Het herfsttreffen liep dit jaar een beetje in de soep. Op vrijdagmiddag vertrokken Aalke Lida en ik vol goede moed en met heerlijk nazomerweer richting Het Gooi. We deden rustig aan, maar helaas kreeg Aalke Lida toch weer last van de pees die haar al een paar maanden plaagde. Bij Alphen aan den Rijn besloten we de handdoek in de ring te werpen. Ik had geen zin om in mijn eentje verder te gaan, ik ging liever mee naar huis. We pakten de trein.
Heel jammer. Maarja, dat kan gebeuren met buiten spelen. Ik besloot om die zondag de schade in te halen met een rondje Zeeland. Mijn nachtrust was door schreeuwende buren niet bepaald ongestoord, waardoor het me niet lukte om vroeg op te staan. Even na elven vertrok ik. Ik had in mijn hoofd om een langer rondje te rijden dan normaal, maar met deze starttijd betekende dat wel dat ik flink door moest rijden. Ik had geluk bij de veerpont, ik was de laatste fietser die meekon. Het was mistig, een enorm zeeschip kwam als een spook langsvaren.
Richting Goeree-Overflakke reed ik redelijk snel, maar nam af en toe nog de tijd om een foto te maken. Naarmate de Brouwersdam naderde, kreeg ik meer het idee om te proberen binnen 2,5 uur bij het vakantiehuisje van Aalke Lida’s oma te arriveren. Het was mogelijk, maar dan moest er erg hard gefietst worden.
Op de Brouwersdam reed ik zo snel mogelijk tussen de mist boven de Noordzee en die boven De Grevelingen. Nam voorrang bij de overgang over de autoweg, en met een Duitse suv hijgend in mijn nek schoot ik vol gas door de bochten naar de weg richting Renesse. Waar het mij nodig leek nam ik de complete weghelft, haalde auto’s in en negeerde fietspaden. Tweeëneenhalf uur, het moest mogelijk zijn.
Ik naderde het natuurgebied tussen Renesse en Burgh. Een kudde ruiters was eveneens op weg naar het toegangshek, die mochten niet vóór mij aankomen, dan zou ik tijd verliezen aan het voorzichtig passeren van de paarden of erger, de op hol geslagen paarden. Het lukte net, de voorste ruiters zagen mij aankomen en hielden in. Daarna over het stoffige zandpad tussen de zondagsfietsers door, af en toe slippend, af en toe langzamer dan noodzakelijk.
In Burgh-Haamstede zag ik dat ik een halve minuut te kort ging komen. In de dorpsstraat passeerde ik de bestelbus die mij ophield, en moest vervolgens een flink gat trekken om nog te kunnen remmen voor de laatste bocht, de Haaymansweg op. Veel ruimte had ik niet over. Precies 2:30 na mijn vertrek schoot ik langs de ingang van het vakantieparkje.
Toen was ik wel een beetje moe. In beduidend lager tempo ben ik verder gereden naar de stormvloedkering, via Wissekerke en Colijnsplaat naar de Zeelandbrug gefietst. Volgens traditie at ik appeltaart bij Concordia in Zierikzee. Of het toeval is of dat ik er uit zag alsof ik wel wat energie kon gebruiken is me niet bekend, maar ik kreeg wel een zeldzaam grote punt.
Eenmaal terug op de Brouwersdam kreeg ik het idee om een snelle totaaltijd neer te zetten. Binnen acht uur, dat zou leuk zijn. Dan hoefde ik ook niet in het donker te rijden.
Het is gelukt. Na zeven uur en vijftig minuten was ik weer thuis. Geen idee hoeveel kilometer het was, maar ’twas een mooie tocht. En ik heb hard gereden.
Het weekend erop met Aalke Lida weer naar Schouwen gefietst, maar nu voor de verjaardag van haar oma. Op vrijdag rustig naar het vakantiehuisje gefietst, het was opnieuw prachtig weer, ietsjes herfsteriger. De pees hield zich gelukkig koest, zodat ook Aalke Lida kon genieten van een mooie tocht.
De ochtend erop naar de verjaardagslunch in Veere. Een kort stukje fietsen, we hoefden ‘sochtends niet te haasten. Ik bedacht hoe prettig het is om een fietsend leven te hebben. Je neemt net iets meer tijd voor de dingen, hebt daardoor meer rust om van je omgeving te genieten. In plaats van heen en weer te haasten over snelwegen of treinstations ben je juist even weg uit de dagelijkse drukte.
De familie is er nog steeds niet helemaal aan gewend. Hoewel we al een keer eerder ligfietsend op oma’s verjaardag waren verschenen, was het nu weer een grote sensatie. De fietsen moesten uitgebreid bekeken worden, de minst sportieve van de familie wilde wel eens op mijn lage racer liggen. Dat wij gekozen hebben voor een sportief, autovrij bestaan, blijft verwondering wekken. Het wil maar niet passen in het beeld van een volwassen stel tweeverdieners. Niet dat we vijandigheid ontmoeten, maar gewoon wordt het blijkbaar nooit.
Voor mij wordt het ook nooit gewoon. Fietsen hoort bij het goede leven. Fietsen is één van de dingen die het leven bijzonder houdt.