen. Sommigen zullen dus grotere of kleinere voorbladen nodig hebben, hoewel de variatie daarin helaas beperkt is. Het valt niet mee om met het middenblad onder de 38 te komen zonder meteen naar een MTB-tripel te gaan. En een MTB-tripel heeft vaak weer weinig mogelijkheden voor een groot eindverzet. Maar er zijn wel trucs voor, wat alleen betekent dat je niet meer met standaardonderdelen kunt werken. Gelukkig zijn de meeste ligfietsfabrikanten prima bereid om speciale onderdelen te monteren. En verder bieden de moderne 10-speedsystemen cassettes tot 11-36, wat de mogelijkheden ook vergroot. Maar zelf zou ik dat extra kransje liever gebruiken om de stapjes tussen de versnellingen te verkleinen.

Geen Rohloff?

Dan komen we nu bij het volgende heilige huisje waar ik tegenaan ga schoppen. Een vraag die ik een paar keer heb gehad is: Waarom geen Rohloff? Om eerlijk te zijn was ik aanvankelijk van plan om een Rohloff in mijn Fujin te laten zetten. Ik was wel onder de indruk van de verhalen over de slijtvastheid en het weinige onderhoud. Paul Voerman had er echter een veelzeggend antwoord op: “Denk daar nog maar eens goed over na!”

Wel, dat heb ik gedaan. En ik prikte daarbij door een heleboel reclamepraat heen. De grote marketingtruc die Rohloff gebruikt is namelijk die van een volkomen scheve vergelijking. Wat men doet is een high-end versnellingsnaaf vergelijken met een low-end derailleursysteem. Een naaf van bijna duizend piek, ongetwijfeld de beste die er is, zetten ze naast een Deoresysteempje dat 50 euro kost voor een achterderailleur plus cassette.

Die vergelijking doorstaat de Rohloff met glans. Daar twijfel ik geen seconde aan. Maar hij slaat nergens op. Ik ging daarom de Rohloff vergelijken met high-end derailleurs, en toen zag het plaatje er opeens heel anders uit. Echt goede derailleurs blijken tienduizenden kilometers mee te gaan, nagenoeg zonder onderhoud. Goede cassettes halen ook makkelijk de 10.000 km. De ‘onderhoudsvrije’ Rohloff vraagt toch wel om een oliewissel elke vijf à tienduizend kilometer.

Het verhaal dat een compleet derailleursysteem nauwelijks lichter zou zijn dan een Rohloff is totale onzin. Het scheelt bijna een factor twee. En verder blijkt dat op de doorsnee ligfiets er bij een Rohloffsysteem precies evenveel tandwielen en ketting aan de elementen wordt blootgesteld als bij een derailleursysteem. In de praktijk zie je bij veel traditionele vakantiefietsen hetzelfde. Aan een kettingkast kleven immers ook nadelen. Ook is er nog de kwestie van het mechanisch rendement: de Rohloff verstookt een paar procent energie extra. Vooral in je klimversnellingen.

Bovendien, ze gaan af en toe toch ook stuk en dan moet het hele wiel terug naar de fabriek. Even een standaard-mountainbikewiel in je fiets zetten is er niet bij. En dat probleem heb je ook als de velg of de spaken het begeven; Met een versnellingsnaaf moet je altijd de boel omspaken in plaats van gewoon het wiel vervangen. Voor een stadsfiets of randonneur is dat misschien niet zo’n punt, maar op reis… Doe mij maar een normaal mountainbikewiel in een veel voorkomende maat.

Het was natuurlijk niet vreemd dat Paul gelijk had. Maar ik was toch wel verbijsterd over deze conclusie. Bij een eerlijke vergelijking blijft maar één voordeel van de Rohloff overeind: schakelen in stilstand.

Mijn keuze

SRAM X.0

SRAM X.0 achterderailleur met PG990 cassette 11-32

Ik koos dus voor een high-end derailleursysteem. Het werd de SRAM X.0-achterderailleur met PG990-cassette. De draaipunten van deze derailleur zijn dermate hoogwaardig dat er na tienduizenden kilometers nog geen enkele speling te voelen is, terwijl ik bovengemiddeld vaak schakel. De derailleurwieltjes draaien op kogellagers en gaan minstens 15.000 – 20.000 km mee.

Schakelproblemen heb ik eigenlijk nooit, wat vooral te danken is aan de 1:1 overbrengingsverhouding. Dit betekent dat bij 1 mm kabel trekken de derailleur ook 1 mm beweegt. Bij Shimano beweegt de derailleur dubbel zo snel als de kabel. Speling en andere onnauwkeurigheden worden hierdoor ook verdubbeld en de tweemaal zo grote krachten in de kabel zorgen voor extra rek en slijtage.

