Een dieet van lariekoek – the sequel

Het is geen geheim dat internet meer onzin over voedsel bevat dan porno. Helaas dringt daar regelmatig iets van door in de traditionele media. Vandaag zelfs in de NRC. Een interview met twee vrouwen die het tot voedingsgoeroe voor 200.000 vrouwen hebben geschopt.

dsc05614_v1

Burn baby burn! Carbo inferno!

Ik vind het vrij erg dat er zoveel mensen potentieel gevaarlijke onzin op de mouw wordt gespeld. Waarom het NRC dit artikel brengt zonder de nodige fact checks, kritische kanttekeningen en wederhoor van het voor achterlijk verklaarde Voedingscentrum, is me een raadsel.

Lees verder

Appeltaart, zeekraal en geen pizza

Er was geen bijzonder natuurschoon. Ook geen duizend jaar oude kerk of ander historisch gebouw. Maar toch kon Grand Fort Philippe mij meer ontroeren dan welke andere plaats ook op deze reis.

Ik kwam er op de tweede dag na de rust in St.-Valérie-en-Caux. Stomtoevallig, mijn benen waren moe en ik volgde de bordjes naar een camping. Een havenplaatsje, aan de zuidoever van het havenkanaal van het middeleeuwse Gravelines. Het kanaal was drooggevallen, er lag geen schip bij de visafslag. De noordoever van het kanaal zag er uit als een klein en aangenaam badplaatsje. Een mooie vuurtoren, wat horeca, zo op het oog goed onderhouden huizen. Petit Fort Philippe heet het.

dsc07509_v1

Lees verder

Naar de kust

Noem mij een herfstig type als je wilt. Iemand die de zomer en alle opwinding die dat bij anderen teweegbrengt, met een schouderophalen langs zich heen laat gaan. Iemand die braaf zonnebrandcrème smeert, met tegenzin een zonnebril draagt. Die, als het zo uitkomt, de door zomerhormonen dartele blik van een mooie dame beantwoordt, haar vol liefde bemint maar weet dat zijn hartstocht heviger zou zijn als de regen tegen de ruiten van de slaapkamer zou slaan.

Iemand die het strand alleen bezoekt om te zien hoe de golven van een herfststorm op de kust beuken. Een man die ’s zomers naar het Noorden gaat, waarbij ‘zomer’ meestal september betekent. Iemand die meer wol dan linnen in z’n garderobe heeft en die geschokt reageert op de ontdekking dat er mensen zijn die geen ademende regenjas bezitten. Iemand die hele dagen zoek kan raken aan het schoppen door dorre bladeren en het herlezen van gedichten van Slauerhoff.

Lees verder

​Tussen Garonne en Loire

Cieux heet het dorp. Ik heb er niets bijzonders aan kunnen ontdekken. De enige reden dat ik het plaatsje nog lang zal herinneren, is dat ik daar op een bankje zat bij te komen van een bezoek aan Oradour-sûr-Glane.

Ik had er over gelezen, filmbeelden van gezien. Onvoorbereid was ik niet. Alleen tussen de ruïnes staan is anders. Op de stenen staan waar 72 jaar geleden onschuldige burgers hun laatste passen maakten, waar gek geworden soldaten met hun zware laarzen rondbanjerden op zoek naar bloed om te vergieten.

Lees verder

Uitzicht

Ik loop naar de rand van het uitzichtpunt. Leg mijn handen op de railing. Ik verwacht in de donkerte wat vage contouren van het landschap te zien en lichtjes in de verte. Maar wat me raakt is het koor van krekels dat opstijgt vanaf de rivierbedding, diep beneden mij.

Het was niet de bedoeling dat ik hier terecht zou komen, in Meilhan-sûr-Garonne. Ik had ergens aan de voet van de Pyreneeën oostwaarts moeten fietsen. Maar ook deze reis loopt weer anders dan gepland.

