Maandagochtend stapte ik met de Jester de deur uit, in mijn korte broek en Challengeshirtje met korte mouwen. Het voelde onverwacht fris, koud bijna. De zon was net een half uurtje op. Langs de stoep lagen de eerste bruine bladeren te ritselen in een zachte oostenwind. De herfst was begonnen.

Elk jaar wordt ik heel gelukkig van het moment waarop de zomer afscheid neemt en de herfst voorzichtig begint. De bomen zijn nog volop groen, maar toch liggen er al overal herfstbladeren. De avonden zijn al koud, maar bij een goed kampvuur kun je nog steeds met je vrienden bier drinken. De drukte en herrie van de zomer zijn voorbij, het terras wordt weer ingeruild voor de stamtafel. Er komt een nieuwe periode aan van rust. Een periode waarin de natuur vertraagt.

En een prachtige periode om te fietsen. Ik heb snel mijn ondershirt met lange mouwen opgezocht. Deze herfst zal ik meer dan ooit genieten van het fietsen in steeds kouder en regenachtiger weer. Gisteravond heb ik mij helemaal suf getrapt in een net-aan geslaagde poging om een donkerblauwe quest bij te rijden, waarvan ik dacht dat het misschien Bastiaan zou zijn. Lang geleden dat ik zo diep ben gegaan. Vandaag daarom rustig aan gedaan, ookal wilde ik perse via Hoek van Holland naar huis.

Het grappige is dat juist een duinlandschap relatief weinig verandert in de herfst. Helmgras blijft helmgras, en relatief veel duinbewonende struiken blijven groen in de winter. Ik fietste in een voor mijn doen ongehoord laag tempo van Scheveningen naar Hoek van Holland. Tot twee keer toe haalden racefietsers mij in en liet ik ze gaan.

De badplaatsen zijn stilgevallen. In de polder zijn de boeren nog één keer aan het hooien. Spreeuwen beginnen grote troepen te vormen. Voor mijn huis reed ik de stoep op, de wielen knisperden door de bladeren. Even bleef ik liggen en keek naar de lucht, alvorens m’n fiets het huis in te slepen. Het is herfst.