De wind is er altijd. Continu. Hij ruist in de bomen, om mijn hoofd. Hij rukt aan mijn tent en soms aan mijn voorbladen, waardoor ik mijn stuur stevig van moet houden. Hij remt me af en hij koelt me af. Langzaam maar zeker put hij me uit.

Op de rustdag in Großenbrode begon hij aan te trekken. Ik liep naar het einde van de strandboulevard, waar het dorp overgaat in een jachthaven. De wind rukte aan de masten en vallen. Oudere mensen hadden soms moeite hun evenwicht te bewaren. 

Later op de dag, als de zon terugkeert, zwakt het wat af. Of ik zit iets beschutter, dat kan ook. Er is aan het strand een terras waar ik in de schaduw en redelijk uit de wind een biertje kan drinken. Ik denk dan nog dat het een wat uit de hand gelopen Oostzeebries is.

Aan het begin van de avond, ik heb al gegeten bij de jachthaven en loop richting de camping, zie ik een dreigende lucht aankomen. De wind trekt aan. Parasols worden opgevouwen, winkels en restaurantjes gaan vlug dicht. De hele boulevard stroomt leeg. Hoewel het nog vroeg is en mijn tent goed beschut staat, ga ik er toch maar in liggen.

Als de regen voorbij is, is het nog te vroeg om te gaan slapen. Ik besluit om nog even terug naar het strand te lopen. Er is niemand meer op straat. Aan het eind van de pier snuif ik de zeelucht op. De regen is weg, maar de wind niet.

En hij is er ook op de brug naar Fehmarn. Het fietspad is al notoir smal, maar nu is het helemaal tricky om tegemoetkomende fietsers te passeren. Ook op het eiland, rijk aan graanvelden maar arm aan bomen, jakkert hij flink door.

Tijd om grote deining op te bouwen heeft hij nog niet gehad, dus het schip vanaf Puttgarden ligt stabiel in het water. Ik breng het grootste deel van de tijd door op het zonnedek aan lij. Maar deels ook binnen. Even rust.

De route van van Rødbyhavn over Lolland en Falster heb ik dit keer beter uitgezocht. Het eerste deel gaat nog steeds over de oude spoorbaan, omgeven door een tunnel van struiken en lage bomen die mij afschermen van de wind en de felle zon. Maar nu ga ik veel eerder oostwaarts, over de zuidelijkste brug naar Falster, bij Nykøbing. 

Een mooie kleine stad, waar ik koffie drink op een terras, beschermd door een grote parasol. En waar ik ook mijn binnenband verwissel, want hier heb ik mijn eerste lek van de tocht. Een schroefje heeft zich midden in het loopvlak geboord. ‘Literally screwed’ schrijf ik op Bluesky.

De route langs de westkust van Falster is niet lang maar heel afwisselend. Stukjes bos, akker, kleine dorpjes. Soms fiets ik vlak langs het water, dan weer over een laan van oude bomen tussen het graan. Soms gravel, soms bospaadjes, meestal redelijk goed asfalt.

Het laatste stuk moet ik toch weer even langs de grote weg richting de nieuwe brug naar Vordingborg. Die zo nieuw is, dat de veranderde wegen en fietspaden nog niet allemaal zichtbaar zijn op de kaart van mijn GPS.

Een enorme, gekromde brug is het, langer dan de oude spoorbrug. Hij komt ook iets westelijker aan land, wat het voor mij makkelijker maakt om de camping van Ore te bereiken.

Een oude, versleten camping. Waar een verfbeurt niet meer gaat helpen. Er is grondiger onderhoud nodig en ik vraag me af of dat nog gaat gebeuren. Maar comfortabel is het wel. Ik kan mijn tent achter een hoge, dichte heg opzetten. De douche is goed. De keuken heeft een waterkoker en er is een prettige verblijfsruimte. 

En ook een terras, omringd door betonnen replica’s van klassieke beelden. Er Is een bank achter een glazen windscherm vanwaar ik de zon zie zakken. Als ik weer wat fut in mijn benen heb, loop ik nog even langs het water, tot de vuurtoren. Op de steiger, vele malen kleiner dan de houten pier van gisteravond, steek ik mijn gezicht in de wind om de zee te ruiken. Ik heb drie eilanden op één dag gedaan.

De dag noordwaarts over Sjælland is de zwaarste van de reis tot nu toe. De dag begint mooi, maar wanneer ik op de fiets stap en het dorp verlaat, verdwijnt de zon en trekt de wind aan. Het wordt kouder, korte mouwen zijn net-aan voldoende. Mijn lichaam is vermoeid. De kilometers moet ik op wilskracht uit mijn fiets duwen. 

Halverwege de middag merk ik dat ik stuurfouten begin te maken. Soms rij ik bijna van het asfalt af, andere keren ben ik bij kruisingen minder oplettend dan ik wil zijn. Ik moet er geen lange dag van maken. Ik had graag vandaag al de noordkust bereikt, maar dat is gewoon niet verantwoord.

In Holbæk kan ik mijn tent opzetten. Een havenstadje aan een zijtak van het Isefjord. De camping is voorzien van een keuken, maar ik twijfel of ik wel zelf moet gaan koken. Een paar mensen op Bluesky herinneren me er aan dat ik vooral goed voor mezelf moet zorgen. 

Vlakbij de camping is een jachthaven waar een cafetaria zit, de Skippers Bistro. Hier eet ik en kom tot rust. Ik zit buiten, het weer is inmiddels wat zachter geworden.

Uiteindelijk pakte het nog niet zo slecht uit. De dag erna was de wind wat gunstiger, de hemel minder grauw. En doordat ik vanaf de camping aan het fjord noordwaarts fietste om de oorspronkelijke route op te pikken, had ik een veel mooiere route. De kleine fietspaadjes over de oever had ik niet graag willen missen.

Opnieuw drink ik koffie in Nykøbing, want ook Sjælland heeft er een. Ik merk dat ik zoveel fitter ben. Wat een verschil een paar uurtjes extra rust kunnen maken. En toch lijkt het me goed om snel een rustdag te nemen. Helsingør ligt voor de hand en is prima te bereiken vandaag. 

Ik mail de camping voor een plekje. Ik heb er niet zo veel vertrouwen in dat er altijd wel een plekje voor een fietser zal zijn. Ik weet dat veel vakantiegangers die normaal gesproken naar Frankrijk of Spanje gaan, dit keer voor Scandinavië hebben gekozen vanwege de bosbranden. First world climate refugees.

De wind is westelijker geworden en na Nykøbing draait mijn koers oost. Het stuk naar de veerboot over het Isefjord zit ik nog langs een drukke autoweg, maar aan de overkant kan ik de Noordkustroute volgen. En die is even spectaculair als uitdagend. En afwisselend. Smalle gravelpaden, soms geheel onverhard. Dan weer tijdrijden over glad asfalt, tot het volgende dorp waar het weer mountainbiken wordt. Vuurtorens en naaldbossen. Uitzichten over zee. Paden tussen hekken van niet veel meer dan een meter breder breed.

Er is ruimte genoeg op de camping. Veel bijzonders is het niet, maar de sfeer is fijn en het is op loopafstand van het mooie centrum van Helsingør. Waar ik aan het begin van de avond heen loop om wat te eten. Ik zie het grote kasteel liggen, en ook de oude zeehaven. Ik ga er niet heen, dat komt morgen wel. Eerst moet mijn hoofd bijkomen van dat eeuwige klapperen, suizen en gieren van de wind.