De schemering is een langdurig verschijnsel op deze hoge breedtegraden. Uren neemt zij in beslag, zelfs nu de herfst nadert. Maar ook komt ze vroeger. Ik ben in een andere tijdszone.

De camping van Korvala ligt aan een klein meer. Vanuit de kale maar warme keuken zie ik de spiegeling van de bomen en de hemel in het water. Aan het begin van de avond, nog voor het koken, heb ik met de roeiboot van de camping een rondje gevaren. Ik wilde wat foto’s maken van de oevers en mijn fiets vanaf het water. Erg goed lukken wilde dat niet, het licht was al zwak. En nu, uren later, kun je buiten nog steeds een boek lezen.

Vanmiddag, rond een uur of vier, fietste ik de poolcirkel over. Een primeur voor mij, de vorige keer ging het met de veerboot. En hoewel het al veel te laat in het seizoen is voor iets dat ook maar lijkt op de middernachtzon, merk ik overduidelijk dat het licht anders is.

Gevolg van deze hoge breedtegraad is ook dat het wel heel gemakkelijk wordt om meridianen te overschrijden. In Afrika fiets je echt niet zomaar 22 graden naar het oosten. Op mijn reis gaat het achteloos. Ik koers vooral noord en af en toe een beetje oost of noordoost. En toch zit ik nu op ruim 26° oosterlengte. Dat is anderhalf uur tijdverschil met Nederland.

Het viel me niet mee om hieraan te wennen. In Zweden begon ik wel te merken dat het leven vroeger begon, en dat het kort na mijn avondeten al donker werd en stil op straat. Het leek me zinvol om mijn eigen levensritme hierop aan te passen, maar ik kreeg het niet voor elkaar.

Totdat ik op donderdagavond in café Hemingway’s in Kemi op de klok keek en mijn gevoel klopte met de tijd. Mijn eigen horloge liep nog een uur achter op dat moment. Maar mijn ritme had zich aangepast aan de andere tijdzone.

Niet dat het vanochtend meteen soepel ging, pas om kwart voor negen was ik op pad. Een slechte start, die ik goed probeerde te praten met de aanpassing aan de tijdzone. Net als wanneer je in het voorjaar de zomertijd vervloekt als je op maandagochtend te laat op die belangrijke vergadering verschijnt.

Maar vanavond was daarvan niets meer te merken, toen ik rond kwart over zes arriveerde op deze mooie camping, zo’n 180 kilometer verder. Een normale aankomsttijd en een normale dagafstand. Het boottochtje voelde verdiend.

Buiten is het inmiddels echt donker. Een doodstille zaterdagavond in Lapland.