Ik heb met wat verschillende kettingen en cassettes geëxperimenteerd, en op dit moment is mijn ervaring dat een ketting plus cassette 12.000 à 15.000 km meegaat. Mijn favoriete ketting is de KMC X10-SL. Erg licht en schakelt heel goed. Het is inderdaad een 10-speedketting. Gek genoeg werkt een 10-speedketting op een 9-speedsysteem het beste. Het is alleen iets duurder.

Er zullen ongetwijfeld gevallen zijn waarbij de Rohloffnaaf de beste oplossing is. Maar als je problemen met derailleurversnellingen vooral zitten in slecht schakelen, snel slijtende cassettes en piepende derailleurs, zou ik toch echt eens goed naar een van de betere SRAM-systemen kijken. Het scheelt een hoop gewicht, wrijvingsverlies en geld.

Verfijningen bij de Chamsin

Bij de Chamsin heb ik geprobeerd om de aandrijving nog wat verder te optimaliseren voor het klimmen. Ten eerste heb ik een ovaal middenblad genomen, een 39 tands. Het idee hiervan is dat de dode punten in de trapbeweging wat worden afgevlakt. Daarmee hoop ik gemakkelijker de haarspeldbochten door te komen. Het buitenblad en de granny heb ik rond gehouden; ten eerste omdat het een experiment is en ik nu eenmaal het meest met het middenblad klim, ten tweede om niet teveel van de voorderailleur te vergen. Hoewel volgens Hans een ovale 56 tands prima zou kunnen.

Ten tweede heb ik gekozen voor een cassette van Marchisio. Deze bestaat uit losse kransjes die in vrijwel alle maten te krijgen zijn. Hiermee kan ik de stappen tussen de laagste versnellingen wat kleiner maken. Nadeel is dat 30 tands de grootste maat is, terwijl ik tot nu toe altijd met 32 reed. Maar het ovale middenblad compenseert daarvoor.

Ook dit was een experiment, dat niet helemaal soepel verloopt. Marchisio en DT Swiss vinden elkaar niet zo aardig. Er is wat hackerij aan te pas gekomen om de cassette te laten passen op de naaf. Bovendien schakelt het iets minder soepel dan een standaardcassette.

Inmiddels heb ik geconcludeerd dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. Dat ik bij het klimmen veel preciezer mijn verzet kan kiezen, is heel prettig. De cadans en inspanning kan ik veel constanter houden en dat klimt gewoon beter. In combinatie met het ovale middenblad heb ik nu een aandrijving die veel beter bij mijn lichaam past dan op de oude fiets.

En verder ben ik met mijn tijd meegegaan, en zit er een SRAM X.0 10-speed systeem op, met Type 2-derailleur. Het crankstel is een Rotor 3D+ tripel.

15 reacties op “Aandrijving

  1. Oke, een X.0 achterderailleur dus, voor jou.
    Blijf me toch afvragen wat je dan vóór gebruikt. Uitgebreide uitleg voor de achterderailleur, maar je gebruikt waarschijnlijk niet voor niets dat woord. Vóór dus wat anders, maar wat dan?

    • Hoi Robert,
      ik heb er helemaal niet aan gedacht om iets over de voorderailleur te schrijven. Voorderailleurs zijn ook een stuk minder spannend. Eén keer goed monteren en dan ben je meestal wel klaar voor de levensduur van je fiets.
      Maargoed, voor de volledigheid: Er zit een Microshift voorderailleur op. FD-R632 om precies te zijn, voor tripels met ‘flat handlebar-shifting’. Deze werkt goed samen met de DoubleTap-shifter.

      • Ah, bijzonder, omdat je het eerder hebt over 55-39-30, dus 25 tanden verschil.
        Afijn, geen merk die je zo snel zou vinden, als leek in de SRAM-wereld. 😉

