Terwijl uit Nederland berichten komen over zware regenval, ben ik in Noorwegen de zomer ingefietst.
In de Finnmark trok ik ‘sochtends zonder na te denken overschoenen en handschoenen aan. Soms twijfelde ik over mijn vestje, maar vaker trok ik direct mijn regenjas over mijn drie laagjes fietskleding. Zon of niet, het was gewoon koud. Als er wind was, was deze hard en snijdend.
Ten zuiden van de Lyngen Alpen veranderde dat snel. Zo snel, dat ik er niet zo goed aan kon wennen. Het begon ermee dat ik me steeds vaker afvroeg waarom ik toch die handschoenen droeg. Al snel gingen het hemd en de overschoenen natgezweet de tas in. Als laatste moest de winterfietsbroek er aan geloven.
En toen was het rustdag en liep ik met korte mouwen over straat. Zoals iedereen. Dagenlang scheen de zon, was de hemel vrijwel onafgebroken blauw. Waardoor het ‘snachts dan onder die kraakheldere hemel al snel richting het vriespunt ging. Zo zijn de wetten van de fysica.
Maar terwijl ik de zomer in mijn kop heb gekregen, is het seizoen hier afgelopen. Hotels, restaurants en bars draaien op enkele gasten. Campingrecepties en VVV’s worden nauwelijks nog bemand. Het poolcirkelcentrum, waar ik vanmiddag een bekertje koffie dronk, gaat woensdag dicht. Er hangt een echte herfstsfeer in het land. Maar iedereen geniet nog even van dit laatste stukje zomer.
Benieuwd wie er sneller naar het zuiden trekt, de nazomer of ik.