Het is zondagavond, net terug van de baantraining op de wielerbaan in Alkmaar. Ik heb een fijn fietsweekend achter de rug. Gisterochtend besloot ik na een paracetamol dat ik toch wel in staat moest zijn om naar Wageningen te fietsen voor de verjaardag van Marcel, één van mijn ligfietsmaatjes. Via de icq sprak ik Bastiaan, die er met z’n Quest vanuit Delfgauw heen zou rijden. Hij wist de weg, dus dat maakte het allemaal gemakkelijker. Bob uit Oostvoorne zou ook meerijden, eveneens met een Quest.
Dat heb ik dus geweten. In m’n eentje op een kale lage racer tegen twee banaanpiloten.
Aanvankelijk reden we voor mijn gevoel richting het zuiden en zuidoosten, de wind was meestal dwars of schuin tegen. Ik kon de heren redelijk bijhouden, als ze het niet te bont maakten en we een beetje beschut reden. Langs de Vlist onder Gouda ging het aardig, de Lek was dichtbij, en dan zouden we wind mee krijgen. Met wind mee gaan die sigaarfietsen natuurlijk ook harder, maar het verschil is in ieder geval kleiner.
In de buurt van Nieuwegein kwam eindelijk de grote rivierdijk in zicht, en de parabolen van de Lekbrug.
We passeerden een klein haventje waar ik in mijn jonge jaren nog eens met Trui gelegen had. We waren toen het schip terug aan het varen naar Rotterdam. Het was kouder en grauwer dan nu, en er stond een windkracht 10 uit het westen.
Ik ontdekte dat de wind nu weliswaar geen tien was, maar ook niet uit het westen stond. Meer uit het zuidoosten. Alweer schuin tegen dus, de beroerdste hoek voor een lage racer. Bastiaan en Bob in hun rijdende kano’s daarentegen, hadden nergens last van.
Maargoed, het was dan wel doorpezen, het viel weer eens niet mee om genoeg te eten en te drinken, maar het uitzicht vanaf de dijk was prachtig: brede uiterwaarden met afwisselende begroeiing, de slingerende rivier. Een diepgrauwe lucht die al het blauwige van de schemering begon te krijgen. Binnenvaartschepen waarvan de romp nog maar weinig contrasteerde met het water, maar die door de heldere rode en groene punten van de boordlichten mijlenver te zien waren.
Tegen de tijd dat we met verlichting moesten gaan rijden, was aan de rechteroever van de rivier het silhouet zichtbaar van de Utrechtse Heuvelrug. De klimmetjes kwamen er aan, eindelijk zou ik met mijn lichte fiets in het voordeel zijn boven de zware plastieken kogelfietsen. We passeerden de historische gebouwen van Amerongen, volgden nog even de Lek, en toen kon het klimmen beginnen.
Helaas. De heren hadden mij al zo stuk gefietst, dat ik geen reserves meer had, in tegenstelling tot degenen die de hele rit gerelaxed hadden in hun luxe stroomlijnsjezen. Ik moest zelfs flink bijpoten op de hellingen. Uiteraard kozen de grondzeppelinchauffeurs structureel de rijbaan boven het fietspad, iets wat ik eigenlijk niet mag, maar het leek met toch verstandiger om bij ze in de buurt te blijven. Dat werd vrij eng bij een lange afdaling, het was inmiddels geheel donker, de afdaling was steil, er gold een maximumsnelheid van zestig, maar de auto achter mij bleef wel erg dicht in mijn wiel rijden, hoewel ik zeker harder reed dan toegestaan. Beneden ging het gelukkig weer over het fietspad en kon ik de anderen weer bijrijden.
Een paar kilometer later zaten we bij Marcel, die fijne linzensoep met tofu voor ons had. Ik ging eerst even douchen; dit bleek de eerste keer dat ik er in geslaagd was mijn fietsshirt naar ammoniak te laten stinken.
Zondagmiddag met de trein naar Alkmaar. Onderweg kwam ik Edgar tegen, die voor de verandering met zijn hoge M5 wilde rijden. Ik had een vriend uit Delft, Boi, overgehaald om het ook eens te proberen. Hij ligfietst pas deze zomer (Seiran), en had alleen als toeschouwer iets meegekregen van het wedstrijdligfietsen. Dit was een mooie gelegenheid om kennis te maken met de wielerbaan zonder meteen in een wedstrijd terecht te komen.
Op weg van het station naar de baan herinnerden mijn benen mij aan het tochtje naar Wageningen. Dat beloofde geen wereldprestaties. Maar ach, het was een training.
Uiteindelijk ging het beter dan verwacht. Na warmrijden en vooral veel eten (had nog wat in te halen) bond ik de strijd aan met mijn grootste vijand: de 22e minuut. Bij elke wedstrijd zit mijn dieptepunt in de 22e minuut, en het kost me al mijn doorzettingsvermogen om niet af te stappen. Na de 27e gaat het altijd weer goed, en na de 35e kan ik weer echt voluit. Daar moest dus op getraind worden. Mijn doel was om nu in die periode met heel hoge hartslag te rijden, en dat vol te houden tot die ‘bevrijdende’ 35e minuut.
Op de 18e voelde ik hem al aankomen, op de twintigste werd ik nerveus, en uitgerekend toen zaten twee mensen vrij ver naast elkaar op de baan die net iets te langzaam reden, en ik durfde niet bovenlangs en niet tussendoor. Gelukkig kwam Daniëlle toen achterop, die met beperkte subtiliteit duidelijk maakte dat men aan de kant diende te gaan, en dat schrok mij wakker uit mijn besluiteloosheid. Er werd ruimte gemaakt en ik kon er vol tegenaan. De teller op 181 slagen per minuut, en doortrappen. De 22e minuut brak aan. De teller bleef op 181. De 25e kwam eerder dan verwacht, net als de 27e. Door naar de 35e was lastiger, vooral omdat ik niet wilde zakken in hartslag. De laatste vijf minuten ging ik rondjes aftellen, ik wilde er nog 15 doen en dan afhaken. Tot mijn verbazing zakte de snelheid niet in; het leek zelfs sneller te gaan. Ook als ik mezelf door die moeilijke periode heenbeuk, blijft het patroon kennelijk bestaan. Interessant. Vaker oefenen.
Wat verder nog gebeurde: Edgar blies na de eerste paar rondjes zijn velg op met een enorme knal, hij was gelukkig net gestopt met allejezus hard rijden en kon dus rechtop blijven. Hans Wessels testte alle mogelijke configuraties van zijn fiets uit, om uiteindelijk verbijsterd uit te roepen dat de RazzFazz-stroomlijnpunt toch wel een enorm verschil maakte. Joh?
Boi reed zijn eerste rondjes héél voorzichtig, bij elke bocht ging hij van het hout af. Vervolgens rustig aan een aantal rondes onderin de baan. Langzaam harder en harder, tot hij aan het eind van de middag lekker strak en met behoorlijk tempo over de baan sjeesde. Zo’n baantraining is erg goed voor beginners, jammer dat er maar ééntje aanwezig was!
Begin volgend jaar zijn de wedstrijden. Ben benieuwd hoe het er aan toe gaat. Nu nog even mijn stroomlijnpunt repareren.