  2. Beste Walter,
    Ik lees je site met veel plezier, ik had een tijd geleden ook al een verhaal gelezen van je in het blad Ligfiets.
    Ik rijd sinds 1,5 jaar op een Challenge Furai naar mijn werk, wat ik 2 keer per week doe over een enkele afstand van 25,5 km. Ik vind het heerlijk om te doen. Over krap twee weken ga ik. Mijn eerste lange vakantie doen. Ik ga vanaf Basel richting Rome fietsen.
    Ik las net ook je artikel over overbrengingen ed. Ik heb aan mijn fiets wel een aantal mindere punten ontdekt die ik graag zou verbeteren. Misschien wil jij mij tips geven?
    Ik heb al heel snel de orginele Sram deraileur laten vervangen door Schimano xt. Dit omdat ik op mijn onderstuur ipv Gripshift bar-ends heb zitten. Er is mij gezegd dat de orginele Sram niet goed werkt in deze combinatie. Wat ik nu meen te merken is dat de Shimano de ketting minder strak trekt. Hierdoor vliegt de ketting, als ik door een kuil rijdt, vaak van het voorste tandwielletje af. Ook heb ik het idee dat de lange ketting in combi met de kettingsbeschermingsbuizen de boel behoorlijk slap maakt. Ik vind btw deze buizen echt een nadeel. Als ik terug trap om de zaak op scherp te zetten voor het op gang komen dan druk ik vaak de hele boel naar beneden.
    Een ander probleem is de kwetsbaarheid van mijn onderstuur. Ik vind de positie heerlijk, echter ik zou graag iets monteren wat de remhandels beter beschermd. Bij vallen is dat direct kapot.
    Dan lees ik nog dat jij ongeveer 12000 km doet met ketting en derallieur. Ik heb net na krap 4000 km alles moeten vervangen, buiten het voorblad, wat ook al is ingesleten. Wat kan ik anders doen? Ik heb regelmatig geolied en heb nu een korter overbrengings verhouding gekozen voor achter zodat ik iets meer kan schakelen (reed erg vaak op het kleinste tandwiel achter)
    Groeten,
    Erik

  3. hallo,

    ik heb je info all meerdere keren gelezen en sta compleet op de zelfde lijn kwa mening
    ik heb op men 19de een achterderailleur aan flarden gereden tijdens de noord-zee route. en heb toen een dure fout gemaakt ik ben overgestapt naar een rohloff en daar heb je een punt. hij is zwaar heeft idd wrijvingsverliezen en evenveel onderdelen om te onderhouden en idd het enige voordeel is in stilstand schakelen. ik had gewoon een groter wiel moeten plaatsen ik reed met 2x 20″ en dat was te laag bij de grond.

    maar nu men eigenlijke vraag, aangezien ik terug wil overstappen naar een gewone derailleurs wil wel het beste.
    de vraag die ik me stel is waarom staan op 90% van de ligfietsen MTB derailleurs
    wat is dan het verschil tussen die MTB en race derailleurs?
    heeft het te maken met sterkere veer om de lange ketting op spanning te houden?
    of is dat enkel ivm de mogelijkheid tot grotere cassettes?(grotere tandwielen)
    om te klimmen.

    Greets,

    Lorenzo

    • Hoi Lorenzo,
      Beide redenen spelen in elk geval voor mij een rol, hoewel er in het racefietswereldje zo zoetjes aan inmiddels ook grotere cassettes beginnen te verschijnen. Verder geldt natuurlijk dat een MTB-derailleur beter bestand is tegen modder en water. Voor veel ligfietsers is hun fiets in de eerste plaats een vervoermiddel, en dan weegt dat natuurlijk zwaar.
      Groet,
      Walter

  4. Ik rijd nu inmiddels 28,5 jaar 10000 km per jaar naar mijn werk op en neer.
    De laatste 5 jaar met een Rohloff achternaaf met externe schakeling.
    Nog nooit zo weinig onderhoud en smering nodig gehad dan de laatste 5 jaar met de Rohloff naaf. Vooral in pekelperiodes. Het enige wat ik in de laatste 5 jaar vervangen heb is jaarlijks een ketting. Het achtertandwiel na ongeveer 3,5 jaar gewoon omgedraaid tijdens een ketting vervanging en weer verder rijden.
    Ja ook pas 2 keer olie ververst maar dat is een klein werkje.
    Schakelen gaat ook als een tierelier. Bij een taluut wegrijden van de pond. Geen mens of auto kan me bijhouden. Kwestie van gewenning en aanpassen.
    Mis schakelen gebeurd ook zelden en zelfs minder vaak dan op mijn racefiets.
    Ik mag wel zeggen dat ik fietservaring heb met 30 jaar duursport en woon werkverkeer. Ik raad dan ook iedereen, die veel fietst en niet van onderhoud houdt, een Rohloff naaf aan. Inmiddels ruim 50000 km gefietst met de Rohloff. Ik ben op weg naar de 100000 km die Rohloff garandeerd. Succes wensen is niet nodig. Het gaat me lukken.

  5. Hoi Walter,

    Nog even dit wat rohloff betreft,
    zelfs tegen de deore derailleurs van van tegenwoordig kan de rohloff niet op.
    ik heb een santos travelmaster deore afgemonteerd en die rijd veel soepeler
    dan men rohloff fiets van vroeger.

    Nu heb ik een ligfiets besteld met sram x9 ben eens benieuwd wat dit gaat geven.

