Wat heb ik lang niet geliglogd. Schande. Terwijl er zoveel leuks is gebeurd op fietsgebied de laatste twee maanden. Hoog tijd om wat van de schade in te halen.

Ik begin bij het laatste evenement: Cycle Vision. Dit jaar niet in Lelystad of Zandvoort, maar in Amsterdam. Een kleinschaliger locatie, maar wel met veel wedstrijdmogelijkheden door de twee banen. Helaas zijn het allebei vlakke banen, dus de strijd tussen lage racers en velomobielen is van te voren beslist. In het circuit van Zandvoort zitten steile heuveltjes, en ik heb twee jaar achter elkaar gehoopt op een windstille dag waarbij het aerodynamische voordeel van een velomobiel in evenwicht zou zijn met het gewichtsvoordeel van een lage racer. Helaas is het daar nooit van gekomen; twee jaar achter elkaar windkracht zeven maakte de lage racers kansloos.

CV2007 werd dus ook weer een toernooi zonder klassestrijd. Persoonlijk maakte mij dat niet zoveel uit, ik had geen hoge verwachtingen van mezelf. De Jester had enkele technische probleempjes, na overleg met John Poot en Paul Voerman bleek de beste optie dat ik de vrijdag voor CV langs Challenge zou reizen, zodat mijn fiets weer helemaal in orde zou zijn. Dat is niet iets wat ze normaal zouden doen, maar aangezien ik anders op mijn Hurri de wedstrijden zou moeten rijden, werd een uitzondering gemaakt.

Vrijdagochtend stapte ik aldus met fietskar en al op de trein, en vond in Apeldoorn zonder al te veel puzzelen de firma Challenge. Na een kopje thee ging de fiets op de operatietafel. Het voorwiel ging er af om de lagers te vervangen. Het balhoofd kreeg ook meteen een beurt. Er kwam een nieuw stoeltje dat helaas nog niet gepoedercoat was, maarja, er moest gereden worden, met stroomlijnpunt en daarvoor was een nieuw noodzakelijk. Paul en Arjen keken ook nog naar remmen, de stroomlijnpunt ging er weer op, en toen had ik een piekfijne wedstrijdfiets.

Op de terugweg naar het station kreeg ik de indruk dat de fiets behoorlijk sneller was dan hij de laatste maanden was geweest. Kennelijk hadden het versleten lager en de daardoor aanlopende rem heel veel energie opgevroten. Het zou misschien toch meevallen met de prestaties.

De reis naar Amsterdam leek een drama te worden door falende treinen, maar het viel mee; de trein reed alleen niet verder dan CS. Probleem was dat ik alleen een routebeschrijving had vanaf station WTC. Gelukkig kruist die route de Staande Mastroute die ik al heel vaak met de Trui gevaren heb. Het beginpunt daarvan is vlak bij station CS, dus dat was snel gevonden. Ik volgde de grachten hardnekkig, hoewel dat niet altijd meeviel. Soms moest ik mij door woonerven worstelen of na een omweg over een groot kruispunt het water weer terug zien te vinden.

Niet dat het soepel ging toen ik eenmaal de Nieuwe Meersluis gevonden had, maargoed. Het lukte me om het wielerparadijs te vinden, alwaar ik werd begroet door Michiel Nieuwstraten. Snel de tent opgezet en afgesproken dat we onze ingrediënten zouden combineren tot een gezamelijke maaltijd. Het was warm, erg warm.

In de tussentijd kwamen ook Marcel en later Eelke aan. Zij zetten hun tent vlak bij de onze op. Eelke had twee vrij burgerlijke klapstoelen bij zich. Het hele weekend zou ik proberen de zitplaats van Eelke af te troggelen door opgestaan-plaatsjevergaan te spelen.

Ook Boi en JeroenE arriveerden. Het opzetten van hun tent had enige voeten in de aarde, hij was net nieuw en de gebruiksaanwijzing was niet bijzonder helder. Daarna lekker aan de kruidenthee, er moest de volgende dag immers keihard gereden worden.

Ik ging als eerste van start op zaterdagochtend, vanwege mijn lezing. Ik heb altijd enige tijd nodig om op gang te komen, en bovendien is het uur niet mijn beste wedstrijd. Bovendien is er bij de start iets raars gebeurd met de registratie, dus het is mogelijk dat er een rondje mist. Hoe dan ook, het officiële resultaat was een treurige 40,2 km/h.

De lezing ging beter. Ik had genoeg tijd om tussendoor even te douchen, gewone kleren aan te trekken en mij rustig voor te bereiden. Wat dat betreft is de nieuwe lokatie erg prettig, het is twee minuten lopen tussen baan en tent. Het onderwerp van mijn lezing was de fietsvakantie van Aalke Lida en mij langs de Waddenkust. Ondanks dat de aankondiging niet helemaal soepel verlopen was, had ik toch een publiek van zo’n twintig man. Enkelen kwamen zelfs omdat ze zelf van plan waren deze tocht te fietsen.

‘sMiddags moest er weer geraced worden, eerst de 200 m vliegende start. Vanwege mijn lezing had ik niet te tijd gehad om in te rijden op het velodrome, de vijf rondjes van mijn poging waren ook mijn eerste rondjes sinds de winter. Het lukte me dan ook niet goed om bij het snelle rondje binnen de blauwe lijn te blijven, ik maakte teveel meters. Maar met een elfde plaats wel mijn beste CV-notering tot nog toe. Eén tiende seconde achter Ymte.

