Het KNMI voorspelde voor vrijdag 30 mm regen. Dertig millimeter. Normaal gesproken laat ik me niet gemakkelijk afschrikken door een beetje regen, maar drie centimeter is geen ‘beetje’ meer. ‘sOchtends keek ik naar de buienradar op mijn eeepc die ik speciaal voor deze gelegenheid naast mijn bed had gelegd. Het zag er niet jofel uit. Ik besloot mezelf tot mietje te verklaren en vrijdag niet te gaan fietsen.

Zaterdag dan. Bij het opstaan zag het weer er zonnig en rustig uit. Ik deed rustig aan, de eerste weken wil ik nog geen tochten van boven de 250 km maken, dus ik hoefde niet vroeg de deur uit. Ik had helaas forse koppijn, eigenlijk teveel om te fietsen. Mijn hoofd stond niet naar afhaken, aan het ontbijt zat ik daarom achter mijn bord pasta met een derde pil naast de gebruikelijke vitaminen- en hooikoortspil. Geen idee of het verstandig is om te trainen met paracetamol in je lijf, maar ik kan me niet herinneren ooit zoiets in de bijsluiter gelezen te hebben.

Rond half elf reed ik weg. Het weer was inmiddels wat betrokken, er stond een westenwind. In Maassluis zag ik de veerboot voor mijn neus wegvaren. Jammer, maar statistisch gezien onvermijdelijk dat dit af en toe gebeurt zolang ik niet de moeite neem om de vertrektijden uit mijn hoofd te leren.

Voorbij Brielle herinnerde ik me opeens dat dit weekend het EK roeifietsen plaatsvindt op Neeltje Jans. Omdat ik toch al niet het gevoel had dat ik zin zou krijgen in appeltaart eten in Zierikzee, vatte ik het plan op om even te gaan kijken.

Dit betekende dat ik over Renesse en Burgh-Haamstede moest fietsen, een mooie gelegenheid om te fietsen door het natuurgebied dat deze plaatsen scheidt. Met dit weer zou het daar toch niet al te druk zijn. Hopen dat het fietspad niet onbegaanbaar was geworden door de regen van gisteren.

Het viel alles mee. Af en toe een plasje ontwijken, dat was alles. Spoedig reed ik Haamstede binnen. Even twee zakjes bolussen gehaald om de gemiste appeltaart te compenseren, en dan op naar de wedstrijden.

Ik kwam op een mooi moment. Na een paar minuutjes gekletst te hebben met Dennis, ging de sprint van start. Leuk onderdeel voor als je niet veel tijd hebt om te kijken. Een groot deel van de deelnemers heb ik langs zien komen. Uiteraard ging vooral Ymte als een beest tekeer. Wat is die kerel toch sterk.

Ik begon het koud te krijgen en besloot verder te rijden. Boven Zierikzee leek het aardig te spoken. Donkere wolken waar forse regen uit kwam. De bewolking trok echter naar het westen, dus ik ging toch maar richting Zierikzee, misschien kon ik een beetje om de bui heenrijden. Mijn regenjas tevoorschijn halen zou moeite kosten, vreesde ik.

Helaas is een fors deel van het buitendijkse fietspad langs de Oosterschelde nog steeds afgesloten. Binnendijks rijden had echter ook een voordeel; de wind was in de oost komen zitten. Af en toe kwamen er kleine buitjes langs, niet genoeg om mijn regenjas aan te trekken.

De Schouwse Dijk was mooi als altijd. In sommige bochten kon ik de skyline van Zierikzee zien afsteken tegen de grauwe regenlucht. Ik vraag me af of ik in Noorwegen ook van dit soort smalle slingerweggetjes tegen ga komen.

Aangekomen bij de Brouwersdam betrapte ik mezelf op de gedachte “Hoera, tegenwind!”. Dromend van regen en lofotenwind fietste ik tegen de noordooster in. Wat een verschil met afgelopen winter, ik vind afzien weer leuk.

Even voor half zeven was ik thuis. Geen slechte tijd, gezien de vrijwel continue tegenwind, twee maal op een haar na de veerboot missen, twee openstaande bruggen en de pauze op Neeltje Jans. Over een maand eens zien hoe het gaat als ik dit tweemaal per weekend doe.