De afgelopen jaren is er in het ligfietswereldje een groepje mensen erg vocaal over hun favoriete ligfietsformat. Nou is dat natuurlijk niets bijzonders, en er is op zich ook helemaal niks mis mee. Iedereen praat graag over zijn favoriete fiets. Discussie hierover helpt om fietsen beter te maken.

Maar wat niet helpt, is het blijven herhalen van claims waarvoor geen fatsoenlijke argumenten, laat staan ondersteunende cijfers beschikbaar zijn. En dat is wat er nu gebeurt in ligfietsland. De aanhangers van highracers blijven maar roepen dat hoge racers sneller zijn dan lage racers, en vooral dat ze beter zouden klimmen. Aanvankelijk kwam ik dit idee vooral tegen op Amerikaanse websites, maar inmiddels is het verschijnsel ook overgeslagen naar de Nederlands ligfietsmailinglijst.

Iets over de geschiedenis van hoge en lage racers: in Nederland waren in het begin de hoge racers vrij populair, bijvoorbeeld de klassieke M5 of de Challenge Cirrus. In wedstrijden werden echter al vrij snel de lagere modellen dominant, wie wilde winnen nam een lage racer. Lagere fietsen werden ook voor het dagelijkse leven populair, met name de Hurri werd veel verkocht.

Hoge ligfietsen bleven verkocht worden. Vaak aan mensen die grote afstanden willen rijden, op slecht wegdek of zelfs off-the-road. Anderen willen gewoon wat hoger in het verkeer zitten of vinden hoge fietsen comfortabel.

Allemaal uitstekende redenen om op hoge ligfietsen te rijden en om ze te produceren en verder te ontwikkelen. Maar snelheid zit er niet bij. En dat is wel wat er geclaimd wordt. Ondanks dat in wedstrijden lara’s al vele jaren dominant zijn.

De reactie op dat laatste is steevast dat de wedstrijdrijders zichzelf voor de gek hebben lopen houden, dat ze aan het lara-dogma hebben vastgehouden en dat puur conservatisme ze weghoudt bij de hora.

Nou vind ik dat op zich al een rare claim voor het eigenwijze nerdvolk dat ligfietsers zijn, maar het is ook vreemd gezien het feit dat dit dogma dan ontstaan moet zijn in een tijd dat hoge ligfietsen veel verkocht werden. In die tijd was er nog weinig te krijgen op 20″-gebied: voorvorken kwamen van kinderfietsjes, en snelle banden waren er alleen in 28″. En dan toch zouden de wedstrijdrijders zo collectief in het lage zijn gaan geloven dat er niet één of twee eigenwijzen met genoeg kracht in de benen waren, die de dogmatici zoek reden.

Goed, dan wil ik toch wel horen waarom hora’s dan toch stiekem sneller zouden zijn. Rolweerstand zou de grote factor zijn, en het aerodynamische voordeel van lara’s maar heel klein of zelfs geheel afwezig. Vreemd dat dit dan nu speelt, met een behoorlijke keus in snelle 20″-banden, in plaats van twintig jaar terug.

Niemand bestrijdt de claim dat grote wielen een lagere rolweerstand hebben dan kleinere wielen. Er is een reden dat het lara-format zich in de loop der jaren heeft gestabiliseerd op 20″ voor en een groter wiel achter. Maar voor snelheid is vrijwel altijd luchtweerstand allesbepalend. Dus die claim over het beperkte voordeel van lara tegenover de hora moet wel beargumenteerd worden. Tot nog toe is dat alleen gedaan door te wijzen op het kleine verschil in frontaal oppervlak. Dit is echter alleen geldig als je met schijfwielen rijdt. Spaakwielen veroorzaken grote wervelingen waardoor ze veel meer weerstand geven dan je op grond van hun frontaal oppervlak zou verwachten. Als je wervelingen gaat veroorzaken, doe het dan dáár waar de lucht toch al volkomen turbulent is, namelijk achter de fietser.