    Mvg,

    lorenzo

    • Hoi Lorenzo,

      goed te lezen dat ook Shimano z’n kwaliteit weer op orde heeft. In vroeger tijden heb ik er veel problemen mee gehad, maar dat is nu dus blijkbaar beter geworden. Wellicht door de concurrentie van andere fabrikanten?
      De SRAM X9 is een mooie derailleur. Wellicht kun je hem na verloop van tijd nog upgraden door de wieltjes te vervangen door wieltjes met RVS kogellagers. Maar dan ben je al weer heel wat kilometers verder, zo hard slijten die wieltjes niet tenslotte.

      Walter

      • Hoi Walter,

        Ben ondertussen een 2 maand tevreden gebruiker van de x9
        die schakelt goed maar toch ben ik er niet wild van ondanks dat ik xo shifters heb omdat die toch beter zouden moeten schakelen dan de x9
        vind ik hem zwaarder schakelen dan een rohloff.
        En ondanks men 26 inch voorwiel heb ik het vorige week toch gepresteerd om de derailleur aan flarden te reiden.
        vind ik echt zonde voor eigenlijk nog een nieuwe derailleur
        van toch ook 80 euro gelukkig geen xo want dat was meer dan het dubbele geweest.
        dit komt waarschijnlijk omdat ik vaak op holle wegen fiets.

        waardoor ik toch ergens weer een beetje ben beginnen twijfelen wat ik moet doen.
        hier in belgie zijn de wegen echt een ramp
        en word je vaak door auto’s bijna in de kant gereden.
        dat is dan ook de reden waarom ik vaak rustige wegen opzoek die eigenlijk in even slechte staat zijn maar waar ik wel rustig kan reiden.

        wat zou jij in zo’n geval doen gaan voor rendement van een derailleur en om de zoveel tijd een nieuwe te moeten kopen of voor zekerheid van een rohloff en de rendementsverliezen
        voor lief nemen.
        ik heb 1 voordeel omdat ik geen achterdemper heb heb ik geen kettingspanner nodig en kan ik de ketting op spanning brengen met men uitschuifbare trapas
        (zoals bij een excentrische as)
        dat scheelt een onderdeel dat stuk kan en een beetje verlies.
        het is een beetje kiezen tussen de pest en de cholera.

        greets

        lorenzo

        • Hoi Lorenzo,
          ik schrik een beetje van dit verhaal. Hoe kan een nieuwe X9 nou aan flarden gaan? Het is een mountainbikederailleur nota bene. Ik ken de Belgische fietspaden en ik word daar bepaald niet gelukkig van, maar het is nou ook weer niet dat waar mountainbikers hun materiaal aan blootstellen. Als hij tussen de spaken is geschoten, is het misschien een kwestie van een verbogen achterpat of een te dunne derailleurhanger. Dat laatste kun je oplossen met een eenvoudige plaatring op de bout waarmee je hem aan de hanger schroeft. Ik had dat nodig op mijn Jester, die ontworpen is voor een Shimanoderailleur.
          Tegen het zware schakelen adviseer ik altijd kabels van Jagwire, of heb je die al?

          Succes,
          Walter

          • Dag Walter,

            men derailleur heeft een borduur geraakt
            door het uitwijken voor een auto
            en was daardoor verwrongen
            nu had ik een nieuwe besteld bij m5
            maar blijkt dat ik alle versnellingen probleemloos kan nemen behalve het eerste en kleinste kransje daar blijft die maar ratelen ook als de kabel los is en ik kan de derailleur niet verder naar buiten afstellen hij staat op zen max.
            het enige wat ik me nog kan bedenken is dat de pad een beetje verwrongen is.
            maar dat lijkt mij heel bizar want die is van staal en ziet er echt heeel stevig uit.
            maar binnenkort moet ik bij m5 men nieuwe shock-proof gaan halen en dan gaat bram het eens bekijken.
            Wat de rohloff betreft, geen zorgen ik kwam terug tot dezelfde conclusie niet doen zelfs een reserve derailleur zou nog voordeliger uitkomen op een lange reis.

            Mvg,

            Lorenzo

  6. Hallo Walter

    Ik heb de combinatie Rohloff naaf met een 20 tandwiel en de Schlumpf Speed drive 1.65 ratio met 46 tandwiel op verschillende 2 wielen ligfietsen high racer/28 inches wielen gezet. Met goede kwaliteit ketting-rollen en single ketting stramming en een kwaliteit ketting van KMC . Het is duur op deze combinatie te kiezen maar het is een droom om mee te fietsen vooral om in Scandinavië te fietsen :-). Ik Gebruik wax/olie op de ketting “Squirt Chain Lube”. Het is overal te kopen in Ned.

    Voordelen : Alles staat met deze combinatie op een rechte lijn met minder speling met 2 meter ketting en 3 steunrollen en onderweg glijd alles goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.