Sombere wolken hingen boven het water. De veerboot rolde en stampte op de smalle zeestraat. Autoalarmen gingen af. Vanaf het buitendek keek ik de boeg in, waar mijn fiets stond. Dat zag er gelukkig stabiel uit. Ik verbaasde me over de zeegang bij wind uit deze hoek, zo dwars op het Øresund. Tijdens de rustdag was de wind kalmer geweest, of in elk geval had ik er weinig van gemerkt. Maar nu was hij terug, en sterker dan eerst.

De route die ik wilde fietsen liep dwars op deze wind. De Kattegattaleden. Langs de kust noordwaarts van Helsingborg naar Göteborg. Langs de kust dus. Tijdens deze overtocht werd duidelijk dat het een zware rit zou worden. 

Ik was Helsingborg nog niet uit of ik fietste langs het strand met de wind schuin tegen. Af en toe ging de weg achter wat bomen langs, maar vaak was er geen enkele beschutting. Dit was van een andere orde dan de wind die mij op Sjælland zo hinderde.

De Zweedse westkust is een gebied voor rijke mensen. Bij elk dorp kijken dure villa’s uit over zee. Overal zijn golfbanen. En ook de bakkerij waar ik na twee uur tegen de wind in beuken een vroege koffiepauze neem, is overduidelijk gericht op een vermogend publiek. Een grote, mooi ingerichte tuin met kleine terrasjes en theehuisjes. Iedereen zit hier, de wind heeft de sombere wolken weggeblazen.

Ik zit binnen en eet pannenkoekjes met room en jam. Even weg uit het geruis.

Deze dag fiets ik over twee schiereilanden die in noordwestelijke richting in het Kattegat steken. De route volgt de kust, dus dat betekent schuin tegen de wind in, en daarna eventjes wind mee. De route slingert en gaat vaak over gravel, soms door een stukje bos maar vaker vol in de wind. Het is loodzwaar maar de uitzichten over zee maken dat het allemaal waard.

Als ik op het tweede schiereiland ben, zoek ik een beschut plekje om even te zitten en een camping uit te zoeken. Aan de hand van de reviews probeer ik uit te vogelen hoe druk het hier is, ik blijf maar berichten lezen over de bosbranden in Spanje en Frankrijk en vakantiegangers die andere bestemmingen kiezen. Eén camping lijkt ideaal gelegen en ook altijd ruimte te hebben voor passanten, maar ik kan net genoeg Zweeds lezen om te ontdekken dat hier geen keuken en verblijfsruimte is.

Ik besluit het daarom eerst maar te proberen bij een camping die dichterbij ligt, een paar kilometer van de kust af, achter een badplaats genaamd Båstad. Als ik het plaatsje binnenfiets, vraag ik me af wat voor camping het gaat zijn. Dit is zo’n badplaats waar heel veel geld zit.

Maar het blijkt wel mee te vallen, zij het wat prijzig. Dit is een prima plek voor gewone fietsers zoals ik. Mijn tent kan achter een heg, vlakbij het gebouw met de keuken en verblijfsruimte. Tijdens het opzetten van mijn tent vind ik een grote haring die iemand vergeten is. Die gebruik ik om een bovenwindse hoek van mijn tent extra vast te zetten. Na wat zoeken vind ik bij de barbecueplek een zwartgeblakerde, plaatstalen vork, die ik ombuig en gebruik voor de andere bovenwindse hoek. Het blijkt geen luxe.

Dat het hard waait, betekent nog niet dat het koud is. Het is warm in de keuken en de verblijfsruimte, waar iedereen met een kleine tent beschutting zoekt. Af en toe loop ik even naar buiten om af te koelen, maar de wind jaagt me telkens weer snel naar binnen.

Als ik de volgende dag langs de andere camping fiets, zie ik dat er geen enkele beschutting is. Direct aan zee en alleen wat losse struiken en bomen.

De wind is dan inmiddels wel wat gekrompen, iets minder hard en een klein beetje richting zuid gedraaid. Helaas zit dit traject vaak in de buurt van de snelweg Malmö-Göteborg. Deze weg is een reden dat ik tot nu toe altijd weggebleven ben uit dit deel van Zweden, liever fiets ik door de rustige bossen, ver van alle grote steden. De Kattegattsleden blijft meestal flink uit de buurt, maar hier lukt dat niet altijd.

Noord van Halmstad loopt de snelweg verder landinwaarts en ben ik van het lawaai af. Nu zijn het weer de inmiddels vertrouwde kustlandschappen, afgewisseld met bos en goudgele akkers. Voorbij de vesting van Varberg begint het weer wat rustiger te worden en is het ook tijd om een kampeerplek te zoeken.

Die vind ik bij Kärradal. Het tentenveld is eigenlijk het voetbalveld net buiten de poort, dus het is maar goed dat de wind flink is afgezwakt. Er zijn nog wat andere fietsers, vooral gezinnen met jonge kinderen.

Als ik na douchen uit het toiletgebouw stap, regent het opeens. Niet hard, maar buiten zitten om van de windstilte te genieten is er niet bij. Er is een cafetaria, dus ik kies er toch maar voor om niet zelf te koken. Heel goed is het eten niet, maar het scheelt wel energie en dat is nu even belangrijker. 

De zon keert terug, en daarmee de wind ook. Maar op de laatste dag van het traject naar Göteborg is hij zo ver gedraaid dat ik hem goeddeels mee heb. Ineens ga ik hard. En dat is maar goed ook, want dit stuk is niet altijd leuk. Een deel slingert om de snelweg heen, er zijn andere drukke wegen en industrie.

Ik weet dat er twee campings zijn in Göteborg, eentje aan de kust en eentje vlakbij het centrum. Ik neig naar de laatste, want dan kan ik misschien nog wat van de stad zien ‘s avonds.

Over een fietspad langs een grote weg kom ik in een voorstad van Göteborg. Vrij saai maar met de wind in de rug schiet het lekker op. Wanneer ik bedenk dat ik nog boodschappen moet doen, rij ik net langs een supermarkt, dus dat gaat soepel. Voordat ik verder ga, kijk ik op de kaart en dan zie ik dat de keus eigenlijk al gemaakt is. Ik ben allang in Göteborg en het centrum is vlakbij.

Maar dan kom ik terecht in wat mischien wel de moeilijkste stad voor fietsers is die ik ooit heb meegemaakt. Fietspaden zijn slecht en onlogisch. Waar en hoe je de rijbaan over moet is meestal een raadsel. Er zijn talloze wegopbrekingen en veel te veel auto’s.

Na lang prusten en gevaarlijke situaties bereik ik eindelijk de camping. Ik sta stijf van de stress. En dan is de boel vol. De vrouw achter de balie verwijst me naar de andere camping, die van hetzelfde bedrijf is. Daar zou ruimte zijn. Ik zie er vreselijk tegenop om nog een keer door die hel te moeten en heb er niet echt vertrouwen in dat het daar goed zal komen.

Maarja, keus heb ik niet. Ik vraag of ze een berichtje naar het andere filiaal kan sturen dat ik er aan kom en stap weer op de fiets.

De eerste kilometers zijn weer vreselijk en af en toe gewoon eng. Daarna kom ik op doorgaande paden langs drukke autowegen, waar het in elk geval opschiet. Dan wat slingeren door een villawijk en ik rij het terrein op. Er is plek, meer dan genoeg.

Die avond loop ik wat langs het water. Het is een fijne plek aan een baai. Rustig en groen. De zon zakt en ik kom tot rust. Dit was mijn eerste en laatste bezoek aan Göteborg, maar hier is het goed.