De wind draaide in mijn gezicht op de grens. Dagenlang had hij mij geholpen, ook vanochtend nog bij het verlaten van het schiereiland waar Sønderborg aan ligt. Maar nu ik Duitsland in ga, moet ik er tegenin. Het was gelukkig niet zo’n krachtige wind als in Jutland, maar deze dag zou de laatste lange dag zijn van mijn reis. In één ruk vanaf het eiland Als, door Sleswig-Holstein heen, naar het kleine Hodorf aan de Stör. Een kleine 170 km. 

Egernsund is de plek waar ik afscheid neem van de Oostzee. Ik heb namelijk besloten om dit keer om Flensburg heen te fietsen, om de route kort te houden. Ik stop even om een momentje vanaf de brug over het fjord naar de zee te staren. 

Later twijfel ik of het nu wel zo’n verstandige beslissing was. De route west van Flensburg gaat wel erg langs drukke hoofdwegen en het landschap is niet heel spannend. Weegt een halfuur tijdwinst op tegen de fraaie haven en binnenstad?

Het is nu in elk geval te laat. En het heeft wel tot resultaat dat de route als geheel anders is dan de vorige keren dat ik over Flensburg fietste. Dit keer steek ik de Eider over bij Pahlen, het Noord-Oostzeekanaal over een brug bij Grünental. Aangezien er grote zeeschepen door het kanaal varen, is deze brug wezenloos hoog.

In de omgeving van Itzehoe kom ik aan de Stör, en volg ik de kronkelende rivierdijk met het steile talud tot aan de minicamping bii het oude veerhuis.

Inmiddels de vierde keer dat ik hier ben. Het is zo’n fijne pleisterplaats op een handig punt aan de route. En elke keer is het weer ietsjes fijner. Tegenwoordig is er een overdekte keuken met tafel en stoelen, die van alle gemakken is voorzien. En een uitzichtpunt op de dijk. De eigenaar drukt mij op het hart daar de zonsondergang te gaan bekijken.

Zoals altijd als ik hier ben, heb ik na het eten niet veel puf meer. Ik kom hier altijd aan het einde van een lange tocht en dan is er gewoon niet zo veel energie meer om op te staan en een wandelingetje te maken. Maar nu loop ik toch even met een mok koffie de dijk op om op het bankje te gaan zitten. De campingbaas had gelijk. Wat is het hier mooi. En zo stil.

Het is een grauwe dag als ik verder fiets. Bij de monding van de Stör kom ik terug bij de Elbe. Ik kan een stuk buitendijks fietsen. Bij Glückstadt neem ik de veerboot en zo heb ik nog even een halfuurtje om van de rivier te genieten. Dan ga ik westwaarts, door het Moorenland waar ik zo van houd.

Dit keer ga ik wel naar Osten. In het mooie oude centrum is een Gaststätte, en aangezien het toch tijd voor koffie is, stap ik af voor Kaffee und Kuchen. Er hangt ook wat regen in de lucht, dus ik ga binnen zitten. Ik wil de regenradar checken, maar er is geen bereik. Het is goed zo. Ik drink mijn koffie en luister naar de muziek.

Het valt alleszins mee als ik verder fiets. Richting de Weser wordt het zelfs zonnig. Plan is om bij Brake de Weser over te steken en te kamperen bij Juliusplate. Dat is dan de start van het traject waarbij ik de Weserroute zal volgen. 

#brake. Boodschap lukt niet, veel frustratie en tijdverspilling; deadline

In Brake heb ik het vervelendste moment van het hele traject door Duitsland. Ik wil nog even wat boodschappen doen, maar het lukt me niet om een.supermarkt te vinden. Erg ruim in de tijd zit ik niet, ik wil op tijd bij de receptie zijn. Een paar keer fiets ik verkeerd, tot ik het opgeef en via een niet zo leuke route de stad verlaat.

Twee dorpen verderop zit er een Edeka langs de route.

Ik ben net op tijd bij de receptie. Ik heb een sleutel nodig voor het sanitair, dus het is wel handig dat ik gewoon op tijd was. Uiteindelijk was mijn route vandaag nauwelijks korter dan die van gisteren.

Ik ga uit eten bij Hotel Weserblick. Net als vijftien jaar geleden, in de laatste paar dagen van mijn tweede grote reis door Scandinavië. Ik heb het er vaker over gehad, dus ik zal het nu niet herhalen. Maar ik eet met uitzicht op de rivier met een hoofd vol herinneringen.

Na de valse start van gisteren is de Weserroute nu echt begonnen voor mij. Dit is nog de benedenloop, niet heel ver stroomopwaarts van het estuarium. Een mooie brede rivier door het laagland. Ik passeer Bremen, de oude binnenstad. Vanaf daar wordt de rivier beduidend smaller.

Bij Thedinghausen is er gelegenheid voor koffie bij een bakkerij. Ik zet m’n doel voor de dag op Stolzenau. Een plaatsje direct aan de rivier met een camping vlakbij het centrum. Vol goede moed fiets ik verder.

De Weser verdwijnt uit de route. Ik fiets tussen akkers en weilanden, vaak over fietspaden langs wat grotere wegen. Soms kom ik door een leuk dorpje of gaat de route over een kleiner pad. Maar van de rivier krijg ik weinig te zien.

Het duurt even voordat ik er achter kom dat er dit seizoen een grote omleiding in de route zit. Later kom ik weer wat vaker bij de Weser maar dan zit ik weer veel op kinderkopjes wat echt vreselijk rijdt. Dit deel van het Duitse traject is niet wat ik me er bij had voorgesteld. 

