Mijn enthousiasme voor de lage racer is onlangs opgepikt door Ligfietsplaza. Erg leuk natuurlijk. Aan mijn enthousiasme zit echter ook een keerzijde. Een lara is een prachtig vervoersmiddel, maar er wordt geen motor bijgeleverd. Zoals elke fiets moet je hem zelf aandrijven.

En daar schort het toch wat aan de laatste maanden. De motor wil niet zo. Het wil maar niet lukken om de machine van veel fietsen, veel eten en diep slapen op gang te brengen.

Zondag reed ik naar Zeeland voor een paar daagjes Schouwen. Goed, er stond een vijf-zes uit de verkeerde hoek, ik had een volgepakte aanhanger achter mijn fiets. Ik zou niet mogen verwachten dat het net zo snel zou gaan als die keer in oktober, met goed weer een een kale fiets. Maar het ging nu wel heel beroerd. De snelheid leek laag, en mijn lijf protesteerde. Het ‘duursportgevoel’ kwam maar niet, zelfs niet toen ik na een paar uur op de Brouwersdam reed. Het was gewoon afzien en verder niks dan dat.

Bij aankomst keek ik op mijn horloge. Ik had er drie uur en veertig minuten over gedaan. Eigenlijk helemaal geen slechte tijd. Mijn record uit oktober was 2,5 uur. Zonder aanhanger. Zonder windkracht vijf tegen. Mét warm weer en geluk bij de veerboot. Maar als het dan, achteraf gezien, best snel gaat allemaal, waarom voelt het dan toch zo beroerd?

Enkele dagen later maakte ik een klein rondje Oosterschelde: Stormvloedkering over, door Noord-Beveland naar de Zeelandbrug, en dan terug naar Burgh-Haamstede. Opnieuw had ik het gevoel dat het niet opschoot, voelden mijn benen slap, en lukte het niet om in de trance te komen die ik normaal moeiteloos opwek door met de Jester in een straf tempo over een lang fietspad te rijden. Eigenlijk was het geen leuke tocht.

Terug in het vakantiehuisje was ik moe en zat met het gevoel dat ik er niks van gebakken had. Maar opnieuw leerde ruwe vergelijkingen met eerdere tochten mij dat het helemaal niet langzaam was gegaan. Alleen de euforie ontbrak, het gevoel snel te gaan en misschien nog sneller te kunnen. Het leek wel of de ‘happy drugs’ het niet meer deden.

Ik kan er nog steeds niet mijn vinger op leggen waar het nou mis gaat. De spijsvertering werkt niet mee, dat is me in ieder geval wel duidelijk. Eten gaat niet gemakkelijk genoeg naar binnen, en slechts met de grootste moeite weer naar buiten. Na de tocht zondag zat ik dagenlang met een opgezwollen buik. Misschien iets aan mijn dieet doen, of mijn af en toe uit de hand lopende koffieconsumptie inperken.

Mijn nachtrust is ook niet zoals hij wezen moet. Het valt me vaak niet mee om in slaap te vallen, slaap vaak onrustig en wordt regelmatig om zes uur ‘sochtends wakker, midden in de winter! De laatste weken probeer ik wat regelmatiger naar bed te gaan, en het laatste halfuurtje van de avond door te brengen op de bank, zonder boek of iets anders, alleen een mooie plaat op de platenspeler. Het lijkt iets te helpen.

Zoals ik al schreef, de fietsmotor is een machine die moet draaien in een cyclus van veel fietsen, veel eten en diep slapen. Hapert één van die drie, dan gaan de andere twee ook sputteren. Je moet ze dan alle drie zien te verzorgen tot het geheel weer goed gaat werken.

Ik ga maar eens een paar boterhammen eten. Lijkt me een goed begin.