Afgelopen zaterdag stond er een huiveringwekkend artikel in de Volkskrant. De christelijke hogeschool in Ede heeft een programma gestart om ’talentvolle studenten’ klaar te stomen voor sleutelposities in de samenleving. Deze lui moeten vervolgens via coaches in een old-christain-boys netwerk terechtkomen, een ‘netwerk dat ze zal helpen met en steunen in het vasthouden aan hun christelijke principes’.

Jaja. Helpen vasthouden aan christelijke principes. “Overal is behoefte aan ‘christian leaders of influence’ ” klinkt het. Ohja? Ik heb die behoefte bepaald niet. Als ik al behoefte heb aan leiders, dan zijn dat leiders die open, eerlijk en rationeel de problemen van onze samenleving benaderen, en daarbij vertrouwen op wetenschappelijke informatie. Niet op zalvende, achterbakse CDA’ers die stiekem met de dominee overleggen over hoe de waarheid er deze week uit moet zien. Ik heb sterk de indruk dat het vooral christian leaders zijn die behoefte hebben aan influence.

Al een tijdje ben ik bang dat de golf van herkerkelijking en christenfundamentalisme die vijftien, twintig jaar geleden in de VS begonnen is, er in slaagt om de Atlantische Oceaan over te steken. Er wordt steeds meer over geloof en de kerk geluld in de media, de zogenaamde christen-democraten zijn machtiger dan ik ooit heb meegemaakt. Trouwen is ook al weer in de mode, een minister van OCW reageert niet met furieuze afwijzing op het voorstel ID in het curriculum op te nemen, jongeren juichen de paus toe in hoogontwikkelde landen als Duitsland. En nu dit. Een openlijke poging om in het geniep meer macht naar de kerk toe te trekken.

Je kunt zeggen van Laat ze toch, of Wat doe je er tegen, of Dat recht hebben ze toch, of Dat wordt toch niks. Goed, ik verwacht niet dat het zo’n vaart zal lopen als aan de overkant van de sloot. Maar vergeet niet het daar ook begonnen is met heel bewuste lobby’s en dit soort netwerken. Het bericht deed mij bijvoorbeeld meteen denken aan de wedge strategie. De heritage foundation, een monsterverbond tussen conservatieve christenen en het militair-industrieel complex, is ook zo’n fijne club. Die denken werkelijk dat Amerika ten onder gaat als er teveel homo’s en te weinig kernwapens in dat land zijn. Maar ondertussen is het wel de machtigste lobbyclub in de VS.

Heel ergerniswekkend is trouwens het vergelijkingstabelletje dat bij het volkskrantartikel staat. Er wordt een valse tegenstelling neergezet tussen leiders volgens ‘marktnormen’ en volgens ‘christelijke normen’. Je raadt het al, de marktnormen zijn “a-historisch, korte termijn en kwantiteit”, de christennormen “inhoud, traditie, lange termijn en kwaliteit”. Precies diezelfde truuk die ze uithalen met die zaken die de wetenschap (nog) niet kan verklaren; ze doen voorkomen alsof er nu eenmaal geen ander alternatief is dan het religieuze. Terwijl er toch heel veel niet-religieuzen zijn die op lange termijn denken of voor kwaliteit gaan. De wereld kent miljoenen atheïsten die echt hoofdzakelijk voor de inhoud gaan (zoals daar zijn: evolutiebiologen). Duurzame ontwikkeling is een volledig seculier begrip. Er zijn bedrijven die op de vrije markt opereren en streven naar kwaliteit en duurzaamheid zonder dat de bedrijfsleiders ooit een kerk van binnen zien.

En dan hebben we het nog niet eens over hoe onchristelijk die marktnormen wel niet zijn. Met name ons calvinistische handelslandje heeft een rijke geschiedenis van door de kerk gesanctioneerde onmenselijke marktnormen. De VOC (je weet wel, van die mentaliteit) is de moeder aller multinationals, en stamt uit een tijd waarin alle leiders gereformeerde christenen waren. De kerken begrepen dat kortetermijnwinst met slavenhandel een belangrijke norm was.

