Het is eigenlijk gekkenwerk. In deze tijd van het jaar langs de Belgische kust fietsen. Wanneer de straten, fietspaden en boulevards vol touristen zijn. Wanneer overal files staan. En met het warme weer is een groene omgeving ook te prefereren boven éen van steen, glas, beton en zand.

Maar het ligt nu eenmaal op de route naar Normandië en alternatieve routes door België hebben ook zo hun nadelen, dus ik koos er toch voor.
En, als ik heel eerlijk ben, vind ik het nog leuk ook. Niet elk jaar, maar af en toe. Die chaos van slenterende badgasten, de op skelters en delta-trikes rondscheurende kinderen, kraampjes en terrassen en een overheid die bedacht heeft dat dit alles prima met een doorgaande fietsroute geïntegreerd kan worden op éen en dezelfde strandboulevard.

Ik heb bewondering voor de kelners die met volgeladen dienbladen in vlot tempo door deze chaos navigeren.
Je moet er wel een beetje humor voor hebben om hier te fietsen. Je moet niet te gehaast zijn en sûr place enigszins beheersen. En dat van die humor was niet helemaal zeker, aangezien ik de avond voor vertrek nog ontdekte dat mijn Garmin GPS geen tracks met meer dan 10.000 punten kan lezen. Op zich een beter moment om dat te ontdekken dan ergens onderweg, maar toen ik alle lange tracks gesplitst had en nieuwe backups had gemaakt, was het al ruim na middernacht.
Met duidelijk te weinig slaap nam ik afscheid van mijn huis. Eén huisgenoot was wakker, ze had die nacht gewerkt. We maken even een praatje, nog éen keer knuffel ik haar hond. Om vijf over zeven plaats ik het startbericht op Twitter. Dan klik ik in en is het avontuur begonnen.

Op de Zuid-Hollandse eilanden is het nog rustig. Weinig mensen op de weg, de wind houdt zich nog koest. Bij de Brouwersdam wordt het anders. De wind is aangetrokken en hij helpt mij niet. Op de Oosterscheldekering komen er ook steeds meer andere vakantiegangers, maar ze vertragen me hier zelden.
Desondanks ben ik nog voor twaalven aan boord van de boot over de Westerschelde. Wie mij toen zou hebben gezien, zou nooit geloven dat ik een gebroken nacht achter de rug heb. Ik kan mijn geluk nauwelijks op, zo blij dat ik Op Reis ben, dat het avontuur waar ik al zo lang mee bezig was, eindelijk is begonnen.

En met dat gevoel kan ik de chaos aan de overkant prima aan. Ik maak me niet druk om mensen die nauwelijks kunnen fietsen. Ik lach om badgasten die te verbaasd zijn over mijn fiets om opzij te stappen. Ik fiets stukjes op slentertempo in de menigte die langs de kraampjes schuifelt. Ik zou het hier zelf geen twee dagen uithouden, maar ik geniet van de sfeer.
Een middag is wel precies genoeg. Ik wil hier niet overnachten. Over de grens is het een stuk rustiger, weet ik van de vorige keer. En dan is er natuurlijk het eergevoel van in éen dag naar Frankrijk fietsen. Ik moet gewoon vandaag nog België uit.

In bijna al mijn reisverhalen komt het wel een keer ter sprake, dus laat ik het nu meteen maar even doen dan hebben we het maar gehad. Ik ben een anti-nationalist. Ik vind grenzen onzin en ben heel blij dat in elk geval in Europa een groot aantal landen voor samenwerking heeft gekozen en de grenzen heeft opengezet.
Bij het eerste dorp over de grens zie ik daar een mooi symbool van. Bray-Dunes heet het. Op een bord zie ik dat het een jumelage heeft met De Panne, de laatste Belgische plaats vóór de grens. Die twee plaatsen liggen op loopafstand van elkaar.
Het plan was om in Zuydcoote te kamperen, omdat ik daar goede herinneringen aan heb. Helaas doet de camping niet meer aan tenten, dus ik moet nog een stukje verder. Ik kom terecht in een wat grotere badplaats, waarvan ik me pas later, mijn tent staat al en ik heb al gedoucht, zal realiseren dat het Duinkerken is.
Duinkerken. In één dag.
Na eten en afwas wandel ik langs het water richting het centrum. Er zijn wat hardlopers op het strand, mensen laten hun hond uit. Dichterbij het centrum zijn wat halfvolle restaurants. Ik vind een hippe cocktailbar met een terrasje aan het strand. Ik drink witte wijn en kijk naar de zee.