Oplettende lezers zal het niet ontgaan zijn dat ik niet bijzonder vatbaar ben voor fijnzinnige discussies over wat nu een “echte” religie is en wat niet. Een new-age-aanhanger die wil uitleggen dat zijn wereldbeeld vooral géén religie is, vindt in mij een weinig enthousiast publiek. Een Joodse zombie, 72 maagden of groene chakra’s, het zal me worst wezen. In de stalinhitlerdiscussie zie ik ook nooit zo’n onderscheid tussen Stalin, Herohito, Kim Jong Il en andere potentaten die maar niet kunnen beslissen of ze nu keizer of god zijn. Wat boeit het mij welke diepere inzichten ze wel of niet hadden in het hiernamaals of de lotsbestemming van het proletariaat. Voor mij valt al deze onzin onder het kopje ‘religie’.
Ik heb mij dan ook zitten verkneukelen toen in de Volkskrant een artikel verscheen van Kris Verburgh, waarin hij aan de hand van neurologische inzichten uitlegt dat de ‘hogere sferen’ die mensen bij meditatie bereiken, in feite een primitievere geestestoestand is. De werkelijk hogere bewustzijnstoestand is die waarin de hersenen in staat zijn om een onderscheid te maken tussen het ‘zelf’ en de rest van de wereld. Mystici denken juist dat ze een hogere toestand bereiken wanneer de hersenen dit onderscheid niet meer maken.
Heerlijk. Empirisch onderzoek maakt gehakt van hemelbestormende claims die geen andere onderbouwing hebben dan het gevoel van mensen die geen benul hebben van hoe de hersenen een mens voor de gek kunnen houden. Niet dat ik er ooit aan getwijfeld had dat ‘hogere’ bewustzijnstoestanden vooral variaties op het thema “hallucinatie” zijn. Maartoch, uiteindelijk gaat het om empirisch bewijs, en het is natuurlijk erg leuk dat het gebrek aan bewijs vóór hogere bewustzijnstoestanden wordt aangevuld met bewijs van het tegengestelde.
Echt hilarisch werd het toen de Volkskrant een verongelijkte brief publiceerde van een zekere Diede van Beek uit Zaltbommel. Deze persoon trekt een vergelijking tussen pijn en hogere sferen. Pijn bestaat, ook al kun je het niet meten. Omdat je hogere sferen ook kunt voelen, bestaan die dus ook.
Welke nieuwe inzichten bereiken ons, zomaar via de brievenrubriek van de krant! Ik wist namelijk nog niet dat je pijn niet kon meten. Ik ben er altijd vanuit gegaan dat er bij pijn signalen via het zenuwstelsel lopen die overlevingsreacties oproepen. Dat zou toch meetbaar moeten zijn. Op z’n minst is het geen grote uitdaging om een correlatie te vinden tussen de stimulans, de pijnbeleving en overlevingsgerichte reflexen. Darwinistisch best verklaarbaar, heeft het mij altijd toegeschenen.
En dan nog het geweldige verband met de hogere sferen. Omdat je het één kunt voelen en het ander ook, gelden voor beide dezelfde conclusies. Ik wist niet dat de wereld zo eenvoudig in elkaar zat. Fantastisch. Buitengewoon. Maar het inzicht dat mij werkelijk verpletterde, was dat deze diepzinnigheden de conclusie van Kris Verburgh subiet naar het rijk der fabelen verwezen. Ik was namelijk in de veronderstelling dat hij de hogere sferen beschreef als iets wat zich zuiver in de hersenen afspeelt en daarbuiten niet bestaat. Net als het alarmsignaal dat bekend staat als pijn.
De brief eindigde met de opmerking dat Kris nog slechts 21 jaar is, en de voorspelling dat hij zich over vijf jaar zal schamen over zijn eigen domheid. Dit klinkt wellicht arrogant, maar de lezer zal inmiddels wel begrepen hebben dat we in de persoon van Van Beek met een niet te onderschatten genie te maken hebben! En dat blijkt wel, zij is niets minder dan een studente Toegepaste Metafysica!