Belangrijker nog is dat fietsen meestal buiten gedaan wordt. Wind is dan een zeer grote factor, en het waait vlak bij de grond nu eenmaal fors minder dan een meter hoger. En nee, mee- en tegenwind middelen niet uit. Check uw basisfysica.

Het uurrecord van Gert-Jan Wijers wordt wel als bewijs aangehaald. Edoch:

  • n=1;
  • Hij heeft het niet op een lara geprobeerd dus we kunnen niks vergelijken;
  • Het was op een overdekte wielerbaan;

Hoe weinig 1 record zegt, wordt duidelijk als je bedenkt dat Chris Boardman nog steeds sneller was op zijn supermanbukfiets. Overigens vind ik records niet zo heel relevant. Een recordpoging is iets wat een enkeling een paar keer in z’n leven doet, onder zeer gecontroleerde omstandigheden met een speciaal getweakte fiets. Waar het mij om gaat zijn de omstandigheden waarin de gewone sportieve ligfietser hard wil rijden: doorsnee ligfietswedstrijden, trainingen, toertochten.

Nog vreemder wordt het als je kijkt naar het klimverhaal. Hoe snel een fiets klimt wordt bepaald door het gewicht en de efficientie van de aandrijving. Rol- en luchtweerstand zijn verwaarloosbaar bij de lage snelheden. Wat is dan het voordeel van een hora ten opzichte van een lara? Je kunt beide heel licht maken, ik zie geen reden waarom het gewichtsverschil tussen beide frames plus misschien een stukje ketting altijd groter zou moeten zijn dan het gewichtsverschil tussen een 20″ wiel + vork en de grotere variant. Verschil in stabiliteit bij lage snelheden zie ik ook niet als doorslaggevende factor aangetoond, mijn ervaring met de Jester is dat je die ook bij wandelsnelheid nog als een streep omhoog krijgt. Ik geef toe dat nog toe niemand dit als argument heeft aangehaald, maargoed.

Het enige verschil dat ik zie bij klimmen, is dat je bij een lara een hand aan de grond kan zetten en dus met twee benen kan starten. Dat is geen voordeel voor de hora.

Wat ik wil horen vanuit de hora-fanaten is: hetzij cijfers die aantonen dat het verschil in luchtweerstand inderdaad beduidend kleiner is dan het verschil in rolweerstand, hetzij een geldige redenatie, bij voorkeur met cijfers, waarom andere verschillen tussen een lara en een hora de laatste sneller maken.

Enkele randvoorwaarden:

  • De nadruk ligt op buiten fietsen;
  • Het gaat om hora versus lara in het algemeen; dus niet de M5 CHR versus de Optima Baron ofzo;
  • Het gaat om fietsen voor mensen van gemiddelde lengte (het is geen verrassing dat je voor een fietser van 2,10 m een grotere fiets bouwt);
  • Technische details die op beide formats kunnen worden toegepast, tellen niet;
  • Technische details die op een lara eenvoudig verbeterd zouden kunnen worden, tellen ook niet (voorbeeld: betere kettingrol).
  • Het gaat echt om snelheid, dus ‘het rijdt lekkerder’ of ‘er passen ortliebs op’ tellen niet.

Zolang de horasekte deze argumenten niet kan leveren, geldt de conclusie dat de reden dat lara’s de wedstrijden domineren, is dat lara’s sneller zijn dan hora’s.

Voor de duidelijkheid: ik heb niets tegen hora’s. Het zijn vaak fraaie fietsen die allerlei praktische voordelen hebben. Belangrijker nog, hun eigenaren zijn er erg blij mee. Maar als je hard wil gaan op een open ligfiets in de polder, een beetje vooraan wilt rijden met wedstrijden en sportieve tourtochten, kies dan laag.

Voor mijn grote tocht kijk ik daarom wel naar de Fujin en niet naar de Furai. Ik wil veel kilometers op een dag maken. In de SL-variant van de Fujin zie je trouwens heel mooi dat daar een stukje laagte is opgeofferd voor gewichtswinst. De Jester heeft een diepere bocht onder de stoel en kan daardoor lager zijn, de Fujin SL is iets hoger en kan daardoor een stukje buis thuislaten. Horses for courses.