Als ik het mij goed herinner, had het eerste verzet tegen het roofkapitalisme het ook niet zo op met de kerk.

Op zich heeft iedereen het recht om zich te organiseren teneinde macht naar zich toe te trekken. Waar ik echter een hekel aan heb, is als het op een manier gedaan wordt waarbij heel bewust het openbare debat omzeild wordt. Als iemand zich kandidaat stelt voor een raad of parlement, is het duidelijk. Je voert campagne, wordt gekozen, en dan is het discussiëren en stemmen in openbare vergaderingen. Als iemand een boek schrijft of een kranteartikel, prima. Precies wat er moet gebeuren om tot een fatsoenlijke discussie te komen. Een activist die zich vastketent aan een boom: goed werk. De activist vestigt de aandacht van het publiek op zijn zaak en maakt discussie los. Langs juridische weg? Deskundigen buigen zich in het openbaar over de kwestie, en uiteindelijk gaat het om de argumenten die beide partijen naar voren brengen. Ook de wetenschap discussieert in het openbaar over rationele argumenten en harde cijfers. Het kan jaren van studie vergen om die discussies te kunnen begrijpen, maar de informatie daartoe is beschikbaar, in principe voor iedereen.

De ellende is dat het schemerige netwerkgekonkel zich daar bewust aan onttrekt. Ze organiseren zich niet om het publiek voor hun zaak te winnen. Integendeel, ze organiseren zich om een onwetend publiek mee te trekken in hun christelijke normen en waarden. Ze willen niet dat het publiek zelf die keuze maakt.

Het ergste is de andere kant van de zaak. Het perspectief van de christelijke leiders in spé. De ’talentvolle studenten’ zien zichzelf waarschijnlijk als een kleine minderheid die zich moet wapenen om niet gemarginaliseerd te worden. Ze denken dat ze wel buiten de publiciteit moeten opereren om de gevaren van een zondige wereld het hoofd te bieden. Ze denken echt dat het publiek naar christelijke leiders hunkert maar daar niet voor uit durft te komen. Of nog niet beseft dat het christelijke leiderschap datgene is waar het publiek zo naar verlangt.

Mensen die van een rationeel debat houden, lijken machteloos te staan tegenover deze manoeuvres. Er gaat heus geen universiteit een netwerk opbouwen van humanistisch rationeel-atheïstische toptalenten, om de rationeel-atheïstische humane waarden terug te brengen in de samenleving. De talenten moeten zich maar bewijzen in rationele discussies en wetenschappelijke prestaties. Als je in een belangrijk netwerkje terecht wilt komen, moet je iets interessants te melden hebben, je komt er echt niet omdat je zo’n voorbeeldige atheïst bent. Dat zou het grootste verraad aan het atheïsme zijn dat ik me voor kan stellen.

De vijand met eigen wapens bestrijden gaat dus niet. Maar we kunnen deze manoeuvre wel keren door te zorgen dat het openbare debat niet omzeild wordt: mag een school wel belastinggeld gebruiken om de invloed van de kerk te vergroten? Wie zijn die toptalenten dan wel? Hoe worden ze geselecteerd? Wie zijn die coaches?

En mochten ze er alsnog in slagen hun christelijke leiders op sleutelposities neer te zetten, dan is er nog steeds geen reden om hun christelijke leiderschap ootmoedig te accepteren. Ohja? Hoezo? Welke argumenten heb je daarvoor? Waarom is dat zo? Hoe hard kun je dat maken? – het zijn vragen waar zelfs een goed christen niet eeuwig omheen kan draaien.

Overigens ben ik niet de enige die zich opwindt over dit bericht. Ook Wim de Bie en een weblogger genaamd Dwarslezer schrijven er over.