Lees verder

Zuidelijk

Halfrond en langwerpig. Zoals de terracotta drainagepijpen die ik als jongetje zag in de weilanden, maar over de lengte gehalveerd. Het waren deze dakpannen die mij als eerste het gevoel gaven de grens tussen Noord- en Zuid-Europa te zijn overgestoken. Het weer was er nog niet naar, ik had die ochtend in Châtellerault nog wel in de zon ontbeten, maar daarna was het weer bewolkt geraakt en het regende nu zelfs licht.

Lees verder

Noodweer en een eindsprint

Opnieuw was een goede nachtrust me niet gegund. De lantarenpalen op de camping vielen in de categorie stadionverlichting, en ze brandden de hele nacht. Mijn tent stond er vlak onder. Ik heb midden juni op 71 graden Noorderbreedte gekampeerd en toen was een slaapmasker minder nodig.

En toen kwam het onweer. Traag, met miezer die aanvankelijk nog gezellig op het tentdoek trippelde. Toen donder in de verte. Heel langzaam kwam het naderbij. De flitsen werden sterk genoeg om het kunstlicht te overstemmen. De miezer werd regen, de regen een stortbui. Donderslagen kwamen sneller na elkaar en kozen uiteindelijk positie recht boven mijn tent. Een crescendo dat uren in beslag leek te nemen. Het water sloeg zo hard op het doek dat de 5000 mm waterkolom een paar keer overschreden werd. Oorverdovend.

Lees verder

Het goede tempo

Alle andere fietsers waren al weg toen ik mijn tent uit kroop. Nou ben ik sowieso niet de vroegste en ik had mijn avond in Tournai besteed aan tripeltjes in een dubieus rockcafé waar BH’s achter de bar hingen. Maar dit was wel heel extreem. Rustig aan doen was het doel van deze reis, en het wilde niet wennen.

Pas tegen tienen was ik op pad, en dat voelde helemaal niet als ‘rustig aan doen’. Het was gehannes, gedoe, gekluns en twintig keer heen-en-weer lopen naar het toiletgebouw. Maargoed, eenmaal onderweg werd het beter. Tournai verliet ik via het zoveelste jaagpad van deze reis, ditmaal langs de Schelde. Opnieuw zie ik meer van de industriële geschiedenis dan van het pelgrimsverleden, maar dat maakt de tocht niet minder interessant. Lang geleden fietste ik hier met mijn vriend James, op weg naar de Dordogne. Zulke herinneringen geven een route voor mij atijd extra betekenis.

Lees verder

En route

Met horten en stoten. Anders is deze start niet te omschrijven. Blessure op blessure, een nieuwe velg op het laatste moment, vermoeidheid die maar terug bleef keren. Maar nu ben ik onderweg, op de Jakobsroute.

Een pelgrimsroute dus. In de middeleeuwen door honderdduizenden gelovigen bewandeld, en nu fiets ik hem. Als atheïst. Voor mij is er niets spiritueels aan. Ik fiets hier om van het landschap te genieten, omdat het rust geeft en goed is voor mijn lichaam en mijn hersenen. Meer niet.

Lees verder

Alweer een tegenvaller…

Zoals ik in een vorige post al meldde, het fietsen gaat niet lekker dit jaar. De blessure en de burnout die ik overwonnen dacht te hebben, staken toch de kop weer op. Het plan voor deze zomer werd daarom een bescheiden rondje Frankrijk in een rustig tempo. De vertrekdatum had ik op 9 of 10 augustus gezet.

Zaterdag voer ik mee op de boot van RozeLinks bij de Gay Pride, en toen sloeg het noodlot toe. Tijdens het zwaaien met de regenboogvlag schoot het in m’n been. Het voelde als een kleine zweepslag of een heel zware kramp, of iets anders ongelukkigs. Ineens leek zelfs een rustige fietsvakantie buiten bereik te komen.

Ik heb een paar dagen rust gehouden, en vandaag een klein rondje gefietst op de Chamsin. Het voelde prima, maar ook alsof ik geen gekke dingen moet uithalen. Ik denk dat ik met één of twee dagen vertraging op pad kan. Wellicht de eerste dagen heel rustig, 100 à 120 km per dag in een niet te hoog tempo.

Morgenochtend weet ik meer. Kijk op Twitter voor het laatste nieuws.