De zon daalt terwijl ik mijn pasta eet en tonic drink in Strömsund. Het begin van zo’n eindeloze Scandinavische schemering. Vandaag heb ik de zoveelste warme dag met strakblauwe hemel achter de rug. Het weer is uitzonderlijk gunstig. Het is zo warm dat de jam in knijpflessen die ik hier altijd koop, zo dun is als limonadesiroop. Maar nu merk ik toch dat ik noordelijk zit. Zodra de zon de horizon nadert, wordt het koud. Ik maak een mok oploskoffie en ga zitten in de verblijfsruimte. Dit wordt voorlopig mijn laatste avond in Zweden. Noorwegen ben ik genaderd tot op minder dan een dagafstand.

Tijdens mijn rustdag leek het mooiste land van deze reis nog ver weg. De enige reden dat ik er mee bezig was, was mijn been. Ergens was ik namelijk bang dat ik zou moeten afhaken, en dat gaat in Zweden niet zo best: Je fiets mag niet mee in de trein. Dus mocht blijken dat ik deze reis opnieuw niet zou kunnen afmaken, zou ik daar het liefst pas in Noorwegen achter komen.
Gelukkig ging het steeds beter met mijn been. De ochtend zat ik nog vooral stil op het terras voor de keuken, het grootste deel van de tijd in mijn lange onderbroek omdat mijn afritsbroek ook gewassen werd. In de middag liep ik zonder al te veel problemen naar het centrum, ’s avonds zat ik in een café mijn verhaal te schrijven en vergat ik vaak het bestaan van mijn been. Langzaam maar zeker groeide het vertrouwen dat het wel goed zou komen.
De zaterdag is opnieuw zonnig. Mijn been voelt prima, de rust heeft geholpen. Heel vlot kom ik niet weg, er is nog altijd vermoeidheid in mij aanwezig uit de afgelopen maanden. Deze ochtend voel ik hem weer. Wellicht heeft de spanning over de vraag of de pijn een kleinigheidje is of een serieuze blessure, mij geestelijke energie gekost die ik nog niet overvloedig op voorraad heb.
De route vanuit Malung gaat over grote wegen, meestal de Inlandsvägen E45. Het begint me op te vallen dat het landschap lang niet altijd inspirerend is. Een groot deel van de afstand gaat door productiebos dat inderdaad die eentonigheid heeft waar ik al heel wat Scandinaviëfietsers over gehoord heb. Ik kan me goed voorstellen dat met somber weer en het trage tempo van een traditionele fiets, de eenzaamheid hier genadeloos kan toeslaan.
Op mijn meer oostelijk gelegen route van 2010 was daar geen sprake van. De eentonige stukken waren daar kort en zeldzaam. Iets om rekening mee te houden mocht ik ooit weer door Zweden noordwaarts gaan. Ik zal dan oost van de E45 blijven.

image

In de buurt van Mora kom ik het mountainbike-evenement tegen waar ik al meerdere mensen over heb horen praten. Duizenden deelnemers rijden het parcours waarop in de winter een eveneens massale langlauftocht plaatsvindt. De onverharde paden waarover de mountainbikers rijden lopen deels parallel aan de weg waarover ik fiets. Ze gaan net iets langzamer dan ik.
Bij de ravitaillering stop ik ook voor een kop koffie. Veel andere gelegenheden heb ik verder nog niet gezien, dus dit is meer dan welkom. Op Twitter plaats ik een klein berichtje, en laat me dan verleiden om een opmerking te plaatsen in een politieke discussie. Voor ik in de gaten heb wat er gebeurt, ontspoort dit en zit ik met een kutgevoel dat me niet meer loslaat. Ik weet dat dit mijn vakantie is en dat ik afstand moet houden van de toestanden thuis in Nederland, maar aan de andere kant is het wel heel gek dat iets kleins mij zo raakt.

image

Het landschap wordt bergachtiger. De klims worden langer. In de middag ga ik naar hoogtes van boven de vijfhonderd meter. Aan de horizon zie ik hoge heuvels, vooral richting het westen, waar Noorwegen ligt.
Een uitgestorven weg brengt mij op een hoogvlakte van tegen de zevenhonderd meter. Er zijn meren en moerassen. Hier kom ik een andere vakantiefietser tegen. Lang niet de eerste, maar in deze eenzaamheid is er dan toch reden om even te stoppen en een praatje te maken. Vreemd hoe instinctief dat gaat. Op de drukkere routes neemt niet eens elke fietser de moeite om terug te zwaaien, maar hier kijken we elkaar aan en minderen automatisch vaart.
Het is een Duitse man van rond de twintig op een mountainbike met bagagedragers. Hij is deze middag vanuit Sveg vertrokken, de plaats waar ik heen ga. Vanavond zal hij ergens op deze hoogvlakte zijn tent opzetten en zich in een meer wassen. Ik hoop maar voor hem dat er wat wind is om de muggen weg te jagen. Normaal zouden die half augustus hier al wel op hun retour moeten zijn, maar met deze warmte is dat nog lang niet in zicht.