Even vreesde ik het ergste. Is er werkelijk een universiteit in Nederland die mensen in dienst heeft om toegepaste metafysica te onderwijzen? Even googlen stelde mij gerust. Ergens in Deventer staat een pand waar een stel zwevers boeken verzamelt en dat ze hebben omgedoopt tot universiteit. Oxford aan de IJssel noemen ze zichzelf. Boeiend is uitgangspunt nummer 1:
Alleen het daadwerkelijk functioneren van een in aanzet reëel bestaande democratie kan het bestaan van een niet zintuiglijk waarneembare werkelijkheid filosofisch rechtvaardigen. De metafysica veronderstelt het bestaan van zo’n niet-fysische werkelijkheid.
Metafysica die zich bezig houdt met een niet-fysische werkelijkheid die wel toepasbaar is maar daar noodzakelijkerwijs een democratie voor nodig heeft? Voor wie dacht dat toegepaste metafysica al een contradictio in terminis was, zal dit de zaak er niet beter op maken.
Een niet zintuiglijk waarneembare werkelijkheid. Daar kan ik uitstekend mee leven, aangezien onze zintuigen nogal beperkt zijn. Ze zijn geëvolueerd voor het leven van landzoogdieren op het Afrikaanse continent. Onze oren en ogen hoeven zich niet bezig te houden met radiogolven, subatomaire deeltjes of zwaartekrachtgolven.
Helaas is dat niet wat ze bedoelen. Het gaat natuurlijk weer om dingen die buiten het bereik van de fysica liggen. Zaken die je volgens de huidige wetenschappelijke inzichten ook nooit met behulp van meetinstrumenten zal kunnen waarnemen. Metafysica dus.
Mensen die zich met metafysica bezighouden, zien de natuurwetenschappen als iets wat ten principale slechts een beperkt deel van de werkelijkheid kan bevatten. Op zich een waarheid als een koe, en het is best interessant om je af te vragen waar de mogelijkheden van de natuurwetenschappen ophouden.
Helaas. Het is niet zo dat ze begrijpen dat wetenschap een methode is om steeds meer en beter informatie te vergaren en aldus nooit ‘af’ zal zijn. Het betekent ook niet dat ze doordrongen zijn van het besef hoe weinig wij voorstellen in de onwaarschijnlijke hoeveelheden tijd en ruimte die ons heelal opspannen. Het betekent zelfs niet dat ze begrijpen dat er onverbiddelijke grenzen zitten aan de menselijke kennis.
De dames en heren metafysici gebruiken niets dan hun hersenen om die wereld buiten het bereik van de natuurwetenschappen te verkennen. Door zuivere logica tracht men datgene te onderzoeken wat niet empirisch te onderzoeken valt. Iets wat nogal een gewaagde onderneming is.
Hierboven merkte ik reeds op dat onze hersenen geëvolueerd zijn voor een bepaalde leefomgeving. Onze hersenen zijn volledig niet aangepast voor andere werelden, zoals bijvoorbeeld de quantumwereld. Onze logica, ontstaan op de Afrikaanse steppes en met pijn en moeite aangepast aan onze huidige, technologische wereld, kan helemaal niets met de quantumwereld. Onze hersenen kunnen ook de astronomische wereld totaal niet behappen. Zelfs zaken die veel dichter bij huis staan, zoals de omvang van oceanen of de leegte van Siberië stellen onze logica op de proef.
Het is interessant om te beseffen hoe de theorieën over de quantummechanica en de algemene relativiteit ontstaan zijn. Veel mensen stellen zich bij Albert Einstein en Niels Bohr mensen voor die vanachter hun bureau, met niets anders dan potlood en papier, het universum in kaart brachten. Als je deze mensen had gefilmd, zou dat ook wel zo’n beetje zijn wat je te zien had gekregen. Maar dat wil niet zeggen dat de uitgangspunten puur in hun geniale breinen ontstonden.
