Niet alles was weg uit Saint-Florentin. Wel de supermarkt. Ook de bioscoop en een lange rij winkels, café’s en restaurants, de namen nog zichtbaar in verf boven geblindeerde ramen en deuren die in geen decennia meer open zijn geweest.

Er is één nieuwe hipsterbar annex curiosawinkel die het dapper probeert. Hier eet ik een vegetarische lunch, veganistisch bestaat hier niet. Bij de kerk is ook nog een terras met enige klandizie, waar ik een biertje drink en het vorige reisverhaal schrijf. Vervolgens ga ik naar dezelfde pizzeria, waar ik precies hetzelfde bestel. Het is goed zo.

Onderweg naar Auxerre komt de eerste regen waarvoor ik mijn regenjas aantrek. Veel is het uiteindelijk niet, het droge land heeft veel meer water nodig. Ook hier in Frankrijk gaat het niet goed. Er zijn angstaanjagend weinig insecten en vogels. Rivieren hebben nauwelijks water. De enige wilde zoogdieren groter dan een veldmuis die ik heb gezien, waren een egel en een konijn, beide in België.

Deze omgeving is niet goed voor me, zo lijkt het. Maar vanaf Auxerre zit ik op jaagpaden langs oude kanalen en komt er meer groen, meer bomen. Steilere heuvels, historische sluizen en zelfs imponerende rotsen. Er komt wat balans in de prikkels van de omgeving.

En dan is daar Vézelay. Een dorpje rond een imponerende basiliek op een steile heuvel. Het is nog geen vier uur, maar mijn gevoel zegt dat ik hier moet blijven. Er is een winkeltje waar ik mijn avondeten kan halen en een camping net buiten het dorp.

Zo’n typische gemeentelijke camping voor pelgrims. Het is er rustig, hoewel ik lang niet de enige gast op doortocht ben. Er is een groepje Nederlandse vrouwen die hier heeft afgesproken om de spirituele zaken rond dit bedevaartsoord bij te wonen.

Er is ook een bankje onder een boom, met uitzicht op de heuvels. Hier zit ik een uur voor mij uit te staren. Dit moet ik vaker doen.

Even stap ik op de fiets om Vézelay te bekijken. Ik overweeg om er zelfs te gaan eten, maar zie geen restaurants waar ik vermoed dat ze fatsoenlijk vegetarisch eten voor fietsers serveren. Wel zijn er wijnhandelaars en andere winkels voor toeristen, zonder dat het kitscherig wordt. Bij eentje haal ik een klein flesje chablis.

Op het bankje kook ik mijn pasta met courgette en pesto. De wandelaarster die haar tent naast de mijne heeft gezet, komt op de andere helft van het bankje zitten. We wisselen nauwelijks een woord en dat is prima.

De dag naar Nevers is opnieuw een korte. Ook Nevers is een bedevaartsoord, maar veel groter. Zes jaar geleden was ik hier voor het eerst. Ik heb alleen maar mooie herinneringen aan deze stad. Ook aan de camping, die vanaf de overzijde van de rivier uitkijkt op het prachtige waterfront. Dit keer vind ik hier ook nog eens een vriendelijke fietsenmaker die mij helpt aan de ontbrekende bladboutjes.

Na kamp gemaakt te hebben en gedoucht, wandel ik over de lange brug naar de stad. Eerst strijk ik neer op het terras van Café Vélo, wat ik natuurlijk aan mijn stand verplicht ben. Hier drink ik een heerlijk lokaal witbier. Een terras verderop hebben twee oude kerels met strohoeden platenspelers geïnstalleerd en beginnen leuke hitjes van vroeger te draaien. Nevers stelt niet teleur.

Later wandel ik door de oude, steile straatjes en voel de sfeer van een zomeravond in deze stad. Heel langzaam komt de rust en ontspanning die ik nodig heb.

En toch, ook na Vézelay, ook na Nevers, is er geen dag waarop niet minstens één keer de gedachte opkomt om er de brui aan te geven. Om om te draaien en naar huis te gaan. Ik voel me niet fijn in dit land. Het landschap wil maar niet warm en vriendelijk worden. De dorpen en stadjes blijven afstandelijk.

Op de tweede rustdag, in Saint-Léonard-de-Noblat, zit ik op een terras als het me ineens allemaal te veel wordt. Ik ben al meer dan anderhalve week onderweg en nauwelijks een moment gelukkig geweest. Het dringt tot me door dat ik vorig jaar de juiste keuze had gemaakt. Ik was er toen nog veel slechter aan toe dan nu, maar ik was naar Duitsland gegaan. Met de fijne landschappen en levende dorpen. Comfortabeler campings, supermarkten die overal te vinden zijn, bakkers die geen dichtgeschilderde ruiten hebben maar waar je voor vijf piek een mok koffie en een volle maag hebt.

Daardoor kon ik ondanks mijn belabberde gezondheid een heerlijke vakantie hebben. En daar kwam later die weldadige schone lucht van de Deense eilanden nog bij.

Ik wis alle tracks in mijn GPS. Op mijn telefoon maak ik een nieuwe route, naar Neuenberg am Rhein. De Garmin laadt hem zowaar in één keer.
Ik wandel langs een uitvalsweg naar een soort industrieterrein. Hier zit de pizzeria die vandaag open is. Ze hebben een fijne vegetarische pizza voor mij en armagnac bij de koffie. Er valt een loden last van mijn schouders.