Het criterium op het Velodrome ging aanvankelijk voorspoedig. Vlak voor het ingaan van de halve finale kwamen Dennis Vermeij en ik tot de conclusie dat de finale haalbaar was voor ons. We gingen er dus flink tegenaan, na enkele minuten met z’n tweeën er vandoor, de middenmoot voorbij.

Criterium rijden met lage racers op een velodrome is tricky. Men gunt elkaar geen millimeter ruimte, crankstellen missen op een haar andermans achterwiel, soms vindt je kettingsmeer op je arm van een tegenstander. Het gaat gelukkig zelden mis. Maar dit keer wel. Op een moment dat er wel erg veel lage racers op een kluitje zaten, kon ik niet omhoog. Remmen gaat ook niet, dan lig je geheid beneden. Ik kwam iets te dicht bij Dennis, werd naar hem toegezogen en raakte zijn achterwiel. En daar lagen we allebei beneden. De wedstrijd werd afgevlagd. Dennis kon gelukkig verder, maar ik werd afgevoerd naar het middenplein waar ik naast een ander slachtoffer op het tapijt kon liggen om de splinters uit mijn been te laten trekken.

Gelukkig had ik mezelf niet voor avondwedstrijden ingeschreven. Ik kon daardoor rustig eten en naar spannende wedstrijden kijken zoals de strijd tussen Marcel en Eelke op de tandem en Jimmy op de Cobra. Lekker slapen zat er alleen niet in die nacht.

Zondagochtend kwam de wedstrijd waar ik lang naar uit had gekeken: het 100km criterium. De verwachting was dat deze wedstrijd door de snelsten in een kleine twee uur geklaard zou zijn, voor mij een tijd waarin ik goed op gang kan komen en aan het eind nog fut over heb voor een eindsprint. Mijn schaafwond was afdoende dicht om zonder problemen te kunnen rijden, dus ik maakte me op voor de start.

Het ging er meteen redelijk stevig tegenaan. Er ontstond een vrij groot peloton waarbij ik in de kop redelijk mee kon draaien. De voorste mensen liepen de hele tijd te neuzelen over kop wisselen maar gaven daar tegelijkertijd niemand de kans voor, dat was wel bijzonder. In ieder geval kwamen er alleen Questen en andere stroomlijnen voorbij, geen lage racers. Ik lag dus goed in de wedstrijd. Pas vlak voor het einde werd de groep gelapt door iemand op een Challenge NME. Helaas was dat ook het moment waarop de kopgroep nerveus begon te worden. Ik voelde me niet meer heel zeker vlak achter een groep die tegen elkaar aan begon te douwen, die steeds meer in tempo gingen variëren. Ik wilde er eigenlijk voorbij. Aan de andere kant had ik ook geen zin om te vroeg de eindsprint in te luiden, dat zou me geheid plaatsen kosten.

Anderhalf rondje voor het einde zag ik opeens twee achterwielen snel op mij afkomen. Zo snel dat ik het vermoeden kreeg dat er geremd werd. Ik raakte één van de wielen en daar lag ik. Als door een wonder kon iedereen achter mij me ontwijken.

Mijn elleboog lag diep open, mijn bil ook, maar ik had meer aandacht voor de ketting die naast het tandwiel lag. Ik moest door. In een paar seconden was ik weer verder. Maar wat trapte mijn fiets zwaar! Het wiel liep aan, was mijn conclusie. Hopen dat de band het uithoudt tot de finish. Ik werd ingehaald door Corinne, die mij toeriep aan te haken. Dat deed ik. Zodra ik achter haar hing, kon ik weer tempo maken. Kennelijk was er niks mis met mijn wiel. Later bleek dat het de kettingrandafschermer was die tegen de voorderailleur aankwam. We passeerden nog eenmaal de finishlijn, waar enkele mensen bezorgd keken naar mijn bebloede arm.

Toen de laatste ronde. Bij de laatste bocht kon ik me niet meer inhouden en sprintte Corinne voorbij. Toch nog een 28e plaats. Maar als ik naar de uitslag kijk, zie ik dat ik bij de vijf beste lowracers had kunnen horen. Best wel jammer. De LEL is de enige lange wedstrijd die ik dit jaar nog kan rijden. Mijn laatste kans dit jaar om te laten zien dat ik heus wel hard kan rijden.

Maar een prettige gedachte is dat ik op CV2007 harder heb gereden dan ooit. Vermoedelijk was dat ook de reden dat ik na de finish behoorlijk laconiek was. Eerst met allerlei mensen kletsen terwijl het bloed van mijn arm droop, rustig toezien hoe een ander verbonden werd. Na een minuut of tien voelde ik het niveau van de happy drugs in mijn bloed dalen, waardoor ik toch maar eens voorzichtig om verband begon te vragen. Nadat Marcel met z’n bidon de ergste troep uit de wond had gespoeld, werd ik door dezelfde dame verzorgt die de dag ervoor geduldig de splinters uit m’n kont had getrokken.

Het is nu begin augustus. De wond op mijn elleboog is bijna helemaal genezen.