De nieuwe theorieën kwamen niet voort uit zuivere logica. De aanleiding was dat als de oude theorieën verder werden uitgewerkt, ze in sommige situaties niet meer overeenstemden met de werkelijkheid. Warmtestraling was in de werkelijkheid volledig anders dan uit de bestaande modellen kon worden afgeleid. Het Michelson-Morley experiment gaf aan dat allerlei ‘logische’ modellen voor licht en het universum helemaal niet geldig waren op dat domein. Atomen zaten op een manier in elkaar die volgens alle bestaande inzichten in de verste verte niet stabiel kon zijn. Telkens ging er een schokgolf door de natuurkunde, en telkens bleek dat onze hersenen niet geschikt waren voor de nieuwe theorieën. Zoals Richard Feynman het treffend verwoordde: “I can safely say that nobody understands quantum mechanics.”
Waar het mij om gaat, is dat telkens empirische gegevens de beperkingen van het menselijke denken aantoonden. Het was de natuurwetenschappelijke werkelijkheid die de grenzen van onze logica ver te buiten bleek te gaan.
Dus mijn vraag is dan: Waarom denken die metafysici dan dat hun logica in dit geval wél verder kan reiken dan de natuurwetenschappen? Als keer op keer aangetoond wordt dat ons brein voor een domein is geëvolueerd dat veel beperkter is dan het domein dat de wetenschap kan bereiken, wie denk je dan wel niet dat je bent dat je met niets anders dan dat brein de wetenschap de les kan lezen?
Als ik iemand hoor praten over de “reële niet-fysische werkelijkheid” en de idee dat “de fysieke werkelijkheid alleen bestaat door het menselijke bewustzijn”, dan zie ik een vette kerel voor mij, in een leunstoel voor de TV, met in zijn linkerhand een blikje Heineken en in zijn rechter een smeulende peuk. Op de TV is een klim in de Tour de France te zien, een in het geel geklede Amerikaan loopt in de ziedende hitte weg van het peloton. De man in de leunstoel, rochelt een beetje en zegt dan: “Armstrong, poeh! Die kerel moet niet denken dat hij het fietsen vertegenwoordigt. Hij komt aardig vooruit hoor, daar niet van. Maar, let op mijn woorden, er zullen altijd wedstrijden zijn die hij niet wint. En dán kom je toch weer terug, hier in deze stoel, voor deze TV.”
Waarlijk, deze ‘filosofen’ zijn de stuurlui aan de wal van de wetenschap.
Metafysica heeft niets te maken met een bovennatuurlijke wereld: het is juist een kwalificatie van onze natuurlijke wereld, waar net als in de kwantummechanica na een bepaald omslagpunt de voorstelbaarheid van de ‘natuur’ ophoudt. Daarbij gaat het nooit om zo maar iets onvoorstelbaars, maar om iets dat logisch gezien absurd is, omdat het strijdig is met het basisprincipe van de logica, dat iets niet tegelijk en onder hetzelfde gezichtspunt kan zijn en niet-zijn. Als je er – zoals de fysica moet doen – van uitgaat dat de hele werkeljkheid uiteindelijk zintuiglijk waarneembaar (en dus voorstelbaar) is, dan kan ze niet tegelijk als gehele werkelijkheid niet zintuiglijk waarneembaar zijn. Alléén in de democratie is dat toch mogelijk, en volgens Plato zelfs noodzakelijk: anders was er geen democratie. Juist dat maakt voor nieuwkomers ‘democratie’ zo onbegrijpelijk. Dankzij de democratie kon de kwantummechanica ontstaan, die de voor haar functioneren noodzakelijk te vooronderstellen dubbele waarheid/werkelijkheid maar niet als haar democratische oorsprong wil erkennen. Het totale onbegip voor de werkelijkheidswaarde van de Platoonse ideeënleer en de arrogantie waarmee die door de ‘fysica’ wordt afgewezen vanwege haar logische absurditeit, is daar volgens mij debet aan.