Er zat ook een goede kant aan de twijfels en gevoelens van onzekerheid. In de middag van mijn rustdag controleerde ik toch nog maar eens de rest van de route door Noorwegen. Ik ontdekte dat er enkele veerboten in zaten met onmogelijke vertrektijden. Iets waar ik geen zin in had, en ook leek het me lastig plannen met zo veel onzekerheid over hoe hard ik nu echt zou kunnen fietsen. Met langdurig puzzelen maakte ik een nieuwe route.

Enigszins gerustgesteld ging ik eten bij het eetcafé van Otta. Wat trouwens bij nader inzien één van de weinige fijne plekken van het stadje was. Ik herinnerde me Otta van een tocht lang geleden, en die herinnering was positiever dan de werkelijkheid nu. Verder bleek het toch vooral een verzameling supermarkten en benzinestations. De weg langs de rivier, aan de overkant van de camping, was veel drukker geworden, niet in de laatste plaats door motorrijders die blijkbaar denken dat hun uitlaatlawaai een compositie van Pugliese is.

Maar de rust hielp wel. Toen ik verder fietste was er weer wat vertrouwen. Ik was vooral erg nieuwsgierig naar de Fv 258, de Gamle Strynefjellsvegen die ik in 2009 moest overslaan omdat er nog te veel sneeuw lag.

Ik zou er die dag nog niet komen. Het leek net te ver voor één dag, en bovendien was er zwaar weer voorspeld voor de tweede helft van de middag. Ik had genoeg gelezen over deze weg om te weten dat het er eentje is die je alleen met redelijk tot goed weer kunt doen.

In al mijn twijfels had ik vantevoren een camping aan de voet van de berg uitgezocht. Zag er op papier goed uit, maar bleek erg oud en versleten in de praktijk. De keuken is onder een overkapping in plaats van binnen. De beloofde comfortabele TV-kamer is er niet.  Of eigenlijk wel want ik kan hem zien door een raampje van het servicegebouw. Maar de beheerder ontkent het. Blijkbaar heeft ze geen zin om de deur van het slot te halen.

Ik verveel me onder de overkapping terwijl de regen overtrekt. Wat op zich een goed teken is, blijkbaar heb ik meer energie dan ik durfde te hopen.

De zon is heer en meester op de grote dag. Ik ben op tijd weg en begin aan de grote klim, die opmerkelijk geleidelijk gaat. Langs een rivier ga ik tussen grote bergen en rotspartijen. Uiteraard passeer ik diverse campihgs die er veel beter uit zien. Zo gaat dat. Ik durf erg weinig risico te nemen en dan mis je wel eens wat.

Dan is daar de afslag vanaf de moderne hoofdweg, naar de bergweg die is gebouwd voordat er tunnels van vele kilometers geboord konden worden. Aanvankelijk vrij steil, maar dat wordt al snel minder. Wel is duidelijk waarom je deze weg niet in zware regen moet doen. Het is gravel dat zichtbaar veel lapwerk vraagt, elke keer nadat de sneeuw gesmolten is.

Een andere reden om de weg met dit weer te fietsen is het natuurschoon. Ik weet niet hoe ik het moet omschrijven en de camera kan dit ook maar een klein beetje vangen. Het landschap is woest, ongerept en vriendelijk tegelijkertijd. De weg slingert langs rotsen en meertjes, soms over smalle dammetjes. Besneeuwde bergtoppen. Stenen die bij wijze van vangrail aan de rand van de weg zijn ingegraven.

Ik ben gelukkig. Er is geen onzekerheid. Alleen maar een prachtige weg die ik prima aankan.

Aan de andere kant is de weg juist heel steil. Gelukkig wel geasfalteerd, maar met griezelig krappe haarspeldbochten. Veilig beneden komen is een stuk meer afzien dan de klim. Eenmaal beneden, bijna op zeeniveau alweer, is een cafetaria. Het is pas lunchtijd. De twee grote bergpassen van deze reis, stom toevallig even hoog, zijn voorbij.

In de middag verdwijnt de zon achter wolken. Er is regen voorspeld, maar die komt niet. De route komt bij het eerste fjord van deze reis, waaraan ik wil kamperen. Daarvoor moet ik eerst nog een lang stuk fietsen over een smalle weg richting een veerhaven. De weg gaat veel op en neer, vaak tot behoorlijke hoogtes. Vrij zwaar klimmen waar ik prachtige uitzichten voor terugkrijg. 

Die avond zit ik met een mok oploskoffie aan een picknicktafel bij het fjord. Ik ruik de zee.