Twee jaar geleden gingen moslims totaal over de zeik wegens een serie cartoons in een Deense krant. Een absoluut belachelijke rel was het, zorgvuldig opgestookt door geestelijken. Er zijn tientallen doden bij gevallen en gebouwen vernield, alleen maar omdat een enorme kudde mensen meterslange tenen heeft zodra het over hun favoriete sprookje gaat.
Toen al verontrustend waren de reacties van de kerken. Geweld werd braaf veroordeeld, maar ze vonden toch wel dat je gelovigen niet mocht “kwetsen”. Maar wat ze in werkelijkheid bedoelden was natuurlijk dat hun eigen waanbeelden ook niet bespot mochten worden.
Ik verdenk ze er werkelijk van dat ze dachten dat het tij aan het keren was. Dat ze toen al het plan hadden om zodra de kans zich voordeed, hetzelfde truukje uit te halen voor hun eigen sprookje.
En ja hoor. Vorige week kwam De Pers in de problemen omdat de krant een plaatje van een hindoegod gebruikt had. Doodsbedreigingen. Wat moslims kunnen, kunnen wij ook, moeten die hindoes gedacht hebben. En wat gebeurt er? Natuurlijk wordt er braaf geprotesteerd tegen het dreigen met geweld, maar ondertussen gaat De Pers wel door de knieën.
En nu gaan er weer christenen over de pis vanwege een folder van de Dixons. Wat moslims kunnen, kunnen wij ook, dachten de christenen. En je kan op je duim uittellen dat de Dixons ook weer duikt en zijn excuses aanbiedt, uit angst voor faillissementen in de bible-belt.
De zorgvuldig georkestreerde cartoonrellen zijn een groot succes geworden. Ineens is het weer taboe om religie ’te beledigen’. Alsof er een reden is waarom religies niet bespot zouden mogen worden. Er is Vrijheid van Meningsuiting. Het verbod op godslastering is in de jaren zestig de facto afgeserveerd. Het is doodnormaal om met van alles en nog wat de spot te drijven. Tuurlijk, als je met bepaalde mensen de spot drijft, hoef je niet te verwachten dat ze je daarna nog aardig vinden, maar dat is jouw probleem.
Bovendien vinden mensen over het algemeen dat je tegen een stootje moet kunnen. Enige zelfrelativering en gevoel voor humor wordt gewaardeerd. En terecht. Humor is een middel om tegenstanders bij elkaar te houden, om ze hun standpunten te laten relativeren. Het is een krachtige doch ontwapenende manier om je mening te geven. De veiligste en tegelijkertijd doeltreffendste manier om een taboe ter discussie te stellen, is door er een grap over te maken.
Het is niet voor niks dat wij als mensen humor gebruiken bij allerlei meningsverschillen. In de politiek is humor al eeuwen essentieel, en ja ook in de vorm van spotprenten. Sporters en technici maken grappen over elkaar. Zelfs vechtende legers doen het af en toe. Linux- en windowsaanhangers besteden zoveel tijd aan grappen over elkaars systeem dat je je afvraagt hoe ze nog aan programmeren toekomen.
Maar de heren en dames gelovigen houden er niet van. Heel begrijpelijk, en heel fout. Begrijpelijk omdat het een serieuze bedreiging van hun positie betekent. Hun denkbeelden zijn nergens op gebaseerd en ronduit belachelijk. Als tegenstanders daar de spot mee gaan drijven, blijft er helemaal niks van over. De grappen spreken het menselijke relativeringsvermogen aan, en relativering is dodelijk voor religieuze overtuigingen. Het idee dat een Joodse zombie die z’n eigen vader was, uit een maagd geboren werd en nu door jou opgegeten wil worden […] is dermate absurd dat het alleen volgehouden kan worden door pure koppigheid.
Heel fout is het omdat de koppigheid van de religieuzen een wel heel beroerde reden is om anderen hun rechten te ontnemen. Zeker omdat het ons de facto ook het recht zou ontnemen om die koppigheid ter discussie te stellen. En als we die niet ter discussie mogen stellen, waar mogen we het dan nog wel over hebben? Mogen atheïsten dan nog wel zeggen waarom ze niet in god geloven, dat ze niet geloven omdat ze religieuze denkbeelden belachelijk vinden? Betekent dit niet in feite dat atheïsten als enige wél gekwetst mogen worden?