image

Een stuk verderop gaat de weg over een kleine rivier die door een diepe kloof gaat. Niet iets wat je veel in Zweden ziet. In het bergachtige Noorwegen struikel je er over, maar de glooiende heuvels van Zweden kennen vooral brede en ondiepe rivieren. Ik begin te voelen hoe het Zweedse traject op z’n eind loopt.
Ik zet de rit door tot Sveg. Het stadje waar ik eigenlijk mijn rustdag had willen houden. Ik heb 220 kilometer gereden, ben minder dan tien uur onderweg geweest. Van mijn voet voel ik alleen iets als ik een trappetje op loop. Mijn vertrouwen in de goede afloop is terug.
Ook de volgende dag zit ik weer veel in productiebos, op wegen die niet enorm enerverend zijn. Wel kom ik mijn eerste echte klim tegen. Van 500 naar 700 meter aan 9%. Het laatste stukje is zelfs steiler, hier moet de granny ervoor. Het gaat op zich prima, maar ik krijg wel het gevoel dat het goed is om even te oefenen. In Noorwegen gaat het straks de hele dag door zo.
Halverwege de afdaling is een gezellig koffietentje. Hier eet ik mijn eerste wafel van deze reis. Op alle tochten door Noorwegen waren wafels met jam en zure room vaste prik. Elke koffiepauze, elke veerboot nam ik een wafel. Maar dit maal had ik tot nu toe telkens bot gevangen.

image

Halverwege de middag breekt de zon door. Ik nader dan Östersund, de laatste echte stad die ik voorlopig tegen zal komen. Het landschap wordt hier afwisselender, met meer weilanden, kleine nederzettingen en vooral de enorme meren waaraan Östersund ligt. Ik voel er veel voor om in deze stad te kamperen, hoewel ik dan onder de tweehonderd kilometer blijf hangen. Als ik dan toch mijn voet weer een beetje begin te voelen, hak ik de knoop door. 185 kilometer is niet dramatisch slecht, een beetje rust is gunstig en ik wil gewoon nog even een beetje stad proeven voordat ik richting Noorwegen ga.

image

Als ik de stad aan de overkant van het water zie liggen in het strijklicht van de late middagzon, weet ik het zeker. Hier blijf ik.
Die avond wandel ik naar het centrum, vind een rockcafé en drink een IPA. Heel levendig is Östersund niet, maar toch. Stad.

image

Een stad in komen is altijd gemakkelijker dan er weer uit komen, en Östersund is geen uitzondering. Ook hier zijn de fietspaden aangelegd volgens de strategie ‘als de automobilisten maar geen last hebben van fietsers, zit het wel goed’. Ik ben blij als ik het einde van de bebouwde kom nader en gewoon de weg op kan. Mijn doel voor vandaag is een camping zo dicht mogelijk bij de Noorse grens, maar ik heb al gezien dat de mogelijkheden beperkt zijn. In een plaats genaamd Strömsund is een mogelijkheid, en een stukje verderop ook nog. Maar verder is er niet veel.

image

Aan de afstanden op de GPS zie ik dat het wel eens lastig zou kunnen worden om de tweehonderd kilometer vol maken vandaag. Net als gisteren. Daarmee trek ik in twee dagen het gemiddelde flink omlaag. En dan had ik ook al die onbedoelde rustdag op de veerboot. Heb ik het niet te strak gepland? Ik heb topweer, wind mee en toch slaag ik er niet in het gemiddelde dik boven de tweehonderd per dag te krijgen. Hoe moet dat straks als ik regen en tegenwind krijg? Als ik in Noorwegen drieduizend meter per dag moet klimmen?
Mijn aartsvijand, de twijfel aan de voortgang, was terug.

image

Urenlang worstel ik met hem. Bij de koffiepauze wordt het nog erger. Ik zie dat Strömsund echt de enige mogelijkheid is. Veel meer dan 160 kilometer zit er niet in vandaag. 160! Dat is wat ik deed zes jaar geleden op weg naar de Noordkaap, toen ik een beginneling was, toen ik nog te jong was voor de lange afstand, toen mijn Fujin SL nog traag was door het oude, hoge stuur.
Verder rijdend naar Strömsund begin ik me af te vragen of het toch niet de omgeving is die mij parten speelt. Het is de laatste dagen minder mooi dan wat ik me herinnerde van de tweede week in 2010. Toen had ik ook wel eens een saai stuk, maar was het overwegend mooi, afwisselend en rustgevend in de bossen. Hier is het andersom. Af en toen een mooi stuk, maar het grootste deel van de dag nogal saai.

image

Om kwart over vier ben ik al op de camping. Een heel onbevredigend tijdstip, ik had nog graag twee uur doorgefietst. Ik neem me voor nu rustig aan te doen, zodat ik morgen vroeg op kan om een lange dag te maken. Een dag die zal eindigen in Noorwegen.
Noorwegen.
Het is nu zo dichtbij. Eén dag afzien en ik ben er. Wellicht verdwijnen dan alle twijfels, gedachtenkronkels en sombere gevoelens als sneeuw voor de zon. Het zou niet voor het eerst zijn dat mijn stemming en zelfvertrouwen een sprong maakten bij het bereiken van Noorwegen.
Als ik die avond naar bed ga, verbeeld ik me Noorderlicht te zien. Onzin natuurlijk, het is nog veel te vroeg in het jaar en erg noordelijk zit ik nog niet. Het is gewoon een wolkje. Aan het eind van de maand, in het Hoge Noorden, dan maak ik een kans.
Ik moet nog zo’n 150 kilometer door Zweden, maar mijn hoofd is duidelijk al niet meer in dit land. Noorwegen roept.
‘Calling, she’s calling… I hear her calling.’