De eerste drie dagen in Zweden zitten er op. Het fietsen gaat lekker, hoewel het weer niet meewerkt. Ik ben nog niet helemaal aan dit land gewend.
Wat was ik blij dat ik in Scandinavië stond, maandagochtend in de haven van Trelleborg. Hoewel Duitsland een leuk land is, was het fietsen me een beetje tegengevallen. Ongetwijfeld kwam dat door mijn eigen drang om zoveel mogelijk kilometers te maken, terwijl dat in een moeilijk te navigeren gebied niet zo meevalt. Met geduld kom je dan verder dan met onrustige benen.
In Zweden is dat anders. Lange, doorgaande wegen die meestal zo rustig zijn dat je er als fietser probleemloos kunt rijden. De eerste uren zat ik nog op een weg die in Nederland verboden zou zijn geweest voor fietsers, maar al snel werd het landelijker, rustiger.
Wat niet rustiger werd, was de wind. Die kwam uit oostelijke of noordelijke richting en was hard. Meestal woei hij onder een diepgrauwe hemel, waar gelukkig slechts af en toe regen uit kwam. Vreemd genoeg was het wel altijd zo warm, dat ik met hoogop een regenjas over mijn zomerkleren fietste. Lekker even opwarmen bij een kopje koffie was er niet bij, want ik was al warm. Niet wat ik gewend ben van Scandinavië, en al helemaal niet van dit weer.
In de loop der dagen maakten de glooiende graanvelden steeds meer plaats voor bos, en dat is wel zo fijn. Niet alleen vanwege de beschutting, maar ook omdat het landschap er mooier van wordt.
Zijn dit nou die eentonige, duistere bossen, waar elke fietser na een paar dagen gedeprimeerd door raakt totdat een avond aan een meer het humeur weer opvijzelt?
De mensen die hier wonen lijken er zelf wel onder te lijden. Op het eerste gezicht is er niks aan de hand. Het leven gaat z’n gangetje, alles is geregeld, nergens is armoede te zien. Maar er is weinig vrolijkheid zichtbaar. Veel mensen zien er wat onverzorgd uit en vertonen sporen van een ongezonde levensstijl. Jonge vrouwen die hier mooi willen zijn, zetten een zonnebril op, nemen een sigaret en gaan zitten wachten tot ze dik worden. Jonge mannen scheuren wat rond in opgevoerde wrakken zonder kentekenplaten en proberen stoer om zich heen te kijken.
Het heeft allemaal wel iets David Lynch-achtigs. Nergens de levenslust en sportiviteit die ik gewend ben van Noorwegen. Maar wat zijn die bossen heerlijk groen.
Het is een vreemde maar mooie wereld waar ik doorheen fiets. Ik ben erg benieuwd hoe het gaat zijn als ik noordelijker kom. Volgens de kaart nader ik het punt waar beschaving echt schaars wordt. Morgen ben ik daar misschien al.