Maar als we nog eens een stapje fundamenteler te kijken, waarom voelen religieuzen zich eigenlijk beledigd? Als iemand een grap over mij maakt, kan ik daar meestal om lachen. Soms word ik wat kniftig, vooral als ik niks scherps terug weet te zeggen. Maarja, het hoort bij het leven. Als ik met een mond vol tanden sta, is dat mijn eigen schuld. De ander was gewoon scherper dan ik. Bij een ligfietswedstrijd wordt ik er ook regelmatig uitgereden door mensen die ongeveer even sterk geboren zijn als ik. Daar is het een wedstrijd voor. Trainen, voorbereiden, zorgen voor goed materiaal en een dosis geluk bepalen wie wint en wie verliest. En daar is helemaal niets mis mee. Ik ben blij dat mensen zich tegenwoordig op deze manier met elkaar meten, en niet meer met geweld.
Maar wat voor wedstrijd je ook speelt; als je verliest kun je óf je verlies nemen, óf je gekwetst voelen. Het is je eigen keuze. Je verlies nemen is sportief en eervol; boos worden is kinderachtig. Als je voor het laatste kiest, doe je het jezelf aan. Niets houdt je tegen om voor de sportieve optie te gaan.
Ik verdenk de gelovigen ervan dat ze de humorwedstrijd niet aandurven. Ik denk dat ze donders goed weten dat ze kreupele konijntjes zijn, en dat de tegenstander beschikt over een schijnwerper en een Russisch machinegeweer.
Want laten we eerlijk zijn, welke humoristische prestaties hebben de kerken op hun conto mogen schrijven? Een tekening van Charles Darwin als chimpansee, en dat is het dan wel weer.
De critici van religie hebben daarentegen nooit veel moeite om flink de draak te steken met godsdienst.
Grappen over godsdienst zijn er altijd al geweest. Sinds enkele decennia kunnen ze in het westen eindelijk ongestraft gemaakt worden. Er was zo langzamerhand een consensus ontstaan dat humor met humor bestreden dient te worden. Een grap dient beantwoord te worden met een betere grap. Als je die niet kan maken moet je sportief zijn en je verlies nemen. De gelovigen hadden door schade en schande geleerd dat boos worden de zaak alleen maar erger maakt. Je zet jezelf voor gek als je protesteert tegen een grap; ook religie moet tegen z’n verlies kunnen.
De cartoonrellen hebben de gelovigen nieuwe hoop gegeven. Voor het eerst sinds een halve eeuw had een religieuze groep geprotesteerd tegen humor zonder alleen maar méér hoongelach over zichzelf af te roepen. De andere religies zagen de kans waar ze al decennia op wachtten; de seculiere wereld zou het immers nooit kunnen verkopen om wel te buigen voor de moslims maar niet voor de christenen of de hindoes.
Het wordt tijd om die hoop grondig de bodem in te trappen. Spot met alle religie, en zeker met de christelijke en hindoeïstische. Zet ze volkomen voor gek. Laat ze zich maar goed gekwetst voelen, ze doen het immers zichzelf aan. Wijs ze er tot in den treure op dat ze er zelf voor kiezen om gekwetst te zijn; ze kunnen immers ook sportief zijn en toegeven dat ze de humorwedstrijd verloren hebben. En ook kunnen ze toegeven dat hun wereldbeeld geen emperische basis heeft.
Nu ik er zo over nadenk: Wat zou er gebeuren wanneer gelovigen massaal zouden toegeven dat ze het niet leuk vinden om bespot te worden, omdat ze nu eenmaal niet in staat zijn terug te spotten? Zouden de satirische atheïsten daar van terug hebben? Zouden ze nog wat extra zout in de wonden durven wrijven? Of zouden ze liever sportieve winnaars zijn?
Het gaat niet gebeuren. Zodra gelovigen hun verlies toe durven geven op het gebied van humor, zijn ze nog maar een haarbreedte verwijderd van het toegeven van hun verlies op het gebied van feiten.