Aan het eind van de middag kom ik in een gebied met veel zandafgravingen. Een vreemd landschap, maar in elk geval zit ik weer meestal op normaal wegdek. Ik arriveer op een schappelijk tijdstip op de camping en krijg een mooi plekje direct aan het water, naast een overdekte picknicktafel. Ideaal.

De horeca in Stolzenau blijkt niet veel soeps, de beste optie is naast de camping waar ik een prima vegaburger geserveerd krijg op een overdekt terras. Ik zit er net als een heftig onweer losbarst. Met veel lawaai slaat de regen op het afdak maar ik zit droog.

Na het eten is de hemel weer helder. Ik wandel nog een rondje om het dorp te bekijken. Het is mooi maar veel lijkt er niet meer te gebeuren. Ik passeer het dorpscafé waar wel enige gezelligheid lijkt te zijn, maar ik ben te moe om nog een biertje te nemen. En ook ben ik nog steeds aan het wennen aan de dichter bevolkte gebieden waar ik nu doorheen reis. Ik ga aan de picknicktafel zitten en eet chocola. Veel.

Zo’n sluis had ik nog nooit gezien. In al die jaren van fietsen langs kusten en rivieren, van zelf varen. Het leek wel een kasteel, opgetrokken uit grote blokken natuursteen met twee torens, met daken van rode dakpannen. Daaronder een grote boogvormige doorgang waar de schepen naar binnen konden varen. Hij was al van verre zichtbaar, en de fietsroute gaat over de brug direct voor de sluis. Ik weet niet wat ik zie.

Dit is de sluis van Minden, een middelgrote stad aan de Weser waar ik na lang aarzelen besluit koffiepauze te nemen. Niet heel handig, het is gedoe om een bakkerij te vinden en ik moet natuurlijk mijn fiets een beetje in de gaten houden, maar ik vrees dat het er anders niet meer van komt vandaag. Zo ver is het niet meer naar Hamelen.

Na de sluis is er nog een punt in de rivier waar ik mijn ogen uitkijk. Porta Westfalica. Hier stroomt de rivier door een deuk in een hoge heuvelrug het laagland in. Ik fiets stroomopwaarts, dus ik zie de heuvelrug al van verre op de horizon liggen.

Dichterbij zie ik een gebouw op de top van de westelijke heuvel staan. Het lijkt een burcht, maar dichterbij lijkt het meer op een tempel.

Later zal ik van Wikipedia leren dat het een monument is voor Kaiser Wilhelm. En dat de Latijnse naam pas eind 19e eeuw is verzonnen om het geheel wat meer cachet te geven. Iets waar ik feilloos ingetuind was.

Wat natuurlijk niets verandert aan het feit dat dit ook in de Romeinse tijd al een zeer strategische plaats was.

Na Porta Westfalica zit ik tussen de heuvels. Een heel ander landschap. Het is dan nog enkele tientallen kilometers naar Hamelen. De grauwe hemel maakt plaats voor zon, met een enkel regenbuitje waar ik precies achteraan fiets.  

Halverwege de middag arriveer ik in Hamelen. Ik zet mijn tent op aan de overzijde van de rivier, met uitzicht op de oude stad. Ook op de camping is de rattenvanger prominent aanwezig, maar in het toiletgebouw wordt 24/7 een ‘The best of’ van George Michael gedraaid en dat is vooralsnog heel aangenaam.

Het is niet het enige muzikale aan Hamelen, want die dag is er ook een groot muziekfestival in de binnenstad. Overal podiums met bandjes in allerlei genres, van metal tot latin tot de typisch Duitse rock van de Neue Deutsche Welle. In Duitsland zijn de jaren ‘80 nooit echt voorbij.

Kon ik me de afgelopen dagen nog redelijk onttrekken aan de drukte, nu moet ik echt het diepe in. De mensenmassa’s zijn niet te vermijden. In een Indiaas restaurant kan ik rustig eten in een achterzaal. Daarna loop ik langs de podia om te kijken en te luisteren. Er zitten goede muzikanten bij. De drukte begint te wennen en er zijn ook terrasjes buiten de grote drukte open waar ik even rustig iets kan drinken.

Op de zondag is het festival voorbij. De rust in de stad wordt alleen nog verstoord door toeristen die achter rattenvangers aanlopen en de werkzaamheden van het afbreken van podia, muziekinstallaties en mobiele bierdistributie. Ik dwaal door de straten, langs de oevers van de Weser, het sluiscomplex. Ik doe er opmerkelijk lang over om een terras te vinden waar in een Campari spritz kan drinken.

In de schemering strijk ik neer bij het beste Italiaanse restaurant dat ik deze reis ben tegengekomen. Het lekkere en gezonde eten doet me goed.

Langzaam teruglopend naar de camping neem ik afscheid van deze mooie oude stad. In het donker ga ik nog even aan de picknicktafel naast mijn tent zitten met een mok thee. Van de rivier kan ik weinig zien, maar aan de overkant zie gekleurde lampen van iets wat een huis op de oever moet zijn. Ik luister nog wat dromerige muziek. Het maakt niet zoveel meer uit hoe laat ik ga slapen. De laatste lange dag is nu echt voorbij. Nog twee korte dagen en dan ben ik in Boekelo, daarna nog twee halve dagen en ik ben thuis. Deze reis nadert zijn voltooiing en het is een voltooiing zoals ik dat wil.